Kansarme werklozen de dupe van bezuinigingen

De particuliere sector zou het beter doen dan de voormalige arbeidsbureaus: langdurig werklozen aan een baan helpen. Tien jaar na dato ziet de toekomst voor de mensen zonder werk er uiterst somber uit. De meedogenloze gevolgen van bezuinigen op de arbeidsre-integratie worden na twee jaar duidelijk.

Gemeenten gaan rigoureus korten op hun budget voor sociale activering van mensen met een grote achterstand tot de arbeidsmarkt. In een middelgrote stad als Tilburg gaat het re-integratie budget van € 2 miljoen naar € 750.000, een korting van ruim 60 procent. En het is maar zeer de vraag of dat bedrag overeind blijft.

Geld gaat vooral naar de ‘kansrijken’

De bezuinigingen, opgelegd door de rijksoverheid, leiden ertoe dat gemeenten straks veel minder geld hebben om mensen die op grote afstand staan van de arbeidsmarkt, het zogenaamde ‘granieten bestand’ van de Wet werk en bijstand (Wwb), te activeren. Gemeenten zullen hun geminimaliseerde re-integratie budget naar verwachting vooral inzetten voor ‘kansrijke’ werklozen. Ofwel voor mensen die via het gemeentelijk werkbedrijf relatief makkelijk en snel aan een betaalde baan kunnen worden geholpen.

De ruim 300 duizend werklozen die landelijk deel uitmaken van het granieten bestand, hebben het nakijken. Voor hen, 'de fase-4 klanten', zijn er straks geen sociale activeringstrajecten meer. Hoe zij, geplaagd door tal van zowel psychische als sociale en fysieke problemen, nog aan een baan moeten komen, is zeer de vraag.

Neem Tilburg, wat daar gebeurt is exemplarisch voor het verwachte beleid van de overige 414 gemeenten. Vanaf 2014 biedt de zesde stad van Nederland geen sociale activeringstrajecten meer aan langdurige en ‘kansarme’ werklozen. De lokale overheid verplicht zich dus niet langer om werklozen te activeren naar duurzaam vrijwilligerswerk of naar betaald werk.

De beleidswijziging wordt vergemakkelijkt door de zeer magere resultaten op de re-integratiemarkt. Tien jaar geleden heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bemiddeling en begeleiding van langdurig werklozen werk via openbare aanbesteding gegund aan particuliere en commerciële organisaties. Onderzoek wijst uit dat dit beleid ondanks de vele miljoenen in minder dan de helft van alle trajecten (klanten met indicaties 1 t/m 4) tot werk heeft geleid.

Forse winsten over de rug van de bijstandsgerechtigden

Dat de overheid, zowel nationaal als lokaal, niet tevreden is met de geboekte resultaten, valt alleszins te billijken. Kort door de bocht geformuleerd: de commerciële re-integratiebureaus annex uitzendbureaus) hebben er een potje van gemaakt. Dat is ten koste gegaan van de gemeenschap (verspilling van belastinggeld), van de werklozen (niet of nauwelijks geholpen) en van de sociale (niet-commerciële) organisaties die bij arbeidsre-integratie wel aandacht toonden voor de mens achter de klant en nu wegbezuinigd dreigen te worden.

De commerciële re-integratiebureaus hebben in de afgelopen jaren forse winsten gemaakt over de rug van de bijstandsgerechtigden en binnenkort over de rug van (kleine en zelfstandige) sociale organisaties. Bovendien hebben ze de re-integratiemarkt en het politieke beleid totaal verknald. Daardoor, en hier maak ik mij grote zorgen over, krijgen langdurig werklozen straks geen perspectief meer geboden om vanuit eigen kracht en motivatie betaald werk te vinden. De prikkel om te gaan werken zal straks uitsluitend via verminderd inkomen gaan lopen (in 10 jaar 20 procent korting op bijstandsuitkeringen) of gedwongen vrijwilligerswerk. Over enkele jaren zal blijken dat dit voor een grote groep geen (of onvoldoende) duurzaam resultaat heeft opgeleverd en dat dit veel sociale kosten en ellende met zich mee heeft gebracht.

Commerciële re-integratiebureaus hebben in het verleden hun klanten in drie categorieën ingedeeld: makkelijk bemiddelbaar naar werk, vraagteken en moeilijk of niet bemiddelbaar. Voor de categorie met een vraagteken werd maximaal 6 maanden inspanning geleverd. Bij de indicering 'moeilijk' was de inspanning vaak zo goedkoop mogelijk langdurig parkeren als vrijwilligster of deelneemster. Ook bij de onbemiddelbare categorie was er altijd de calculatie op financieel gewin. Omdat gemeenten bij negatieve uitstroom cq resultaat tussen de 10 en 30 procent van de trajectprijs niet uitbetaalden, parkeerden de bureaus mensen zo lang mogelijk in een zo goedkoop mogelijk aanbod. Tijd was letterlijk geld.

Er zijn talloze verhalen bekend over mensen die langdurig achter een computer vacatures moesten opzoeken en daar via een mailtje of briefje op moesten reageren. Een illustratief voorbeeld is dat van een alleenstaande Turkse vrouw met twee jonge kinderen. Een Tilburgs re-integratiebureau zette de vrouw die nauwelijks Nederlands kan schrijven, bij voorkeur op de woensdagmiddag achter de computer om vacatures te zoeken en brieven te schrijven in een taal die ze schriftelijk nauwelijks meester is. De kosten die het bureau voor dit 'traject' in rekening bracht, liggen tussen de vijfduizend en achtduizend euro. Ruim anderhalf jaar later stroomde de vrouw uit als onbetaalde gastvrouw bij het 2 Steden Ziekenhuis in Waalwijk.

Een forse aderlating

De samenleving probeert terecht te voorkomen dat kinderen in Nederland in armoede opgroeien. Ronduit cynisch is dat diezelfde samenleving alleenstaande ouders in de Bijstand - voor 80 procent vrouwen - geen voorrang geven bij re-integratie en sociale activeringstrajecten.

Bij ontwikkelingshulp wordt gesteld dat investeren in vrouwen, investeren in een nieuwe generatie betekent. In Nederland ligt dat kennelijk anders, want vrouwen hier, dat is althans de gedachte, zijn allemaal geëmancipeerd. De cijfers over de arbeidsparticipatie en financiële zelfredzaamheid van lageropgeleide vrouwen doen overigens anders vermoeden.

Het wegvallen van het sociaal activeringsbudget houdt in dat sociale, niet commerciële re-integratiebureaus, geen geld meer hebben om zich in te zetten voor vrouwen uit de Bijstand. Bij zo’n bureau, Feniks, werk ik. Daarom weet ik dat zulke bureaus ondersteuning bieden die meer inhoudt dan mensen achter een computer zetten om uren, dagen, weken en maanden vacatures te laten zoeken en brieven te schrijven terwijl ze het Nederlands onvoldoende machtig zijn. Bij zulke niet-commerciële bureaus helpen ze mensen om zichzelf terug te vinden; er wordt ze geleerd om (weer) op hun eigen kracht te vertrouwen en van daaruit of duurzaam vrijwilligerswerk te doen of een betaalde baan te vinden. En dat voor veel minder geld.

De commerciële re-integratiebureaus hebben niet gebracht wat van hen verlangd mocht worden. Alleen is het mij een raadsel waarom sociale organisaties daarvoor moeten bloeden: dat is niet alleen dom, maar ook onterecht.

Gerda de Vries is directeur van Feniks, het Stedelijk Centrum voor Emancipatie.  Zij is ook lid van adviesraad van de MOVISIE Participatieprijs waarmee jaarlijks een project wordt bekroond dat de participatie van kwetsbare groepen bevordert. Dit jaar gaat het speciaal om arbeidsparticipatie. Inschrijven of voordragen kan nog tot 21 september op deze plek.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Geachte mevrouw de Vries,
    Normaal reageer ik niet op dit soort stemmingmakerij, maar dit is me wel wat te gortig, u scheert rucksichtloss een hele branche over één kam waar veel mensen met ziel en zaligheid zich inzetten en ingezet hebben om mensen naar werk te begeleiden. De problematiek waar re-integratiebureaus mee te maken hebben is dat de overheid steeds meer verwacht van clienten en dat diezelfde overheid daar steeds minder voor over heeft, deze druk vertaalt zich direct naar de coaches van de bedrijven. Coaches waarvan nu wordt gesuggereerd dat er maar wat wordt aangerommeld !
    De branche werkt al jaren op no cure less pay basis, en ik kan in het geval van mijn bedrijf met droge ogen zeggen dat we minimaal net zoveel opleveren als dat we kosten. Tegenover de verhalen die u schetst kan ik, en velen met mij even zovele succesverhalen zetten. Ik zal niet ontkennen dat er in de begintijd veel cowboys zijn geweest die de branche in een kwalijk daglicht hebben gezet door snel de zakken te vullen, maar de re-integratiebranche is snel volwassen aan het worden. Des te triester is het dat de overheid razendsnel de stekker eruit trekt en zich een onbetrouwbare partner betoont. Om nu de analogie te trekken dat de re-integratiebranche de schuld is van de bezuinigingen op sociale activering en dat die ten koste gaat van de non commerciele is ronduit bespottelijk, als u non commercieel bent heeft u toch ook geen geld van de overheid nodig ? Als u de berichtgeving rondom de directie van Pantar van vandaag heeft gevolgd weet u waar de echte zakkenvullers zitten.
    met vriendelijke groeten

    Herbert Dettingmeijer
    directeur Wende personeeldiensten BV
    en oprecht beledigd

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *