Overheid moet oog houden voor de zwakken

Donner stelt in de Integratienota de eigen verantwoordelijkheid centraal. Dat is een goede zaak. Hij laat echter na om steun te bieden aan de groepen die wel willen, maar het op eigen houtje niet redden.

In zijn nota schrijft Donner dat het wezenlijke kenmerk van integratie is dat men de eigen toekomst en identiteit verbonden ziet met die van de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt. Inderdaad, wie op die manier naar vraagstukken van integratie en van samenleven kijkt, heeft een goed kompas in handen.

Het uitgangspunt dat nieuwkomers voortaan zelf voor hun inburgering verantwoordelijk zijn, onderschrijven wij voor de volle 100 procent. We doen dat vanuit de overtuiging dat iedere Nederlander in eerste instantie zelf verantwoordelijk is om iets te maken van zijn leven. Door een opleiding te volgen, een baan te vinden en door zich verdienstelijk te maken voor de samenleving waarvan hij deel uitmaakt en waaraan hij mede vorm en inkleuring geeft.

Donner wijst een paar keer op de migranten in onze samenleving die het goed doen. Het is goed dat hij hun successen benoemt, maar dit heeft ook iets plichtmatigs. Wie het hele stuk leest, moet  concluderen dat het een vrij somber verhaal is. De zorg overheerst. Daarom komt de minister met een serie maatregelen. Daarbij zitten voorstellen die zeker steun verdienen, zoals de verdere aanscherping van strafrechtelijke maatregelen tegen huwelijksdwang. Andere voorstellen getuigen van goedkope retoriek, zoals het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Zowel dit boerkaverbod als de carnavalsclausule heeft maar weinig te maken met de integratiepraktijk van vandaag de dag.

We moeten verder
Tien jaar geleden zou Donners nota veel meer indruk hebben gemaakt. Waarom zou je anno 2011 voor de zoveelste keer het achterhaalde idee van de multiculturele samenleving ritueel begraven? Het is zoals NRC Handelsblad schreef: „Leuk om nog eens aan herinnerd te worden, maar het houdt wel erg op.”

Inderdaad, we moeten verder. De samenleving is vaak ook al veel verder. Wie spreekt met jonge allochtone ondernemers, wie luistert naar de geluiden op straat en wie rondkijkt in de collegezalen van de universiteit, die proeft veel meer positiviteit. Dit zeggen we zonder weg te kijken. Natuurlijk zijn er zorgen. We kennen de problemen van
de oude wijken, de gevoelens van onveiligheid en de spanningen die ontstaan als veel verschillende culturen samenleven in een klein gebied. Dat schuurt. We doen wat we kunnen. Als Marokkaanse of Antilliaanse jongens een winkelstraat terroriseren, treden we op. Als een man zijn vrouw slaat, al dan niet met een verwijzing naar zijn religie, leggen we die dader een huisverbod op.

Behalve die zorgen hebben we vooral ook hoop en optimisme. Kijk naar de kinderen van ongeletterde ouders die hoger onderwijs volgen en colleges op de universiteit. Die sprong vergt normaal gesproken drie generaties! Kijk naar de ambities van de tweede- en derdegeneratieallochtonen en van de nieuwkomers, naar hun motivatie om iets te
maken van hun leven. Zij investeren in hun taalontwikkeling en daarmee in hun toekomst en in die van hun kinderen. We zien soms hun worstelingen, maar ook hun doorzettingsvermogen en hun overlevingsinstinct.

Burger zelf is verantwoordelijk
Niet de overheid, maar de burger zelf is primair verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. Velen handelen daarnaar. Het moet vanzelfsprekend zijn, dat wie legaal naar Nederland komt en wie hier woont zijn best doet om te integreren, om een baan te zoeken, een opleiding te volgen en om de taal te leren spreken. Velen doen hun best en slagen daarin. Zij komen goed terecht. Een andere groep wil niet. Die heeft geen zin de taal te leren en om haar best te doen. Die groep heeft in onze ogen niets te zoeken in Nederland. Waarom zou je een rijbewijs verstrekken aan iemand die de taal niet wil leren spreken? Waarom geven we  een uitkering aan iemand die daardoor niet meer op zoek gaat naar een baan?

De cruciale vraag is, wat ons betreft: wat doe je met die groep die wel wil, maar niet kan, die wel de drive  en de wilskracht heeft, maar het niet redt zonder, financiële, hulp van buitenaf, voor wie een integratiecursus simpelweg niet betaalbaar is? Voor hen kan en mag de overheid niet zomaar wegduiken. Dat is wel wat Donner lijkt te doen. Ook de overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid. Die groep moeten we (kunnen) blijven helpen. Alles simpelweg aan de nieuwkomers zelf overlaten, is vragen om nieuwe problemen, vooral in deze tijd, waarin de gevolgen van de economische crisis neerslaan op deze groep burgers. Juist zij krijgen te maken met banenverlies of met korting
op uitkeringen. Kan van zwakke inburgeraars worden verwacht dat ze het inburgeringstraject zelf kunnen organiseren, of kunnen betalen? Welke effecten hebben de kortingen op volwassenenonderwijs en het intrekken van geld voor taalcursussen? Donner kondigt aan dat hij wil ophouden met specifiek beleid voor diverse migrantengroepen. Hij zegt er niet bij dat hij ook het reguliere beleid uitkleedt.

Wij bepleiten een zakelijke en betrokken houding wat betreft inburgering. Iedereen die naar Nederland komt en wil meedoen, verplicht zich tot een aantal zaken. Hij kiest voor de Nederlandse samenleving, leert de Nederlandse taal spreken en stelt alles in het werk om betaald werk te vinden. Dit is het ABC van de inburgering. Het betekent dat je de grondwaarden van de samenleving onderschrijft en respecteert. Bij elke naturalisatieceremonie op het Stadhuis zeggen we dat ook: „U krijgt vandaag uw certificaat, maar u kunt het ook weigeren. Dat is uw vrije keuze. Als u het certificaat aanneemt, dan kiest u onze samenleving. Dan houdt u zich aan de regels die zijn gesteld, dan spreekt u ook Nederlands en doet u actief mee. Dat is alles. Wilt u dat niet, dan doet u dat niet, even goede vrienden, maar dan staan er elke dag vliegtuigen klaar, die u naar alle landen van de wereld kunnen brengen.” Zo duidelijk kan het zijn.

Ahmed Aboutaleb (PvdA) is burgemeester van Rotterdam. Korrie Louwes (D66) is wethouder integratie en participatie in Rotterdam.

Dit opiniestuk is ook verschenen in NRC Handelsblad van dinsdag 28 juni.

Foto: Bas Bogers

Dit artikel is 1109 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Dit is een heel goed artikel. Chapeau.
    Bereikt dit artikel ook de politiek en het gepeupel onder de autochtonen, of blijft het beperkt tot goed ingeburgerde allochtonen, war dit probleem al vee langer bekend is.
    Met vriendelijke groeten
    Ronald

  2. tja, alle lof voor het pleidooi van de schrijvers maar was het maar zo simpel! Was het maar zo dat als iemand zijn of haar certificaat in ontvangst neemt, hij/zij ook wekelijk bereid is mee te doen in de samenleving. De meeste mensen (uiteraard uitzonderlingen niet meegerekend) willen hun huidige positie niet kwijt. Hun motieven zijn dus heel andere motieven, want hoe je het wendt of keert, uiteindelijk maken ze de balans voor henzelf op: en wat blijkt, Nederland blijft toch interessanter dan teruggaan naar land van herkomst. Mijn pleidooi is dus: wanneer mensen zelf opdraaien voor bepaalde kosten, dan is het resutaat dat ze behalen des te waardevoller. Je kunt mensen best een kleine tegemoetkoming in het vooruitzichtstellen als ze het traject doorlopen hebben, maar laten ze maar zelf betalen voor de cursus. Ik ben werkzaam als sociaal makelaar en ik heb jaren gezien hoe passief mensen worden als je hen dingen kant en klaar presenteert, zonder dat ze er een cent voor hoeven te betalen. Het verliest waarde en dan verliezen mensen hun motivatie en gaan eisen; het wordt een recht in plaats van een plicht. Laten we hier in hemelsnaam in Nederland mee ophouden.

  3. Als sociaal zwakkere is het vaak moeilijk te zien en uit te rekenen of je in aanmerking komt voor een
    bijstandsuitkering of werkloosheidswet. De orgelmannen (Elandsgracht /Perlee) kunnen niet rond-
    komen van het geld in hun orgelbakje. Ze krijgen muntgeld in plaats van briefgeld. Ze hebben recht
    op het minimumloon van euro 10,– per uur. Financiele adviseurs zijn banken, de overheid, en het
    NIBUD. Er zou eigenlijk een aktie moeten komen: Red de orgelman ! Ik maak me zorgen om een or-
    gelman die ook in Castricum komt: S. Perlee, orgelman, Elandsgracht 115 A, 1016 SB Amsterdam.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *