Politiek is nodig, om het minst kwade te realiseren

De broodnodige herwaardering van de politiek begint met een kritische bezinning op het streven naar consensus. Dat komt namelijk vooral de bevoorrechten in de samenleving ten goede. Politiek moet niet gericht zijn op het beste, maar op het minst kwade.

Politiek wordt bedreven onder omstandigheden waarover geen wetenschappelijke consensus bestaat. Daardoor is het ten ene malen onmogelijk om zekerheid te verkrijgen over de uitkomsten van verwachtingen en inspanningen. Zou die consensus er wel zijn, dan is een issue of vraagstuk gedepolitiseerd en kan zij beter overgelaten worden aan experts en technocraten.

Consensus pakt vooral gunstig uit voor de bevoorrechten

In de geest van de filosofen Baruch Spinoza en David Hume is de opdracht van politiek te omschrijven als het genereren en faciliteren van meningen en gedachten die burgers, ondanks hun concurrerende waarden en belangen, committeren aan een vorm van eenheid. Ook wetenschap, media, onderwijs, kerk, bureaucratie en ouderschap hebben daarin een rol. Met andere woorden, niet alleen politici houden zich met politiek bezig.

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er diverse pogingen ondernomen om beleidsprocedures te ontwikkelen die, voorbij de onzekerheid, consensus generen. In de politieke filosofie wordt dit project geassocieerd met de grote liberale programma´s van John Rawls en Jürgen Habermas. In Nederland zijn we heel bekend met dit naar consensus zoekend liberalisme: polderen of paarse kabinetten zijn daarvan de bekendste voorbeelden. In zijn inaugurale rede heeft Jos de Beus, mijn voorganger, het zoeken naar consensus terecht bekritiseerd omdat het voornamelijk gunstig uitpakt voor de bevoorrechten in de samenleving. Ook bedekt het soms, aldus De Beus, een om zich heen grijpend maatschappelijk verval.

Een kritische blik is op zijn plaats

De financiële crisis van 2008 en talloze andere voorbeelden leren ons dat consensusvorming vaak gebaseerd is op wetenschappelijke modellen van menselijk gedrag; die modellen zijn nuttig maar niet zonder nadelen. Sterker nog, een kritische blik is op zijn plaats zodra modellen door de politiek worden ingezet als instrumenten om consensus te verkrijgen over wat als enige werkelijkheid wordt gepresenteerd.

Nadat de financiële crisis bijna tien jaar geleden was uitgebroken, zei de toenmalige CFO van de internationale investeringsbank Goldman Sachs met de handen in zijn haar dat hij geen idee had van wat er allemaal gebeurde. Dit, terwijl de bank beschikte over uiterst geavanceerde risicomodellen. Sterker nog, de consensus was algemeen dat er geen betere modellen bestonden dan die van Goldman Sachs om het gedrag van bankiers en hun klanten te voorspellen. Maar, die door heel velen bewonderde modellen gingen uit van waarschijnlijke risico’s, terwijl de crisis juist aantoonde dat de financiële risico’s die bankiers waren aangegaan met derivaten en andere vage bancaire producten vooral onvoorspelbaar waren. De topman van Goldman Sachs stond niet alleen in zijn al dan niet gespeelde naïviteit. Nota bene op de dag dat de internationale financiële dienstverlener Lehman Brothers in New York faillissement aanvroeg, voorspelde ons Centraal Planbureau nog een aanzienlijke economische groei voor ons land. In plaats van groei kregen we uiteindelijk te maken met een economische krimp van maar liefst 4 procent.

Brood en spelen om passies te bedwingen

Voor een beter begrip, financieel of anderszins, moeten we meer weten van het beleid dat door de gehanteerde modellen wordt verondersteld én onderdrukt. Ook hebben we behoefte aan betere instituties en praktijken. In de traditionele liberale traditie, ruwweg vanaf de 17de eeuw tot en met de jaren ’30 van de vorige eeuw, werd onzekerheid verbonden met ziekte, dood, oorlog en theologische dogma’s. Dezen zouden de passies doen ontvlammen en politieke instabiliteit genereren. Een van de kernideeën van diezelfde liberale traditie, naast die van representatieve vertegenwoordiging en vrijheid van gedachte, is dat de passies van het volk geleid moeten worden naar handel, gezin, sport en recreatie om de onzekerheid te kanaliseren naar minder gevaarlijke doelen. Ook de verzorgingsstaat had als belangrijkste doel om, via haar instituties, de sociale onzekerheid te verminderen. Uitdrukkelijk niet met de pretentie om de onzekerheid volledig uit de weg te ruimen, want, zo is door liberalen al vroeg begrepen, markten en technologieën brengen zo hun eigen, onvoorspelbare vormen van onzekerheid voort.

Streven naar het minste kwaad

Evenals de Oostenrijkse econoom en filosoof Friedrich von Hayek (1899-1992), de grote voorvechter van het vrijemarktkapitalisme, ben ik van mening dat er geen menselijk uitkijkpunt is van waaruit volledig zicht op maatschappelijke gebeurtenissen kan worden verkregen, daarvoor is de wereld intrinsiek te onzeker. Vanuit dat inzicht pleitte Von Hayek tegen socialistische planning en tegen overheidsbeleid om markten te reguleren. Daar verschillen wij van mening, immers het goed functioneren van markten veronderstelt functionerende politieke en wettelijke instituties en het in goede banen leiden van technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen. De recente financiële crisis heeft ons geleerd dat markten periodiek massieve dislocaties en ingrijpende sociale transformaties teweegbrengen. Dat schreeuwt om beleid, en in de traditie van deze leerstoel onderschrijf ik daarbij het vooraanstaande belang van de politiek.

Laat ik afsluiten met een gedachte die ik heb geleend van de islamitische filosoof Al-Farabi (872-950) dat ‘democratie compatibel is met het beste en het slechtste’. Gezien de ervaringen van de 20ste eeuw zou ik willen aanbevelen om de politiek niet te richten op het realiseren van het beste, maar op het minimaliseren van het kwade.

Eric Schliesser is hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Politieke Theorie, aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dit artikel is gebaseerd op de oratie van Schliesser waarmee hij zijn benoeming tot hoogleraar accepteerde.

Afbeeldingsbron: Lodewijk Borsboom (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 875 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Bij consensus is er in feite sprake van een politieke machtsbalans en die kan altijd weer veranderen.
    Tussen de elite en het volk bestaat helemaal niet veel consensus aangezien hun belangen vaak tegengesteld zijn.
    Sociale bestuurswetenschappen zien het als hun taak de ‘wil van het volk’ middels sociale manipulatie eronder te houden en de politieke machtshebbers met tactieken en strategieën te voorzien.
    In de praktijk spelen politieke machtshebbers met vuur aangezien het gebruiken van ‘sociale technologie’ ook contra productief kan werken en mislukking op de loer ligt.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *