Interview

Burgers op patrouille. Interview met Commissaris Hans Nieuwstraten

Burgers op patrouille. Interview met Commissaris Hans Nieuwstraten
Politiecommissaris Hans Nieuwstraten vindt dat politie en burgers meer en beter moeten samenwerken. ‘Partnercipatie’ is het kernwoord om Nederland veiliger te maken. Dit betekent niet dat burgers moeten klikken of eigenhandig mogen meppen, maar vereist een ‘coproductie van orde’ die er in elke wijk weer anders uitziet.

Nieuwstraten zou begin januari dit jaar zijn verhaal over ‘partnercipatie’ houden op het KING-congres, het congres dat het Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten elk jaar houdt. Omdat er te weinig aanmeldingen waren voor zijn workshop, werd hij afgebeld. ‘Het zijn nog steeds twee aparte werelden, die van de gemeente en de politie’, zegt hij in zijn kantoor bij het korps Haaglanden. ‘Ik bezocht laatst een bijeenkomst over de Nationale Politie waar ook een paar burgemeesters waren. Die hadden het over macht en invloed, niet over inhoudelijke kwesties. Vroeger hoorde je vaak de slogan: “Schoon, heel en veilig”. “Schoon en heel” vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, “veilig” hoort bij de politie thuis. Natuurlijk is de politie een grote speler op veiligheidsterrein, maar hoe we onze omgeving veiliger maken, is niet alleen onze zaak. Er zijn ook anderen die daarin een rol vervullen: justitie, jeugdzorg, woningcorporaties, buurtorganisaties. En de gemeente.’

Middelgrote gemeenten doen dat vaak geweldig, signaleert hij. ‘Bij heel grote gemeenten heb je te maken met complexe organisaties, waardoor het vaak een hoop bureaupolitiek gedoe en afstemmingsproblemen oplevert als je iets wilt regelen. En kleine hebben vaak te weinig kwaliteit en slagkracht om een eigen bijdrage te leveren aan het veiligheidsbeleid, waardoor ze erg sterk gaan leunen op de politie. Het is dus sterk lokaal gebonden wat er gebeurt en hoe er wordt samengewerkt tussen gemeente en politie.’

Nieuwstraten geeft het voorbeeld van Rotterdam. ‘Daar zit een Dienst Stadstoezicht van twaalfhonderd mensen in kekke uniformen op mountainbikes. Dat wordt gewoon een nieuw soort gemeentepolitie, een wereld apart met een wethouder Veiligheid die zijn eigen koers vaart. Terwijl we hier in Den Haag juist intensief samenwerken en goed afstemmen wat de politie en wat de gemeente doet. Rotterdam is van het lik-op-stukbeleid, aanhouden en straffen. Den Haag zet in op samenwerking, de buurten versterken en vrijwilligers inzetten.’

Participatie plus partnerschap is ‘partnercipatie’

Samenwerking tussen professionals van gemeente en politie is één ding. Minstens zo belangrijk is de samenwerking tussen politie en burgers. In de regio Haaglanden zijn ruim vijfhonderd burgervrijwilligers actief bij het korps, dat voor de werving en coördinatie in 2006 het bureau Burgersamenwerking oprichtte. Voor de nieuwe Poolse en Bulgaarse bewoners is onlangs het Moelander-project opgezet, waarbij politie en – nieuwe – bewoners proberen gezamenlijk problemen in de wijk op te lossen. ‘Partnercipatie’– een combinatie van participatie en partnerschap – noemt Nieuwstraten die samenwerking in een nota die hij erover schreef.

Wil die succesvol zijn, dan is op de eerste plaats goede informatie aan burgers belangrijk: zowel via social media – Twitter, Facebook, YouTube, de site hoeveiligismijnwijk.nl – als in de vorm van bijvoorbeeld ‘avondspecials’. Dat zijn bijeenkomsten die worden belegd als er een ernstige gebeurtenis in een wijk heeft plaatsgevonden, zoals de moord op een juwelier in Segbroek eind april. Andersom vraagt de politie informatie van burgers met behulp van Amber Alert en Burgernet.

Nieuwstraten: ‘We hebben burgers nodig om ons werk goed te kunnen doen, en andersom moet de politie op een intelligente manier aansluiten bij burgerinitiatieven. Want het zijn burgers bij wie wordt ingebroken en die overlast ervaren.’ Problemen die sterk samenhangen met ‘schoon en heel’, blijkt als we een stukje door het Haagse Regentesse- en Valkenboskwartier (ReVa) lopen, onderdeel van het stadsdeel Segbroek.

Samenwerken kan de politie niet alleen

Ed Dusschoten, voorzitter van de bewonersorganisatie en actief in de nachtpreventie, wijst trots naar het vrolijk aangeklede, schone Newtonplein waar kinderen schommelen en rondrijden op fietsjes van het uitleenpunt Haagse Hopjes en waar een potje wordt gebasketbald. Een langslopende buurtbewoner, die de ‘pleinbaas’ blijkt te zijn, bevestigt dat het ‘pleinoverleg’ tussen verschillende organisaties die actief zijn in de wijk bijdraagt aan de leefbaarheid. ‘Dat kun je als politie niet alleen’, aldus Johan Bodrij, oud-programmamanager burgerparticipatie politie Haaglanden, momenteel chef Handhaving aan bureau Segbroek en hoofdinspecteur, die met ons meeloopt. ‘Samenwerken is heel belangrijk.’

ReVa is er veiliger op geworden sinds er ’s nachts naar onraad speurende burgers rondlopen, zegt Dusschoten bijna spijtig. ‘Er is haast niks meer te beleven.’ De vergeelde krantenknipsels op het prikbord in het kantoor van de nachtpreventie, met koppen over de waakzaamheid van de nachtpreventie en een brand die werd ontdekt, verwijzen naar een tijd waarin er nog ‘actie’ was, zoals hij het noemt. Tegenwoordig gaat het vooral om een deur die openstaat, of iemand die zich op een verdachte manier bij een auto ophoudt.

‘Dat wordt allemaal gemeld aan een nachtprevent op kantoor, die dat vervolgens meteen in de computer zet. Wij observeren, de politie grijpt zo nodig in’, vertelt Dusschoten. Maar: ‘Een heterdaadje komt maar zelden voor.’ Hij kan zich nog wel goed herinneren dat een man midden in de nacht met zware koffers door de wijk zeulde. ‘Die gooide hij op een groenstrook. Toen klapten ze open en bleken ze vol met blikken verf te zitten.’

Aan een rek hangen de jacks die de ongeveer vijftig vrijwilligers gebruiken, in een ijzeren stellingkast met een slot erop liggen de portofoons. De mensen van de nachtpreventie, die volgend jaar tien jaar bestaat, gaan regelmatig onaangekondigd met gemiddeld zeventien mensen de straat op, in teams van twee of drie personen. Ruim de helft van ‘zijn’ vrijwilligers is vrouw, de jongste is 17 jaar en de oudste is de 70 al gepasseerd. Ja, knikt hij, ze worden wel eens uitgescholden. ‘Voor “stelletje verraaiers” en “vuile NSB’ers”.’ Andersom melden zich soms ook jonge jongens bij hem die teleurgesteld zijn dat er geen knuppels bij hun uitrusting zitten – ‘Zulke mensen willen we dus niet.’

Verschillende wijken, andere taken en rollen

In de Vogelwijk, ook onderdeel van Segbroek, staan veel vrijstaande huizen en twee-onder-een-kapwoningen. De bewoners hebben geregeld last van diefstal uit auto’s en van woninginbraak. ‘Het is een kleine, mooie wijk met betrokken bewoners’, volgens Victor Veenman. Hij vormt samen met drie anderen de buurtveiligheidscommissie, die onder meer een veiligheids-checklist voor buurtbewoners heeft opgesteld. De bewoners zijn actief in commissies die zich bezighouden met kunst, verkeer, speelplaatsen en activiteiten in de wijk.

Nieuwstraten karakteriseert de Vogelwijk als een ‘voorstandswijk’, wat betekent dat de bewoners goed in staat zijn zichzelf te redden. En dat betekent ook dat de politie er een andere taak heeft dan in een achterstandswijk of in een middenstandswijk als ReVa, zegt hij. ‘De drie verschillende typen wijken vragen elk om een andere rol van politie en burgers. Terwijl in een achterstandswijk zichtbaarheid, ordehandhaving en een lik-op-stukaanpak vooropstaan en politieagenten de rol hebben van opvoeder en normsteller, geldt voor een middenstandswijk met relatief veel betrokkenheid van bewoners dat de politie zich veel meer opstelt als helper bij burgerinitiatieven.’ In zo’n wijk richt de wijkagent zich vooral op preventie, en opereren politie en burgers op de eerste plaats als partners.

In een voorstandswijk als de Vogelwijk opereert de politie terughoudend, en komt ze alleen in actie als de bewoners daarom vragen. Politie en bewoners delen informatie, maar burgers gebruiken vooral hun eigen netwerk om problemen aan te pakken. Hier zijn agenten een soort achtervang, die komen als burgers hun daarom verzoeken.

Vertrouwen moet groeien

Zo’n gedifferentieerde wijkaanpak is er niet van de ene op de andere dag, bevestigt Nieuwstraten. ‘Het politieoptreden wordt contextafhankelijk, en dat is natuurlijk wennen. Dat vraagt meer van onze agenten. Ze moeten goed kunnen schakelen, en dat zit nog niet helemaal in het curriculum. Politieagenten zien burgers vaak niet als klanten of participanten. Daar komt bij dat agenten niet moeten reageren op symptomen, maar een probleem moeten analyseren en de oorzaken ervan op het spoor komen. Dat is ingewikkelder.’

‘Ook komen ze er in gesprekken achter dat bewoners soms andere dingen een probleem vinden dan zij. De standaardreactie van agenten is dan vaak: “Zij gaan mij toch niet vertellen wat ik moet doen? Dat maak ik zelf wel uit.” Andersom zijn er burgers die niet met de politie willen samenwerken, onder het mom van: “Ik betaal toch belasting? Doe jij je werk maar fatsoenlijk.”’ Maar juist onderlinge samenwerking leidt tot een veiliger samenleving en zorgt ervoor dat burgers meer vertrouwen in de politie hebben, stelt Nieuwstraten. ‘Dat vertrouwen versterkt vervolgens weer hun gevoel dat de veiligheid ook écht verbeterd kan worden.’

Buurtpreventieteams, buurtinterventieteams en ook de buurtvaders maken allemaal deel uit van die samenwerking. Ze surveilleren zichtbaar en herkenbaar op straat om de veiligheid en leefbaarheid in de gaten te houden. Daarbij moet er wel een heldere taakverdeling blijven tussen burgers en politie. Het is niet de bedoeling dat burgers een politiepet opzetten, zegt Nieuwstraten. ‘Een winkelier mag iemand aanhouden in zijn eigen winkel, maar hij hoeft dat niet te doen. Handelend optreden is ons pakkie-an, en we zullen nooit zeggen dat iemand dat zelf had moeten proberen. Je mag als burger maar heel beperkt geweld gebruiken – dat een paar politici en bestuurders hebben gezegd dat burgers best zelf klappen mogen uitdelen, vind ik een slechte zaak. Je mag je lijf en goed verdedigen, maar het geweldsmonopolie ligt bij de overheid.’

Kliklijn is geen voorbeeld

Op de vraag of kliklijnen niet ook een vorm van handelend optreden zijn, zegt Nieuwstraten: ‘We maken er gebruik van, maar persoonlijk ben ik er niet blij mee omdat ze anoniem zijn. Met kliklijnen gaan we de verkeerde kant op in de samenleving. Mensen moeten verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor de wereld om hen heen, en daar een positieve bijdrage aan leveren. Bovendien maakt die anonimiteit het mogelijk dat mensen zwart worden gemaakt en oude rekeningen worden vereffend. Dat mensen informatie doorgeven, vind ik prima. Maar dan bij voorkeur in alle openheid.’

Met burgerinitiatieven als die van winkeliers en de Vereniging Eigen Huis, die beelden van verdachten op YouTube plaatsen om hen te kunnen identificeren en opsporen, heeft Nieuwstraten veel minder moeite. ‘Dat is verantwoord als de verdenking stevig is, zoals bij de verdachten van de moord op de juwelier in Den Haag. Maar het risico dat er uitglijers worden gemaakt, is groot. Zulke dingen moeten daarom zorgvuldig en binnen de grenzen van de privacywetgeving gebeuren. Er zijn mensen onterecht aangezien voor zedendelinquenten. Zij werden slachtoffer van de vendetta die momenteel tegen zulke mensen wordt gevoerd. Dat is natuurlijk vreselijk.’

Malou van Hintum is journalist.

Deel met anderen
Dit interview behandelt het vraagstuk Assertieve burgers, Civil society, Privacy. Bewaar de permalink. Volg reacties op dit interview via RSS feed van dit artikel.

Eén reactie

  1. Hans van der Schaaf
    Geplaatst 30 juni 2012 om 19:10 Permalink

    Begin jaren tachtig was ik de eerste socioloog bij een politiekorps. Het maken van een beleidsplan was toen ‘hot’. In Leeuwarden was het formuleren van een doelstelling van de politiezorg een hele klus. Het werd: “Het bijdragen aan de veiligheid en leefbaarheid van de Leeuwarder samenleving. En de politie begint daar waar de burger het niet meer kan of mag”. WMO dus avant la lettre.
    Er werden toen diverse analyses gemaakt op wijkniveau hoe de veiligheidsproblematiek er uit zag. En hoe daar mee om te gaan. Met name ook wat de burger zelf kon doen. Maar aanvullend onderzoek was nodig. Maar daar voelde VVD en CDA niet voor. Einde oefening dus.
    We zijn nu ruim dertig jaar verder. Het is blijkbaar nog steeds een moeilijk onderwerp. En de samenleving is sterk anders geworden. Het is een samenleving waar de veiligheidszorg een stuk ingewikkelder is geworden. Met dus ook andere kansen en bedreigingen wat betreft dit soort van ontwikkelingen.
    Maar ga er alsjeblieft gewoon mee door. Want een andere keuze is er niet.

Reageer!

Uw e-mailadres wordt nooit gepubliceerd of met derden gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*
*