Zoals Dostojevski in zijn boek Misdaad en straf (1866) al schreef, kun je de rechtvaardigheid van een samenleving niet beoordelen op hoe men met modelburgers omgaat, maar juist op hoe men omgaat met mensen die delicten plegen. Maar hoe gaan wij dan om met mensen die zich niet als modelburger gedragen? En hoe rechtvaardig en effectief is ons strafrechtssysteem nou eigenlijk precies? En maakt het in dit verband nog uit of degene die delicten pleegt een psychische stoornis heeft?
Het waarborgen van de maatschappelijke veiligheid is een belangrijke functie van het strafrecht. Het Nederlandse strafrecht kent een breed arsenaal aan sancties dat kan bijdragen aan het bieden van die bescherming, waaronder vormen van detentie zoals gevangenisstraf of een tbs-maatregel.
Het vermijden van risico op strafbaar gedrag speelt een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse strafrecht
Met het opleggen van een van deze sancties kan een dader tijdelijk uit de maatschappij worden verwijderd om zo herhaling te voorkomen, maar detentie kan ook breder bescherming bieden doordat het een afschrikwekkende functie heeft.
Het vermijden van risico op strafbaar gedrag speelt een steeds belangrijkere rol in het Nederlandse strafrecht. Dit zie je onder andere terug bij de gevangenisstraf en tbs-maatregel, waar het risico op herhaling bijvoorbeeld een rol speelt bij de vraag of iemand op verlof mag. Maar ook de hogere straffen reflecteren deze ontwikkeling.
Detentie: gevolgen voor het brein
Toch is het maar de vraag of het tijdelijk detineren van mensen de maatschappij uiteindelijk veiliger maakt. Er kan bijvoorbeeld detentieschade optreden: door detentie kunnen (psychische) problemen ontstaan die re-integratie in de samenleving kunnen bemoeilijken en een kans op herhaling van het gedrag in de hand kunnen werken.
Uit onderzoek blijkt dat een gevangenisstraf nadelige gevolgen kan hebben voor het brein
Hoewel het inzicht dat door detentie schade kan ontstaan niet nieuw is, hebben ontwikkelingen in de neuropsychologie wel een nieuwe impuls gegeven aan de discussie hierover. Uit recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een gevangenisstraf nadelige gevolgen kan hebben voor het brein, zoals een verminderd vermogen tot zelfcontrole en een toename van antisociaal gedrag. Deze nadelige gevolgen voor het brein lijken samen te hangen met een verblijf in een verarmde omgeving met weinig prikkels. Een gevangenis kan worden gezien als zo’n verarmde omgeving.
Tegelijkertijd geldt dat detentie zoveel als mogelijk in het teken moet staan van terugkeer in de samenleving (resocialisatiebeginsel). De maatschappelijke belangen van een soepele terugkeer in de samenleving zijn immers groot, namelijk het voorkomen dat iemand opnieuw de fout ingaat.
Het Nederlandse strafrecht is een schuldstrafrecht
Hoewel detentie dus als een belangrijk middel wordt gezien om de maatschappelijke veiligheid te waarborgen, is het tegelijkertijd de vraag of dit in alle gevallen ook lukt. De schadelijke gevolgen van een detentie voor het brein kunnen ervoor zorgen dat die soepele terugkeer in de samenleving juist moeilijker wordt.
Dilemma’s bij psychische problematiek
Het Nederlandse strafrecht is een schuldstrafrecht, wat inhoudt dat een dader alleen strafbaar is wanneer het strafbare feit aan hem of haar kan worden toegerekend. Om strafrechtelijk verantwoordelijk te kunnen worden gehouden, is het wel nodig dat iemand weet wanneer iets strafbaar is en wanneer niet en zelf kan bepalen wat hij of zij doet. Als iemand, bijvoorbeeld vanwege een psychische stoornis, hiertoe niet in staat is, dan kan daar binnen het strafrecht rekening mee worden gehouden.
Als de verantwoordelijkheid ontbreekt kan er geen gevangenisstraf worden opgelegd
Op grond van artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht kan de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in zo’n geval worden beperkt of wegvallen. Als de verantwoordelijkheid ontbreekt (ontoerekeningsvatbaarheid) kan er geen gevangenisstraf worden opgelegd (er kan dan immers niet worden gestraft), maar wel een tbs-maatregel. Deze maatregel hangt dus niet samen met de mate van schuld, maar richt zich primair op de beveiliging van de samenleving.
Volledige ontoerekeningsvatbaarheid komt in de praktijk echter niet vaak voor. Vaker gebeurt het dat iemand in verminderde mate verantwoordelijk wordt gehouden voor het strafbare gedrag (verminderd toerekeningsvatbaar). In zo’n geval kan voor het gedeelte waarvoor iemand wel verantwoordelijk wordt gehouden wél een straf worden opgelegd. Als sprake is van een ernstig feit, zoals moord of doodslag, kan dit betekenen dat bij verminderd toerekeningsvatbare daders naast een tbs-maatregel ook een gevangenisstraf wordt opgelegd.
In lijn met de hiervoor geschetste ontwikkeling van het beheersen van risico’s, lijkt er een tendens dat de straffen in de laatste jaren steeds hoger worden, óók in geval van (sterk) verminderde toerekeningsvatbaarheid. In de praktijk kan dit leiden tot lange straffen, waarna volgens vaste volgorde aansluitend een tbs-maatregel wordt uitgevoerd, die ook jaren kan duren.
Een dader met psychische problematiek krijgt niet altijd gelijk de behandeling die nodig is
Hoewel er tijdens een gevangenisstraf zeker aandacht kan zijn voor psychische problematiek, is in het reguliere gevangeniswezen intensieve psychische zorg niet beschikbaar. Dit betekent dus dat een dader met psychische problematiek niet altijd gelijk de behandeling krijgt die nodig is, wat mogelijk kan leiden tot een verergering van stoornissen.
Deze combinatie van sancties (en vooral een lange gevangenisstraf naast tbs) roept de vraag op in hoeverre het effectief en rechtvaardig is om mensen pas na een lange gevangenisstraf intensief te behandelen voor hun psychische problematiek, terwijl we ze juist vanwege die problematiek in minder mate verantwoordelijk vinden voor wat ze hebben gedaan.
Rechtvaardig en effectief sanctioneren
De vraag komt dan ook nadrukkelijk op hoe rechtvaardig en ook hoe zinvol het huidige strafrechtssysteem van detentie is, kijkend naar het doel dat wordt nagestreefd – namelijk maatschappelijke veiligheid en risicobeheersing – afgezet tegen de mogelijke negatieve effecten van detentie op zowel het individu als op de maatschappelijke veiligheid.
Hoewel psychische problematiek de strafrechtelijke verantwoordelijkheid (deels) kan wegnemen, wordt ook deze groep soms streng bestraft
Het beperken van strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor personen met psychische problematiek past binnen een rechtvaardige samenleving. Hoewel psychische problematiek de strafrechtelijke verantwoordelijkheid (deels) kan wegnemen, wordt ook deze groep soms streng bestraft.
Het blijft de vraag in hoeverre dit daadwerkelijk effectief en rechtvaardig is en of de maatschappij daarbij het meest gebaat is. Het is dan ook belangrijk om, zowel in het wetenschappelijke en maatschappelijke debat als in de dagelijkse praktijk van het sanctioneren, aandacht te hebben voor de negatieve gevolgen van detentie.
Laura van Oploo is universitair docent Straf(proces)recht bij Tilburg University. Lydia Dalhuisen is universitair docent Forensische psychiatrie en psychologie bij de Universiteit Utrecht.
Foto: Timur Weber via Pexels.com