‘In de kritiek van populistische politici op de rechtsstaat zit een kern van waarheid.’ De vraag aan Ybo Buruma was of de rechtsstaat het voor een deel aan zichzelf te wijten heeft dat die momenteel onder druk staat.
‘Vanaf de jaren zeventig is de rechtsstaat steeds voller geworden. Eerst was er de, in mijn ogen, zeer terechte versterking van de rechten van groepen mensen. Denk aan verdachten, consumenten, patiënten, soldaten, gedetineerden. Mensen die waren overgeleverd aan de grillen van degenen die hun meerderen waren. Daar kwam vanaf eind jaren negentig iets bovenop: het verlangen om iedere vorm van slachtofferschap te voorkomen. Dat werd vertaald naar regels en wetten waarmee om voortdurende verantwoording werd gevraagd. Dat heeft tot een overkill aan recht geleid.’
‘Er zijn allerlei wetten en regels ontstaan die een gevoel van overmatige beperking opleveren’
Buruma heeft in dezen recht van spreken. Niet alleen was hij tot voor kort raadsheer in de Hoge Raad, het belangrijkste rechtsorgaan in Nederland, en is hij emeritus hoogleraar Strafrecht. Recent publiceerde hij ook De onvoltooide rechtsstaat, een rijk en indrukwekkend boek waarin hij de ontwikkeling van twee eeuwen rechtsstaat in Nederland schetst. Twee eeuwen, want daarvoor kun je niet spreken van het bestaan van een rechtsstaat. Het boek is een verhelderende spiegel voor de actuele zorgen over kwaliteit en voortbestaan van die rechtsstaat.
‘Je mag tegenwoordig ook niks meer’ ‒ mensen die dat zeggen, hebben een punt?
‘Laat ik twee alledaagse voorbeelden noemen. Als je op de fiets telefoneert, kun je een boete krijgen van 149 euro. Ik snap dat het niet mag als je in de auto zit omdat je dan een gevaar bent voor medeweggebruikers. Maar op de fiets? ‘Ja, dat is voor uw eigen veiligheid.’ Ja zeg, mag ik dat zelf bepalen, denkt de burger dan. Of vuurwerk. Mensen die heel nare ervaringen hebben met vuurwerk, vinden het geweldig dat het niet meer mag. Maar het is ook niet moeilijk om mensen te vinden die denken: waarom mag dit nou ook niet meer? Zo zijn er op het gebied van milieu, gezondheid, kwaliteit, veiligheid allerlei wetten en regels ontstaan die ieder op zich verdedigbaar zijn maar bij elkaar genomen een gevoel van overmatige beperking opleveren. Voor burgers, maar ook voor professionals.’
De rechtsstaat is zich in de jongste decennia in de eigen staart gaan bijten?
‘Er is een optelsom geweest die, denk ik, terecht weerstand oproept in de samenleving. Als je even pech hebt, zijn er vier toezichthouders bij het werk dat je doet. Of komen er drie verschillende visitatiecommissies langs. We discussiëren nu of mensen op de fiets verplicht een helm op moeten hebben. Veel neurologen zijn daar wellicht voor, maar moet dat in een wet, en moet dat strafbaar zijn als je dat niet doet? Dat doet wat met mensen. We proberen alles goed te doen, en hebben vervolgens wel heel veel regels gemaakt. Dat heeft geleid tot een flinke verkalking van het rechtssysteem.’
‘De rechtsstaat draait er in de kern om dat je als individu kan opkomen voor je belang’
Er valt dus wel wat te zeggen over de actuele kwaliteit van de rechtsstaat. Maar verder dan dat gaat het begrip van Buruma voor populistische critici niet. Het idee dat de rechtsstaat een instrument zou zijn van de politieke opvattingen, ‘D66-rechters’, vindt Buruma een fundamenteel verkeerd frame. En dan gaat het hem niet eens om de vraag of die rechter als burger nou wel of niet op D66 stemt.
‘Dit soort discussies sleuren je als het ware mee in een politiek discours; dat de rechtsstaat iets van de politiek zou zijn. Maar dan verlies je uit het oog dat die rechtsstaat in de kern om iets anders draait, namelijk dat je als individu, als burger in een concrete situatie kan opkomen voor je belang.’
Waarom is dat een essentieel punt in de discussie over het al dan niet politieke karakter van de rechtsstaat?
‘Het gaat vaak over de trias politica: de verhouding tussen de uitvoerende, de wetgevende en de rechtsprekende macht. Maar de rechtsstaat heeft een andere kant. En in het dagelijks leven van burgers is die veel belangrijker: de burger kan een probleem voorleggen aan een rechter en die doet daar vervolgens een uitspraak over. Dat kan dus ook een probleem met de overheid zijn. De rechtsstaat geeft de individuele burger een stem.’
En dat recht hebben alle burgers, welke politieke oriëntatie je ook hebt.
‘Precies. Het geldt bijvoorbeeld voor boeren die last hebben van onduidelijk overheidsbeleid. Ik werk mee aan een podcast [Goliath genaamd, red.] en daarin bespraken we recent de casus van een mevrouw in de thuiszorg die vier dagen per week werkt, maar door haar arbeidsconstructie geen recht zou hebben op WW. Zo’n mevrouw kan ook via de rechter haar recht halen.’
Dan moet je als burger wel de weg naar die rechtsstaat weten te vinden. Dat lijkt voor de meer theoretisch opgeleide, financieel beter verdienende burger toch wat makkelijker.
‘Terecht punt. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de 800.000 arbeidsmigranten in Nederland die weinig besef hebben van hun juridische mogelijkheden. En, breder nog, aan ongeveer een derde van de Nederlandse bevolking voor wie de gang naar de rechter te duur is. Daarom is de kaalslag in de sociale advocatuur ook zo’n slechte zaak. Maar dat het grondrecht om naar een rechter te stappen er überhaupt is, dat het in twee eeuwen tijd voor iedereen beschikbaar is geworden, is zo’n belangrijk fundament onder de manier waarop wij samenleven.’
Er zijn ook groepen burgers ‒ ik denk aan de toeslagenaffaire, maar ook aan de slachtoffers van de gaswinning in Groningen ‒ die echt teleurgesteld zijn geraakt in de rechtsstaat. Die ervaren dat de rechtsstaat niet gelijk rechtvaardigheid betekent.
‘Daar maak ik me ook zorgen over. Politici beloven in reactie op breed levende gevoelens in de samenleving van alles – over fraudebestrijding of schadevergoeding na slachtofferschap. Maar als juist aan de zwaarst getroffen slachtoffers niet geleverd wordt, dan leidt dat tot breed gevoelde onvrede. Je kunt je dan afvragen of de zeer begrijpelijke frustratie van die mensen over de politiek of over de rechtsstaat gaat, maar voor die mensen is dat natuurlijk één pot nat. Die hebben scheuren in hun muur en snappen niet waarom ze niet gezien worden. Ik denk dat hier echt werk aan de winkel is voor mensen die uitvoering geven aan de rechtsstaat. Dat heeft dus niet te maken met het politieke karakter van de rechtsstaat, maar met de kwaliteit van de rechtsstaat op zich.’
‘We zijn doorgeschoten in wat we denken te kunnen regelen’
In zijn boek De onvoltooide rechtsstaat beschrijft Ybo Buruma zeven fasen in de ontwikkeling van de rechtsstaat. Van ‘modernisme’ via ‘wederopbouw’ naar ‘de risicosamenleving’. Iedere periode had haar eigen culturele oriëntatie, haar eigen politieke voorkeuren die doorwerkten in de ontwikkeling van de rechtsstaat. Volgens Buruma staan we nu weer op een kantelpunt ‒ vandaar, in zijn ogen, ook het huidige ongemak over de rechtsstaat.
‘Die populistische partijen zijn volgens mij deels het gevolg van wat er in de democratische rechtsstaat is misgegaan. We zijn doorgeschoten in wat we denken te kunnen regelen, te kunnen vastleggen over hoe mensen samenleven. En we zitten nu in een transitie. De overheid probeerde voor iedereen te zorgen, ‘geen slachtoffers meer’, en nu bewegen we daarvan weg.’
Dat politici de rechtsstaat aanvallen hoort daarbij?
‘Het is wel begrijpelijk, maar daarmee nog niet juist, laat staan goed. Als politici boos worden op de rechter die de Europese stikstofregels toepast vanwege de ernstige gevolgen voor de boeren, dan zijn ze boos op de rechter als boodschapper van wat – ook Nederlandse – politici in Brussel hebben afgesproken. Die rechtsregels zijn een feit. Politici zijn er misschien voor om zich niet bij feiten neer te leggen. Maar met hun kritiek op de onafhankelijke rechters, en bijvoorbeeld ook op het recht op woonruimte voor mensen met een verblijfsvergunning – kritiek dus op wezenlijke kenmerken van de rechtsstaat – doen ze de lege belofte dat zij die feiten ‘ineens’ kunnen veranderen.’
In welke richting gaat de rechtsstaat zich ontwikkelen?
‘Het perverse gevolg van de nadruk op slachtofferschap in de afgelopen decennia is dat eigenlijk iedereen gewantrouwd wordt. Iedereen is een risico voor de ander. Dat vinden we niet fijn. De boer is iemand die op zijn manier ook voor natuur wil zorgen. De Nederlander met een Marokkaanse achtergrond rijdt in een dure auto omdat hij op een groot advocatenkantoor werkt. De witte praktisch opgeleide vrouw is geen racist als zij haar buurt heeft zien veranderen en zich onbeholpen uitdrukt.’
Het meisje op de fiets…
[Lachend] ‘…is een meisje dat gewoon gezellig aan het bellen is op haar fiets.’
En de rechtsstaat in Nederland kan wel een stootje hebben, er komt gewoon een volgende fase.
‘Ik snap dat mensen zich zorgen kunnen maken, zeker als je naar de wereld om Nederland heen kijkt. Maar Oost-Europa en de Verenigde Staten hebben een andere geschiedenis dan wij. Met zulke vergelijkingen moet je echt oppassen. Wij zijn van oudsher een handelsland. Het belang van rechters werd twee eeuwen geleden al hoog ingeschat, ze waren nodig om conflicten tussen handelaren te beslechten. De rechtsstaat heeft zich in Nederland min of meer autonoom kunnen ontwikkelen, van onderop, vanuit de rechtsstaat zelf. En dat gaat gewoon door.’
Piet-Hein Peeters is freelancejournalist.
Foto: Bob Bronshoff