Jeroen van der Waal (1974) is hoogleraar Sociologie van de Stratificatie aan de Erasmus Universiteit. Stratificatie-sociologen houden zich bezig met sociale hiërarchieën, zoals gender, ras en klassen. Van der Waal richt zich op de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden.
In zijn boek Spookkloven bestrijdt socioloog Jan Willem Duyvendak dat de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden überhaupt zou bestaan.
‘Dat heb ik inderdaad meegekregen, maar ik kijk daar anders tegenaan. Zijn voornaamste argument is dat verschillen tussen praktisch en theoretisch geschoolden lang niet altijd zijn toegenomen. Dat is waar. Maar ondertussen zien we dat ze de laatste tientallen jaren steeds minder met elkaar te maken hebben. Ze komen elkaar minder tegen, gaan minder met elkaar om en wonen en komen op andere plekken. Relatievorming is qua type opleiding meer gesegregeerd geworden.’
‘We hebben we een samenleving waarin formele instituties gerund worden door theoretisch opgeleiden’
Hoogopgeleiden trekken zich terug in hun bubbel?
‘Je ziet in elk geval dat ze steeds meer op elkaar zijn gaan lijken in hoe ze tegen de wereld aan kijken en wat ze mooi vinden. En inmiddels hebben we een samenleving waarin formele instituties zoals de politiek, wetenschap, rechtspraak en alle organisaties die daaromheen cirkelen, gerund worden door theoretisch opgeleiden. Dat is niet vreemd; vaak hebben ze daar ook voor geleerd. Maar die mensen hebben wel een specifiek perspectief op de samenleving, dat vaak wezenlijk verschilt van het wereldbeeld van praktisch opgeleiden. En let wel, dat is zo’n beetje twee derde van de mensen.’
Je zegt ook dat hoog- en laagopgeleiden met dedain naar elkaar kijken, iets wat volgens Duyvendak ook al niet het geval is.
‘Ik vind dat een heel specifieke lezing van de onderzoeksliteratuur. Er is best veel onderzoek dat aantoont dat dit wel het geval is. Duyvendak beroept zich op mijn collega Will Tiemeijer, die gevoelsthermometers heeft bekeken waaruit blijkt dat theoretisch geschoolden geen negatieve gevoelens hebben over praktisch geschoolden. Maar die thermometer meet geen neerkijken op of dedain.’
‘Onderzoek laat zien dat theoretisch opgeleiden praktisch opgeleiden minder ontwikkeld en minder menselijk vinden’
Dat ligt gevoeliger bij respondenten?
‘Ja. Toegeven dat je neerkijkt op mensen is niet bon ton, zeker niet voor een groep als hoogopgeleiden die niet te boek wil staan als intolerant. Er zijn experimenten waaruit blijkt dat theoretisch opgeleiden de voorkeur geven aan een politicus met een theoretische opleiding. Survey-onderzoek in andere Europese landen1 laat zien dat theoretisch opgeleiden praktisch opgeleiden minder ontwikkeld en minder menselijk vinden, ze betwijfelen of ze wel stemrecht mogen hebben. Daarnaast zijn er veel theoretisch opgeleiden, waaronder vakgenoten, die toegeven dat ze het dedain om zich heen ervaren.’
Acht je het daarmee voldoende bewezen?
‘Wat ik eigenlijk een belangrijker punt vind is dat heel veel empirisch onderzoek onomstreden laat zien dat er dedain is voor veel kenmerken van praktisch opgeleiden. Ik geef vaak lezingen voor een theoretisch opgeleid publiek en dan vraag ik: ‘Wie kent het Mega Piratenfestijn?’ En dat kent dan bijna niemand. Terwijl het geen klein esoterisch dingetje is, maar een massaal evenement met een miljoenenpubliek. De enkeling die het kent, zie je dat met een zekere schroom toegeven en wie ernaartoe is gegaan, dúrft bijna zijn vinger niet op te steken. Terwijl als ik vraag: ‘Wie heeft hier Dostojevski gelezen?’ de handen massaal en trots omhoogschieten.
‘Klappen als een vliegtuig landt? Theoretisch opgeleiden draaien met hun ogen’
Hetzelfde geldt voor politieke opvattingen die je vaak bij praktisch opgeleiden tegenkomt: autoritair, law & order en anti-EU. Daar wordt op neergekeken. Klappen als een vliegtuig landt? Theoretisch opgeleiden draaien met hun ogen. Ik kan de hele middag vullen met voorbeelden.’
En toch durven ze het niet toe te geven.
‘Will Tiemeijer zegt op een gegeven moment: ‘Laten we het weer over de inhoud hebben.’ Want wat hij met zijn meting wel bovenkrijgt, is dat theoretisch opgeleiden grote afstand voelen tot PVV-stemmers. Maar dat zijn nou juist bij uitstek praktisch opgeleiden! Dus wat je uit zijn onderzoek zou kunnen halen, is dat theoretisch opgeleiden zeker niet neerkijken op praktisch opgeleiden, mits ze De Groene Amsterdammer lezen en GroenLinks-PvdA stemmen. Een moment waarop dat duidelijk wordt, is als een kind richting het vmbo dreigt te gaan en alle registers worden opengetrokken om dat te voorkomen. En met angst voor armoede heeft dat niks te maken; iedereen weet dat een loodgieter een goede boterham kan verdienen.’
Hebben mensen met een praktische opleiding ook het gevoel dat er op ze wordt neergekeken?
‘Absoluut. Zeker bij ontmoeting in formele instituties, van rechters tot het consultatiebureau. En hier raak je meer aan de focus van mijn eigen onderzoeksgroep: de ervaring van mensen. Die is namelijk cruciaal om te begrijpen waarom mensen de dingen doen die ze doen. Dat weten we ook uit onderzoek naar andere aspecten van stratificatie, zoals gender en ras. Vrouwen en mensen van kleur die seksisme en racisme ervaren, hebben vaker een slechte mentale gezondheid en voelen zich minder gerechtigd om politiek te participeren.’
Berust de kloof tussen praktisch en theoretisch geschoolden nog op andere kenmerken?
‘De communicatiestijl bijvoorbeeld. Ik belandde zelf via een omweg op de universiteit en die omfloerste, tentatieve, voorzichtige manier van spreken was mij wezensvreemd. Ik begreep nauwelijks wat er bedoeld werd.’
Kun je iets over die omweg vertellen?
‘Ik kom uit een familie van tegelzetters en truckers uit Sliedrecht. Ik ben van twee middelbare scholen gestuurd en daarna waren er in mijn omgeving twee opties: stratenmaker of de binnenvaart. Ik koos het laatste. Ik had veel pientere collega’s met wie ik het soms over boeken had. Advocaat van de hanen, van A.F.Th. van der Heijden, maakte veel indruk. Zo ontstond het idee om te gaan studeren, eerst modules op de Open Universiteit en later aan de Erasmus. En terwijl ik in ploegendiensten in de haven werkte, ben ik met klinkende cijfers door de studie gerold.’
Inmiddels doe je onderzoek naar PVV-stemmers, wat beweegt hen?
‘In alle westerse landen zie je dat rechts-populistische partijen een autoritair deel van de bevolking weet aan te spreken. Autoritair houdt in: een rigide sociale orde die, als deze verstoord wordt, stevig mag worden aangepakt. Dus hard straffen, moeite met etnische diversiteit, tegen migratie en een autoritaire opvoedstijl. Het betekent zelfs dat het groen tussen je tuintegels eruit moet, omdat het er nou eenmaal uit moet. En we weten al vanuit meer dan vijftig jaar survey-onderzoek dat deze mensen politiek slecht worden bediend tot er rechts-populistische partijen opstaan.’
‘Mensen zijn niet autoritairder of racistischer geworden, de politiek is alleen meer hun kant opgeschoven’
Helemaal niks nieuws dus.
‘Zeker niet. Mensen zijn niet autoritairder of racistischer geworden de laatste decennia, de politiek is alleen meer hun kant opgeschoven. En dit is niet zo’n fijne boodschap, maar het leeuwendeel van de mensen denkt in negatieve etnische stereotypen, ongeacht hun eigen huidskleur of etnische afkomst.’
Kunnen mensen nog van zo’n wereldbeeld afkomen?
‘Opleiding is de beste voorspeller voor een autoritair wereldbeeld. Dat werkt twee kanten op. Met zo’n rigide wereldbeeld kom je minder snel op een universiteit terecht. Voor alfa- en gamma-studies werkt het ook niet echt als je op meerdere manieren naar de werkelijkheid moet kijken. Maar onderzoek2 toont ook aan dat je het op de universiteit kwijtraakt, want die studies zijn ergens gewoon een oefening in anti-autoritarisme.’
Jij zegt dat het PVV-sentiment niks nieuws is, maar collega-wetenschappers, zoals Peter Scholten, stellen dat bepaalde emoties worden aangewakkerd door politici en media.
‘De vraag is wat je uitlicht uit dat autoritaire wereldbeeld. Dus het vraagstuk dat je politiek saillant maakt, is het vraagstuk waarop mensen hun stem zullen baseren. Toen het tot de jaren zeventig nauwelijks over migratie ging, maar over economische herverdeling, stemden praktisch opgeleiden nog links.’
Is het geen hopeloze kwestie voor linkse partijen om deze kiezers terug te winnen?
‘Een mooi voorbeeld was de video van Habtamu de Hoop, de jonge PvdA’er, waarin hij in het Fries reageerde op racistische uitspraken van Johan Derksen. De Hoop zei dat hij geen tijd en zin had in deze flauwekul en weer aan het werk ging. Dat toontje is een geluid dat bij de doorsnee praktisch opgeleide aanslaat. En in de meeste campagnes, bijvoorbeeld over duurzaamheid, raken hoogopgeleiden alleen bij zichzelf een gevoelige snaar: als je er zelf enthousiast van wordt, is dat een eerste indicatie dat je niet goed zit.’
‘Intolerantie is niet voorbehouden aan witte mensen. Maar daarover schieten theoretisch opgeleiden in de kramp’
Heb je nog meer praktische tips om praktisch geschoolden wél te bereiken?
‘Willen we dat praktisch opgeleiden gezonder, toleranter en klimaatbewuster leven? Of willen we dat ze meer als theoretisch opgeleiden leven? Dat eerste, zegt iedereen. Maar alle initiatieven worden door praktisch opgeleiden gezien als dat tweede. Dus je kunt beginnen met andere argumenten te gebruiken die wel resoneren bij praktisch opgeleiden.’
Is het ergens begrijpelijk dat hoogopgeleiden neerkijken op bepaalde kenmerken van het autoritaire wereldbeeld?
‘Voor sommige, meer intolerante aspecten, vind ik het zeker begrijpelijk. Maar het gaat vaak gepaard met een dedain voor, bijvoorbeeld, meiden op het mbo met lange nagels en plakwimpers. Kun jij me uitleggen wat daar fout aan is? Wat is er mis met luisteren naar André Hazes? En wat ook opvallend is: intolerantie is niet voorbehouden aan witte mensen. Maar daarover schieten theoretisch opgeleiden in de kramp.’
Tara Lewis is freelancejournalist. Dit interview is een bewerking van De Sociologie Show #12, de podcast die je kunt beluisteren op Spotify.
Noten
1 Sainz, Mario & Alexandra Vázquez (2024). Not all ballots should be considered equal: How education‐based dehumanization undermines the democratic social contract. British Journal of Social Psychology, 63(2), 658-680
2 Ladd, Everett C. & Seymour M. Lipset (1975). The divided academy: Professors and politics. New York: McGraw-Hill; Lipset, Seymour M. (1982). The academic mind at the top: The political behavior and values of faculty elites. Public Opinion Quarterly, 46(2), 143-168; Werfhorst, Herman G. van de (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in Europe. British Journal of Sociology, 71(1), 47-73; Gabennesch, Howard (1972). Authoritarianism as world view. American Journal of Sociology, 77(5), 857-875; Houtman, Dick (2003). Class and politics in contemporary social science. “Marxism lite” and its blind spot for culture. New York: Aldine de Gruyter; Manevska, Katerina (2014). Beyond the ethnic divide: Toward a cultural-sociological understanding of ethnocentrism. Dissertatie. Erasmus Universiteit Rotterdam
Credit portretfoto: Foto Bob Bronshoff