Impact sociaal werk nauwelijks vertaalbaar in klinkende statistiek

Impact laat zich vaak aflezen in details. Volgens Radboud Engbersen en Roos Pijpers is het belangrijk om subtiele vormen van impact te erkennen en te benutten. Impact is geen eindresultaat; het is iets wat wordt bewerkstelligd in de praktijk van het sociaal werk.

Ruim tien jaar geleden noemde Lynn Berger ‘impact’ ‘het toverwoord van deze tijd’,1 Trouw-redacteur Edwin Kreuken stelde zo’n zes jaar later (2020) vast ‘dat alles maar tegenwoordig impact heet’.2 Het invasieve leenwoord lijkt vandaag de dag met een nog hogere frequentie in alle mogelijke circuits op te duiken. In politiek, beleid, wetenschap, kunsten, sport, bedrijfsleven, ja ook in het sociaal domein. Er zijn inmiddels impact gedreven organisaties, onderzoeksbureaus, managers, trainingsinstituten en fondsen. Werkgevers vragen in personeelsadvertenties om personeel dat impact weet te realiseren.3

Dit artikel is gericht op uitvoeringspraktijken van sociaal werk.4 Ook daar is impact een thema geworden. Geen enkele maatschappelijke organisatie kan het negeren, alleen laat impact zich in het sociaal werk bijna nooit in successlogans of klinkende statistiek vangen. Impact laat zich daarentegen wel vaak aflezen in subtiele en betekenisvolle details. In dit artikel betogen we dat het belangrijk is om deze subtiele vormen van impact te erkennen en te benutten. Het gaat erom dat we inzien dat impact geen eindresultaat is; het is iets wat wordt bewerkstelligd in de dagelijkse praktijk van het sociaal werk. En dat vraagt om een hoge mate van professionaliteit. Het is belangrijk om daar oog voor te hebben.

Suggestie van iets krachtigers

In het sociaal werk duikt het woord ‘impact’ altijd in twee contexten op. In de eerste gaat het om personen of organisaties die impact nastreven, zoals het verminderen van eenzaamheid, het versterken van het samenleven in buurten of het re-integreren van ex-gedetineerden. Het zijn zomaar enkele voorbeelden. In de tweede context gaat het om personen, organisaties of samenlevingen die impact ondergaan. Denk aan de impact van opgroeien in armoede, of van ouder worden met een beperkt sociaal netwerk om je heen. Maar ook aan de gevolgen die impact hebben op de levens van mensen bij of na grote gebeurtenissen. Slachtoffers van de toeslagenaffaire en vluchtelingen uit bijvoorbeeld Oekraïne en Syrië kunnen daarvan getuigen.

Aandacht voor de effecten van professioneel handelen heeft het sociaal werk altijd vergezeld

De voorbeelden maken duidelijk dat ‘impact’ geen nieuw concept is; het is een verzamelwoord voor wat ook is aan te duiden met ‘uitwerking’, ‘doorwerking’, ‘invloed’, ‘effect’, ‘resultaat’, ‘bereik’ of ‘outcome’. In het geval van ‘impact’ is er sprake van herlabeling. Je zegt met ‘impact’ eigenlijk hetzelfde, maar het bijna-synoniem geeft de suggestie van iets nieuws, fris en krachtigers. We gaan impact maken!

Hier past direct de kanttekening dat aandacht voor de effecten van professioneel handelen het sociaal werk altijd heeft vergezeld. Het is dus niet zo dat die aandacht pas is ontstaan met het gebruik van het woord ‘impact’; daarmee zouden we vorige generaties sociaal werkers tekortdoen. Niettemin is de huidige ‘impact-explosie’ opvallend. Twee verklaringen dienen zich daarvoor aan. De eerste is de vlucht die new public management in de (semi-)publieke sector heeft genomen vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw. Centraal in deze beweging – voortgekomen uit managementtechnieken van het bedrijfsleven – staat het meten van prestaties in getallen (Van der Kolk 2021).5 De ‘impact-explosie’ gaat dan ook hand in hand met de ‘meet-explosie’.

De gewenste impact is bijna altijd door beleidsmakers en managementlagen geformuleerd

De tweede verklaring is wat speculatiever en verbindt de opkomst van ‘impact’ met een narcistische cultuur waarin iedereen op zoek is naar erkenning, bevestiging en waardering in de vorm van aantallen likes, citaties, publicaties, topposities op lijstjes en hoge kijk-, luister- en waarderingscijfers. De actualiteit van Christopher Lasch’s The culture of narcissism (1979) werd onlangs bij de heruitgave van de Nederlandse vertaling benadrukt.6 Anne Goossensen, werkzaam als hoogleraar aan de Universiteit van Humanistiek en als lector aan de Avans Hogeschool, spreekt van shinen op LinkedIn. Ook wetenschappers willen en moeten gezien worden.7

Betekenissen en beelden

Bij uitspraken over ‘impact’ in het sociaal werk is het belangrijk om de breedte van het werkveld van sociaal werkers in het oog te houden. Sociaal werkers zijn op heel verschillende plekken actief. In het wijkwelzijnswerk – denk aan jongerenwerk en opbouwwerk – maar ook in de zorg, het onderwijs en op terreinen van reclassering, maatschappelijke opvang, arbeidsreïntegratie en zo meer. De diversiteit van het werkveld zorgt ervoor dat de mogelijk te realiseren impact enorm kan verschillen. In het jongerenwerk bijvoorbeeld werken sociaal werkers met adolescenten die nog een heel leven voor zich hebben. Daar kan een interventie evident zichtbaar van grote betekenis zijn.8

In het geval van cliënten in hun laatste levensfase ligt dat anders. Een spectaculair genezingsproces zit er niet meer in, maar wat dan wel? Welke impact kunnen sociaal werkers hier maken en hoe is deze te formuleren? Hetzelfde geldt voor personen met gevorderde dementie. Er is het cognitieve en fysieke verval dat niet is terug te draaien. Opnieuw: welke impact is hier te realiseren en hoe deze te omschrijven?

Bij het formuleren van hun impact worden sociaal werkers gehinderd door gewenste beelden van impact. De gewenste impact is bijna altijd door beleidsmakers en managementlagen geformuleerd. Deze gewenste dominante beelden kenmerken zich door hoge verwachtingen en zijn meestal geconceptualiseerd in termen van ‘vooruitgang’, ‘verbetering’ en ‘positieve verandering’. Ze komen onder andere tot uiting in participatieladders, woonladders, stappenplannen en aanpakken om je sociaal netwerk te vergroten of de functionaliteit ervan te verbeteren (zie figuur 1 en 2). De weg is altijd omhoog en de beweging is altijd van de marge naar het centrum. Zelfs een term als ‘herstel’, oorspronkelijk in de ggz bedoeld om complexe persoonlijke herstelprocessen mee te duiden, wordt in beleid geassocieerd met het behalen van doelen en lineaire vooruitgang.

Sociale stijging of sociale stabilisatie?

Het is begrijpelijk dat impact omgeven is met beelden van stappen vooruit. De geschiedenis van het sociaal werk staat in het teken van verheffing, sociale mobiliteit en achterstandsbestrijding. Niettemin zijn deze begrippen in veel situaties niet de meest adequate om de impact van sociaal werkers te verwoorden. Socioloog Josien Arts spreekt met verwijzing naar het werk van Laurent Berlant van ‘wreed optimisme’ (cruel optimism).9 De overspannen verwachtingen en eisen van beleidsmensen en managers zadelen sociaal werkers op met frustraties van tekortschieten én irritaties over het niet serieus nemen van hun vakmanschap.

Heeft een wijkteamlid nul impact gerealiseerd als deze zijn casus niet binnen een half jaar afsluit?

Dit wrede optimisme van overspannen eisen en verwachtingen komt tot uiting in een gewenste narratieve dieptestructuur in het sociaal werk die in grote lijnen het volgende scenario volgt. Iemand verliest door een specifieke gebeurtenis zijn ‘zelfstandigheid’ (bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte, een scheiding of verlies van werk). De persoon kan vervolgens niet meer ‘op eigen benen’ staan en ‘vervalt’ – in meer of mindere mate – tot ‘hulpbehoevendheid’. Vervolgens is er ‘de ondersteuning’, materieel en immaterieel.

In het verleden lag die ondersteuning bij charitas, familie en vrienden, later bij de uitbouw van de verzorgingsstaat meer en meer bij sociaal professionals, en vandaag de dag is het een mix van formele en informele ondersteuners. Zij proberen de persoon idealiter met een tijdelijke ondersteuning weer ‘op de been te krijgen’ zodat de betreffende persoon weer ‘zelfredzaam’ ‘op eigen kracht’ zijn weg kan vervolgen.

Alleen is de werkelijkheid, zo ervaren sociaal werkers elke dag opnieuw, heel anders. Vandaar in het achterliggende decennium ook het verzet binnen het sociaal werk over de nadruk op ‘eigen kracht’. Slechts weinig mensen zijn volledig zelfredzaam (en eigenlijk is niemand dat, mensen zijn per definitie op elkaar aangewezen). Bovendien heeft ondersteuning in veel gevallen eerder een permanent dan een tijdelijk karakter. Zeker in het geval van personen die niet door een specifieke gebeurtenis, maar vanwege een beperking (lichamelijk, verstandelijk, psychosociaal) of vanwege structurele problematiek (bijvoorbeeld kansenongelijkheid die ontstaat door opgroeien in armoede) gedurende lange tijd steun en facilitering nodig hebben. Nu wordt van wijkteams verwacht dat ze een casus binnen een half jaar afronden. Betekent dit dat een wijkteamlid uiteindelijk nul impact heeft gerealiseerd als deze zijn casus niet binnen een half jaar weet af te sluiten?

Uitstroom naar betaald werk

Figuur 1 betreft een participatieladder. Ze zijn in allerlei varianten in net andere formuleringen aan te treffen. De ene gemeente heeft het over ‘matchings-categorieën’, de andere over ‘treden’ of ‘arrangementen’, maar op de bovenste sport van de ladder prijkt altijd regulier betaald werk. Regulier werk is het ijkpunt; de andere categorieën zijn daarvan afgeleid op basis van ‘de geschatte afstand tot de reguliere arbeidsmarkt’. Hoe hoger de sporten, hoe groter de kans op uitstroom naar regulier werk.

Het realiseren van sociale stabilisatie is vaak een realistischer doel dan de inzet op sociale stijging

In het verleden zetten gemeenten de meeste reïntegratie-middelen in voor groepen die men reële kansen toedichtte op snelle uitstroom naar een betaalde reguliere baan. Inmiddels is dat veranderd, maar bezuinigingen kunnen die oude situatie snel weer doen terugkeren.10

Figuur 1 Voorbeeld van een participatieladder

Bron: Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV)

Alleen schommelt sinds jaar en dag de uitstroom naar regulier betaald werk vanuit de bijstand zo rond de 15 procent. De arbeidsmarkt is vooralsnog niet inclusief genoeg voor het uitgangspunt dat deze groep mensen grote sprongen opwaarts kan maken op participatieladders. Het is al grote winst als mensen meer grip krijgen op hun financiën, zich meer gezien voelen, levensmoed verzamelen, beetje bij beetje een meer gezonde levensstijl omarmen of aan voor hen betekenisvolle dagstructurerende activiteiten gaan deelnemen.

Onderschat mensen niet, zeggen sociaal werkers, maar erken ook hun beperkingen, en de verstrekkende invloed van structurele problematiek. Soms is het al een geweldig succes als het lukt om het leven van mensen in een uitkeringssituatie te stabiliseren. Dat vraagt al heel veel professioneel vakmanschap. Het realiseren van sociale stabilisatie is vaak een realistischer doel dan de inzet op sociale stijging.

Hetzelfde geldt voor de inspanningen van ‘onderkantspecialisten’ op het terrein van volkshuisvesting en maatschappelijke opvang. Ook hier is het vaak realistisch, zeggen professionals, om ficties van permanente verbetering los te laten in het geval van specifieke groepen. Dat betekent niet dat je deze groepen niet kan helpen – integendeel! Zorg voor huisvesting en blijf als sociaal werker in gesprek met ze. Impact betekent hier ook schade beperken en minder streven naar zelfstandig wonen. Ofwel: accepteer dat er groepen zijn die blijvend op bepaalde sporten van de woonladder aangewezen zullen zijn (met toezicht of begeleiding) en niet zullen doorstromen naar hogere niveaus.

Figuur 2 Voorbeeld van een woonladder

Bron: Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV)

Subtiele vormen van impact

In Sobczyk e.a. (2025)11 komen onderzoekers en sociaal werkers aan het woord die zich richten op jongerenwerk (in het bijzonder op eenzaamheid), reïntegratie-coaching, dementiezorg en zorg in de laatste levensfase. Als geen ander weten deze experts op de onderscheiden terreinen precies te benoemen waar volgens hen de impact van het sociaal werk uit bestaat. Zij breken een lans voor de erkenning en betekenis van subtiele vormen van impact, maar ook voor vormen van impact die betrekking hebben op het veranderen van de maatschappelijke beeldvorming over zogenaamd kwetsbare groepen.

Overheden nemen praktijkkennis en ervaringskennis, naast wetenschappelijke kennis, steeds serieuzer als bronnen

Voor mensen in de laatste levensfase vervullen sociaal werkers een cruciale rol bij het vastleggen van belangrijke zaken en daarover een gesprek aangaan tussen partners en gezinsleden. Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen is erin geslaagd in een populaire Vlaamse soapserie een persoon met dementie een rol te laten krijgen. Dat heeft taboedoorbrekend gewerkt. Dat is ook impact.

Voorts maken ze duidelijk dat de definitiemacht over wat impact is en kan zijn, minder dan nu het geval is, ‘van bovenaf’ zou moeten worden gedicteerd. Gelukkig onderkennen ze op dit punt positieve ontwikkelingen. Overheden nemen praktijkkennis en ervaringskennis als bronnen naast wetenschappelijke kennis steeds serieuzer.

De interviews maken ook duidelijk dat het juist ervaren sociaal professionals met senioriteit zijn die bedreven zijn in het signaleren, interpreteren en verwoorden van subtiele vormen van impact (‘experts’ in het model van Dreyfus).12 Dit maakt het grote belang duidelijk om ervaring in het sociaal werk vast te houden en nieuwe generaties sociaal werkers zorgvuldig op te leiden. Sociaal werk is een ervaringsvak. Het vraagt tijd en van heel veel casuïstiek leren om er steeds beter in te worden (Van der Laan 1995),13 ofwel om steeds meer ‘impact’ te kunnen realiseren.

Beroep op professionaliteit

De experts hanteren een taal waarmee ze een betekenis geven aan impact die anders is dan de klassieke Key Performance Indicatoren (KPI’s) en de grofmazige gefixeerde categorieën van participatieladders of woonladders. Experts in het sociaal werk verwoorden impact in alledaagse, praktische en psychologische termen: een cliënt heeft meer zin in het leven, bloeit op, is gegroeid in zelfvertrouwen, komt weer buiten de deur, onderneemt activiteiten, beweegt beter, eet gezonder, voelt zich opgewek­ter. Voor sociaal werkers is de erkenning van de betekenis van deze kleine verbeteringen belangrijk.

Het realiseren ervan doet een geweldig beroep op hun professionaliteit, zoals goed kunnen luisteren, de context en achtergronden van een situatie kunnen begrijpen en oog hebben voor betekenisvolle details. Het vraagt om het uitdragen van deze expertkennis en het betrekken van de ervaringskennis van cliënten en bewoners om de impact van deze kleine stappen vervolgens ‘te bewijzen’. Krachtige voorbeelden uit de eigen beroepspraktijk en uit de leefwereld kunnen naast cijfers worden gezet. Kwalitatief onderzoek kan helpen om subtiele betekenissen van impact verdiepend en overstijgend in kaart te brengen.

Belangrijke sleutels voor het realiseren van impact liggen buiten het bereik van sociaal werkers

Daarnaast leggen de interviews in Impact in de marges van het meetbare (Sobczyk e.a. 2025) de politieke agenderende dimensie in het sociaal werk bloot. Politisering is een van de thema’s die in verschillende gesprekken terugkomen. Sociaal werkers kunnen wel eindeloos blijven ‘werken’ aan mensen in een kwetsbare positie, maar als deze kwetsbare positie vooral voortvloeit uit uitsluitend en marginaliserend overheidsbeleid, dient daarnaar als eerste te worden gekeken. Belangrijke sleutels voor het kunnen realiseren van impact liggen buiten het bereik van sociaal werkers. Vandaar dat ze daarover aan de bel trekken.

De uitdagingen voor beleidsmakers:

  • Bepaal impact samen. Betrek het sociaal werk en de mensen voor wie het sociaal werk bedoeld is bij het bepalen van de gewenste impact.
  • Vermijd wreed optimisme. Stel realistische beleidsdoelen, zodat sociaal werkers in hun professionaliteit erkend worden en cliënten/mensen niet naar beneden worden gepraat of bij voorbaat worden afgeschreven.

De uitdagingen voor het sociaal werk:

  • Claim je vakmanschap. Laat beleid niet bepalen wat werkt en hoe je werkt. Neem deel aan initiatieven om samen impact te bepalen, en draag je expertkennis uit.
  • Verzet je tegen versimpelde metingen. Een combinatie van databronnen is cruciaal voor een volledig beeld van impact. Draag dat zelfverzekerd uit; je staat op de schouders van professionele en wetenschappelijke experts.
  • Word een politieke kracht. Politiseren is essentieel om structurele verandering te realiseren.

Koester professioneel vakmanschap

Impact in het sociaal werk laat zich slechts beperkt vangen in cijfers of gewenste sociale stijging, en wordt vooral zichtbaar in de subtiele en betekenisvolle details van het dagelijks leven van mensen. Juist daar komt kennis die werkt tot uiting: professionele kennis en ervaring, ervarings- en onderzoekskennis versterken elkaar en werken door. Door de impact vanuit dit perspectief te bekijken, wordt kennis een levend, in de dagelijkse praktijk geworteld iets waarin sociaal werkers zich herkennen en waarin zij zich graag ook willen verdiepen. Erken dus subtiele vormen van impact, maak duidelijk dat er echt iets is bereikt met resultaten als buiten de deur komen, jezelf beter verzorgen, en een goed gesprek voeren over wat iemand na het levenseinde wil nalaten. Maak daarnaast dominante narratieven bespreekbaar, erken dat impact altijd politiek geladen is, en koester professioneel vakmanschap en professionele expertise.

Radboud Engbersen en Roos Pijpers werken bij Movisie. Engbersen is expert sociale basis; Pijpers is als projectleider betrokken bij de databank Erkende Sociale Interventies.

Dit artikel is een aangepaste versie van een eerder gepubliceerde tekst in vakblad Sozio (2026, 1) in de editie Kennis die werkt! Het gehele nummer is digitaal te vinden via sociaaldigitaal.nl/g/sozio-1-2026/950.

 

Foto: cottonbro via Pexels.com