De cruciale vraag bij kindermishandeling is niet wat we moeten doen als het eenmaal fout is gelopen, maar hoe we kunnen voorkomen dat kinderen onveilig opgroeien. De Tweede Kamer debatteerde op 1 juli 2026 over het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord. Beide akkoorden zetten in op preventie en mentale veerkracht.
Eerder beginnen
De inzet voor een veerkrachtige samenleving hoort te beginnen bij kinderen. En dan in het bijzonder bij kinderen waar het thuis onveilig is, en waar armoede heerst en huiselijk geweld of kindermishandeling plaatsvinden. Een op de vijf kinderen heeft hiermee te maken, wat kan leiden tot psychische problemen, gedragsproblemen, schooluitval en suïcidaliteit. Bovendien is de kans groter dat het geweld zich van generatie op generatie herhaalt.
Wie de mentale veerkracht van kinderen wil versterken, moet vroeg beginnen
De maatschappelijke kosten van deze problematiek lopen in miljarden euro’s. Belangrijker evenwel is de vaak levenslange persoonlijke schade voor de slachtoffers. De natuurlijke reflex is om vooral te investeren in betere zorg voor kinderen, maar dan is de schade al aangericht. Wie de mentale veerkracht van kinderen wil versterken, moet vroeg beginnen.
Kindermishandeling, huiselijk geweld en pesten zijn geen onvermijdelijke maatschappelijke fenomenen. In veel gevallen kunnen ze worden voorkomen of gestopt wanneer de signalen tijdig worden herkend en er effectieve ondersteuning beschikbaar is. Een gedegen aanpak vraagt om professionals die signalen herkennen en daarop durfen te acteren, om gemeenten die investeren in bewezen interventies, en om organisaties die vroeg handelen in plaats van afwachten.
Veerkracht
Hoewel vroege signalering en effectieve hulp noodzakelijk zijn, zijn ze niet voldoende. Minstens zo belangrijk is de dagelijkse omgeving waarin kinderen opgroeien. Dáár ontstaat veerkracht. Veerkracht is geen individuele eigenschap die een kind wel of niet bezit. Veerkracht ontstaat in relaties.
Daarom zijn scholen, als het goed is, veel meer dan onderwijsinstellingen
Kinderen herstellen beter van tegenslag wanneer zij volwassenen om zich heen hebben die voorspelbaar, betrokken en betrouwbaar zijn. Ouders, leerkrachten, pedagogisch medewerkers, sportcoaches, buren en familieleden vormen samen het netwerk dat kinderen veiligheid en vertrouwen biedt. Daarom zijn scholen, als het goed is, veel meer dan onderwijsinstellingen.
Voor kinderen die thuis in onzekerheid leven, kunnen vaste routines, duidelijke verwachtingen en betrokken docenten het verschil maken. Niet omdat scholen de jeugdzorg moeten overnemen, maar omdat zij dagelijks een stabiele veilige omgeving bieden waarin kinderen zich gezien voelen.
Gemiste kansen
Juist daar schiet ons land nog tekort. Veel kinderen die opgroeien met huiselijk geweld geven aan zich niet gezien of gesteund te voelen. Slechts een vijfde van de middelbare scholieren zegt een volwassene op school te hebben bij wie zij echt terechtkunnen. Dat zijn gemiste kansen. Een betrokken mentor, conciërge of leerkracht kan voor een kwetsbaar kind minstens zo belangrijk zijn als een behandeling die pas maanden later begint.
Toch investeren we eerder in het opvangen van jeugdtrauma’s dan in de omgeving waarin veerkracht ontstaat
Hetzelfde geldt buiten school. Bibliotheken, buurthuizen, sportverenigingen, jeugdorganisaties en culturele voorzieningen worden vaak gezien als prettige extra's. Dat zijn ze niet. Ze vormen de plekken waar kinderen vriendschappen opbouwen, andere volwassenen ontmoeten en ervaren dat zij ergens bij horen. Deze plekken bieden structuur, verbondenheid en soms ook de eerste signalering wanneer het thuis niet goed gaat.
Toch investeren we gemakkelijker in het opvangen van jeugdtrauma dan in de omgeving waarin veerkracht ontstaat. Dat staat haaks op de ambitie van de overheid om de mentale veerkracht van de jeugd te versterken. Als we werkelijk geloven dat preventie loont, dan moeten we meer investeren in plekken waar veerkracht kan groeien, niet alleen in voorzieningen die nodig zijn als problemen zijn ontstaan.
Anders denken
De lessen van Stadskanaal en Vlaardingen zijn niet alleen dat instanties beter moeten samenwerken of sneller moeten ingrijpen maar ook dat kinderen niet afhankelijk mogen zijn van een toevallige melding of een oplettende professional. Kinderen hebben een omgeving nodig waarin meerdere volwassenen hen kennen, zien en hun verantwoordelijkheid nemen.
We moeten anders leren denken over mentale veerkracht. Niet als een onderwerp voor de ggz alleen, maar als een maatschappelijke opgave waarin zorg, onderwijs, kinderopvang, gemeenten en de sociale basis gezamenlijk optrekken.
Investeren in kwetsbare kinderen is geen uitgave aan de jeugdzorg. Het is een investering in de veerkracht van Nederland. Want uiteindelijk wordt een samenleving beoordeeld op hoe zij kinderen beschermt, en dan vooral kinderen die in moeilijke omstandigheden moeten opgroeien.
Anne-Laura van Harmelen is hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht aan de Universiteit Leiden. Christiaan Vinkers is psychiater en hoogleraar Stress en Veerkracht bij Amsterdam UMC en GGZ inGeest, en auteur van Littekens uit je jeugd. Samen zijn zij medeoprichters van het platform Jeugdtrauma.
Foto: Tanya Gorelova via Pexels.com