De vergeten infrastructuur van mentale veerkracht

Bij gevallen van kindermishandeling, zoals in Stadskanaal en in Vlaardingen, is er altijd de vraag waarom niemand heeft ingegrepen. Die vraag is te laat, vinden hoogleraren Anne-Laura van Harmelen en Christiaan Vinkers. Het kwaad is dan al geschied.

De cruciale vraag bij kindermishandeling is niet wat we moeten doen als het eenmaal fout is gelopen, maar hoe we kunnen voorkomen dat kinderen onveilig opgroeien. De Tweede Kamer debatteerde op 1 juli 2026 over het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord. Beide akkoorden zetten in op preventie en mentale veerkracht.

Eerder beginnen

De inzet voor een veerkrachtige samenleving hoort te beginnen bij kinderen. En dan in het bijzonder bij kinderen waar het thuis onveilig is, en waar armoede heerst en huiselijk geweld of kindermishandeling plaatsvinden. Een op de vijf kinderen heeft hiermee te maken, wat kan leiden tot psychische problemen, gedragsproblemen, schooluitval en suïcidaliteit. Bovendien is de kans groter dat het geweld zich van generatie op generatie herhaalt.

Wie de mentale veerkracht van kinderen wil versterken, moet vroeg beginnen

De maatschappelijke kosten van deze problematiek lopen in miljarden euro’s. Belangrijker evenwel is de vaak levenslange persoonlijke schade voor de slachtoffers. De natuurlijke reflex is om vooral te investeren in betere zorg voor kinderen, maar dan is de schade al aangericht. Wie de mentale veerkracht van kinderen wil versterken, moet vroeg beginnen.

Kindermishandeling, huiselijk geweld en pesten zijn geen onvermijdelijke maatschappelijke fenomenen. In veel gevallen kunnen ze worden voorkomen of gestopt wanneer de signalen tijdig worden herkend en er effectieve ondersteuning beschikbaar is. Een gedegen aanpak vraagt om professionals die signalen herkennen en daarop durfen te acteren, om gemeenten die investeren in bewezen interventies, en om organisaties die vroeg handelen in plaats van afwachten.

Veerkracht

Hoewel vroege signalering en effectieve hulp noodzakelijk zijn, zijn ze niet voldoende. Minstens zo belangrijk is de dagelijkse omgeving waarin kinderen opgroeien. Dáár ontstaat veerkracht. Veerkracht is geen individuele eigenschap die een kind wel of niet bezit. Veerkracht ontstaat in relaties.

Daarom zijn scholen, als het goed is, veel meer dan onderwijsinstellingen

Kinderen herstellen beter van tegenslag wanneer zij volwassenen om zich heen hebben die voorspelbaar, betrokken en betrouwbaar zijn. Ouders, leerkrachten, pedagogisch medewerkers, sportcoaches, buren en familieleden vormen samen het netwerk dat kinderen veiligheid en vertrouwen biedt. Daarom zijn scholen, als het goed is, veel meer dan onderwijsinstellingen.

Voor kinderen die thuis in onzekerheid leven, kunnen vaste routines, duidelijke verwachtingen en betrokken docenten het verschil maken. Niet omdat scholen de jeugdzorg moeten overnemen, maar omdat zij dagelijks een stabiele veilige omgeving bieden waarin kinderen zich gezien voelen.

Gemiste kansen

Juist daar schiet ons land nog tekort. Veel kinderen die opgroeien met huiselijk geweld geven aan zich niet gezien of gesteund te voelen. Slechts een vijfde van de middelbare scholieren zegt een volwassene op school te hebben bij wie zij echt terechtkunnen. Dat zijn gemiste kansen. Een betrokken mentor, conciërge of leerkracht kan voor een kwetsbaar kind minstens zo belangrijk zijn als een behandeling die pas maanden later begint.

Toch investeren we eerder in het opvangen van jeugdtrauma’s dan in de omgeving waarin veerkracht ontstaat

Hetzelfde geldt buiten school. Bibliotheken, buurthuizen, sportverenigingen, jeugdorganisaties en culturele voorzieningen worden vaak gezien als prettige extra's. Dat zijn ze niet. Ze vormen de plekken waar kinderen vriendschappen opbouwen, andere volwassenen ontmoeten en ervaren dat zij ergens bij horen. Deze plekken bieden structuur, verbondenheid en soms ook de eerste signalering wanneer het thuis niet goed gaat.

Toch investeren we gemakkelijker in het opvangen van jeugdtrauma dan in de omgeving waarin veerkracht ontstaat. Dat staat haaks op de ambitie van de overheid om de mentale veerkracht van de jeugd te versterken. Als we werkelijk geloven dat preventie loont, dan moeten we meer investeren in plekken waar veerkracht kan groeien, niet alleen in voorzieningen die nodig zijn als problemen zijn ontstaan.

Anders denken

De lessen van Stadskanaal en Vlaardingen zijn niet alleen dat instanties beter moeten samenwerken of sneller moeten ingrijpen maar ook dat kinderen niet afhankelijk mogen zijn van een toevallige melding of een oplettende professional. Kinderen hebben een omgeving nodig waarin meerdere volwassenen hen kennen, zien en hun verantwoordelijkheid nemen.

We moeten anders leren denken over mentale veerkracht. Niet als een onderwerp voor de ggz alleen, maar als een maatschappelijke opgave waarin zorg, onderwijs, kinderopvang, gemeenten en de sociale basis gezamenlijk optrekken.

Investeren in kwetsbare kinderen is geen uitgave aan de jeugdzorg. Het is een investering in de veerkracht van Nederland. Want uiteindelijk wordt een samenleving beoordeeld op hoe zij kinderen beschermt, en dan vooral kinderen die in moeilijke omstandigheden moeten opgroeien.

Anne-Laura van Harmelen is hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht aan de Universiteit Leiden. Christiaan Vinkers is psychiater en hoogleraar Stress en Veerkracht bij Amsterdam UMC en GGZ inGeest, en auteur van Littekens uit je jeugd. Samen zijn zij medeoprichters van het platform Jeugdtrauma.

 

Foto: Tanya Gorelova via Pexels.com

Reacties 1

  1. We zijn mentale veerkracht de afgelopen jaren steeds meer gaan benaderen als een individuele verantwoordelijkheid. Alsof het vooral aan het kind zelf is om sterk genoeg te worden om met de wereld om te gaan. Terwijl de kracht juist voor een groot deel schuilt in de alledaagse verbindingen en de veiligheid van de omgeving om ons heen.

    Het hoopvolle uitgangspunt is dat de meeste mensen dus van ouders en leerkrachten tot wijkwerkers, beleidsmakers en politici vanuit goede intenties handelen en dagelijks proberen het juiste te doen. De uitdaging ligt daarom niet in een gebrek aan goede wil, maar in de manier waarop we die gezamenlijke inzet organiseren.

    Een kind ontwikkelt veerkracht niet in een omgeving waarin het voortdurend op zijn hoede moet zijn. Het heeft een basis nodig waarin het zich gezien, gehoord en serieus genomen voelt. Veiligheid is daarmee geen extra laag bovenop mentale veerkracht; het is een van de voorwaarden waaronder veerkracht überhaupt kan ontstaan.

    Het goede voorbeeld geven namelijk voorleven wat samenleven is

    Kinderen kijken uiteindelijk minder naar wat volwassenen zeggen en veel meer naar wat zij ons dagelijks zien doen. Het Afrikaanse gezegde ‘it takes a village to raise a child’ raakt daarmee een belangrijk punt namelijk opvoeden en veerkracht ontwikkelen zijn geen individuele opgaven, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

    Wanneer volwassenen elkaar met respect benaderen, ruimte laten voor verschil en conflicten niet laten escaleren tot vernedering of uitsluiting, ontstaat er een sociale omgeving waarin kinderen leren dat de wereld niet alleen uit competitie en strijd bestaat.

    Dat geldt ook voor de politiek. Politici zijn, net als ouders, leerkrachten en andere volwassenen, voorbeelden voor onze kinderen én voor onszelf. Wanneer zij werkelijk naar elkaar luisteren, ruimte maken voor verschillende perspectieven en meningsverschillen niet laten ontaarden in persoonlijke aanvallen of vernedering, laten zij zien hoe je op een volwassen manier met verschil kunt omgaan. Juist daar kan de politiek het goede voorbeeld geven dus niet door conflicten te vermijden, maar door te laten zien dat je stevig van mening kunt verschillen en elkaar toch kunt blijven respecteren.

    Dat betekent niet dat we ieder conflict moeten voorkomen. Integendeel. Kinderen mogen ervaren dat mensen het oneens kunnen zijn, dat grenzen bestaan en dat fouten worden gemaakt. Maar de basis moet veilig genoeg zijn om daarbinnen te kunnen leren, herstellen en opnieuw te proberen.

    Van reparatie naar preventieve veiligheid

    Vrijwel iedereen die in onderwijs, zorg en het sociaal domein werkt, zet zich met grote betrokkenheid in voor kinderen en gezinnen. Tegelijkertijd is het systeem zo complex geworden dat professionals en ouders soms verdwalen in regels, overlegstructuren en procedures.

    Daar ligt volgens mij een belangrijke kans.

    We zouden veel eerder moeten kijken naar de omstandigheden waarin een kind opgroeit. Niet pas ingrijpen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, maar voortdurend bouwen aan de sociale en relationele basis die problemen juist kan helpen voorkomen.

    Daarbij zijn menselijke nabijheid, vertrouwen en professionele ruimte essentieel. Een professional die daadwerkelijk tijd heeft om te luisteren, een leerkracht die signalen kan oppikken en een omgeving waarin een kind zich veilig genoeg voelt om aan te geven dat iets niet goed gaat, kunnen voorkomen dat kleine signalen uitgroeien tot grote problemen.

    Formele hulp blijft voor sommige situaties onmisbaar. Maar preventie begint vaak eerder namelijk bij het creëren van een omgeving waarin mensen elkaar kennen, elkaar durven aanspreken en waarin een kind weet dat er iemand is wanneer het even niet lukt.

    Veerkracht ontstaat immers niet doordat we kinderen een wereld zonder tegenslag geven. Ze ontstaat wanneer een kind mag vallen, fouten mag maken en vervolgens ervaart dat de omgeving niet wegvalt.

    De cirkel rondom het kind herstellen

    De toekomst begint bij de kinderen van nu. Die toekomst bouwen we niet alleen met beleid, protocollen en hulpverlening, maar met de menselijke verbindingen die daaronder liggen.

    Als we veiligheid, vertrouwen en verbinding weer zien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid, verschuift ook onze blik. Dan vragen we niet alleen: wat is er met dit kind aan de hand? Maar ook: wat gebeurt er rondom dit kind, en wat kunnen wij daarin veranderen?

    Misschien begint mentale veerkracht daarom niet bij de vraag hoe we een kind sterker kunnen maken, maar bij een andere vraag.

    Welke veilige omgeving kunnen wij samen creëren waarin een kind niet voortdurend sterk hóéft te zijn?

    Als we die vraag serieus nemen, verschuiven we van achteraf repareren naar vooraf bouwen. Niet omdat mensen het tot nu toe verkeerd hebben gedaan, maar omdat we steeds beter begrijpen dat veiligheid, verbinding en vertrouwen misschien wel de infrastructuur vormen waarop mentale veerkracht kan groeien.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *