Sociale troonrede 2026: sociaal werk is hard nodig

Movisie organiseert de Sociale Troonrede. Op uitnodiging wordt die in 2026 voor het eerst uitgesproken door lector Lisbeth Verharen (HAN). Zij betoogt dat een sociale en rechtvaardige samenleving sociaal werk hard nodig heeft, en wat daarvoor de vereisten zijn.

Verharen spreekt de Sociale Troonrede uit namens de Marie Kamphuis Stichting: het Bondgenootschap voor Sociaal Werk waarin de Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW), Sociaal Werk Nederland, een vertegenwoordiging van de hogescholen (lector Versterken van Sociale Kwaliteit Lisbeth Verharen), een vertegenwoordiging van de universiteiten (hoogleraar Sociaal Werk Thomas Kampen van de Universiteit voor Humanistiek) en Movisie de krachten bundelen.

Klik op de afbeelding om de YouTube-video te bekijken

 

Leden van de Staten-Generaal,

Wat voor samenleving willen we? Het is deze fundamentele vraag die wij ons graag stellen aan het begin van dit parlementaire jaar.

De afgelopen tijd zijn we allemaal hardhandig met onze neus op onze kwetsbaarheid gedrukt - door natuurbranden, overstromingen en verwoestende orkanen, door oorlogen, door opkomend rechtsextremisme, door polarisatie rond problemen die ons land verlammen, door nieuws over brandbommen en schietpartijen. Het laat zien dat we in onze kwetsbaarheid fundamenteel van elkaar afhankelijk zijn, dat samenleven de meesten van ons gelukkig goed lukt, maar dat er ook problemen en omstandigheden zijn die leven en samenleven in ons land heel moeilijk kunnen maken.

Gelukkig is er een beroep dat ons hierbij kan ondersteunen: het sociaal werk. In deze Sociale Troonrede nodig we u van harte uit niet alleen door de bril van de minister van Financiën te kijken, maar door de vele brillen van mensen en hun gemeenschappen.

Door anders te kijken zien we beter de urgentie om ons in te zetten voor een rechtvaardige en veerkrachtige samenleving. En hoe het sociaal werk daarin een onmisbare partij is. Immers, sociaal werkers ondersteunen mensen in hun bestaanszekerheid, versterken relaties en gemeenschappen, vergroten de zeggenschap en weerbaarheid van individuen en groepen en gaan uitsluiting actief tegen. Zo werken zij aan de pijlers van een sociaal en rechtvaardig Nederland.

Sociaal werk streeft naar een samenleving waarin iedereen de mogelijkheden heeft om mee te doen, zich te ontwikkelen en van betekenis te zijn voor anderen en voor de samenleving. Kortom: sociaal werk is van vitaal belang voor een samenleving waarin het goed leven én goed samenleven is.

Sociaal werk is bijvoorbeeld nodig voor sterke gemeenschappen waar mensen naar elkaar omkijken, waar mensen kunnen floreren, waardoor mensen de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die ze echt nodig hebben. Sterke gemeenschappen met duurzame verbindingen dragen bij aan de gerichtheid op het leven in plaats van op zorg, aan erbij horen en ertoe doen, aan het verminderen van eenzaamheid, aan meer betekenisgeving en zingeving en aan meer ervaren veiligheid.

Sociaal werkers hebben ook een belangrijke rol in het tegengaan van polarisatie en het bevorderen van respectvol samenleven. Dat is goud waard in een tijd dat online en offline haatspraak, racisme en discriminatie toenemen, met zorgwekkende gevolgen voor onze democratie en rechtsstaat én voor het individueel welzijn. Ervaren uitsluiting en discriminatie maken letterlijk ziek.

Veel polarisatie voert terug op ervaren onrechtvaardigheid, een gebrek aan grip op het eigen leven en verbroken verbindingen. Er zijn bij gebrek aan een maatschappelijk middenveld nauwelijks nog plekken waar dialogen en gesprekken over verbinding centraal staan. Dit is een belangrijke oorzaak van het maatschappelijk onbehagen. Mensen voelen zich niet gehoord, niet gezien en niet begrepen.

Juist sociaal werkers kunnen het naar elkaar luisteren bevorderen, werken aan herstel van verbindingen tussen groepen mensen onderling, en tussen mensen en de overheid, online en in de echte wereld. Het sociaal werk versterkt de democratie doordat het ervoor zorgt dat meer mensen daadwerkelijk kunnen meedoen, meepraten en invloed uitoefenen.

De missie van het sociaal werk kan samengevat worden als het bevorderen dat mensen tot hun recht komen in wisselwerking met hun omgeving. Sociaal werk bevordert het sociaal functioneren van burgers en levert daarmee een cruciale bijdrage aan de sociale kwaliteit van het leven van burgers, van gemeenschappen en van de samenleving als geheel.

Als mensenrechtenberoep zet het sociaal werk zich in voor sociale rechtvaardigheid. Dat betekent dat het sociaal werk opkomt voor gelijkwaardigheid, solidariteit en menselijke waardigheid. Juist nu, in een tijd van meervoudige crises op het gebied van zorg, wonen, klimaat en veiligheid, staan deze waarden onder druk. Door groeiende sociale ongelijkheid en toenemende maatschappelijke tegenstellingen neemt het risico op uitsluiting, miskenning, ongelijkheid en polarisatie toe. Dat vergroot de noodzaak van slagkrachtig sociaal werk.

Maar ondanks deze vitale functies die het sociaal werk vervult, staat het beroep onder druk.

Ten eerste is er een gebrek aan erkenning. Het sociaal werk is nog geen beschermd beroep zoals dat van een arts of verpleegkundige. Dat doet afbreuk aan het gezag, maakt kwetsbaar voor bezuinigingen en het komt de herkenbaarheid en profilering van het beroep niet ten goede. Wettelijke erkenning zal de positie versterken van sociaal werkers in alle domeinen van onze samenleving, dus niet alleen van degenen die werkzaam zijn in het sociaal domein, maar ook van beroepsgenoten die hun kennis en vaardigheden inzetten in gezondheidszorg en langdurige zorg, in onderwijs, bedrijfsleven, gevangeniswezen en andere sectoren.

Ten tweede  blijven de investeringen in sociaal werk, ook in onderwijs en onderzoek, ver achter bij bijvoorbeeld de zorg. Tegenover jaarlijks zo’n 120 miljard euro voor het zorgbudget, staat slechts 3 tot 4 miljard euro voor het sociaal werk. Dat leidt er ook toe dat niet iedere burger kan rekenen op toegankelijk sociaal werk. Tegelijk zijn de verwachtingen hoog als het gaat om de besparingen op zorgkosten door inzet van sociaal werk.

Ten derde is er veel behoefte aan vertrouwen in de expertise van sociaal werkers en in hun organisaties. Continuïteit en duurzame, stabiele relaties met bewoners en wijkpartners zijn belangrijke waarden in het sociaal werk en een fundament voor de kwaliteit van het werk. Dat gaat slecht samen met de wijze waarop het sociaal werk wordt gefinancierd, met opdrachtgevers die lokaal uiteenlopende keuzes maken en soms kiezen voor kortlopende contracten. Nationaal zijn maatregelen nodig die dit probleem het hoofd bieden.

Deze drie kwesties raken niet alleen professionals en organisaties, maar vooral de mensen voor wie het sociaal werk van wezenlijk belang is.

Sterk sociaal werk staat of valt óók bij de gezamenlijke inzet uit het veld: van brancheverenigingen, beroepsverenigingen, onderwijs, onderzoek en kennisorganisaties. Daarom hebben deze organisaties zich verenigd om zich hard te maken voor sociaal werk: de Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW), Sociaal Werk Nederland, een vertegenwoordiging van de hogescholen , een vertegenwoordiging van de universiteiten en Movisie.

Met deze partijen investeren we in erkenning en vertrouwen in sociaal werk: door de juiste randvoorwaarden te creëren voor goed sociaal werk, door inhoudelijk sterk onderwijs te verzorgen, door hoogwaardig onderzoek te doen, door te zorgen voor gezonde en veerkrachtige sociaalwerkorganisaties, door de beroepsgroep te verenigen en door ons samen in te zetten voor een stevige positie van het sociaal werk in de samenleving.

Voor ons betekent goed sociaal werk primair het professioneel handelen van sociaal werkers. De relationele dimensie is daarbij het vertrekpunt. Sociaal werk begint bij verdiepen in de ander: bij afstemming op wie deze persoon is, wat voor hem of haar 'goed leven' betekent, wat hij of zij wil en kan. Die afstemming is geen techniek, maar een grondhouding, een oprechte gerichtheid op de geleefde werkelijkheid van de ander, voordat er iets wordt gedaan of geadviseerd. De relatie is niet een middel tot een doel, maar een basisvoorwaarde voor al het andere.

Vanuit wat in de relatie zichtbaar is geworden, brengt de professional kennis, vaardigheden en methodieken in. Die bijdrage is vakkundig: ze rust op een kennisbasis, op richtlijnen en praktijkstandaarden die de beroepsgroep gezamenlijk heeft ontwikkeld en bewaakt. Het ethisch-normatieve loopt door het hele handelen heen. Het zit in de beroepscode van het sociaal werk (waarbij het gaat om kernwaarden als respect voor de autonomie, zorgvuldigheid en betrouwbaarheid), maar het gaat ook om een bredere beroepsethiek: wie dagelijks ziet wat mensen belemmert in een goed leven - schulden die ontstaan door een falend systeem, kinderen die niet gedijen door omstandigheden die geen gezin aankan - is niet alleen gelegitimeerd, maar ook geroepen om daarover een stem te laten horen.

Leden van de Staten-Generaal,

Goed professioneel sociaal werk ontstaat niet vanzelf. De voorwaarden daarvoor zijn hard.

Erkenning van de waarde van sociaal werk verlangt wettelijke erkenning en verankering: een beschermd beroep en burgers die recht hebben op toegankelijk sociaal werk.

Sterk sociaal werk veronderstelt ook investeren: bijvoorbeeld in een goede beroepsopleiding. Daarnaast in kennisinstituten en onderzoekers aan hogescholen en universiteiten die kennis en praktijkgereedschappen voor professionals ontwikkelen, onderhouden en ontsluiten.

En ten slotte, continuïteit, vitaliteit en vakmanschap van het sociaal werk kunnen niet zonder vertrouwen. En daarmee niet zonder een financieringssysteem dat continuïteit en kwaliteit waarborgt.

Met wetgeving, investeringen en vertrouwen kan de Staten-Generaal - samen met het veld van het sociaal werk - een doorslaggevende rol vervullen in het stutten van dit waardevolle beroep.

U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid en kracht toewensen bij de vervulling van uw taak ten dienste van onze samenleving.