Steeds meer ouderen willen helemaal niet met pensioen

65-Plussers gaan na hun pensioen steeds vaker toch weer werken. Steeds meer ouderen doen dat uit noodzaak. Werkgevers staan niet zonder meer te trappelen en stellen strikte voorwaarden aan gepensioneerde werknemers.

Arbeidsparticipatie van ouderen wordt al langer gestimuleerd. Vervroegde pensioenregelingen zijn afgeschaft, de pensioenleeftijd wordt stapsgewijs verhoogd naar 67 in 2021 en doorwerken na het pensioen wordt aangemoedigd. De Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd die begin 2016 in werking trad moet het inzetten van AOW’ers aantrekkelijker maken voor werkgevers, met bijvoorbeeld versoepeling van de ontslagbescherming en beperkingen aan doorbetaling bij ziekte. Of oudere werknemers na hun pensioen toegang hebben tot de arbeidsmarkt hangt echter niet alleen af van financiële prikkels en juridische kaders, maar ook van normen en stereotypen van de werkgevers.

Werken na pensioen: het beste van twee werelden

Zowel ouderen als werkgevers staan in toenemende mate open voor het doorwerken na pensioen. Een groeiend aantal oudere werknemers is tot aan z’n  pensioen erg betrokken bij z’n werk. Zij vinden het leuk om na hun pensioen te blijven werken, veelal in tijdelijke en parttime dienstverbanden. Dit stelt hen in staat om het beste van twee werelden, pensioen en werk, te combineren. Ze hebben meer tijd voor familie en hobby’s en kunnen ook nog profiteren van de voordelen van betaald werk, zoals sociale contacten, structurering van de dag en extra inkomsten. Gepensioneerden die met succes doorwerken na hun pensioen ervaren dan ook een toename in hun welbevinden.

Het moet toegevoegde waarde hebben voor het bedrijf

Ook steeds meer werkgevers staan in principe open voor het in dienst nemen van gepensioneerden. Zij realiseren zich dat de kennis en ervaring van een gepensioneerde een waardevolle bijdrage kan zijn in hun bedrijf. Grofweg kunnen twee groepen ouderen die doorwerken na pensioen worden onderscheiden: zij die ongeveer hetzelfde werk doen als voor hun pensioen, vaak bij dezelfde werkgever, en ouderen die een carrièreswitch maken en totaal iets anders gaan doen. De eerste groep moet wel een duidelijke toegevoegde waarde voor het bedrijf hebben. Deze ouderen moeten beschikken over unieke kennis en ervaring die moeilijk vervangbaar is, ze moeten goed hebben gefunctioneerd tot aan de pensioendatum en ze moeten nog relatief gezond zijn. Ouderen die na hun pensionering niet bij hun oude werkgever kunnen of willen blijven, maar wel willen doorwerken kiezen meestal voor compleet ander werk dan dat zij voorheen deden. Ze gaan bijvoorbeeld post of pakketten bezorgen, worden taxichauffeur of gaan aan de slag als examensurveillant in het onderwijs. Ze worden door hun nieuwe werkgever gewaardeerd om hun persoonlijke motivatie iets bij te dragen aan de maatschappij en om hun hoge mate van flexibiliteit die jongeren niet kunnen of willen opbrengen.

Niet altijd een kwestie van vrije keuze

Ook al komt werken na pensioen steeds meer voor, toch kunnen niet ieders voorkeuren gerealiseerd worden. Voor de continuïteit van hun organisatie op lange termijn zijn veel werkgevers eerder op zoek naar jongere werknemers. Als een gepensioneerde dan geen unieke vaardigheden te bieden heeft, zal men hem of haar doorgaans niet opnieuw in dienst nemen. Daarnaast spelen sociale normen omtrent ouderen en werk een belangrijke rol. Een hoogste baas die niet openstaat voor ouderen die werk en pensioen combineren, beïnvloedt de lagere managers. Ouderen maken dan weinig kans.

Ook voor ouderen zelf kan de pensioentransitie tegenvallen. Pensionering wordt vaak als een vrije keuze gezien, maar in de praktijk blijkt dat ongeveer één op de drie oudere werknemers zich gedwongen voelt om met pensioen te gaan, bijvoorbeeld door ziekte, druk van de werkgever of vanwege een verplichte pensioenleeftijd. Daarnaast zijn er gepensioneerden die wel willen werken maar geen nieuwe baan vinden. Tegenover deze groepen staat een groep die zich juist gedwongen voelt om door te werken, meestal uit financiële noodzaak. Eigenlijk was men liever volledig gestopt met werken. Vaak zijn dit laag opgeleide ouderen die tijdens hun arbeidsloopbaan onvoldoende middelen hebben verworven voor na hun pensioen.

Is er na het pensioen wel werk voor de lager opgeleide oudere?

Doorwerken na pensioen is momenteel vooral het domein van relatief hoogopgeleide en intrinsiek gemotiveerde ouderen. Zij zijn nog niet klaar om achter de geraniums te gaan zitten en vinden het juist nog leuk om actief te blijven op de arbeidsmarkt. Door de versoberingen van het pensioenstelsel zou het profiel van de ‘doorwerker’ in de nabije toekomst nog wel eens kunnen gaan veranderen. Vaker zullen ook lager opgeleiden tot op hogere leeftijd willen doorwerken – niet per se omdat ze het leuk vinden, maar vanuit een financiële noodzaak. Zij hebben vaak minder unieke kennis en ervaring in te brengen waardoor ze een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben, ook na hun pensioen.

Dit heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de ouderen in kwestie, maar ook voor de samenleving als geheel. Als zij hun inkomen niet kunnen aanvullen met betaald werk, dan zouden ze weleens een – noodgedwongen – beroep kunnen gaan doen op het sociale vangnet, op aanvullende uitkeringen en bijstand. Conclusie: we hoeven ons om de ouder wordende professor geen zorgen te maken, maar moeten ons in onderzoek en beleid gaan richten op de arbeidsparticipatie van de lager opgeleide oudere.

Ellen Dingemans en Jaap Oude Mulders volgden een promotietraject bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI-KNAW) en werken nu bij het VICI-project ‘Ageing workers in an ageing society: Labour force transitions and work in late life’.

Referenties:

Dingemans, E. (2016). Working after retirement; determinants and consequences of bridge employment. Proefschrift. Rijksuniversiteit Groningen.

Oude Mulders, J. (2016). Organizations, managers and the employment of older workers after retirement. Proefschrift. Universiteit Utrecht. Binnenkort in geprinte vorm en beschikbaar op aanvraag.

 

Foto: Tim Ellis (Flickr Creative Commons)