Een nieuwe schatting van de maximaal mogelijke aardbeving in Groningen is uitgekomen op magnitude (M) tussen 3.6 en 4.1 op de schaal van Richter (Bommer, Van Elk & Zoback, 2024). Deze hoogst onwaarschijnlijke aardbevingskracht ligt veel lager dan tussen 4.0 en 6.5, zoals nog twee jaar geleden internationaal-deskundig werd vastgesteld (NAM, 2022). Het verlaagde dreigingsniveau kan de risicobeoordeling en onveiligheidsgevoelens verminderen, evenals de verwachtingen over verdere gebouwschade en de noodzaak van woningversterking.
Achterhaalde dreigingsniveaus
Vooralsnog houdt het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vast aan de hogere inschatting uit 2022. De Veiligheidsregio Groningen blijft uitgaan van maximaal M 5.0. Ook het bouwtechnische Adviescollege Veiligheid Groningen handhaaft het hogere dreigingsniveau van een eerder tijdvak. Dit behoedzame conservatisme is kort na de M 3.6-beving bij Huizinge (augustus 2012) geïntroduceerd door KNMI en NAM (NAM, Technical Addendum to the Winningsplan Groningen 2013), vanwege schattingsonzekerheid én het toenmalige vooruitzicht van voortdurende hoge gaswinning.
Een gevaarlijke M 4 à 5 is vrijwel kansloos geworden
Maar na 2014 is de Groningse gaswinning geleidelijk verminderd en eind 2023 volledig gestopt. Daardoor is ook de bevingsactiviteit sterk afgenomen. Volgens de seismische dreigingsanalyse van TNO (2023) bedraagt de kans op een beving met ten minste M 3.6 (zoals bij Huizinge) nog ongeveer 5 procent in 2024, circa 3 procent in 2028 en nog maar 2 procent in 2032. Een flink schadelijke beving is nú al erg onwaarschijnlijk. Een gevaarlijke M 4 à 5 is vrijwel kansloos geworden.
Minder zorgen maken
Voor de gasveldbewoners zijn er dus goede redenen om zich (nog) minder zorgen te maken. ‘Levensgevaarlijk’ kan het wonen in Groningen niet meer zijn. Zware en middelzware woningschade is nauwelijks meer te verwachten. Ook bevingsangst, stress en gezondheidsklachten kunnen flink afnemen, mits er realistisch wordt gecommuniceerd over terugkerende veiligheid.
Dat het seismisch risico voor gebouwen en hun bewoners aanzienlijk wordt overschat, is een lastige boodschap
Dat het seismisch risico voor gebouwen en hun bewoners al sinds 2018 aanzienlijk wordt overschat is een lastige boodschap. Volgens SodM kunnen er immers ‘nog jarenlang aardbevingen’ voorkomen. Maar, dat zijn dan wel steeds minder en steeds lichtere bevingen (voorlopig jaarlijks een handvol), totdat de spanningen in het ondergrondse gasreservoir geleidelijk zijn uitgewerkt.
Discutabele risicobeoordeling
Natuurlijk moet de veiligheid van bewoners vooropstaan, maar wie, zoals SodM, blijft waarschuwen dat het in Groningen ‘nog lang niet veilig’ is (de Haan, 2023), houdt angsten en onzekerheden in stand. Daardoor kunnen bewoners blijven denken dat zij en hun dierbaren zonder ingrijpende woningversterking nog altijd niet rustig kunnen gaan slapen. Zulke bevingsangsten en versterkingstwijfels vinden herhaaldelijk hun weerklank in het maatschappelijke-effectenonderzoek van Gronings Perspectief.
Intussen blijft de ‘mogelijke onveiligheid’ van gebouwen moeilijk te beoordelen. Volgens de Mijnbouwwet mag de overlijdenskans door woninginstorting na een aardbeving hooguit een op de honderdduizend per jaar bedragen. Maar hoe wordt het inmiddels verruimde begrip ‘seismisch risico’ vandaag de dag ingevuld?
Heeft de NCG de moed om ronduit te zeggen: ‘Uw woningversterking is nu niet meer nodig’?
Nog steeds met als uitgangspunt een zeer onwaarschijnlijke M 4 à 5? Met dusdanige gebouwzwakte dat zelfs een 2.0-beving tot forse schade zou kunnen leiden? Met hardnekkige gevoelens van onveiligheid bij bewoners?
Of gaat het nog steeds om eerdere versterkingsafspraken en heeft de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) − met zijn adviserende bouwingenieurs − niet de moed (gehad) om ronduit te zeggen: ‘Uw woningversterking is nu echt niet meer nodig’?
Ministeriële nalatigheid
Toenmalig EZK-minister Wiebes had gelijk toen hij bij zijn eerste afbouwbesluit in april 2018 (‘gaswinning naar nul in 2030’) de versterkingsoperatie in Groningen tijdelijk stillegde. In november 2018 kwam daarvoor een herzien Plan van Aanpak. Maar na het tweede, versnelde-afbouwbesluit van 10 september 2019 (‘eind 2022 naar nul’) heeft de minister nagelaten om de verder afgenomen noodzaak van woningversterking opnieuw te bepalen en overtuigend uit te leggen.
Inmiddels zijn zware bevingen hoogst onwaarschijnlijk geworden
Dit beleidstekort heeft onder meer geleid tot sloop en nieuwbouw van duizenden woningen die in 2016 (bij hoge gaswinning) nog risicovol waren, maar sinds 2019 weer veilig genoeg zijn. RTV Noord schreef op 31 mei over: ‘... de Zandplatenbuurt in Delfzijl. Daar moeten ruim achthonderd huizen tegen de vlakte, omdat ze niet bestand zijn tegen zware bevingen.’ Inmiddels zijn zware bevingen hoogst onwaarschijnlijk geworden. Kan zo’n jarenlang ingrijpend project nog worden heroverwogen?
Wetenschap tegenover politiek?
Intussen zijn vragen, kritiek en twijfels over de woningversterking niet van de lucht, variërend van ’waarom wordt míjn huis niet versterkt?’ tot ongemakkelijke noodhuisvesting en van ‘waarom zij wel sloop en nieuwbouw en ik niet?’ tot hopeloos lang wachten op uitvoeringsbesluiten. Uit Dagblad van het Noorden en RTV Noord is hiervan gemakkelijk een prikkelende bloemlezing samen te stellen.
Met alle respect: ‘de politiek’ kan natuurlijk niet de andere kant op blijven denken
Na Wiebes’ versnelde-afbouwbesluit organiseerde de Groninger Bodem Beweging (GBB) in oktober 2019 een debat over de verminderde noodzaak van woningversterking. ‘Wat die discussie uiteindelijk duidelijk maakte, is dat er niet één waarheid is. Er is een wetenschappelijke werkelijkheid en er is een politiek-bestuurlijke werkelijkheid.’
Maar, met alle respect: ‘de politiek’ (en ook de GBB) kan natuurlijk niet de andere kant op blijven denken wanneer uit wetenschappelijk onderzoek steeds duidelijker wordt dat de aardbevingsdreiging sterk is verminderd, de omgevingsveiligheid fors is toegenomen en verdere woningversterking (laat staan sloop en nieuwbouw) nauwelijks nog nodig lijkt.
Schadeherstel voorop
Of en hoe er ook verder versterkt gaat worden – voor bijna 6 miljard euro tot en met 2028 − overduidelijk is dat het leeuwendeel van de ‘ereschuld’ aan Groningen ligt bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Daar gaat het – eveneens voor miljarden – om snel en ruimhartig herstel van tienduizenden beschadigde woningen, inclusief ‘oude’ gevallen die vóór 2023 te zuinig zijn afgehandeld.
Schadeherstel, versterken en energetisch verduurzamen laten zich effectief combineren
Schadeherstel, (nog beperkt) versterken en energetisch verduurzamen laten zich effectief combineren. Dat hoeft niet noodzakelijk vóór eind 2028 te lukken, zoals de Commissie-Verschillen vorig jaar heeft voorgesteld.
Omgevingsrisico’s met profijt
Voorjaar 2025 zal nog eens het einde van de Groningse gaswinning worden gemarkeerd. Met verwijzing naar de kabinetsbrief Ny Begun zal dan door deze en gene spreker (of zanger) worden opgemerkt dat we er voorlopig nog niet mee klaar zijn. Velen zullen dan ook willen weten wat Groningen nog te wachten staat, aan aardbevingen, schade en financiële vergoedingen.
Dat was niet zonder aanzienlijke omgevingsrisico’s en zonder veel compensatie voor Groningen
Bij dat herdenkingsfestival mag ook niet worden vergeten dat heel Nederland, inclusief Groningen (en ook de NAM), meer dan een halve eeuw van dat gas én de gasbaten heeft geprofiteerd. Dat was niet zonder aanzienlijke omgevingsrisico’s. En het ging zonder veel compensatie voor Groningen. Met alle kennis over externe-veiligheidsrisico’s sinds 1980 had al in de jaren negentig ook over de gaswinning een billijk en geruststellend veiligheidsbeleid kunnen worden opgetuigd.
Charles Vlek is emeritus-hoogleraar omgevingspsychologie en besliskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij publiceert sinds 2013 over de aardbevingsproblematiek, onder andere samen met risico-analist Robert Geerts: Wordt het Groningse gasveld langzamerhand ‘veilig genoeg’?, Milieu 2023 no. 5).
Foto: Michele Ahin (Flickr Creative Commons)