Alphen laat belang psychologische zorg zien

Psychische stoornissen kunnen ernstige gevolgen hebben, zo laat het drama in Alphen aan den Rijn zien. De nadruk in de samenleving op competitie en presteren speelt daarin een belangrijke rol. Gelukkig kent Nederland een goede psychologische zorg. Vreemd dat de politiek daar een streep door wil zetten.

De gebeurtenis in Alphen aan den Rijn heeft opnieuw aangetoond dat psychische stoornissen zowel via zelfmoord als via moord een dodelijk afloop kunnen hebben. Dit valt onder andere te verklaren vanuit sociologisch oogpunt. We weten al lang uit onderzoek in verschillende landen en culturen dat verveelde jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar gewelddadig kunnen worden en gemakkelijk naar wapens grijpen. Dit geldt ook voor de Nederlandse samenleving, waarin een sterk accent ligt op presteren en waar competitie een belangrijke rol speelt.

Mensen vergelijken zichzelf snel met anderen binnen hun sociale groep en dat betekent ook dat er altijd verliezers zijn. Indien de vergelijking met anderen slecht uitvalt, voelt men zich gefrustreerd en die frustratie kan worden geïnternaliseerd en tot bijvoorbeeld een depressie leiden, of worden geëxternaliseerd en tot agressie leiden.

Narcisme neemt toe in Nederland
In onze samenleving, zo heb ik de afgelopen jaren in een tweetal boeken (Zijn we wel narcistisch genoeg? en: Het narcistisch ideaal) beargumenteerd, zijn narcistische trekken en belevingen toegenomen ten koste van de gehechtheid aan anderen. Indien de oriëntatie op de ander afneemt en iemand zich meer op zichzelf oriënteert, raakt de betrokkene in het slop. Met name jongeren tussen de 18 en 25 jaar (de zogenaamde formatieve jaren die extra belangrijk zijn in de vorming en waarin de sociale identiteit wordt opgebouwd) die teleurgesteld of gefrustreerd raken en hun plaats in de samenleving niet kunnen vinden, verliezen gemakkelijk hun gehechtheid aan anderen en aan de samenleving in brede zin. Ze trekken zich terug in hun (narcistische) binnenwereld en zoeken daar de bevrediging die ontbreekt in de buitenwereld. De rol en betekenis van andere mensen neemt in hun innerlijke wereld sterk af en hetgeen ze dan doen, staat vooral in het licht van die binnenwereld, ongecorrigeerd door sociale invloeden.

Indien ze in psychologisch opzicht kwetsbaar zijn en, zoals de jongeman in Alphen, een emotieregulatie-probleem hebben en tevens een sterke belangstelling voor wapens, ontstaat er een ernstig risico op een gewelddadige afloop. Een krenking in de vorm van een afwijzing of respectloze behandeling kunnen het pad effenen voor een explosieve suïcidale en/of homocidale reactie. Juist dit type kwetsbare jongeren is ook gevoelig voor het geweld dat in de media, computerspelletjes en op het internet te vinden is. Het brengt ze mogelijk op een idee en het bevredigt het gekrenkte narcisme.

Niet bezuinigen op eerstelijns psychologen
In het voorkomen van een – gelukkig uitzonderlijk – drama als in Alphen aan den Rijn, is een belangrijke rol weggelegd voor de eerstelijnsgezondheidszorg. De psychologische zorg wordt in Nederland verleend door eerstelijns psychologen die in samenwerking met huisartsen voor een beperkte regio diagnostiek en behandeling van psychische problemen op zich nemen. Zij hebben ook een taak, tezamen met huisarts en algemeen maatschappelijk werk, in de vroegsignalering van ontsporing op psychisch vlak. Het netwerk van psychologen in de eerstelijn in Nederland is uniek in de wereld (elke Nederlander heeft recht op tenminste acht consulten van deze psycholoog per jaar) en ook heel noodzakelijk wanneer men in de toekomst een geval als Tristan van der V. op tijd wil signaleren.

En wat gebeurt er intussen in Nederland? Er dreigt een streep te worden gehaald door de psychologische zorg, want er moet 1 miljard worden bezuinigd op de eerstelijnsgezondheidszorg. In Den Haag belijden politici met de mond dat ze de eerstelijnsgezondheidszorg willen versterken, feitelijk zetten ze de schop aan de wortel van het nog steeds meest kwetsbare deel, de psychologische zorg.

Jan Derksen is hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en eerstelijnspsycholoog.