Als je weet wat het is, zie je het overal: de shared space. Aan de IJzijde van Amsterdam Centraal, de Grote Marktstraat in Den Haag, het Laweiplein in Drachten. Markeringen zijn verdwenen, verkeerslichten weggehaald. Dat moet een einde maken aan de ‘segregatie’ tussen voetgangers, fietsers en auto’s. Waarom? Omdat dan iederéén zich onzeker voelt, vaart mindert, oogcontact maakt en op de ander let. En zo komen er minder ongelukken.
‘Kom op, wees de sterkste ‒ zíj moeten aan de kant gaan’
Allemaal bedacht door de Nederlandse ingenieur Hans Modderman, die het innovatieve stadsconcept exporteerde tot aan Australië. Hoe minder regels er zijn, hoe meer we ons sociaal verantwoordelijk gedrag trainen, is zijn theorie. Er is zelfs een Kenniscentrum Shared Space waar het wordt uitgelegd als een ‘innovatief concept voor de inrichting van de openbare ruimte waarbij gestreefd wordt naar ruimtelijke én democratische kwaliteit bij het zoeken maar oplossingen voor problemen in de openbare ruimte’.
Burgerschap oefenen
In het Haagse zwembad waar ik zaterdagochtend mijn baantjes trek, liggen ook geen rood-witte zwemlijnen in het water. Dobberende ouden van dagen en vlinderslagzwemmers met brede borstkassen kriskrassen door elkaar. Een ware democratische shared space waar ik mijn burgerschap kan oefenen! Maar in plaats van ontspannen mijn schoolslag te trainen, ben ik constant op mijn hoede. Er kan zo weer een crawlende tegenligger komen, of zelfs twee naast elkaar, die ik dan moet zien te ontwijken. Ga ik naar links of naar rechts? Ertussendoor? Of duik ik er maar eens onderdoor?
Toen ik weer eens behendig manoeuvreerde, riep een sterke, gespierde man mij toe: ‘Kom op, wees de sterkste ‒ zíj moeten aan de kant gaan.’ Je hebt helemaal gelijk, Darwin, dacht ik. Waarom gaan alleen wij, oplettende dames, aan de kant? Dus toen opnieuw een snelle jongeman mij tegemoet crawlde, hield ik voet bij stuk, zover als dat zwemmend kan. Ik was klaar voor het oogcontact, het vaart verminderen. Baf. Zijn arm knalde tegen mijn hoofd. Experiment mislukt, meneer Modderman. Ik ga echt niet meer in mijn vrije weekend in het zwembad burgers trainen in sociaal verantwoordelijk gedrag.
Zonder scheidingslijnen, zonder afspraken ben je compleet afhankelijk van het sociale gedrag van de ander
Shared spaces zonder regels klinkt mooi: we délen de gezamenlijke ruimte. Maar al die gezamenlijke pleinen, publieke ruimtes en zwembaden zijn een regelrechte ramp voor mensen die baat hebben bij helderheid in het (sociale) verkeer. En dat is meestal de onderliggende partij. Zonder scheidingslijnen, zonder afspraken ben je namelijk compleet afhankelijk van het sociale gedrag van de ander, en daar kan je echt niet per definitie op rekenen. Daarom hebben mensen die doof of blind zijn al eens aan de bel getrokken over de shared space, net als mensen in een rolstoel. Ook ouderen en vrouwen voelen zich geïntimideerd. Geef ons heldere punten waar we kunnen oversteken!
Beetje meer systeemwereld
Ik organiseerde een keer een schouw met mensen met een verstandelijke beperking in hun eigen wooncomplex. De grote binnenruimte met een keuken, restaurant, kantoor en spelletjeskast werd door professionals als een mooie ontmoetingsplek voorgesteld, maar sommigen van de mensen wilden helemaal niet naar binnen, sommigen durfden niet. Wat gezellige rommeligheid is voor de één, is een angstaanjagende chaos voor de ander. Zij hadden meer behoefte aan scripted places, zodat je weet waar je wel en niet moet zijn. Chaos maakt alert, is het idee van de shared space. Maar helderheid betekent dat je niet de hele tijd hoeft op te letten. Doe ik het wel goed? Wat doet de ander?
Een beetje segregatie, een beetje meer systeemwereld in de leefwereld, kan geen kwaad
Wie wil dat we allemaal prettig met elkaar kunnen samenleven, samenfietsen, samenzwemmen, leg alsjeblieft enkele scheidslijnen neer: opdat het recht van de sterkste, snelste, slimste niet altijd geldt en wij – de aanpassers – niet afhankelijk zijn van het oogcontact en de zorgzaamheid van de ander. Een beetje segregatie, een beetje meer hokjesdenken, een beetje meer systeemwereld in de leefwereld, kan geen kwaad. Steeds moeten opletten, is zoveel vermoeiender dan het baantjes trekken zelf.
Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie
Foto: Joris van den Einden