Wie in z’n eentje koffie gaat drinken bij de Hema in Ommen kan een geel badeendje op z’n tafeltje zetten. Dat betekent zoveel als: ‘Je mag bij me komen zitten, ik sta open voor een praatje.’ Op een speelse manier probeert het ‘In je eendje-initiatief’ de eenzaamheid op een alledaagse plek te doorbreken.
Iets kopen is voor veel mensen die verlegen zitten om een praatje een comfortabele dekmantel
En niemand hoeft verloren met een eendje aan tafel te zitten, want dan komt het personeel even naar je toe, vertelt de eigenaar van de franchise, Jarno Doornewaard, in de Stentor. Hij ziet zijn Hema als een ‘sociaal bedrijf’. ‘Het is meerdere keren gebeurd dat mensen overleden en ons personeel werd genoemd tijdens de rouwdienst. Een mevrouw die hier elke dag kwam en nagenoeg geen sociaal netwerk heeft, ligt momenteel in het ziekenhuis. De bedrijfsleider is bij haar langs geweest met een bosje bloemen.’
Even geen ‘cliënt’
Onze nationale tompoucen-trots staat al langer bekend als een ‘attente commerciële plek’, een plek waar ouderen graag komen voor ontmoeting. Iets kopen – consument zijn – is voor veel mensen die verlegen zitten om een praatje een comfortabele dekmantel. Commerciële plekken bieden de mogelijkheid om even geen ‘cliënt’ of ‘zorggebruiker’ te zijn, maar een ‘klant’. Het is prettiger dan naar een plek te gaan waar iedereen ziet dat je op zoek bent naar contact, zoals een buurthuis. Vandaar ook het succes van kringloopwinkels met een buurthuisfunctie. Je stapt er binnen voor een vaasje of een trui, maar komt thuis met de herinnering aan een kletspraatje.
‘Abi Patat’ was ‘een soort buurthuis voor bewoners’
Hoogleraar Klasien Horstman wijst ook op het belang van een commerciële infrastructuur die de sociale versterkt. Zelf opgegroeid in een snackbar, steekt ze de loftrompet over deze misschien niet erg gezonde, maar wel heel sociale plek. In veel Drentse of Brabantse dorpen heeft de patatzaak de functie van de kerk als ontmoetingsplek overgenomen. ‘Abi Patat’, oftewel Selahattin Vural, snackbar-eigenaar in Amsterdam-West, werd in 2018 zelfs bekroond als Amsterdammer van het jaar omdat hij ‘een soort buurthuis voor bewoners’ was. Maar nu de wijk wordt opgeknapt, is er voor zijn snackbar even geen plaats.
Met de ouder wordende bevolking komen er ook nieuwe vanzelfsprekende ontmoetingsplekken bij, zoals de apotheek en de drogisterij. Alleen komen sommige mensen wel erg vaak op een dag.
Het zal niet lang meer duren voordat historici het fenomeen ‘buurtwinkel’ gaan bestuderen
De mooie voorbeelden van attente commerciële plekken, zoals de Ommense Hema, zijn volgens een studie van Josje Schut van het Ben Sajet Centrum vaak familiebedrijven of franchises waar eigenaren sociaal betrokken zijn. Van de Primark of de Action, met steenrijke buitenlandse aandeelhouders, hoeven we weinig tot niets te verwachten. Attente ondernemers zijn geen kortzichtige pitbulls en hebben vaak een sterke lokale basis: ze zijn er opgegroeid, zitten al jaren in dezelfde straat, wijk of hetzelfde dorp. Commerciële dienstverlening en warmte voor de klant liggen bij hen in elkaars verlengde. Abi Patat: ‘Ondernemen is meer dan het verkopen van producten. Je kan klanten aan je binden door echt een band met ze op te bouwen. Door een praatje te houden, een luisterend oor te bieden en waar nodig hulp te bieden.’
Inzetten voor zorgzame ondernemers
Toch staan commerciële attente plekken voortdurend onder druk: er moet immers wel winst geboekt worden. De plekjes met een stoeltje en gratis koffie zijn bij de Albert Heijn in de grote steden weggedrukt door nieuwe schappen: beter voor de verkoop. In sociaal-economisch zwakke wijken en bloemkoolwijken zijn er zelden winkeltjes op rollatorafstand – ook door ons eigen online koopgedrag. De huurprijzen rijzen de pan uit. Het zal niet lang meer duren voordat historici het fenomeen ‘buurtwinkel’ gaan bestuderen.
De economische waarde staat wel vaker haaks op de maatschappelijke waarde. Terwijl commerciële plekken een uitgelezen kans bieden voor een beetje meer alledaagse attentheid. Wie zich druk maakt over zorgzame buurten, zou zich dus ook moeten inzetten voor zorgzame ondernemers.
Door Monique Kremer, hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie
Foto Joris van den Einden