Een belangrijke les van de coronacrisis lijkt alweer in de vergetelheid te zijn geraakt: de waarde van het alledaagse leven. De trage wandeling door de buurt, een naaste even zien, zelfs als het online is, oprechte blijdschap omdat je naar de supermarkt mag. De pandemie leerde ons hoe fragiel het dagelijks leven kan zijn.
Voorwaarde voor succes
Wie de weekendkranten openslaat, krijgt talloze tips over hoe we het beste uit onze dag halen. In de Volkskrant vertelt een hoogleraar over zijn meest effectieve ochtendroutine, een onderwerp waarover miljoenen TikTok-fimpjes blijken te bestaan: de wekker gaat om zes uur, dan naar buiten voor een korte wandeling, een glas water (geen koffie!), negentig minuten geconcentreerd werken, dan een work-out in de sportschool en een koude douche. Bij de krant is zelfs een redacteur aangesteld die ‘gespecialiseerd is in wetenschappelijk advies waar je iets aan hebt in het dagelijks leven’. Het dagelijks leven als voorwaarde voor succes.
Dagelijkse strijd
Altijd maar vooruit willen, is een karaktertrek van onze moderne samenleving. Maar hebben we dan helemaal niets geleerd van ons nog prille pandemische verleden? De prijswinnende documentaire Reis door onze wereld herinnert ons aan de onrustige, maar ook verstilde coronajaren. Het merendeel wordt gefilmd in de achtertuin van de makers: we zien praatjes met de buren, een kraaienstel voedt een jong op.
In weekendkranten lezen we zelden tips voor mensen die weinig hebben om voor op te staan
‘De grootste mysteries in de wereld zijn toch vaak de kleinere, alledaagse dingen en gebeurtenissen’, schrijft Babs Gons, Dichter des Vaderlands. ‘Hoe een olifant kan leven van gras. Hoe datzelfde gras in een nacht opeens een centimeter is gegroeid. (...) Hoe troostend de glimlach van een vreemde kan zijn, een zachte stem als zalf op je ziel’ – dichters zijn de meesters van de alledaagse schoonheid.
Het leven van alledag kent evengoed een sombere kant. In de dikke weekendkrant lezen we zelden wetenschappelijke tips voor mensen die weinig hebben om voor op te staan. Er zijn mensen die elke dag achtervolgd worden door pijnlijke ervaringen uit hun kindertijd. Er zijn mensen die maandag de mooiste dag van de week vinden omdat ze dan naar de dagbesteding mogen. Er zijn mensen die, door een depressie geveld, blij zijn als het gelukt is om de dag te beginnen. Voor hen is het dagelijks leven een dagelijkse strijd.
Sociaal werkers zijn meesters van het werkelijke alledaagse bestaan
Het belang van belcirkels in de ochtend voor mensen die eenzaam zijn (‘Goedemorgen, hoe gaat het?’) mag nooit worden onderschat. Net als zelf kunnen koken – vraag dát maar aan iemand uit Oekraïne of Syrië – of het hebben van een huisdier, ook voor jongeren en ouderen in instellingen. In de coronatijd werden kwetsbare groepen hun dagelijkse dingen ontnomen. Zij kregen geen bezoek meer, mochten niet naar de dagbesteding. Iedereen die veel met mensen werkt – in zorg en welzijn – zou zich moeten opstellen als een hoeder van het alledaagse. Dat zou een cruciale corona-les moeten zijn.
Aardse werkelijkheid
Sociaal werkers zijn er vooral om mensen beter te laten functioneren in hun omgeving, met hun familie, vrienden, buren, zo schrijven Sally Holland en Jonathan Scourfield in Social work. A very short introduction. En die hulp kan ook betekenen dat ze de sociale context proberen aan te passen. Maar ze waarschuwen tegen de ‘ambitieuze retoriek van bevrijding, sociale rechtvaardigheid en empowerment’, vooral als die de aardse werkelijkheid van alledaagse praktijken wegdrukt.
Niet dat die termen irrelevant zijn, maar kunnen sociaal werkers werkelijk die beloften waarmaken? Sociaal werkers zijn meesters van het werkelijke alledaagse bestaan. Zij kunnen bij uitstek laten zien hoe ingewikkeld het alledaagse leven voor mensen kan zijn. Dat goed vertellen, is misschien al groot genoeg.
Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie
Fotocredit: Joris van den Einden