De Nashville-verklaring: preken voor de Staatsgereformeerde Kerk?

De ophef rondom de Nederlandse vertaling van de Nashville-verklaring zindert na. Met name de handtekening van Kees van der Staaij roept negatieve reacties op. Maar moet de actie van de SGP-Tweede Kamer-voorman ons verbazen? Hoe zit het met de tolerantie jegens en homoseksualiteit van jonge SGP’ers? En wat vindt de achterban van DENK? Socioloog Tim Reeskens duikt in de beschikbare data.

Voor wie die de afgelopen dagen de (sociale) media volledig heeft gemeden, valt de Nashville-verklaring samen te vatten als een hedendaagse christelijke visie op ethische thema’s zoals homoseksualiteit, transgenderisme, en de verhoudingen tussen man en vrouw. Vanwege het eerste artikel van het manifest – dat stelt dat het huwelijk door God is bedoeld als een verbintenis tussen één man en één vrouw, en alternatieve invullingen zoals homoseksualiteit en polyamorie ondenkbaar zijn – is de verklaring al snel gereduceerd tot ‘homohaatmanifest’.

Vooral de ondertekening door Kees van der Staaij, de fractieleider van de SGP in de Tweede Kamer, wekt ergernis. Zo stelt D66-Kamerlid Rutger Schonis dat Van der Staaij hiermee ’het bestaan [ontkent] van een fundamenteel grondrecht voor vele duizenden Nederlanders.’ Ook de partijleider van de ChristenUnie, Gert-Jan Segers, zegt zich er niet in te kunnen vinden.

Aan tafel bij Eva Jinek ging minister van Emancipatie Ingrid van Engelshoven in debat met Van der Staaij. Zij noemde de ondertekening een stap terug in de tijd. Maar is de verontwaardiging tegenover het standpunt van de SGP wel op z’n plaats, of maakt intolerantie tegenover homoseksualiteit deel uit van het DNA van de SGP en is er dus weinig nieuws onder de zon?

Wat zegt waardenonderzoek?

Om deze vraag te beantwoorden kijken we naar de opvattingen van SGP-kiezers en vergelijken die met aanhangers van andere partijen. Dit doen we op basis van de meest recente European Values Study, waarin  tussen september 2017 en maart 2018 een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking  ondervraagd is over politieke en sociale opvattingen en waarden.

Zo is ook de tolerantie tegenover homoseksualiteit gepeild, op een schaal van ‘nooit te rechtvaardigen’ (1) tot ‘altijd te rechtvaardigen’ (10). In combinatie met de individuele partijvoorkeur krijgen we een goed beeld van  de opvattingen over homoseksualiteit onder de electoraten van de politieke partijen.[1]

De resultaten tonen aan dat de verontwaardiging over het afwijzen van homoseksualiteit door fractieleider Van der Staaij, best een beetje vreemd is. We zien in de onderstaande grafiek dat het electoraat van geen enkele andere partij in de buurt komt van de SGP wat betreft opvattingen over homoseksualiteit. Met een waarde van net iets hoger dan 3 zitten Nederlanders die zeggen bij verkiezingen op de SGP te gaan stemmen ver onder het schaalgemiddelde van 5.5, en flirten ze zelfs met de benedengrens. Dit betekent dat de achterban van de SGP tolerantie tegenover homoseksualiteit amper te rechtvaardigen vindt. De handtekening van Van der Staaij onder de Nashville-verklaring zou in dit licht geen verbazing mogen wekken: die staat voor de opvatting van zijn kiezers.

De twee partijen die de meest progressieve Nederlanders aanspreken zijn GroenLinks en D66, die dicht tegen de bovenkant van de schaalgrens aanschurken. Hun kiezers staan zoals te verwachten dus zeer tolerant tegenover homoseksualiteit.

 Wat dan met Denk?

Bij controverses over ethische thema’s ingegeven door religieuze opvattingen wordt in Nederland  ook vaak gekeken naar opvattingen onder moslims. Parool-columnist Theodoor Holman vraagt zich bijvoorbeeld af waarom er minder verontwaardiging is over de intolerantie onder moslims wat betreft homoseksualiteit. Omdat we kijken naar opvattingen over homoseksualiteit bij kiezers van verschillende partijen, betrekken we er hier DENK bij, die zich met haar thema’s erg richt op kiezers van niet-Westerse origine, waaronder moslims.

Onze gegevens laten zien dat de kiezers van DENK progressiever staan tegenover homoseksualiteit dan aanhangers van de SGP. Dat wil niet zeggen dat zij de homogemeenschap geheel omarmen. Integendeel, de cijfers tonen aan dat juist op het vlak van opvattingen over homoseksualiteit DENK afwijkt van de PvdA, de partij waarvan de DENK-initiatoren zich afscheidden.

 De jeugd, de toekomst?

De verklaring van minister Van Engelshoven dat de Nashville-verklaring een stap terug is in de tijd, nodigt ons uit om te kijken naar de toekomst. Daarvoor kijken we naar het onderscheid tussen jongere (gemakshalve 50 jaar en jonger) en oudere respondenten (ouder dan 50 jaar), met als achterliggende gedachten dat de denkbeelden van jongeren gestalte geven aan de samenleving van morgen (en vooral, van overmorgen).

De trend lijkt te zijn dat de jongste generaties lichtjes toleranter staan tegenover homoseksualiteit dan de oudere generatie. Uitgerekend bij DENK en de SGP zien we een afwijkend patroon.[2] Bij DENK lijkt de jongere aanzienlijk progressiever te staan tegenover homoseksualiteit dan oudere DENK-kiezers  (al is er nog steeds een beduidende kloof met de achterbannen van GroenLinks, D66 en de PvdA). Maar een omgekeerd patroon is aanwezig onder het SGP-electoraat, waarbij jongeren juist intoleranter dan ouderen blijken te zijn.

Ideale preekstoel

Dat Van Engelshoven waarschuwt dat de Nashville-verklaring een stap terug is in de tijd, is moreel gezien ontegensprekelijk een goede terechtwijzing. De handtekening van Kees van der Staaij en andere SGP-prominenten staat haaks op de liberale waarden van de Nederlandse samenleving.

Anderzijds biedt de verontwaardiging over het manifest de SGP een uitgelezen kans om zich sterker in de markt te zetten bij een electoraat dat sterk gekant is tegen gelijke rechten voor lhbt’s. Politiek-marketing-technisch gezien biedt de media-aandacht, met de Provinciale Statenverkiezingen in het verschiet, een ideale preekstoel om misschien nog wel enkele zieltjes te winnen.

Tim Reeskens is universitair hoofddocent aan het Departement Sociologie van Tilburg University en nationale programmadirecteur van de European Values Study Nederland. Voor Sociale Vraagstukken zal hij met enige regelmaat met behulp van deze gegevensverzameling op actuele maatschappelijke kwesties reflecteren.

Deze bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Inge Sieben en Loek Halman. De dataverzameling van de European Values Study 2017 Nederland is mede mogelijk gemaakt door een toelage in het kader van ODISSEI door de Nederlandse Organizatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Foto: Still uit NPO

[1] De analyses in deze bijdrage zijn vrij rudimentair. Zo ontbreken de populatiegewichten, die essentieel zijn omdat we ervan uitgaan dat sommige groepen ondervertegenwoordigd zijn in dit onderzoek. Meer informatie over het survey en de analyses zijn verkrijgbaar via t.reeskens@uvt.nl.

[2] We moeten voorzichtig zijn met generaliseerbaarheid, aangezien het om kleine groepen gaat. Bij DENK gaat het om 11 jongere en 3 oudere respondenten; bij de SGP gaat het om 19 jongere en 16 oudere respondenten.