De onbeperkt beschikbare mantelzorger of werknemer bestaat niet

We moeten allemaal langer en meer uren doorwerken tot ons pensioen, én we worden geacht meer te zorgen en vrijwilligerswerk te doen. Houden we dat vol? Daarover gaat de Arbeid en Zorgtop van de ministeries van SZW, OCW en VWS vandaag. Belangrijk daarvoor is: de onbeperkt beschikbare mantelzorger of werknemer bestaat niet, en de hoge eisen vergroten de kans op gezondheidsproblemen, vooral bij vrouwen.

De overzichtelijke wereld waarin mannen het inkomen voor het gezin verdienden, en vrouwen voor het huishouden en de kinderen zorgden, is in rap tempo veranderd. Vrouwen zijn massaal het onderwijs in en daarna de arbeidsmarkt op gegaan. Mannen hebben tegenwoordig naast hun baan ook zorgtaken. Toch besteden mannen nog steeds veel meer uren aan betaald werk dan vrouwen. Omgekeerd doen vrouwen meer in het huishouden, de zorg voor kinderen en mantelzorg aan zieke (schoon)ouders[1]. Maar ’taakcombineerders’ zijn we tegenwoordig bijna allemaal, en de combinatiedruk zal alleen maar toenemen.

Vrouwen zijn over het algemeen minder gezond

Of we arbeid en zorg prettig kunnen combineren, hangt van allerlei dingen af. Een goede gezondheid is er een van. De meeste Nederlanders zijn gezond, maar vrouwen hebben over het algemeen meer problemen met hun gezondheid dan mannen[2]. Veel chronische aandoeningen komen bijvoorbeeld vaker bij vrouwen dan bij mannen voor, zoals reumatoïde artritis, en juist bij vrouwen in de werkzame en reproductieve leeftijd. Ook hebben vrouwen bijvoorbeeld vaker depressieve klachten dan mannen. Een slechtere gezondheid betekent niet alleen minder kwaliteit van leven maar ook, afhankelijk van de ziekte, belemmeringen om maatschappelijk te participeren. Dit is een van de redenen (naast de zorg voor kinderen) waarom de arbeidsdeelname van vrouwen lager is dan die van mannen. Voor migrantenvrouwen geldt dit nog veel sterker: ze hebben een slechtere gezondheid dan andere vrouwen en migrantenmannen èn hun gezondheid belemmert hen vaker om te (gaan) werken[3].
Andersom kan de werksituatie zelf ook tot gezondheidsproblemen of zelfs tot arbeidsongeschiktheid leiden. Echter, zelden is het werk zelf de enige oorzaak voor ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zoals bij een beroepsziekte. Of een werknemer gezondheidsproblemen krijgt hangt samen met bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden, de invloed die de werknemer kan uitoefenen op het werk, de manier van leidinggeven en de manier waarop leidinggevende en bedrijfsarts omgaan met ziekteverzuim, en de thuissituatie. Het werk van vrouwen heeft minder gunstige kenmerken[4]. Ze werken vaker dan mannen in sectoren met ongunstige arbeidsomstandigheden. In de gezondheidszorg, waar 80 procent van de werknemers vrouw is, is het werk zowel fysiek als psychisch zwaar. En vrouwen hebben vaker functies waar ze minder invloed hebben op inhoud en tempo van het werk en ook zijn ze minder vaak leidinggevende. Als ze ziek worden, lijken bedrijfsartsen mannen meer te stimuleren om weer aan het werk te gaan dan vrouwen.

Werken en zorgen voor jonge kinderen: een risico voor moeders én vaders

Uiteindelijk zijn vrouwen maar iets vaker arbeidsongeschikt dan mannen (10,8 procent respectievelijk 9,4 procent)[5]. Vrouwen kiezen ook andere manieren dan mannen om het werk vol te houden. Er zijn aanwijzingen dat vooral oudere vrouwen vaker parttime werken om de totale belasting (van werk en zorg) te beperken en daarmee hun gezondheid te beschermen[6]. Dit geldt vooral voor hoger opgeleide vrouwen, die vaak sterk gemotiveerd zijn om te blijven werken. Lager opgeleide vrouwen trekken zich bij gezondheidsproblemen waarschijnlijk eerder terug van de arbeidsmarkt.

Vaak wordt gedacht dat de combinatie van arbeid en zorg voor kinderen moeders de arbeidsongeschiktheid injaagt. Dat blijkt niet zo algemeen op te gaan, al is het maar omdat het steeds moeilijker is afgekeurd te worden. Alleen sommige groepen lopen gezondheidsrisico’s door arbeid en zorg te combineren[7]. Werken en zorgen voor heel jonge kinderen is een risico voor de gezondheid van moeders én voor vaders. Alleenstaande ouders, meestal moeders, werken gemiddeld meer uren buitenshuis. Voor hen is het combineren van arbeid en zorg wel erg zwaar en een risico voor arbeidsongeschiktheid. En vrouwelijke mantelzorgers voelen zich vaker overbelast, ongeacht hoeveel uur en wat voor soort mantelzorg zij geven of hoeveel uur zij betaald werken. Zij vinden het vaak lastig om grenzen aan te geven[8].

Lastige keuzes voor de Participatiesamenleving

De Participatiesamenleving gaat ons voor lastige keuzes stellen. Als de combinatiedruk toeneemt, kunnen werkgevers er niet meer vanuit gaan dat al hun medewerkers zijn vrijgesteld van zorgtaken. Zorginstellingen en gemeentes moeten hun verwachtingen van mantelzorgers aanpassen aan het feit dat deze ook een betaalde baan hebben. Soms zullen mensen wat minder werken vanwege mantelzorg en zorgtaken, in andere periodes kunnen ze wel voluit in betaalde arbeid participeren. Die onbeperkt beschikbare mantelzorger of werknemer bestaat nu eenmaal niet, en tegenstrijdige en te hoge eisen vergroten de kans op gezondheidsproblemen, vooral bij vrouwen. Vrouwen hebben niet alleen al meer gezondheidsproblemen dan mannen, maar vinden het ook moeilijker hun grenzen aan te geven in werk en zorg. Daarom verdient gezondheid een plaats in beleidsdiscussies, zoals bij de Arbeid en Zorgtop.

Ans Merens is emancipatie-onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Petra Verdonk is universitair docent in het VUmc en bestuurslid van FNV Vrouw.
Beide auteurs zijn lid van de Strategische Alliantie Gender en Gezondheid.

 


[1] Cloïn, Mariëlle en Harry Bierings (2012). De combinatie van betaalde arbeid en zorgtaken. In: Merens, Ans, Marijke Hartgers en Marion van den Brakel (red.). Emancipatiemonitor 2012 (p. 87-101). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau/Centraal Bureau voor de Statistiek. 

[2] CBS (2013). Gezondheid en zorg in cijfers 2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

[3] Myra Keizer en Saskia Keuzenkamp (2011). Moeilijk werken. Gezondheid en de arbeidsdeelname van migrantenvrouwen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

[4] Klein Hesselink, John, Irene Houtman en Seth van den Bossche (2012). Trends in ziekteverzuim. In: Versantvoort, Maroesjka, en Patricia van Echtelt (red.). Belemmerd aan het werk. Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname personen met gezondheidsbeperkingen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau/ Centraal Bureau voor de Statistiek/ TNO/UWV Kenniscentrum..

Verdonk, Petra en Angelique de Rijk (2008). Loopbaansucces en welbevinden van Nederlandse werknemers M/V. In: Gedrag & Organisatie jg. 21(4) p. 451-474.  

[5] CBS StatLine.

[6] Portegijs, Wil, Mariëlle Cloïn, Saskia Keuzenkamp, Ans Merens en Eefje Steenvoorden (2008). Verdeelde tijd. Waarom vrouwen in deeltijd werken. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Verdonk, Petra et al. (2010). Work-related fatigue: the specific case of highly educated women in the Netherlands. In: International Archives Occupational and Environmental Medicine jg. 83(3), p.309-321.

[7] Verdonk, Petra en Angelique de Rijk (2008). Loopbaansucces en welbevinden van Nederlandse werknemers M/V. In: Gedrag & Organisatie jg. 21(4) p. 451-474. 

[8] De Boer Alice en Saskia Keuzenkamp (2009). Vrouwen, mannen en mantelzorg. Beelden en feiten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

De Boer, Alice en Mirjam de Klerk (2013). Informele zorg in Nederland. Een literatuurstudie naar mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dit artikel is 597 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Overheden verslinden bakken met geld, zijn niet bereid de hand in eigen boezem steken, bij voortduring wordt door hen naar mogelijkheden gezocht de burger de rekening te presenteren.
    Alle overheden/semi overheden lijken te graaien: de EU, het kabinet, provincie, gemeentes, (zorg) verzekeringen, banken allen doen zonder enige gene respectloos mee.
    Ook het disfunctioneren van bv., de belastingdienst wordt op de burger verhaald.
    Polen en Bulgaren die onterecht toeslagen innen. Het lijkt er op dat niet Nederlanders veel beter de we kennen om hiervan gebruik te maken, terwijl een legioen aan mantelzorgers met liefde en geheel zonder vergoeding hun partner verzorgen, omdat zij niet op de hoogte zijn van bv. het persoonsgebonden budget. Voeg daarbij opa’s en oma’s die – zonder vergoeding – met liefde hun kleinkinderen opvangen.
    Miljoenen verslindende prestige projecten die een vroege dood sterven of resultaat nihil.
    Ik kan eindeloos doorgaan met het opsommen van voorbeelden
    Wanneer de ongelijkheid wordt opgeheven en meer naar rechtvaardigheid dan zal het er een stuk aangenamer op worden

  2. Valt me op dat pensioengerechtigde mantelzorgers buiten beschouwing worden gelaten. Die zijn nl vaak wel “onbeperkt beschikbaar”. Hetgeen niet wil zeggen dat de druk van de zorg niet te zwaar is.

  3. Elco Dykman, rampenmanager: Alles gaat volgens de regels, maar die regels worden niet getoetst aan gezond verstand.
    Participatiebeleid is déhumanisatie. Het vraagt zoveel dat het inhumaan word. Voor een gewoon mens onhaalbaar . Zorgen voor jezelf, voor je kinderen, voor wederzijdse ouders . Wie is bereid zichzelf weg te cijferen? Weer vrouwen? Ook inhumaan, het is antifeministisch . Eerst een evenwichtige taakverdeling , maar daar hoorde ik niemand over.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *