De onterechte angst voor de onderbuik van Nederland

Zorg over de kwetsbare middenklasse die om te jennen op de PVV stemt is onterecht. Onderzoek van Stefan Metaal en Arnold Reijndorp in Almere laat zien: middengroepen kunnen goed rondkomen, zijn niet bezorgd over hun buurt en hebben geen misnoegen over de elite.

November 2013 presenteerden Stefan Metaal en Arnold Reijndorp (sociologen verbonden aan de Han Lammersleerstoel van de Universiteit van Amsterdam) in Almere de resultaten van hun onderzoek naar de onderbuik van Nederland. De eindeloze rij lagere middenklassegezinnetjes, met hun gepoetste Skoda Octavia voor de deur van hun eengezinswoning, hun RTL en SBS op het flatscreen, hun gemopper op buitenlanders en geschimp op politici, hun frustratie omdat de vooruitgang stokt, u kent ze wel. Of u kent ze juist niet, maar kunt het plaatje probleemloos verder inkleuren. Aan de boorden van de Oostvaardersplassen wonen ze in grote groepen in het wild. Alleen al in Almere wonen zo’n 46.000 middenklasse-huishoudens waarvan bijna de helft door de beleidsmakers ‘de kwetsbare middenklasse’ wordt genoemd. Kwetsbaar omdat ze door de crisis het hardst worden getroffen, geen kant uit kunnen en vervolgens in nog grotere getale PVV zullen stemmen. Al is het maar om te jennen.

Een paar jaar geleden heb ik in Almere meegewerkt aan de Sociale Agenda, een poging om deze groep in kaart te brengen, deze gezinnen met een inkomen van driekwart tot anderhalf keer modaal met weinig te winnen en veel te verliezen. Het knappe van Almere is dat ze altijd voorop lopen. Een paar jaar geleden koos de groeistad er dus voor om de focus te richten op de grote groep middeninkomens die immers dreigde te kapseizen. En nu loopt Almere weer voorop door Metaal en Reijndorp te vragen eens heel precies te kijken naar de vermeende dreigingen. Zit de consumerende middenklasse financieel klem door de crisis? Wenden zij zich echt af van de buurt en de samenleving? Halen ze hun neus op voor politici en alles wat naar elite ruikt? Drie keer nee, concluderen Metaal en Reijndorp na een enquête en een 57-tal uitvoerige gesprekken met gezinnen uit de lagere middenklasse. Want wat is het geval: de lagere middenklasse knoopt op een praktische manier de eindjes aan elkaar, hecht juist veel waarde aan de buurt en koestert geen weerzin tegen ambtenaren en politici. Ze doen dat allemaal in hun eigen termen, op hun eigen manier, op basis van ‘gezond verstand’, wat niet aansluit bij de ideologisch gekleurde redeneringen die de overheid hanteert. Geen discussies dus over sociale cohesie, participatie en creatieve klasse maar gewoon je auto voor je eigen deur parkeren, prettig met je buren omgaan en de boel op orde houden. Doe niet zo moeilijk. Wat is het probleem? Een opvallende conclusie die weinig heel laat van de bestaande beeldvorming.

De middenklasse kan goed rondkomen

De middenklasse is handig met geld, stellen Metaal en Reijndorp vast. Ze passen hun uitgaven aan de inkomsten aan, zoeken een bijbaantje als het nodig is en hebben (met dank aan het spreadsheet) een scherp beeld van de financiën. ‘Ik zou uit mijn hoofd niet weten hoeveel ik elke maand aan verzekeringen betaal; zij lepelen die cijfers zo op’, verklapte Reijndorp bij de presentatie van het onderzoek. Het hoort bij de praktische aard van de beroepen van de middenklasse: je zaakjes gewoon regelen. Werk is nodig om prettig te kunnen leven: een ruim huis in een rustige, groene buurt; carrière en status zijn geen doel op zich. Om rond te kunnen komen worden ook prioriteiten gesteld, vakanties aangepast, kortingsmogelijkheden benut en bij bezuinigingen worden de kinderen zoveel mogelijk ontzien. Als er dan toch geschrapt moet worden, valt als eerste de muziekles af, als laatste de sportclub.

Niet te klef met de buren, wel groeten

Ook de manier waarop de middenklasse omgaat met buren en buurt, is getekend door eenzelfde praktische houding en de diepe wens om de bereikte prettige woonomstandigheden te continueren. Niet te klef dus met de buren maar wel elkaar groeten en af en toe een beetje helpen. Metaal en Reijndorp: ‘Dat gewone is van bijzondere waarde en behoort tot de cruciale onderdelen van de leefwereld.’ Verstoringen van de rust in de buurt worden gevreesd: probleemgezinnen, psychiatrische patiënten en alcoholisten voorop. Nieuwe buren worden even bekeken en als hun leefpatroon herkend wordt is het al snel in orde. Het onderscheid allochtoon/autochtoon is daaraan ondergeschikt. Rommel op straat, slecht onderhoud van het groen en de pleinen zijn bronnen van ergernis en als de overheid daar onhandig mee omgaat, slaakt de middenklasse een diepe zucht: dat kan toch beter. Ze steken zelf ook hun handen uit de mouwen, houden het netjes in hun buurt en dat moet de gemeente ook doen. Beleidsnota’s waarin een tanende sociale cohesie wordt verondersteld, kunnen na lezing van Metaal en Reijndorp de prullenbak in: bewoners in middenklasse wijken herkennen elkaar, hebben op hun ongedwongen manier een Ons Soort Mensen-gevoel en daar past geen creatieve, kritische moeilijkdoenerij bij.

Geen ongenoegen over de elite

Het vermeende ongenoegen, verbittering zo u wilt, dat binnen de middenklasse zou heersen over de culturele elite, de politiek, de hogere klasse, kunnen Metaal en Reijndorp ook al niet vinden, hoe goed ze ook zoeken. ‘Men kijkt naar de gemeente, ambtenaren en politici zoals men ook naar de buren kijkt: praktisch, geen verhalen, aanpakken, oplossen, helpen.’ Pleidooien over de creatieve, levendige stad met hogere inkomens en cultureel kapitaal, vallen bij de middenklasse op dorre grond. Ze vinden het eigenlijk allemaal best als intussen maar wel het gras wordt gemaaid en de afvalbakken wat vaker geleegd.

Tegenover de culture of critical discourse, de manier waarop hoger opgeleiden de avonden volpraten, plaatsen Metaal en Reijndorp bij de lagere middenklasse de culture of common sense: gewoon je gezond verstand gebruiken. Dat de hoger opgeleide  ‘creatieve klasse’ uit de grote steden zich intussen neerbuigend uitlaat over de wijken vol lagere middenklasse gezinnen in Almere, roept nauwelijks ergernis op: ‘Er is op dit gebied eerder sprake van verbazing dan ergernis, laat staan rancune.’

En zo ontleden Metaal en Reijndorp stap voor stap het spinsel aan vooroordelen over de lagere middenklasse, de zwijgende meerderheid, de onderbuik van Nederland. Zij zijn niet zo kwetsbaar als wij denken: ‘Zij hebben geleerd te anticiperen op tegenvallers. De term kwetsbare middenklasse lijkt gezien recente berichten meer van toepassing op andere middenklasse-groepen, hoger opgeleide dertigers met veel te hoge hypotheken.’

Omdat het onderzoek weliswaar in boekvorm verschenen is maar – merkwaardig genoeg - nauwelijks te verkrijgen, hier een link naar het volledige rapport.

Stephan Steinmetz is auteur van ‘De Brievenbus van mevrouw De Vries – gekmakende post van de (semi)overheid’ (Atlas Contact 2013) en adviseur bij de Public Affairs groep.

Dit artikel is 672 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Ik geloof het onmiddellijk.
    Want dit is het probleem niet.
    En wat wel het probleem is , dat wordt in Nederland nog steeds niet besproken.
    Want het wordt nog steeds niet herkend.
    Dus ook niet door deze groep.
    Maar de gevolgen kent men wel.
    Die zijn er dagelijks.
    En geven soms hoge frustratie en erger.
    En een terecht gevoel dat er iets niet klopt.
    En dat dit niet wordt opgepikt.
    Zeker niet door de traditionele politiek.
    Het aanboren van deze ervaringen en de onmacht er over is wat populisten doen.
    Ze komen alleen met problemen en oplossingen die er niet(s) toe doen.
    Dus dat schiet ook niet op.

    Google even: Ook flink de P er in ?
    Of: Ken je dat land achter de regels, standaarden en protocollen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *