De opleidingsscheidslijn is echt – en ze doet ertoe

In reactie op Jan Willem Duyvendaks boek Spookkloven stellen hoogleraren Anchrit Wille en Mark Bovens (emeritus) dat de opleidingskloof geen spookbeeld of mening is, maar een aantoonbare scheidslijn in politiek en samenleving – gebaseerd op feiten, niet op gevoel.

De afgelopen weken heeft Jan Willem Duyvendak in diverse media zijn nieuwe boek Spookkloven gepromoot, ook hier op Sociale Vraagstukken. Daarin stelt hij dat grote tegenstellingen in Nederland – bijvoorbeeld tussen stad en platteland, arm en rijk, jong en oud – vooral in de beleving bestaan, niet in de feiten. Volgens Duyvendak is er sprake van ‘slordig onderzoek naar ongelijkheid’: meningen zouden de plaats hebben ingenomen van wetenschap.

Dat verwijt richt hij in het bijzonder op de zogenoemde opleidingskloof, die hij de ‘kloof der kloven’ noemt. Statistisch zou die zijn afgenomen, maar emotioneel juist uitvergroot. Waarom hij dit de belangrijkste kloof noemt, blijft onduidelijk. Wel verwijst hij herhaaldelijk naar ons boek Diplomademocratie als voorbeeld van onderzoekers die, in zijn woorden, ‘moord en brand schreeuwen over kloven die er niet of nauwelijks zijn.’

Wat zeggen de feiten en wie doet hier nu eigenlijk slordig onderzoek?

Opmerkelijk is de nonchalance waarmee hij ons werk bekritiseert – juist van iemand die beweert zich te verzetten tegen ‘slordig onderzoek’. Uit alles is duidelijk dat hij ons nieuwe boek niet heeft gelezen. Wie zijn argumentatie bekijkt, ziet vooral hoe dun die onderbouwing is en hoe slecht hij zijn huiswerk heeft gedaan.

Wij zijn geen experts op al zijn ‘spookkloven’, maar over de opleidingskloof weten we wel iets – en onze conclusies zijn niet gebaseerd op gevoel, maar op data en jarenlang onderzoek, niet alleen van ons zelf, maar ook van tal van collega’s van Duyvendak. Laten we dus eens kijken wat de feiten zeggen – en wie hier nu eigenlijk slordig onderzoek doet.

Opleiding als structurele scheidslijn

Wat Duyvendak wegzet als een ‘spookkloof’ is in werkelijkheid een goed gedocumenteerde scheidslijn die zich op meerdere niveaus manifesteert. Ons onderzoek naar opleiding als scheidslijn sluit aan bij politicologisch werk over zogenoemde cleavages – structurele breuklijnen die de samenleving langs sociale, culturele en politieke lijnen verdelen. Zulke scheidslijnen ontstaan wanneer aan drie voorwaarden is voldaan.

Pas als sociale, culturele en politieke lijnen samenvallen, is er sprake van een echte scheidslijn

Ten eerste: er ontstaan herkenbare sociale groepen – mensen die zich in hun leefwereld, werk, vriendenkring en woonplaats van elkaar onderscheiden. Ten tweede: die groepen gaan ook verschillend denken en stemmen; hun waarden, zorgen en politieke voorkeuren lopen uiteen. En ten derde: politieke partijen of bewegingen geven die verschillen een stem, of wakkeren ze juist aan. Pas als die sociale, culturele en politieke lijnen samenvallen, is er sprake van een echte scheidslijn – en precies dat is het geval in Nederland, zoals we in de nieuwe editie van Diplomademocratie laten zien.

Academisch opgeleiden – steeds hechtere groep

De enorme groei van het hoger onderwijs in de tweede helft van de twintigste eeuw heeft de sociale verhoudingen ingrijpend veranderd. De groep academisch opgeleiden is sterk gegroeid en vormt een steeds hechtere sociale en culturele groep. Hierbij geldt dat size matters. Het maakt enorm uit of een sociale groep maar 1 procent van de bevolking omvat, zoals in de jaren zestig het geval was met academisch opgeleiden, of ruim 14 procent, zoals in 2024. Vroeger trouwde de dokter misschien met zijn assistente, alleen waren er toen heel weinig doktoren. De belangrijkste sociale scheidslijnen liepen langs religie of klasse.

Die enorme groei van het aantal academici betekent overigens niet dat binnenkort iedereen hoog is opgeleid, zoals Duyvendak lijkt te denken. In 2024 had 65 procent van de beroepsbevolking geen hbo of wo-diploma. En dat verandert de komende jaren maar zeer geleidelijk. Volgens het CBS kreeg in 2024 nog steeds 49 procent van de leerlingen uit groep 8 een vmbo-advies.

Met name de universitair geschoolden zijn steeds meer een eigen sociale groep gaan vormen

Met name de universitair geschoolden zijn steeds meer een eigen sociale groep gaan vormen: ze trouwen vooral met elkaar, hebben vrienden met vergelijkbare achtergronden en wonen in duidelijk herkenbare regio’s en wijken. Ze sturen hun kinderen naar andere clubs en naar andere scholen dan de praktisch geschoolden. Daarmee is een duidelijk sociaal onderscheid ontstaan dat verder reikt dan onderwijs alleen – het tekent een gescheiden leefwereld die niet eens zoveel verschilt van de gescheiden leefwerelden van katholieke en protestanten in de vorige eeuw.

Opleiding is ook veruit de belangrijkste voorspeller van iemands positie op de nieuwe politieke culturele scheidslijn die gaat over thema’s als migratie, nationale identiteit, Europa en klimaat. Kiezersonderzoek laat consequent zien dat bij al deze onderwerpen opleidingsachtergrond een groot verschil maakt (figuur 1).

Figuur 1: Verschillen in opvattingen over culturele kwesties tussen opleidingsgroepen. Percentage (helemaal) eens. Bron: data uit Nationaal Kiezersonderzoek 2023. 

Nu bepaalt ook opleiding hoe mensen naar de wereld kijken

Dit zijn bij uitstek de thema’s die politiek hoog opspelen. Waar vroeger vooral klasse of religie bepaalde aan welke kant van de politieke scheidslijnen iemand stond, bepaalt nu ook opleidingsniveau hoe mensen naar de wereld kijken.

Een scheidslijn wordt pas echt zichtbaar wanneer partijen die verdeling ook vertegenwoordigen en kiezers weten te mobiliseren. Dat zien we in Nederland steeds duidelijker gebeuren zo blijkt uit onderzoek van zowel sociologen als politicologen.

Hoogopgeleide kiezers stemmen vooral op Volt, D66 en GroenLinks-PvdA

Hoogopgeleide kiezers stemmen vooral op Volt, D66 en GroenLinks-PvdA, gevolgd door de VVD en de Partij voor de Dieren, terwijl de PVV en de BBB kiezers trekken die gemiddeld het laagst opgeleid zijn. Sinds de PVV de rol van de LPF heeft overgenomen is deze kloof zelfs aanzienlijk gegroeid.

Diplomademocratie

Ook onze term diplomademocratie zou volgens Duyvendak verkeerd gekozen zijn, ‘want die suggereert dat het gewicht van diploma’s in de loop van de tijd is toegenomen’. En precies dat is wat ons onderzoek laat zien. Het gewicht van diploma’s in politiek en bestuur is aantoonbaar gegroeid omdat universitair opgeleiden de afgelopen decennia een ware mars door de instituties hebben gemaakt.

Alle politieke arena’s die ertoe doen zijn het domein geworden van universitair opgeleiden

Alle politieke arena’s die ertoe doen zijn het domein geworden van universitair opgeleiden. Dat geldt niet alleen voor de Tweede en voor de Eerste Kamer, maar inmiddels ook voor de gemeenteraden, provinciale staten, waterschapsbesturen, voor de internetconsultaties en inspraakavonden, voor de adviescolleges, de kennisinstellingen en voor grote delen van het maatschappelijk middenveld. Vrijwel alle leden of deelnemers zijn tegenwoordig hoger opgeleid.

Terwijl bijna twee derde van de bevolking nog steeds praktisch is geschoold, is hun vertegenwoordiging in de Tweede Kamer en gemeenteraden teruggelopen tot slechts een handvol leden. Om een voorbeeld te geven: in 1993 was ongeveer de helft van de gemeenteraadsleden praktisch opgeleid, in 2023 was dat nog maar 20 procent. Het aandeel praktisch opgeleide wethouders is zelfs afgenomen van bijna 70 procent in 1979 tot maar 7 procent in 2024.

Praktisch opgeleide Kamerleden zijn op de vingers van een hand te tellen

Duyvendak vergoelijkt dat door te stellen dat die ondervertegenwoordiging in relatieve zin minder is geworden omdat het aandeel academici onder de kiezers is toegenomen. Maar omdat het aantal leden van Tweede Kamer en gemeenteraden niet is toegenomen is de absolute ondervertegenwoordiging inmiddels enorm. En daarom draait het.

Bijna twee derde van de bevolking ziet zich feitelijk nauwelijks meer vertegenwoordigd. Het is een gotspe om te beweren dat de praktisch geschoolden er in relatieve zin op vooruit zijn gegaan. Terwijl er in het verleden nog vele tientallen praktisch opgeleide Kamerleden waren, zijn ze nu op de vingers van een hand te tellen. Die ondervertegenwoordiging is niet louter statistisch – ze is ook democratisch zeer relevant.

Voor veel praktisch geschoolden geldt: ‘Uw democratie is de onze niet’

Deze vrijwel volledige afwezigheid van praktisch geschoolden in de democratische instituties leidt aantoonbaar tot scheve beleidsagenda’s. Er is zelfs onderzoek dat laat zien dat de beleidsvoorkeuren van praktisch geschoolden alleen worden gehonoreerd wanneer ze overeenkomen met die van universitair opgeleiden. Bekroond sociologisch onderzoek laat ook zien hoezeer dit alles leidt tot wantrouwen en ressentiment: veel praktisch geschoolden voelen zich niet gehoord of vertegenwoordigd. Voor hen geldt: ‘Uw democratie is de onze niet’.

Meer artikelen over het boek Spookkloven van Jan Willem Duyvendak

Jan Willem Duyvendak: ‘Te weinig oog voor echte problemen’ – Sociale Vraagstukken

We zijn niet zo gepolariseerd als we denken — Migratiesamenleving @ Sociale Vraagstukken

De Sociologie Show – Podcast #11: ‘Zo gepolariseerd zijn we helemaal niet’ – Sociale Vraagstukken

Emoties verdienen het om recht te worden gedaan – Sociale Vraagstukken

Jan Willem Duyvendak ziet gebrekkig gevoel voor verhoudingen – Sociale Vraagstukken

Kloof tussen stad en platteland is geen spook – Sociale Vraagstukken

 

Ook elders steeds scherper zichtbaar

Nederland staat niet op zichzelf. Internationaal onderzoek laat zien dat ook in de rest van West-Europa opleiding is uitgegroeid tot een van de belangrijkste politieke scheidslijnen. Overal kiezen hoogopgeleiden relatief vaak voor progressieve, kosmopolitische partijen, terwijl praktisch geschoolden eerder stemmen op partijen die nadruk leggen op nationale identiteit en bescherming van de eigen gemeenschap. En die tegenstelling wordt met elke generatie scherper. Jongere cohorten laten een steeds duidelijker scheidslijn zien. De opleidingsscheidslijn verdiept zich dus van generatie op generatie – niet alleen in Nederland, maar in heel West-Europa.

De opleidingsscheidslijn is geen spookbeeld of een mening, maar een meetbare en politiek betekenisvolle realiteit

Er is dus ruim en overtuigend empirisch bewijs dat opleiding in moderne democratieën een centrale rol speelt in hoe politieke verschillen ontstaan en zich verdiepen. De scheidslijn die wij beschrijven is geen spookbeeld of een mening, maar een meetbare en politiek betekenisvolle realiteit.

Wetenschappelijk populisme

Waarom schreeuwt Duyvendak dan toch zo hard ‘moord en brand’ over de opleidingskloof? Misschien omdat onze analyse verder reikt dan de samenstelling van de Tweede Kamer: ze raakt aan een fundamentelere vraag, namelijk hoe diep de opleidingsscheidslijn inmiddels is doorgedrongen in onze instituties – in de rechtsstaat, maar ook in de universiteit.

Universiteit is geen politiek neutrale plek meer

Sterker nog: de universiteit is zélf een van de centrale instituties binnen die scheidslijn. Het is de plek waar normen, waarden en omgangsvormen van de academisch geschoolde klasse worden doorgegeven – waar netwerken ontstaan, levenspartners worden gevonden en waar rekrutering voor politieke en bestuurlijke functies plaatsvindt. Daarmee is de universiteit geen politiek neutrale plek meer, maar een onderdeel van de sociale en culturele breuklijn die onze samenleving doorkruist.

Misschien verklaart dat Duyvendaks felle verzet tegen het idee van een diplomademocratie. Wie erkent dat ook de universiteit deel uitmaakt van de opleidingsscheidslijn, moet onder ogen zien dat wetenschappers zélf niet buiten het maatschappelijk krachtenveld staan.

Ironisch genoeg is het juist Duyvendak die zich bedient van wetenschappelijk populisme

Die conclusie lijkt hij liever te vermijden. In plaats daarvan noemt hij de gedachte dat wetenschap zich zou moeten richten op maatschappelijke vragen ‘populisme in de wetenschap’. Ironisch genoeg is het juist Duyvendak die zich bedient van wetenschappelijk populisme – door een complexe scheidslijn te versimpelen tot een stropop en zijn verhaal te verkopen met makkelijke meningen in de media.

Anchrit Wille is hoogleraar Transities in de publieke sector aan de Universiteit Leiden. Mark Bovens is emeritus-hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Onlangs verscheen bij Prometheus een geheel herziene versie van hun boek Diplomademocratie. Opleiding als nieuwe scheidslijn.

 

Foto: Guido Crolla (Flickr Creative Commons)