In een tijd van fake news is het belangrijk om oog te houden voor de objectieve werkelijkheid. In zijn boek Spookkloven zet Duyvendak de feiten op een rij, als tegengif tegen de oplopende emotionele polarisatie die radicaal rechts in de kaart speelt. In zijn boek wil hij daarom laten zien dat veel van de verschillen waarover we ons druk maken, veel kleiner zijn dan vroeger en afleiden van de reële problemen. Zie ook het interview met Duyvendak op socialevraagstukken.nl.
Verbazing
Ik deel Duyvendaks zorg om politici die verschillen uitvergroten om hun politieke agenda te legitimeren. Het is de taak van sociale wetenschappers om op basis van wetenschappelijke data inzicht te bieden in de werkelijkheid. Maar hoe doen we dat, en welke feiten zijn van belang?
Alleen feiten, de dingen die we kunnen zien, tellen kennelijk
Ik was verbaasd te merken dat we daar verschillend over denken. Duyvendak presenteert een nogal positivistische visie op feiten. Alleen feiten, de dingen die we kunnen zien, tellen kennelijk. Inkomen dient dan bijvoorbeeld als maatstaf voor armoede. Percepties en subjectieve ervaringen zijn volgens Duyvendak niet-feitelijk. Sterker nog, hij spreekt over emoties, die de waarheidsvinding niet dienen.
Wat me ook verwondert is dat Duyvendak vaak een enkele dimensie kiest om na te gaan of er sprake is van ongelijkheid of verschil. Op basis van de ontwikkeling in de tijd concludeert hij of er sprake is van een kloof of een kloofje. Die bijzondere wijze om grip te krijgen op de sociale werkelijkheid, ontneemt echter een goed zicht op verschillen, bijvoorbeeld tussen stad en land.
Gebiedsverschillen
In Nederland beschouwen we niet-stedelijk gebied als platteland. We hebben het dan over gebieden met minder dan vijfhonderd adressen per vierkante kilometer. In vergelijking met elders in Europa is ons platteland behoorlijk verstedelijkt, op relatief korte afstand tot stedelijke centra. Wat de definitie van het platteland ingewikkeld maakt, is de enorme diversiteit. Het maakt nogal uit of je op het Zeeuwse platteland of op het Brabantse platteland woont, net als wonen in Amsterdam niet hetzelfde is als wonen in Rotterdam of Maastricht.
Onderzoek laat zien dat de brede welvaart in gebieden afneemt, naarmate hun afstand tot de Randstad toeneemt
Als je de verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden goed wilt leren begrijpen, dan moet je ook rekening houden met de geografische ligging. Onderzoek laat zien dat de brede welvaart in gebieden afneemt, naarmate hun afstand tot de Randstad toeneemt. Dit geldt overigens zowel voor provinciesteden als voor plattelandsgebieden.
De brede welvaart is het hoogst op het platteland, dichtbij een grote stad. Daar vind je het beste van de twee werelden, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving. Je geniet er de voordelen van buiten wonen, en stedelijke voorzieningen zijn nabij.
Brede welvaart
De klassieke manier om te kijken naar het onderscheid tussen gebieden is door te focussen op sociaaleconomische verschillen zoals inkomen en/of opleiding. Maar het welzijn van mensen wordt door veel meer factoren bepaald. Daarom is het begrip instrument brede welvaart geïntroduceerd.
Recent onderzoek van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur toont significante verschillen in brede welvaart
Onder dat begrip vallen naast materiele welvaart, werkgelegenheid, en opleiding ook gezondheid, subjectief welzijn en vertrouwen in de toekomst. Daarnaast worden kenmerken van de woonomgeving meegewogen. Denk aan beschikbaarheid van woonruimte, veiligheid, milieu, en sociale samenhang.
Recent onderzoek van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur toont significante verschillen in brede welvaart. Opvallend is dat veel van de regio’s die relatief slecht scoren op brede welvaart aan de randen van Nederland liggen en veel platteland omvatten.
Gecombineerde perspectieven
Waar je in Nederland woont, beïnvloedt niet alleen je materiële welvaart maar ook je gezondheid en levensverwachting, je subjectief welzijn, en je vertrouwen in de toekomst, de samenleving en de politiek.
Begrip van verschillen tussen stad en platteland vergt een combinatie van sociale en ruimtelijke perspectieven
Veel van die verschillen hangen samen met inkomen en opleiding, ook in de periferie is er verschil naar sociale klasse. Maar begrip van ruimtelijke verschillen vraagt ons om na te gaan hoe individuele kenmerken optellen tot verschillen op collectief niveau.
Begrip van de verschillen tussen stad en platteland vergt ergo een combinatie van sociale en ruimtelijke perspectieven. Alleen als we rekening houden met de geografische ligging van een gebied, en de toegankelijkheid van de sociale infrastructuur, krijgen we inzicht in het welzijn van bewoners op de korte en de langere termijn.
Voor dat inzicht hebben we objectieve én subjectieve data nodig – feiten én percepties in de woorden van Duyvendak – want beide zijn onderdeel van de alledaagse werkelijkheid.
Kloof of kloofje
Tot slot, Duyvendak meet het bestaan van kloven af aan de ontwikkeling in de tijd. Als objectieve verschillen afnemen, worden kloven kloofjes. Dat lijkt logisch, maar toch wekt deze redenering verwarring. Immers, als verschillen in gemiddeld inkomen tussen mannen en vrouwen kleiner zijn geworden, betekent dat toch niet dat ongelijke betaling niet meer bestaat. Als de discriminatie van migranten vroeger erger was, betekent dat toch niet dat wat nu gebeurt geen zorgen baart ? Duyvendak wekt de indruk dat de huidige achterstelling geen relevant politiek thema meer is: wie maakt zich tenslotte druk om kloofjes?
Als we geen rekening houden met percepties van mensen, blijft onze kijk op de werkelijkheid onvolledig
Natuurlijk is het belangrijk, zoals Duyvendak doet, om te kijken naar de ontwikkeling in de tijd om de werkelijkheid te begrijpen. En natuurlijk moeten we, zoals hij bepleit, met objectieve data tegenwicht bieden tegen niet op feiten gebaseerde politieke betogen.
Maar verschillen, en de diepte van kloven dienen we af te meten aan de maatstaven van nu. En als we geen rekening houden met percepties van mensen, blijft onze kijk op de werkelijkheid onvolledig. Dat is geen nieuw inzicht. De Amerikaanse socioloog William Isaac Thomas formuleerde al in 1928 een theorema dat als volgt luidt: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’
Bettina Bock is hoogleraar Inclusieve Plattelandsontwikkeling aan Universiteit Wageningen
Foto: Hindrik Sijens (Flickr Creative Commons)