Kloof tussen stad en platteland is geen spook

Met zijn positivistische nadruk op feiten, vergeet Jan Willem Duyvendak een belangrijke les uit de sociologie: de ervaring van verschil telt wel degelijk. Ook als het gaat om het onderscheid tussen stad en platteland, stelt hoogleraar Bettina Bock.

In een tijd van fake news is het belangrijk om oog te houden voor de objectieve werkelijkheid. In zijn boek Spookkloven zet Duyvendak de feiten op een rij, als tegengif tegen de oplopende emotionele polarisatie die radicaal rechts in de kaart speelt. In zijn boek wil hij daarom  laten zien dat veel van de verschillen waarover we ons druk maken, veel kleiner zijn dan vroeger en afleiden van de reële problemen. Zie ook het interview met Duyvendak op socialevraagstukken.nl.

Verbazing

Ik deel Duyvendaks zorg om politici die verschillen uitvergroten om hun politieke agenda te legitimeren. Het is de taak van sociale wetenschappers om op basis van wetenschappelijke data inzicht te bieden in de werkelijkheid. Maar hoe doen we dat, en welke feiten zijn van belang?

Alleen feiten, de dingen die we kunnen zien, tellen kennelijk

Ik was verbaasd te merken dat we daar verschillend over denken. Duyvendak presenteert een nogal positivistische visie op feiten. Alleen feiten, de dingen die we kunnen zien, tellen kennelijk. Inkomen dient dan bijvoorbeeld als maatstaf voor armoede. Percepties en subjectieve ervaringen zijn volgens Duyvendak niet-feitelijk. Sterker nog, hij spreekt over emoties, die de waarheidsvinding niet dienen.

Wat me ook verwondert is dat Duyvendak vaak een enkele dimensie kiest om na te gaan of er sprake is van ongelijkheid of verschil. Op basis van de ontwikkeling in de tijd concludeert hij of er sprake is van een kloof of een kloofje. Die bijzondere wijze om grip te krijgen op de sociale werkelijkheid, ontneemt echter een goed zicht op verschillen, bijvoorbeeld tussen stad en land.

Gebiedsverschillen

In Nederland beschouwen we niet-stedelijk gebied als platteland. We hebben het dan over gebieden met minder dan vijfhonderd adressen per vierkante kilometer. In vergelijking met elders in Europa is ons platteland behoorlijk verstedelijkt, op relatief korte afstand tot stedelijke centra. Wat de definitie van het platteland ingewikkeld maakt, is de enorme diversiteit. Het maakt nogal uit of je op het Zeeuwse platteland of op het Brabantse platteland woont, net als wonen in Amsterdam niet hetzelfde is als wonen in Rotterdam of Maastricht.

Onderzoek laat zien dat de brede welvaart in gebieden afneemt, naarmate hun afstand tot de Randstad toeneemt

Als je de verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden goed wilt leren begrijpen, dan moet je ook rekening houden met de geografische ligging. Onderzoek laat zien dat de brede welvaart in gebieden afneemt, naarmate hun afstand tot de Randstad toeneemt. Dit geldt overigens zowel voor provinciesteden als voor plattelandsgebieden.

De brede welvaart is het hoogst op het platteland, dichtbij een grote stad. Daar vind je het beste van de twee werelden, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving. Je geniet er de voordelen van buiten wonen, en stedelijke voorzieningen zijn nabij.

Brede welvaart

De klassieke manier om te kijken naar het onderscheid tussen gebieden is door te focussen op sociaaleconomische verschillen zoals inkomen en/of opleiding. Maar het welzijn van mensen wordt door veel meer factoren bepaald. Daarom is het begrip instrument brede welvaart geïntroduceerd.

Recent onderzoek van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur toont significante verschillen in brede welvaart

Onder dat begrip vallen naast materiele welvaart, werkgelegenheid, en opleiding ook gezondheid, subjectief welzijn en vertrouwen in de toekomst. Daarnaast worden kenmerken van de woonomgeving meegewogen. Denk aan beschikbaarheid van woonruimte, veiligheid, milieu, en sociale samenhang.

Recent onderzoek van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur toont significante verschillen in brede welvaart. Opvallend is dat veel van de regio’s die relatief slecht scoren op brede welvaart aan de randen van Nederland liggen en veel platteland omvatten.

Gecombineerde perspectieven

Waar je in Nederland woont, beïnvloedt niet alleen je materiële welvaart maar ook je gezondheid en levensverwachting, je subjectief welzijn, en je vertrouwen in de toekomst, de samenleving en de politiek.

Begrip van verschillen tussen stad en platteland vergt een combinatie van sociale en ruimtelijke perspectieven

Veel van die verschillen hangen samen met inkomen en opleiding, ook in de periferie is er verschil naar sociale klasse. Maar begrip van ruimtelijke verschillen vraagt ons om na te gaan hoe individuele kenmerken optellen tot verschillen op collectief niveau.

Begrip van de verschillen tussen stad en platteland vergt ergo een combinatie van sociale en ruimtelijke perspectieven. Alleen als we rekening houden met de geografische ligging van een gebied, en de toegankelijkheid van de sociale infrastructuur, krijgen we inzicht in het welzijn van bewoners op de korte en de langere termijn.

Voor dat inzicht hebben we objectieve én subjectieve data nodig – feiten én percepties in de woorden van Duyvendak – want beide zijn onderdeel van de alledaagse werkelijkheid.

Meer artikelen over het boek Spookkloven van Jan Willem Duyvendak

Jan Willem Duyvendak: ‘Te weinig oog voor echte problemen’ – Sociale Vraagstukken

We zijn niet zo gepolariseerd als we denken — Migratiesamenleving @ Sociale Vraagstukken

De opleidingsscheidslijn is echt – en ze doet ertoe – Sociale Vraagstukken

De Sociologie Show – Podcast #11: ‘Zo gepolariseerd zijn we helemaal niet’ – Sociale Vraagstukken

Emoties verdienen het om recht te worden gedaan – Sociale Vraagstukken

Jan Willem Duyvendak ziet gebrekkig gevoel voor verhoudingen – Sociale Vraagstukken

Kloof of kloofje

Tot slot, Duyvendak meet het bestaan van kloven af aan de ontwikkeling in de tijd. Als objectieve verschillen afnemen, worden kloven kloofjes. Dat lijkt logisch, maar toch wekt deze redenering verwarring. Immers, als verschillen in gemiddeld inkomen tussen mannen en vrouwen kleiner zijn geworden, betekent dat toch niet dat ongelijke betaling niet meer bestaat. Als de discriminatie van migranten vroeger erger was, betekent dat toch niet dat wat nu gebeurt geen zorgen baart ? Duyvendak wekt de indruk dat de huidige achterstelling geen relevant politiek thema meer is: wie maakt zich tenslotte druk om kloofjes?

Als we geen rekening houden met percepties van mensen, blijft onze kijk op de werkelijkheid onvolledig

Natuurlijk is het belangrijk, zoals Duyvendak doet, om te kijken naar de ontwikkeling in de tijd om de werkelijkheid te begrijpen. En natuurlijk moeten we, zoals hij bepleit, met objectieve data tegenwicht bieden tegen niet op feiten gebaseerde politieke betogen.

Maar verschillen, en de diepte van kloven dienen we af te meten aan de maatstaven van nu. En als we geen rekening houden met percepties van mensen, blijft onze kijk op de werkelijkheid onvolledig. Dat is geen nieuw inzicht. De Amerikaanse socioloog William Isaac Thomas formuleerde al in 1928 een theorema dat als volgt luidt: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’

Bettina Bock is hoogleraar Inclusieve Plattelandsontwikkeling aan Universiteit Wageningen

 

Foto: Hindrik Sijens (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 939 keer bekeken.

Reacties 4

  1. Dertig jaar vóór Thomas grondvestte Emile Durkeim de sociologie op basis van sociale feiten (faits sociaux sont des choses).
    Bettina Bock doet recht aan die basale grondslag van sociologie. Terecht constateert zij dat Jan Willem Duijvendak sommige kloven wat mager “verklaart” op basis van één enkele dimensie. Mijn kritiek op de door Duijvendak her en der gehanteerde meetinstrumenten heb ik op verschillende plekken eerder aangegeven.
    Mij lijkt een initiatief voor een grondige wetenschappelijk debat over gelijkheid wenselijk. Ook voor de plaatsbepaling van de sociologie. Om wat preciezer vast te stellen waar sociologen het over eens zijn en waarover niet. Desnoods stellen we vast het eens zijn over waar we het niet eens zijn. Uiteraard respectvol, dat spreekt voor zich.
    Wie neemt de handschoen op?

  2. Ik wil die handschoen wel oppakken, maar ik doe niet aan ‘wetenschap’. Ik doe aan waarnemen en interpreteren. Dat is namelijk ook de kern van de sociologie, zoals het betoog mee eindigt:
    ‘De Amerikaanse socioloog William Isaac Thomas formuleerde al in 1928 een theorema dat als volgt luidt: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’

    Wellicht, was die uitspraak in 1928 reëel, maar we zijn nu 100 jaar verder. Van een hechte samenleving zijn we doorgegroeid naar een gefragmenteerde en versnipperde samenleving. Het ervaren van omstandigheden in het dagelijkse leven is dramatisch veranderd. Het accepteren van negatieve gevolgen van het samenleven zijn ingrijpend veranderd. In 1928 accepteerde iedereen eerder overlijden als gevolg van arbeids- en milieuomstandigheden om maar eens een voorbeeld te noemen; dat was onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid.

    Nu niet meer. Alles wat van buiten de eigen horizon komt wordt als een bedreiging ervaren. Fractionele invloeden op de mogelijke overlijdens leeftijd, eerder overlijden, worden onder hyper telescopen uitvergroot. Dat heeft niets meer met werkelijkheid te maken. Dat alleen al leidt tot falsifiëring van het aangehaalde theorema.
    Een voorbeeld. 8 jaar geleden stelde de gemeente Utrecht een beleidsstuk over geluid op. Daarin stonden gebieden waarin gemeten was hoe groot de geluidsbelasting daadwerkelijk was, en gebieden waar de grootste overlast van geluid werd ervaren. De overlap tussen de kaarten was NUL, nihil.

    Terecht stelt Duyvendak dat we te weinig naar de werkelijkheid kijken. Die werkelijkheid wordt dagelijks in de media sterk uitvergroot. En dat spreekt aan, bedreigingen zijn immers waardevoller dan zekerheden. Dat zit in onze genen. Veiligheid en stabiliteit zijn de basale kernwaarden in onze belevingen. Dat is tijdens de evolutie ontstaan, sla Darwin er op na. Aanvullende taalkundige waarden en normen bestaan pas ca. 10.000 jaar.

    Echter, die hebben geen betekenis als niet aan de evolutionaire waarden wordt voldaan. Nog steeds, we zien het zowel in de nationale als de internationale politiek, zijn emoties die te herleiden zijn op onveiligheid en instabiliteit zeer belangrijk.

    Dat zijn sociale feiten die sociologen en andere sociale wetenschappers aan het denken, én aan het handelen dienen te zetten. Waarom voelen mensen zich zo onveilig terwijl stabiliteit én veiligheid, neem gezondheid, leefomgeving, vrede, et cetera, nog nimmer zo dominant zijn geweest als vandaag de dag.

    Dat is de kernvraag waar de sociale wetenschap zich op dient te storten.

  3. Ik nodig u allemaal uit om het betoog van Shermin Amiri in de NRC te lezen. Hij wijst op het boek ‘Culture wars: The struggle to Define America’ van de socioloog James Davison Hunter. Ook de Randstad versus het Platteland is een cultuurstrijd. En al 30 jaar bestaat er een visie hoe dat zo komt. Amiri laat zien hoe daar sociologisch mee om te gaan.

    De kern in het betoog is normatieve autoriteit. Het doet mij denken aan de dictatuur van de meerderheid waar Alexis de Tocqueville op wees. En waar hij, als atheïst, vervolgens het instituut kerk tegenover zette om normatief in balans te blijven.

    Mooi van de NRC om tegelijk het stuk van Carla Dik-Faber te plaatsen; ook de seculiere samenleving heeft momenten van bezinning nodig. Bezinning geeft de ruimte om het gesprek met al haar tegenspraak mogelijk te maken.

    Ik denk na over de vraag hoe het komt dat de onderlinge relaties zo ingrijpend veranderd zijn. Ik doe dat op basis van mijn ervaringen en waarnemingen. Vervolgens structureer ik dat met ß begrippen.
    Volgens mij zijn, zoals altijd al, de invloed van technische ontwikkelingen op de structuur van de samenleving, de aanleiding en de oorzaak van grote veranderingen in gedrag en moraal.

    Ik gebruik een denkbeeldige rechte lijn met aan de ene kant 0% en aan de andere kant 100% vertrouwen, waar ik alle ontwikkelingen op projecteer. Ergens op die lijn liggen de punten waarbij samenlevingen, organisaties en individuen, in balans zijn. Spraak en tegenspraak bewegen zich rondom een redelijk stabiele plek op de lijn; gedrag en moraal blijven binnen redelijke marges variëren.

    In mijn denken zijn massamobiliteit en massacommunicatie de oorzaken van fundamentele verschuivingen in de manier waarop we samenleven en hoe we dat samenleven organiseren. Het heeft tot een versnippering en fragmentatie geleid waardoor bestaande normatieve kaders hun betekenis verloren hebben.

    Als de werkelijkheid verandert, dient de sociale wetenschap mee te veranderen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *