Nakijken – Aflevering 6: De scholensluiting als vergrootglas

Voor Sociale Vraagstukken blikt socioloog Thijs Bol elke week terug op Klassen, de documentaireserie van omroep Human. Vandaag aflevering 6, over gesloten scholen, thuisonderwijs en de gevolgen ervan voor kansenongelijkheid.

Alsof de makers het gepland hebben. Uitgerekend op de dag dat er door de nieuwe schoolsluiting weer wordt begonnen met thuisonderwijs, zien we in Klassen wat er gebeurde tijdens de eerste lockdown. Actueler was een aflevering nog niet.

Groep 8 van de Weidevogel kijkt naar het Jeugdjournaal: mensen in China krijgen een paar dagen extra vakantie zodat het nieuwe Corona-virus zich niet verder verspreidt. Daarna gaat het oefenen voor de eindmusical gewoon door. Op de verjaardag van juf Jolanda wordt aan de lerarentafel op de Vier Windstreken geklaagd over de droge handen van al het wassen en gelachen om iemand die met een mondkapje naar school kwam. En op donderdag 12 maart 2020, de dag van de persconferentie waarop de eerste maatregelen worden aangekondigd, bezoekt Marjolein Moorman met twee schoolbestuurders onderwijsminister Arie Slob. Moorman hoest—netjes in haar elleboog. Begroetingen hebben dan al de vorm aangenomen van onwennige ellebooggroeten en buigingen. In een nu bijna niet meer voorstelbare volgepakte kamer wordt op het ministerie gesproken over het lerarentekort.

En dan, vier  dagen later: oorverdovende stilte. Lege straten in Amsterdam. Een uitgestorven Centraal Station. Verlaten pleinen, lege speeltuinen. Maar vooral: lege scholen, lege klaslokalen. Geen leerkrachten, geen leerlingen. Aflevering 6 gaat net zo goed over de eerste lockdown als over de huidige situatie: dichte scholen en thuisonderwijs.

De scholensluiting is op een wrange manier een interessant experiment: wat gebeurt er als de school er niet is? Hoe belangrijk is school als plek om te leren, en is school inderdaad de grote gelijkmaker? Wat gebeurt er met de kansengelijkheid als de scholen dicht zijn? Omdat alle kinderen naar school gaan, zijn dat allemaal vragen die best moeilijk te beantwoorden zijn voor sociale wetenschappers. Totdat de scholen een paar maanden hun deuren sloten.

Nakijken – Een wetenschappelijke recap van de documentaireserie Klassen

Heeft iedereen gelijke kansen in het Nederlandse onderwijs? Deze vraag wordt onderzocht in de 7-delige documentaireserie Klassen, elke maandagavond te zien op NPO1. In de serie volgen Ester Gould en Sarah Sylbing (makers van het eerder bekroonde Schuldig) een schooljaar lang kinderen, docenten, schoolbestuurders en beleidsmakers in Amsterdam-Noord.

Socioloog Thijs Bol kijkt mee door een sociologische bril en bespreekt iedere dinsdagochtend de aflevering na op Sociale Vraagstukken. Wat zegt de wetenschap over de thema's die aan bod komen in Klassen? Vandaag een terugblik op aflevering 6 met als thema het sluiten van de scholen vanwege het coronavirus en de gevolgen daarvan voor de leerlingen.

Overbelaste wifi

Onderzoek naar de effecten van de scholensluiting tussen maart en juni laat zien dat de kansenongelijkheid sterk toenam. Alle kinderen leerden veel minder. Gemiddeld genomen liepen Nederlandse leerlingen een leerachterstand op van ongeveer 2 á 3 maanden, zo lieten onderzoekers uit Oxford zien. Ongeveer net zo lang als de tijd dat de scholen dicht waren. Andere studies bevestigen dit patroon: vergelijkbare leerachterstanden in Limburg, Utrecht én in de stad waar Klassen zich afspeelt: Amsterdam.

Belangrijker is de bevinding dat deze leerachterstanden niet gelijk verdeeld zijn over kinderen. Vooral kinderen met laagopgeleide ouders leerden veel minder: ongeveer 1,5 keer zo weinig als kinderen met hoger opgeleide ouders.

In Klassen zien we verschillende verklaringen voor deze ongelijkheid in de leerachterstand. Yunuscan heeft moeite om de online lessen te volgen omdat de wifi-verbinding in de flat waar hij woont overbelast is. Bovendien is het, met zowel zijn gezinsleden als zijn ooms thuis, lastig om rustig aan school te werken.

Bij Anyssa ontbreekt ook een goede internetverbinding, waardoor zij niet deel kan nemen aan de online les. Een rustige werkplek heeft ze ook niet. De door de makers neergezette camera in het appartement van Vera en haar gezin maakt duidelijk dat thuis leren lastig is als je met veel bent en allemaal dicht op elkaar zit.

Vera: 'Doe eens rustig. Ik moet werken'

Kind van de rekening

In april nam ik zelf een enquête af onder Nederlandse ouders en vroeg hen naar hoe zijn omgingen met thuisscholing. Dat onderzoek bevestigde de ongelijkheid in materiële zaken die naar voren komt in aflevering 6: de toegang tot computers, eigen kamers en rustige werkplekken is ongelijk verdeeld. Maar veel belangrijker nog dan de materiële zaken waren de verschillen in ouderhulp: de mate waarin ouders in staat waren hun kinderen hulp te bieden met hun schoolwerk.

Alle ouders vonden het belangrijk om hun kinderen te helpen met huiswerk, maar lager opgeleide ouders voelden zich daar veel minder goed toe in staat. Ongeveer 40 procent van de lager opgeleide ouders gaf aan hun kinderen goed te kunnen begeleiden met hun schoolwerk, tegenover 75 procent van de hoger opgeleide ouders.

De verschillen in ouderhulp komen naar voren als juf Jolanda spreekt over Anyssa. Haar opa en oma kunnen haar niet helpen met haar schoolwerk. Anyssa is, in de woorden van Jolanda, ‘het kind van de rekening’. Tijdens een schoolsluiting leert iedereen weinig, maar vooral kinderen uit kansarme milieus.

Anyssa zit tijdens de lockdown zonder goede internetverbinding

Het gemis van de eindtoets

In de grappigste scene van de aflevering zien we Vera bellen met haar nichtje Yaren. Ze staan op twee nabijgelegen balkons en vragen zich af waarom ze überhaupt nog schoolwerk moeten maken - minister Slob had toen immers al bekend gemaakt dat de CITO-eindtoets niet door zou gaan. Yaren is daar blij mee, maar Vera wilde juíst CITO’s maken: voor haar was de eindtoets een mogelijkheid om haar vmbo-t-advies om te zetten in het zo gewenste havo-advies.

In veel adviesgesprekken die we in aflevering 5 zagen, werd de eindtoets gegeven als een route naar een hoger advies. Scoor je goed op de eindtoets, dan kan je advies nog naar boven bijgesteld worden. Maar die mogelijkheid verdween. En dat terwijl onderzoek laat zien dat de eindtoets vooral voor kinderen uit kansarme milieus belangrijk is: zij krijgen relatief vaak een advies onder hun niveau, wat dan gecorrigeerd kan worden met de eindtoets.

Het vervallen van de eindtoets leidde tot verwarring op scholen, was de conclusie van socioloog Sara Geven, die onderzocht hoe er tijdens de scholensluiting op basisscholen werd omgegaan met de adviezen voor de middelbare school. Het ministerie was onduidelijk over of docenten hun adviezen nou nog mochten bijstellen of niet. In een vragenlijst die Geven hield onder leerkrachten vond ze dat ongeveer 40 procent van hen de adviezen wel zouden willen bijstellen. Ze gaven hiervoor uiteenlopende redenen, bijvoorbeeld omdat een leerling tijdens de online lessen een hoger niveau had laten zien, maar ook omdat ouders graag willen dat een advies heroverwogen wordt. Het is onduidelijk hoeveel adviezen bijgesteld zijn, maar het ontbreken van een duidelijke procedure raakt ook hier weer vooral kansarme kinderen, verwacht Geven.

Recent bleek dat inderdaad groep achters uit kansarme milieus de dupe zijn geweest van het uitblijven van de eindtoets. Ook dit jaar zullen de adviezen weer een uitdaging worden. Van degenen die vorig jaar in groep 7 zaten, hebben met name kinderen uit kansarme milieus weinig geleerd tijdens de scholensluiting. En dus zullen ze dit jaar minder goed gaan scoren op de voor hen zo belangrijke eindtoets.

In een interview met Didactief stelt Geven dat het daarom dit jaar juist belangrijk is om ruimhartig te adviseren en vooral kinderen uit kansarme gezinnen het voordeel van de twijfel te geven. Als de scholen vorig jaar open waren gebleven had een substantiële groep via de eindtoets een hoger advies gekregen.

‘Mijn advies moet hoger, moet zo, jiggy jiggy jiggy’, zegt Vera tijdens het balkongesprek tegen Yaren, terwijl ze met haar hand doet alsof ze een trap oploopt. Door het uitblijven van de eindtoets heeft ze die kans niet gekregen.

Vera op het balkon aan het bellen met haar nichtje Yaren

Slechte verbinding

‘Juffrouw, uw geluid staat uit, dus we kunnen u niet horen’, zegt een van de leerlingen uit groep 8 op de Vier Windstreken als juf Jolanda zonder microfoon aan in de camera praat. Het is tekenend voor onderwijs tijdens een schoolsluiting. Iedereen doet zijn best, en er is wel online contact, via video op de computer, maar een echte connectie blijft uit — zelfs als de microfoon wel aanstaat.

‘Ik heb een meester of lerares nodig die kijkt hoe ik deze lesstof op moet nemen’, zegt Younes. Van een leerkracht die je niet bereikt, is het moeilijk om wat te leren. Dat is lastig voor alle leerlingen, maar vooral voor kinderen die thuis verder weinig ondersteund kunnen worden bij hun schoolwerk.

Sommige leerlingen zijn tijdens de scholensluiting totaal uit beeld geraakt. Ondanks de inzet van meester Thijs is het hem niet gelukt contact met Gianny te krijgen. De school is veel meer dan alleen een plek om te leren. Het wegvallen van school beinvloedt niet alleen leeruitkomsten, maar heeft bredere effecten op het welbevinden van kinderen.

Juf Jolanda probeert online les te geven

Het vergrootglas

Een vergrootglas zorgt ervoor dat je dingen nog beter kan zien en het maakt dingen groter. De scholensluiting werkt als een vergrootglas: alle ongelijkheden die er al waren, zijn nóg beter zichtbaar en worden nog groter. De cruciale rol van ouders komt nog sterker op de voorgrond.

Met het wegvallen van school wordt waar je wieg staat nóg belangrijker. En dus groeit de kansenongelijkheid weer verder door, ook de komende weken. Kinderen leren veel minder dan ze kunnen en die leerachterstanden zijn ongelijk verdeeld. Dat ook nu de klaslokalen weer leeg zijn, stemt daarom droef.

Ik begon met de stelling dat de scholensluiting gezien kan worden als een experiment. Wat gebeurt er zonder school? Het antwoord is ontnuchterend: er gebeurt niet veel. De schade is enorm, en het zal vermoedelijk lang duren voor de opgelopen ongelijkheid in achterstanden is weggewerkt.

Als er één les is die we kunnen trekken uit de scholensluiting, dan is het dat er geen enkele vervanging is voor fysiek onderwijs. Het schoolgebouw, de klasgenoten, écht contact met de docent: het zijn onmisbare schakels voor het leerproces van kinderen — en daarmee van onze samenleving. In een gesprek over hoe het verder moet met Gianny zegt Meester Thijs: ‘Ik weet het ook niet. Ik ben maar een meester hè’. “Maar” een meester — een grote onderschatting van het belang van zijn werk.

Thijs Bol is onderwijssocioloog aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Dit artikel is 4436 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. “Als er één les is die we kunnen trekken uit de scholensluiting, dan is het dat er geen enkele vervanging is voor fysiek onderwijs”

    Voor het basisonderwijs is dit ongetwijfeld het geval.
    Maar voor het voortgezet onderwijs zeker in de hoogste klassen kan uitsteken de combinatie van contacturen (fysiek onderwijs) met schriftelijk digitaal onderwijs gecombineerd worden.
    Dit geldt trouwens ook voor het HBO en WO onderwijs.
    Het voordeel in Corona crises tijd is dan vooral dat er minder fysieke contacten tussen scholieren onderling en docenten nodig zijn.
    Veel huiswerk kan online gedaan worden en gecorrigeerd worden door de docent.
    De verwerkte stof kan dan gewoon in het leslokaal behandeld worden.
    Het onderwijssysteem wordt dan zelfs meer efficiënt.

    N,B. Veel onderwijs voor het bedrijfsleven wordt op deze wijze gegeven.

  2. Een heftige aflevering, en herkenbaar uit de praktijk. Iedereen die te maken heeft gehad met thuisonderwijs zal er moeite mee hebben gehad. Hoeveel moeite verschilt erg per gezin, waar de balans wederom vaak negatief uitslaat voor de gezinnen & kinderen die het al lastiger hebben. Voorbeelden genoeg in deze aflevering. Ik denk dat alle betrokkenen de beste bedoelingen hebben, en echt wel willen zorgen voor een zo goed mogelijke omgeving voor thuisonderwijs. Maar als ouders veel van huis moeten zijn, of in dezelfde ruimtes thuiswerken als dat hun kind(eren) thuisonderwijs krijgt/krijgen, er een slechte internetverbinding is dan zijn die goede bedoelingen uiteindelijk niet in staat om alle omstandigheden het hoofd te bieden.
    Als leraar echt contact maken met leerlingen via videoverbinding is ook een illusie. Lesgeven valt of staat ook met het direct kunnen zien hoe je leerlingen erbij zitten, wat er gebeurt in en om de lessen en hierop kunnen inspringen. Ik merk zelf al dat er zoveel afleiding is tijdens het videobellen, laat staan wat er aan de andere kant gaande is. Plus je ziet maar een klein gedeelte van iemands communicatie, waarbij wel de illusie er is dat je alles meekrijgt.
    Ik weet niet hoe dit op het VO of zelfs HBO/WO is, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat er vanuit deze crisis te gemakkelijk wordt ingezet op een grootschalige digitalisering van het onderwijs waarbij echt inzicht in de voor- en nadelen moet wijken voor het praktische gemak.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *