Nakijken – Aflevering 7 (slot): De mythe van de meritocratie

Voor Sociale Vraagstukken blikt socioloog Thijs Bol elke week terug op Klassen, de documentaireserie van omroep Human. Na de zevende en laatste aflevering maakt hij de balans op. ‘Klassen mij heeft doen inzien dat er niet één oplossing is om kansenongelijkheid tegen te gaan.’

‘Ik wil niet naar de middelbare school, godsamme’, zegt een klasgenootje van Anyssa op de laatste avond van groep 8 op de Vier Windstreken. Er wordt veel gehuild en geknuffeld met de juffen, terwijl Glennis Grace’s cover van Afscheid over de boxen klinkt: ‘Zeg dat je niet hoeft te gaan, schat.’

Daarvoor is er dan al stoelendans gedaan, hebben de kinderen een limbodans-competitie gehouden én is er ongemakkelijk geschuifeld. Allemaal activiteiten die ik op mijn afscheidsavond van groep 8 ook deed—sommige dingen veranderen blijkbaar nooit.

Yunuscan danst met Anyssa op de afscheidsavond

De laatste aflevering van Klassen, getiteld ‘Afscheid nemen bestaat niet’, gaat over afscheid. Afscheid van de basisschool, van klasgenoten, van de juffen. Afscheid van opa ook. Voor Gianny een voorlopig afscheid van het huis van zijn moeder, voor Younes afscheid van zijn mentor en het mbo-1. Waïl neemt afscheid van het vmbo, en gaat ondanks alle hoepels waar hij doorheen moest springen toch door op de havo. Tama neemt ook afscheid, al twijfelt ze of ze dat eigenlijk wel wil: ‘Ik wil gewoon niet in de puberteit komen, ik wil gewoon niet 12 worden’, verzucht ze.

Geheel in stijl van de aflevering neem ik in deze laatste blog afscheid van Klassen, en blik ik terug op de belangrijkste les die we van de serie hebben kunnen trekken. Deze laatste Nakijken gaat over de mythe van de meritocratie.

Nakijken – Een wetenschappelijke recap van de documentaireserie Klassen

Heeft iedereen gelijke kansen in het Nederlandse onderwijs? Deze vraag wordt onderzocht in de 7-delige documentaireserie Klassen, elke maandagavond te zien op NPO1. In de serie volgen Ester Gould en Sarah Sylbing (makers van het eerder bekroonde Schuldig) een schooljaar lang kinderen, docenten, schoolbestuurders en beleidsmakers in Amsterdam-Noord.

Socioloog Thijs Bol kijkt mee door een sociologische bril en bespreekt iedere dinsdagochtend de aflevering na op Sociale Vraagstukken. Wat zegt de wetenschap over de thema's die aan bod komen in Klassen? Vandaag een terugblik op aflevering 7: wat zegt de wetenschap over de thema's die aan bod komen in Klassen?

Inzet plus talent

Glennis Grace had een kwakkelende carrière, tot ze in 2010 Volumia! coverde. Afscheid werd een grote hit, en door haar prestaties in America’s Got Talent was ze zelfs voor even een wereldster. Er werd in die periode door media veel teruggekeken op hoe Grace de weg naar de top had bereikt. De boodschap uit die stukken was duidelijk: hard werken en talent.

Dat is een typisch meritocratische verklaring voor succes. In een perfecte meritocratie is de plek die iemand bereikt een combinatie van talent én inzet. De Britse socioloog Michael Young introduceerde het concept in zijn essay The Rise of Meritocracy. Daarin schetst hij een toekomstbeeld: waar je terecht komt, is niet meer gebaseerd op waar je geboren bent, op je sociale klasse. Nee, wat je bereikt, is volledig afhankelijk van je talent en je prestaties.

In een meritocratie is er nog steeds een onder- en bovenklasse, maar toewijzing tot één van de twee gebeurt volledig op basis van wat je kunt. Het venijnige aan een meritocratie is dat het de illusie van eerlijkheid heeft: als je het niet gered hebt, is het ook je eigen schuld. Geen talent, niet hard genoeg gewerkt.

Young schetste de meritocratie daarom als doembeeld. In een systeem waar sociale klasse bepaalt waar je terecht komt, is het in ieder geval voor iedereen duidelijk dat het oneerlijk was. Talent en inzet zijn ook niet eerlijk verdeeld over kinderen. Volgens Young ruilen we met de meritocratie daarom de ene oneerlijke hiërarchie in voor een andere. Hij zag een meritocratie daarom niet als een mooi toekomstbeeld.

Het ironische is dat, terwijl Young zijn essay bedoelde als kritiek, de meeste samenlevingen de meritocratie zijn gaan zien als hét ideaal om na te streven. Beloning op basis van inzet en talent, afkomst mag er niet meer toe doen. Onderwijs is het belangrijkste middel om dat ideaal te bereiken: iedereen moet gelijke kansen hebben.

De mythe van de meritocratie

Bij de start van Klassen vroeg onderwijsbestuurder Arnold Jonk zich in een column af of het nou wel nodig was om de oneerlijke kansen in het Nederlandse onderwijs zo intiem te portretteren. ‘Waarom weer agenderen, waarom opnieuw kinderen zo in beeld brengen? We weten het toch?’, schreef hij. De vraag is wie ‘we’ hier is. Jonk weet het, als geen ander. Ik weet het ook, net als waarschijnlijk veel Nederlandse leerkrachten. Tegelijkertijd is er onder Nederlanders nog steeds een heilig geloof in de meritocratie: de overgrote meerderheid denkt dat je door hard werken er wel komt.

In 2009 is er onderzoek gedaan naar de meritocratische opvattingen van Nederlanders. Wat denken mensen dat ervoor zorgt dat je hogerop komt, dat je succesvol bent? De resultaten van die studie laten zien dat Nederlanders sterk geloven in de meritocratie. Ongeveer 70 procent geeft aan dat de rijkdom van ouders geen rol speelt in wat je bereikt in het leven. Slechts 30 procent geeft aan dat het hebben van hoogopgeleide ouders heel belangrijk is om iets te bereiken. Daar tegenover staat dat ongeveer negen van de tien deelnemers aan het onderzoek aangeeft dat ‘hard werken’ cruciaal is als je hogerop wilt komen.

Jonathan Mijs is een Nederlandse socioloog die al jaren onderzoek doet naar meritocratische opvattingen. Wat denkt men dat tot succes leidt? In één van zijn meest interessante onderzoeken laat hij zien dat het geloof van mensen in meritocratische verklaringen voor succes sterker is wanneer er meer ongelijkheid is. Juist als er een groot verschil is tussen arm en rijk, juíst dan schrijven mensen die verschillen toe aan hard werk en talent in plaats van aan geluk. Mijs’ onderzoek laat zien dat veel mensen helemaal niet zo goed op de hoogte zijn van de bepalende rol van sociale herkomst, en de ongelijke kansen die kinderen hebben. De ‘we’ die Jonk beschreef, is misschien een kleinere groep dan gedacht.

Viggo is ingeloot voor de school die hij graag wilde

Geluk

Klassen laat zien zijn dat naast inzet en talent een andere factor een grote rol speelt: geluk—een concept waar we, in ieder geval in de wetenschap, veel te weinig bij stilstaan. Terwijl het zo cruciaal is: het is dé tegenhanger van de meritocratie. In een meritocratie bereik je iets door je eigen inzet. Op geluk heb je geen invloed.

De kinderen van de Weidevogel wachten gespannen op de resultaten van de Amsterdamse scholenloting. Het is voor iedereen duidelijk dat je geen enkele invloed hebt op waar je uiteindelijk terecht komt. Het is een loting, hard werken gaat niet helpen, maar geluk wel.

In sommige situaties wordt het belang van geluk volledig genegeerd, bijvoorbeeld bij de aflevering over schooladviezen. Daarin gaf Meester Frans aan dat iedereen zo’n goed advies voor de middelbare school had gekregen omdat er zo goed en hard gewerkt was. Dat klopt natuurlijk, hard werken helpt op school. Tegelijkertijd kan niet ontkend worden dat het ongelofelijke geluk van veel kinderen op de Weidevogel met hun thuissituatie een grote rol speelt.

Als Klassen ons één ding duidelijk maakt, is het dat ons onderwijssysteem helemaal niet meritocratisch is. Geluk speelt een cruciale rol. Het geluk om geboren te zijn in een stabiel gezin met ouders die je kunnen helpen met je schoolwerk. Het geluk om al op jonge leeftijd met Nederlands in aanraking te komen waardoor je het beter doet op school. Het geluk om een goede docent te hebben. Het geluk om thuis geld te hebben voor bijles.

Succes wordt vaak verklaard met meritocratische opvattingen—kijk naar het verhaal van Glennis Grace. Achteraf is het makkelijk om succes toe te schrijven aan hard werken en ambitie. Maar veel dingen die meritocratisch lijken, zijn dat helemaal niet. Neem deze blog. Misschien zijn er lezers die denken dat ik na de aflevering op maandagavond de hele nacht doorwerk om dinsdagochtend een stuk online te hebben. Misschien denken die lezers wel: wat een harde werker!

De werkelijkheid ligt anders. Dat deze blog op dinsdagochtend online staat heeft alles te maken met waar mijn wieg stond. Klassen heeft drie regisseurs, en één ervan is Daan Bol, mijn broer. Dus ik had het geluk dat ik daardoor al eerder wist wat er in de afleveringen ging gebeuren, en daarom langer kon nadenken over welke wetenschappelijke thema’s ik wilde bespreken. Veel dingen die meritocratisch lijken zijn dat niet, geluk speelt vaak een grote rol.

Afscheidsdans voor juffrouw Jolanda

De olifant in de kamer

Hoe nu verder? Hoe pakken we de ongelijkheid in het Nederlands onderwijs aan? Hier wordt veel over geschreven, door Klassen misschien wel meer dan ooit. En vaak lees je dan in zo’n stuk over ‘de olifant in de kamer’. Er is bijna altijd één belangrijk aspect dat we negeren, maar doorslaggevend is om de ongelijkheid tegen te gaan.

De olifant in de kamer is de kwaliteit van de leraar. De olifant in de kamer is het gebrek aan basisvaardigheden. De olifant in de kamer is de rol van lage verwachtingen. De olifant in de kamer is de groei aan bijlessen. De olifant in de kamer is segregatie. De olifant in de kamer is de etnisch-raciale mismatch tussen leraren en kansarme leerlingen.

Zelf heb ik ook een olifant in de kamer, een stokpaardje: vroege selectie. Ik heb al vaak geschreven over waarom ik denk dat selecteren op 11-jarige leeftijd een slecht idee is, dus dat ga ik hier niet weer doen. Ook omdat Klassen mij heeft doen inzien dat er niet één oplossing is om kansenongelijkheid tegen te gaan.

Als we alléén de vroege selectieleeftijd verlaten, gebeurt er vermoedelijk weinig. Als we alleen de kwaliteit van de leraren verhogen zonder ervoor te zorgen dat ze eerlijker verdeeld worden over scholen, is de vraag wat dat doet tegen ongelijkheid.

De olifant in de kamer is misschien wel dat er niet één olifant in de kamer is. Alle genoemde oorzaken voor ongelijkheid zijn op hun eigen manier belangrijk. En als we écht kans willen maken om ongelijkheid in het Nederlandse onderwijs te verkleinen, zullen moeten nadenken over hoe we de verschillende problemen structureel aan kunnen pakken.

Tama: 'Ik wil niet naar de middelbare school, maar ook weer wel'

Afscheid nemen bestaat niet

‘Afscheid nemen bestaat niet’—het is dubbel te interpreteren. De optimistische interpretatie is dat kinderen verder gaan in hun onderwijsloopbaan, maar nooit helemaal afscheid nemen. Van de juf, die zegt dat je altijd terug mag komen naar school. Van klasgenootjes, die uitwaaieren naar verschillende middelbare scholen maar altijd verbonden blijven met elkaar. Van de mentor die misschien wel meer om je gaf dan je toen dacht, en met wie je contact kan houden.

Een meer sombere interpretatie is dat we nooit afscheid gaan nemen van kansenongelijkheid in het onderwijs. Kansenongelijkheid als de enkelband van Younes, die je overal blijft volgen, welke kant je ook op loopt. In de laatste aflevering heeft op het Over Y College de zorgcoördinator Waïl net met zijn diploma op zak uitgezwaaid als Anyssa alweer op haar kantoor zit. Door met de volgende leerling. Kansenongelijkheid stopt niet.

Klassen maakt duidelijk hoe lastig het is om bepaalde patronen te doorbreken, hoe vastgeroest de kansenongelijkheid eigenlijk is. Hard werken en talent brengen je er niet, je moet veel geluk hebben. Dat is natuurlijk geen reden om niets te doen, om het dan maar te laten. Integendeel. Ik hoop dat het eind van de serie het startpunt betekent voor een breed gedragen beweging voor kansengelijkheid.

Thijs Bol is onderwijssocioloog aan de Universiteit van Amsterdam

Dit artikel is 7807 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Ik vond het meest treffende aan de serie het inzicht hoe belangrijk goed basisonderwijs voor een optimale ontwikkeling van kinderen. Juust ook vanuit allerlei minder kansrijke thuissituaties. Super topwerk wordt daar geleverd. En wat mij betreft mag dat naar vroegere en wat latere leeftijd van kinderen nog wel wat verlengd worden.

    Laten we maatschappelijk vooral verder investeren in uitstekend basisonderwijs, juist ook in wijken en gebieden met veel kwetsbaarheid!

    Daarbij hoop ik dan dat het accent van de doelen van het onderwijs dan ook weer meer komt te liggen op de best passende schoolloopbaan van kinderen in plaats van de cogintief ‘hoogst mogelijke’.

  2. Nog twee andere olifanten in de kamer: de visie op arbeid in de maatschappij en de superioriteit die aan ‘hoofdarbeid’ wordt gegeven boven ‘handarbeid’.
    Impliciet wordt het hele onderwijssysteem bepaald middels schoolselectie (‘meritocratie’) om de arbeidsmarkt te kunnen voorzien.
    Bovendien worden goede kansen in het onderwijs vooral gezien middels cognitieve en intellectuele ontwikkeling. ‘Hoofdarbeid’ wordt zodoende boven ‘handarbeid’ gesteld.
    Door anders tegen de betekenis van arbeid in onze maatschappij aan te kijken dient vanzelf ook een andere discussie over ‘kansenongelijkheid’ te ontstaan.
    Immers de betekenis van arbeid verandert wereldwijd en wel door automatisering en informatisering. De vraag naar arbeid zal dan ook afnemen. Juist ook de vraag naar hoger opgeleiden zal veranderen. Kijk bijvoorbeeld naar het verzekerings- en bankwezen waar duizenden banen verdwijnen.
    Onderwijs moet meer zijn dan een allocator voor de arbeidsmarkt zeker gezien de toekomstige arbeidsmarkt ontwikkelingen. Kansenongelijkheid betreft eigenlijk een meer algemeen sociaal cultureel maatschappelijk probleem.

  3. Beste Thys Bol,
    Ik ben het helemaal eens met uw kritiek op de meritocratie Maar om nu geluk in te voeren als verklaringsfactor? U waagt zich toch buiten de grenzen van het vak. Waarom niet Bourdieu’s sociaal kapitaal gebruiken. Om bij uw eigen voorbeeld te blijven: broer zijn van de regisseur helpt niet alleen, maar is een duidelijke vorm van sociaal kapitaal verbonden met cultureel kapitaal, typisch voor professionals in de velden van culturele productie zoals u en uw broer, dat is vast geen toeval. Vr. groet.

  4. Ware woorden, en inderdaad goed om zoveel mogelijk afstand te nemen van de meritocratie als een realistische kijk op hoe een gelijkwaardige samenleving in te richten. Michael Sandel schreef hierover een treffend boek, “De Tirannie van Verdienste”, waarin veel oog is voor de combinatie tussen meritocratie en de groeiende scheidingen tussen groepen mensen.
    Voor mij is één van de grootste lessen uit deze documentaireserie doe enorme hoeveelheid aan invloedsfactoren die meespelen in kansenongelijkheid in het onderwijs. Hoe meer metertjes op groen staan, hoe kleiner de kans wordt dat je iets qua kansen hoeft te missen. Maar dat deze metertjes zo met elkaar verbonden zijn en vaak elkaar beïnvloeden is een inzicht in een systeem wat denk ik helemaal niet zo bekend is als door sommigen gedacht. En als het wel bekend is, dan mag hier alsnog meer de aandacht op gevestigd worden, en het liefste continu.
    Voor mij als startende leerkracht geeft het nog meer bevestiging van een keuze voor een beroep waarin veel en mooi werk te verrichten is. Al één metertje meer in het groen krijgen is winst.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *