De re-integratie van werkzoekenden kan en moet beter

Vele tientallen miljoenen zijn eraan besteed, maar te weinig langdurig werkzoekenden zijn in de afgelopen jaren aan een baan geholpen. Een betere, efficiëntere re-integratie is mogelijk, maar kan er alleen komen als het uitgangspunt van methoden en professionals verandert. 

Het verliezen van een baan heeft vergaande economische, lichamelijke en psychische consequenties, niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor familie en andere betrokkenen. Vooral in de huidige crisis is het vinden van een andere baan een moeilijke, en voor veel mensen nieuwe taak waarbij ze moeten omgaan met kritiek, teleurstellende ervaringen en afwijzingen. Dit geldt voornamelijk voor degenen die al jaren werkloos zijn en aangewezen zijn op een bijstandsuitkering. Van deze langdurig werkzoekenden verwacht de politiek dat ze weer gaan participeren in de maatschappij, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te verrichten en actief op zoek gaan naar een betaalde baan.

Effectieve re-integratie bestaat uit meer dan tevreden cliënten

Nu zijn er in de afgelopen twee decennia veel geld en moeite besteed om vooral de langdurig werkzoekenden weer aan het werk te krijgen. Het resultaat van al die inspanningen, is bijzonder mager. Dat komt deels doordat zowel de re-integratietrajecten als de professionals uitgaan van een verkeerd uitgangspunt. Bij beiden is de focus erop gericht om werkzoekenden te laten presteren en hun bestaande vaardigheden beter over het voetlicht te brengen. Uit mijn onderzoek blijkt echter dat werkzoekenden meer baat hebben bij een re-integratietraject en professionals die het aanleren en ontwikkelen van nieuwe vaardigheden voorop stellen. Dus niet ‘laat zien dat je een goed sollicitatie gesprek kunt voeren’ maar ‘wat kan je leren van dit sollicitatie gesprek’. Werkzoekenden die een ‘leergericht’ traject hebben gevolgd, zijn minder bang voor kritiek. Omdat ze meer zelfvertrouwen hebben, weten ze ook hoe ze van fouten kunnen leren en blijven ze ondanks tegenslag actief op zoek naar een baan. Bovendien hanteren ze meer en verschillende strategieën om een baan te zoeken

De effectiviteit van re-integratie is overigens ook afhankelijk van de professionals. Nu nog beschouwen zij het direct helpen van werkzoekenden (cliënten) als effectief gedrag en zien zij de tevredenheid van cliënten als indicatie voor de effectiviteit van hun handelen. Uit interviews met cliënten, re-integratieprofessionals en hun leidinggevenden komt echter naar voren dat een effectief re-integratietraject een gelaagd proces is en veel meer omvat dan een handelen dat exclusief gericht is op cliënten. Een efficiënte re-integratieprofessional is zelf meer leergericht, schept een leergericht klimaat voor de werkzoekenden en maakt een helder onderscheid tussen de vier verschillende fases van het re-integratieproces.

In de eerste fase van re-integratieproces moet de professionals zich vooral richten op officiële instanties, werkgevers en collega’s. Hij werkt aan het onderhoud van een breed netwerk van (potentiële) werkgevers om in een latere fase cliënten aan het werk te kunnen helpen. In de tweede fase, richt hij zich op het creëren van voorwaarden voordat met het daadwerkelijke zoeken van werk wordt begonnen. Dat impliceert onder anderen het wegnemen van barrières of het inschatten van de kwaliteiten en wensen van de werkzoekende. In de derde fase ondersteunt de professional zijn cliënten bij het zoeken naar werk en  bemiddelt tussen cliënten en werkgevers. In de laatste fase zorgt het goede contact tussen professional en de werkgever van de cliënt dat eventuele problemen snel worden opgelost. Ook de nazorg naar cliënten zelf is belangrijk.

Train professionals op leren in plaats van presteren

Het motiveren en ondersteunen van werkzoekenden in hun zoektocht naar werk vereist wetenschappelijk ondersteunde interventies, zoals de training door professionals en organisaties die vooral gericht zijn op leren en minder op presteren. Verder dient het gedrag van re-integratie professionals in de vier verschillende fases van het re-integratie proces niet alleen gefocust te zijn op cliënten, maar ook op officiële instanties, collega’s en werkgevers.

Het resultaat van deze, nieuwe, invalshoek is dat werkzoekenden meer geneigd zullen zijn om leerdoelen te stellen voor hun zoektocht naar werk. Ook het gedrag van de professionals zal in effectiviteit toenemen waardoor de kans van werkzoekenden op het vinden van een baan wordt vergroot. De leergerichte benadering en denkwijze zijn vooralsnog geen standaard binnen re-integratie en participatieorganisaties. ‘Ik wil een baan’ of ‘ik moet een baan vinden voor deze cliënt’ is de gebruikelijke manier van denken. Het zal niet gemakkelijk zijn om de omslag te maken naar ‘ik wil leren een baan te vinden’. Maar als de omslag gemaakt wordt, zal het geld dat beschikbaar is voor re-integratie en participatie efficiënter besteed worden en nemen de kansen voor werkzoekenden op een baan aanzienlijk toe.

Gera Noordzij is universitair docent aan het Instituut voor Psychologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dit artikel is 737 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ook Noordzij maakt helaas de klassieke fout waardoor in het verleden miljarden aan re-integratiegelden over de balk zijn gesmeten: re-integratie als een soort zwarte doos waar kansloze (langdurige) werkzoekenden ingaan en na enig sleutelwerk perfecte werknemers uitkomen. Re-integratie van werkzoekenden moet echter van twee kanten komen: die van de werkzoekende én die van de werkgever. Dan duikt echter al snel het probleem van beeldvorming op, iets dat in geen enkel economisch model past (want niet rationeel en niet kwantificeerbaar).

    Werkgevers hebben te vaak vooroordelen over baanlozen in het algemeen, over ouderen, over nieuwkomers, over mensen met een functiebeperking enz. Vooroordelen over baanlozen zijn voor een groot deel het gevolg van de neoliberale ideologie die al decennia over de wereld wordt uitgebrald, waardoor bij velen een diep geworteld wantrouwen bestaat jegens ontvangers van overheidshulp, “daar moet wel iets mis mee zijn, werkschuw, onbekwaam, onwillig” enz. Zolang de vooroordelen en het wantrouwen blijven bestaan, blijft re-integratie van baanlozen dweilen met de kraan open.
    Een bijkomend probleem wordt gevormd door de open grenzen in de EU. Waarom zou een bedrijf moeite doen voor Nederlandse baanlozen als het werknemers uit bijv. Polen of een ander EU-land kan krijgen die alleen maar zoveel mogelijk willen werken en niet op de hoogte zijn van zaken als CAO’s, arbeidsrecht, ARBO, arbeidstijden enz., en dan ook nog eens via constructies die het bedrijf niet met het werkgeverschap belasten?
    Kortom, al dat “gesleutel” aan werkzoekenden is zinloos als de andere problemen niet worden aangepakt.

    Noordzij heeft wel gelijk als hij wijst op het belang van een breed netwerk van (potentiële) werkgevers om in een latere fase cliënten aan het werk te kunnen helpen. Dat ging vrijwel altijd mis omdat re-integratiebedrijven snel even een filiaaltje opzetten na gunning van een contract door een gemeente, uiteraard zonder over zo’n netwerk in de regio te beschikken. Daar werd niet echt naar gekeken door de opdrachtgever. Laten we hopen dat dit beter gaat nu steeds meer gemeenten de re-integratie weer in eigen beheer uitvoeren. Dan moet het rijk echter wel voldoende financiële middelen ter beschikking stellen. Vergelijkbaars geld natuurlijk ook voor het UWV, of wat daar van over blijft.
    Verder zal er een veel betere afstemming van vraag en aanbod moeten komen, waarbij ook echt van de wensen, mogelijkheden, kennis en kunde van de werkzoekenden wordt uitgegaan, echt maatwerk dus, en naar het langere termijnperspectief wordt gekeken. De korste weg naar werk is daarbij lang niet altijd de beste, maar dat besef is nog steeds niet tot beleidsmaker, gemeenten en UWW doorgedrongen.
    Echter, de vooroordelen over baanlozen zullen moeten worden verdwijnen. Zolang de neoliberale propaganda doorgaat, en niet wordt bestreden, zal dit helaas niet gebeuren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *