‘Gemeenschappen’ hebben over belangstelling niet te klagen. Beleidsmakers zien ze in het licht van kostenbesparingen in de zorg. Dus moeten er zorgzame gemeenschappen, Voorzorgcirkels en Lief & Leed-straten komen. Maar gemeenschappen kun je niet bestellen. Ze ontstaan niet door snelle interventies of top-down geïnitieerde tijdelijke projecten. Ze vragen om structureel bouwen en beheren, met inwoners als ‘makers’ van hun (buurt)leven.
In de kern is het: werken aan verbindingen tussen en eigenaarschap en zeggenschap voor bewoners
In Nederland zijn honderden succesvoorbeelden waarbij dit gebeurt vanuit de principes van Asset Based Community Development (ABCD). In de kern is het: werken aan verbindingen tussen eigenaarschap en zeggenschap voor bewoners. Met als resultaat duurzame, door gemeenschappen zelf gedragen oplossingen voor zaken die bewoners samen belangrijk vinden. Bijvangst is minder professionele afhankelijkheid. Daarnaast levert het niet plan- en voorspelbare opbrengsten binnen uiteenlopende beleidsdomeinen op (Fortuin & Visser, 2024).
Professionals moeten ruimte maken
In 2023 hebben zestien community builders op deze manier gewerkt in de leergang Van buurten naar communities, een project van LSA (Landelijk Samenwerkingsverband Actieve) bewoners, het Oranjefonds en goededoelenorganisatie VSBfonds. Voor de deelnemers werd deze werkwijze in anderhalf jaar tijd vanzelfsprekend. Dat betekent niet dat samenleven vanzelf gaat. Dat is namelijk weerbarstig en nooit ‘af’. Hoe weet je dan of je werk loont?
Stel jezelf de vraag: versterkt of verzwakt mijn werk gemeenschappen of is de impact neutraal? Wanneer professionals projecten initiëren waar de energie uitgaat zodra ze ermee stoppen, is dat niet omdat bewoners niks willen of niet in beweging willen komen. Ze vinden iets wat voor hen bedacht is alleen niet belangrijk genoeg. De kunst is om ruimte te maken voor zaken die ze wel belangrijk genoeg vinden.
Professionals zijn keihard nodig om bewoners aan het roer te krijgen en houden
Professionals zijn keihard nodig om bewoners aan het roer te krijgen en houden. Samenleven vraagt net als openbaar groen, gebouwen en wegen permanent beheer (Van den Berg, 2023). Ook nodig: een community builder die ruimte en een zekere mate van onafhankelijkheid krijgt om ruimte te maken voor wat gemeenschappen belangrijk vinden. En kan ontdekken en verbinden wat er allemaal al in een straat, buurt of dorp aanwezig is. Dat klinkt niet als een onoverkomelijke opgave.
Complicerende factoren
Toch zijn er factoren die het ingewikkeld maken. Allereerst de overmeestering van het ambachtelijke wijkwerk door ad hoc thema’s. Het ambachtelijke wijkwerk is nabij zijn, ontdekken, koffie drinken en praatjes maken. Relaties opbouwen, ontmoetingen mogelijk maken, verbinden wat er is, samen doen en weer koffie drinken (Visser et al., 2021).
Dat vraagt professionele bescheidenheid. Geen leidende, maar een dienstbare houding. Dit staat haaks op hoe beleidsmakers en bestuurders ad hoc thema’s aanvliegen: voortvarend, met evidence based methodieken, uitgevoerd voor bewoners, maar door externe experts. Het effect is vaak kortdurend.
De community builders worden het lokale vergadercircuit ingezogen
Een tweede factor is, paradoxaal genoeg, het succes van community builders. Andere organisaties omarmen de ontstane gemeenschappen als ‘vindplaatsen voor hun doelgroepen’. De community builders worden het lokale vergadercircuit ingezogen en mogen overal hun succesverhaal delen. Met als resultaat dat ze steeds minder in de buurt zijn.
De derde factor is de bewijslast. Een groeiende stapel onderzoeken en SROI-exercities toont de waarde van gemeenschappen aan. De Graaf en collega’s (2022) onderzochten bijvoorbeeld het functioneren van crisisstructuren tijdens de pandemie. Niet de ontwikkelde protocollen bleken het meest bepalend voor pandemische paraatheid, maar de organisatie van informele en formele verbanden die ermee moesten werken. Recent SROI-onderzoek in Eijsden laat zien dat iedere uitgegeven euro aan het bouwen van zorgzame gemeenschappen zich minimaal zes keer terugbetaalt (Canoy, 2025).
De waarde van gemeenschappen moet steeds opnieuw worden aangetoond
Toch moet de waarde van gemeenschappen steeds opnieuw worden aangetoond. Het kan anders. We erkennen bijvoorbeeld wel de waarde van parken. Die krijgen nooit de vraag hoeveel Wmo-indicaties ze helpen voorkomen (Horstman, 2023). De voortdurende hang naar nieuwe bewijslast heeft nog een complicerend element: de impact van inzet op gemeenschapsontwikkeling laat zich niet betekenisvol vangen in outputcijfers of bijdragen aan KPI’s (Key Performance Indicators). Je organiseert namelijk het toeval. Opbrengsten zijn niet plan- of voorspelbaar.
Altijd meer opbrengsten dan verwacht
Wat community building in tal van Nederlandse wijken wel laat zien, is dát er altijd meer opbrengsten in gemeenschappen ontstaan dan je op voorhand kunt bedenken. Dat zagen we ook in ons project: een community builder verbindt vier bewoners die meer voor hun flat willen betekenen. Dat leidt tot een koffieclub met veertien deelnemers. In outputcijfers een activiteit met veertien deelnemers. In bijdragen aan KPI’s bescheiden vinkjes op ‘versterken sociale basis’ en ‘bevorderen sociale cohesie’. Maar tussen deze veertien mensen lopen 91 lijnen. Hulplijnen waar energie, middelen, kennis, contacten en de bereidheid om naar elkaar om te kijken en voor elkaar te zorgen, stromen.
Bewoners helpen elkaar medische zalf aanbrengen, dat scheelt 28 bezoeken van een zorgprofessional
Bewoners helpen elkaar medische zalf aanbrengen, omdat er een wachtlijst voor zorg is. Dat scheelt 28 bezoeken van een zorgprofessional, een opbrengst op het zorgdomein. Een andere bewoner vindt via de koffieclub een contactpersoon voor personenalarmering en kan zelfstandig thuis blijven wonen. Een maandelijkse opbrengst op het zorgdomein. Een bewoner vertelt bij de koffieclub over een gemeentelijke energieklusser, waarna negen bewoners hun appartement laten verduurzamen. Een opbrengst op het domein energietransitie. Een aantal bewoners realiseert met de gemeente een wadi. Een opbrengst op het domein klimaatadaptatie. De groep actieve bewoners is inmiddels van veertien naar 95 gegroeid. En zolang de relaties tussen hen intact blijven, blijven er opbrengsten ontstaan. Van het een komt namelijk het ander.
Vind gemeenschapsontwikkeling vanzelfsprekend
Hoe stellen we professionals en bewoners in staat om te bouwen aan gemeenschappen? Dat kan op twee manieren. De eerste is door als institutionele opdrachtgever het investeren in gemeenschapsontwikkeling vanzelfsprekend te vinden. Omdat je de waarde, net als bij parken, snapt en deze in tal van wetenschappelijke publicaties is aangetoond.
Mits goed beheerd, blijven relaties voortdurend opbrengsten in, voor en door gemeenschappen genereren
De consequentie is per wijk investeren in een community builder die in de wijk kan werken vanuit de ABCD-principes. En daarbij aanvaarden dat je niet weet welke opbrengsten er in gemeenschappen ontstaan. Het zijn er echter meer dan je op voorhand zelf kunt plannen en ze dragen bij aan de samenleving die je als institutie – als lokale overheid, woningcorporatie, zorgverzekeraar enzovoorts – voorstaat. Mits goed beheerd, blijven relaties voortdurend opbrengsten in, voor en door gemeenschappen genereren.
De tweede manier is harder werken, complexer en duurder: samenwerken aan het adequaat waarderen van deze buurtopbrengsten binnen de eigen verantwoordingssystematiek. Het vraagt in beide gevallen om dienend, in plaats van leidend werken. Om ruimte maken en vertrouwen. Van de overheid, voor professionals en bewoners.
Eelco Visser werkt vanuit de Nederlandse ABCD-community en met tal van maatschappelijke organisaties aan gemeenschapsontwikkeling en -versterking. Dat doet hij als schrijver, trainer, community builder, sparringpartner en onderzoeker.
Foto: Erik Vos (Flickr Creative Commons)