Psychologisch zijn we alleen klaar voor burgerinitiatieven als we er zelf voordeel bij hebben

Een belangrijke kern van burgerinitiatieven wordt gevormd door zzp’ers, die vooral op hun inkomsten loeren en een netwerk ontwikkelen dat dit bevordert. Maar de echte kanteling in de samenleving is de psychologische verschuiving van oriëntatie op de ander naar die op het zelf.

De kern van de discussie, en meteen het belangrijkste verschil van mening, tussen de sociaalwetenschappers Jan Rotmans enerzijds en Jan Willem Duyvendak en Evelien Tonkens anderzijds gaat over de vraag of de burgerinitiatieven sterk toenemen of juist afbrokkelen. Ook de reacties van Imrat Verhoeven, en van Jan Jonker en Sjoerd Janssen laten zien dat het gebrek aan overtuigende empirische gegevens en een degelijke, brede en meeromvattende sociologische theorie deze discussie uiterst lastig maken. Een blik over de grens kan wellicht helpen om helderheid te brengen.

Mensen zijn veel meer op zichzelf aangewezen

De Afrikaanse Amerikaan John Lambert en de blanke Amerikaan Andy Boschma kenden elkaar van de meest populaire sport in de Verenigde Staten: bowlen. Bij populaire sporten in de VS denk je al snel aan American Football of baseball, maar Amerikanen blijken veel meer bezig met een bal met drie gaten. Daarmee proberen ze over een lange baan gemeten tien kegeltjes zo snel mogelijk om te kiepen. De bowlingclub verbond Lambert en Boschma en deze connectie leidde ertoe dat Boschma zijn nier afstond toen Lambert op zijn 64e jaar drie jaar zou moeten wachten op een transplantatie. De bowlingclub is inmiddels ter ziele.

Dit voorbeeld wordt beschreven door de socioloog Robert D. Putnam in zijn monumentale en alarmerende studie Bowling Alone uit 2000 . Met dit voorbeeld laat hij zien hoe mensen eerder met elkaar waren verbonden en hoeveel goeds daaruit resulteerde, maar vooral dat dit type verbanden is verdwenen en mensen veel meer dan voorheen op zichzelf zijn aangewezen. Boschma zou nu op zijn nier moeten wachten.

Putnam laat aan de hand van een eindeloze hoeveelheid data zien dat – wat hij nadrukkelijk noemt - het sociaal kapitaal, na een sterke toename vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot midden jaren zestig, terugliep en soms dramatisch is afgebrokkeld. In praktisch alle sectoren van de samenleving hebben mensen hun connecties middels bestaande netwerken met elkaar verloren; dit varieert van politieke betrokkenheid en activiteit, tot vrijwilligerswerk, sport en hobby’s.

Alle metingen die Putnam verrichtte worden volgens hem valide ondersteund door de ervaringen van Amerikanen zelf; de desintegratie van de sociale banden wordt breed ervaren. Hierdoor is de reciprociteit, het antropologisch onderbouwde principe dat culturen al eeuwen samenhoudt, afgenomen en zijn we in veel opzichten sociaal geïsoleerder dan voorheen en meer op onszelf aangewezen. Een citaat uit Bowling Alone (p. 287) dat ik vanuit klinisch psychologisch onderzoek kan ondersteunen: ‘Yes, an impressive and growing body of research suggests that civic connections help make us healthy, wealthy, and wise’.

Putnams sociologische studie is indrukwekkend en sluit goed aan bij met name mijn theoretisch klinisch psychologisch werk over toegenomen narcisme . Ik constateer zowel in de VS als in West-Europa een toename van narcistische trekken en een afname van door de hechting geproduceerde, op de ander gerichte attitudes bij mensen, ook sinds de jaren zestig. Het zelf is meer dan de ander het centrum geworden voor gedragsontplooiing, eenvoudig uitgedrukt: de motor die het gedrag stuurt, is meer egocentrisch van aard dan voorheen. Dit betekent dat de betrokkenheid op anderen is afgenomen en dit kan zich uitdrukken in het verminderd participeren in sociale verbanden en netwerken.

Mensen blijven au fond toch zoogdieren

Psychologisch gezien gaat het hier om veranderingen in de intrapsychische architectuur, als pendant van de in de West-Europa 2000 jaar werkzame culturele tendens tot individualisering, welke hun basis vinden in de veranderde vroegkinderlijke verhoudingen. De zuilen en kerkelijke instituties sturen de opvoeding niet meer, een meer op expressie en minder op restrictie gerichte opvoeding is ervoor in de plaats gekomen. We zien een sterke toename van ouders die erg trots zijn op hun kroost en dit ook laten blijken. Het kind is in het centrum van de belangstelling gekomen en wordt veel minder getraumatiseerd, minder geslagen, minder blootgesteld aan geweld en gedwongen om te werken. De gehechtheid aan de moeder wordt gedeeld met de vader, crèche en kinderopvang. De druk om zindelijk te worden, die werd ingegeven door de katoenen luiers, is met de pampers weggevallen. In zijn onderzoek naar mentaliteitsverandering bij de ‘grenzeloze generatie’ laat Motivaction zien dat het percentage verantwoordelijken, mensen die worden gedreven door maatschappelijke betrokkenheid en aandacht voor de publieke zaak, sterk afneemt, en het percentage zelfredzamen, die meer individualistisch zijn ingesteld en vooral het eigenbelang op hun kompaskoers hebben ingeplugd, groeit .

Vergelijkbare grondige studies zoals die van Putnam over het sociaal kapitaal in Nederland ken ik niet. De laatste publicatie die hieraan raakt, is die van het Sociaal en Cultureel Planbureau, getiteld Dichtbij huis. Hierin worden de lokale binding en inzet bij dorpsbewoners in Nederland in kaart gebracht. Volgens deze studie is er niet veel mis met de inzet van de dorpelingen en met hun bijdragen aan hun gemeenschap en aan elkaar. Er worden ook geen grote veranderingen over de afgelopen tien jaar geconstateerd.

Of er al dan niet een desintegratie van het sociale netwerk in ons land heeft plaatsgevonden, is een empirische vraag die door sociologen kan worden beantwoord. Parallel aan de psychologische verschuiving van door hechting gestimuleerd gedrag naar een op het zelf gerichte oriëntatie, is dit in theoretisch opzicht denkbaar.

Een relativering is meteen noodzakelijk: mensen zijn en blijven zoogdieren, daaraan verandert de evolutie niets, en zoogdieren schurken graag tegen elkaar aan, ze zoeken elkaar altijd weer op en indien ze hiervoor een club of netwerk niet meer gebruiken, komt wel een ander verband voor in de plaats. Het werk van Putnam is in die zin beperkt dat het stopt vóór de revolutie die de sociale media met zich mee hebben gebracht waardoor er nieuwe, uitgebreide netwerken zijn geproduceerd. Op dit moment in onze sociale geschiedenis kijken mensen voortdurend op hun mobiele apparaten en staan ze overdreven veel met elkaar in virtueel contact via het uitwisselen van teksten, foto’s en filmpjes.

Burgerinitiatieven wijzen op gewijzigde sociale structuur

Wat betekent het bovenstaande voor de discussie tussen Rotmans, die een revolutie schetst in betrokkenheid van Nederlanders bij onze samenleving, en anderzijds Duyendak en Tonkens die dit ernstig relativeren? De in de VS geconstateerde afbraak van het sociaal kapitaal gaat niet exact over hetzelfde thema als de debat tussen de Nederlandse sociale wetenschappers. Bowling Alone heeft betrekking op een veel bredere sociaal-maatschappelijke sector die is verdwenen of op het punt staat dit te doen. De burgerinitiatieven waar het nu over gaat, kunnen wel binnen die bredere context begrepen worden en kunnen wijzen op een verschuiving in de sociale structuur.

Tegen de achtergrond van de psychologische veranderingen, dus van een verschuiving van oriëntatie op de ander naar die op het zelf bij grotere groepen dan voorheen, kunnen we de verwachting koesteren dat mensen verminderd geïnteresseerd zijn in het investeren van energie in sociale verbanden, tenzij deze activiteiten duidelijke voordelen voor henzelf bieden. Het sociaal ondernemerschap, dat door allen wordt geconstateerd, past prima in deze veranderingen. De zzp’ers vormen hierin een belangrijke kern, zij loeren vooral op hun inkomsten en ontwikkelen een netwerk dat dit bevordert. Indien hun activiteiten passen in het verstevigen van sociale netwerken en zich uitdrukken in een activiteit die betrekking heeft op sociale participatie, komt dat mooi uit.

Jan Derksen is klinisch psycholoog

Foto: Bas Bogers

 

Reacties op dit artikel (8)

  1. Wat wordt deze bijdrage aan de discussie ontsierd door de diskwalificatie van ZZP’ers! Die ‘loeren op inkomsten’. Manman. Ik kwam er gister weer een tegen, die met imposante werkweken in Rotterdam prachtige innovaties doet in het sociale en daarmee nét zijn broek kan ophouden. Hoe zou het zijn als we van alle sociale professionals zeiden dat ze loerden op inkomsten. Of meteen maar van alle professionals, inclusief klinisch psychologen? Zou de opkomst van de ZZP’er in het sociaal domein niet ook kunnen duiden op het falen van gevestigde sociale instituties? En op het failliet van de overtuiging dat alle goeds van de overheid komt en dat markt dus vies is?

  2. Ik denk dat die oriëntatie op het zelf ipv op de ander, teveel wordt begrepen vanuit een blind oog voor hedendaagse vormen van sociale oriëntatie op de ander.

    Het klinkt me allemaal wat ouderwedschsch in de oren. Wat weten we van hedendaagse, nieuwe vormen van sociale verbanden en sociale controle? Zie bijvoorbeeld het boeiende stuk over videogaming dat hier gisteren is geplaatst. Ik denk dat er veel meer van dit soort hedendaagse vormen van ‘sociaalheid’ bestaan (moderne ‘religie’ ipv kerkelijke religie, in de virtuele wereld ipv in de ‘echte’ wereld) die door een focus op ouderwetse sociale oriëntaties simpelweg niet worden gezien/erkend omdat ze vanuit een moralistisch afkeurend kader worden bekeken.

    Die relativering in dit artikel lijkt me dus zeer belangrijk en opent hopelijk de ogen voor studies naar hedendaagse of heel andere vormen van sociale oriëntatie.

  3. Met verschillende artikelen is hier een goede discussie over burgerinitiatieven, ik heb het met veel interesse gelezen. Het is niet zo relevant vanuit welke motieven zzp-ers hun sociale initiatieven ontplooien, het gaat erom dat er een bijdrage aan het sociale domein wordt geleverd. Ik kan me vinden in het commentaar van Iris. De volgende stap dat gemeenten sociale initiatieven faciliteren daar waar nodig. Niet blind faciliteren maar faciliteren wanneer deze een waardevolle bijdrage leveren aan het sociale domein. Het is niet zo dat gemeenten deze initiatieven niet faciliteren, maar daar is een wereld te winnen. Bekijk de bijdragen vanuit de inhoud.

  4. man man man je snapt er geen ruk van ( om even al die ontoegankelijke vaktermen te vermijden). wat een rommelig nietszeggend artikel… ik kan me er als soc ondernemer geenszins in herkennen.

  5. Met stijgende verbazing – en hier en daar enige ontzetting – hebben enkele Rotterdamse ‘sociaal ondernemers’ de bijdrage van deze klinisch psycholoog gelezen. Waarom? Ten eerste: een miskenning van hun drijfveren (loeren op geld?), ten tweede: een oriëntatie op de Verenigde Staten (waarom?), ten derde: een verkeerde afslag in het debat (alsof sociaal ondernemers onderdeel van een ‘maatschappelijk’ probleem zijn?). Wat door de psycholoog gemist wordt is dat sociaal ondernemers niet gericht zijn op winst, maar op maatschappelijke impact. In meerdere gevallen doen ze dat op een interessantere (want: goedkoper, sneller, menselijker, effectiever, etc) manieren dan de gevestigde orde. De vraag is dan: wat kunnen we daarvan leren? Zijn oriëntatie op de Verenigde Staten als het gaat om sociale verbanden en sociaal ondernemerschap lijkt me niet erg helpend. Wat leert ons dat? Wat zegt dat over burgerinitiatieven in Nederland? Denk alleen aan de wijze waarop de zorg in de Verenigde Staten is georganiseerd en vergelijk dat eens met waar wij vandaan komen en naar toe gaan… Tot slot. Ik zie sociaal ondernemers niet als onderdeel van een maatschappelijk probleem, maar als verkenners van een bestuurlijk en maatschappelijk vraagstuk: hoe organiseren we op een houdbare en haalbare wijze goede zorg? hoe behouden we – in deze tijd van transitie – een aanvaardbaar niveau van zorg en dienstverlening? Sommige sociaal ondernemers wijzen ons daarbij de weg. Hen wegzetten als mensen die loeren op …. is, nou ja, een wat smalle weergave van de dagelijkse realiteit waarin ondernemende burgers zich voor weinig geld uit de naad werken. Prettig weekend!

  6. Jan Derksen geeft door dit stuk goed aan hoe de belevingswereld van een klinisch psycholoog is.
    Hij ziet zelf duidelijk door de bomen het bos niet meer.
    Een zeer verwarrend verhaal.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *