Het Westen is de echte vijand, volgens de terrorist

De aanslagen op willekeurige mensen in Parijse uitgaansgelegenheden vloeien voort uit een afwijzing door moslims van het westerse moderniseringsmodel. Een model dat hen wereldwijd kleineert en kansen onthoudt.

Wie denkt aan Al Qaida, Taliban, IS, Boko Haram denkt aan geradicaliseerde moslims en terrorisme. Aan groepen die zich aan groteske misdaden bezondigen tegenover andersdenkenden, maar vooral tegenover onschuldige burgers. Wat bezielt de leden van deze groepen? Waardoor zijn sommige moslimgelovigen in zo’n sterke mate geradicaliseerd dat ze dood en verderf zaaien in New York, Madrid, Londen, Parijs, maar vooral in de steden en op het platteland van Pakistan, Syrië, Irak, Afghanistan en Nigeria?

Kiem terrorisme in afwijzing van westerse modernisering

De kiem van het hedendaagse, wereldwijde terrorisme zit in de afwijzing van de westerse moderniseringsagenda. Een modernisme dat ervan uitgaat dat economische groei op termijn voor een betere wereld zorgt. Punt is echter dat voor veel niet-westerlingen de wereld van morgen niet telt. Zij leven in en met de geschiedenis van hun cultuur en hun voorouders. Doordat het westers modernisme die andere visie ontkent, ontstaan er voortdurend conflicten over de globaliserende economie en in het kielzorg daarvan over religie. Immers, integraal onderdeel van de westerse moderniseringstheorie is dat ontwikkeling leidt tot secularisatie. Valt bij ons al het nodige af te dingen op de bijna vanzelfsprekende associatie van ontwikkeling met verwereldlijking, in de rest van de wereld wint religie onder druk van modernisering juist aan belang.

Vanaf de jaren ’60 ging het moderniseringsproces in de niet-westerse wereld gepaard met de stormachtige ontwikkeling van bevrijdingsideologie. De voormalige koloniën beoogden weliswaar een politieke en economische ontwikkeling naar westerse snit, maar los van de aloude imperiale banden. Het zou allemaal anders en beter worden nu de jonge staten hun ontwikkeling zelf ter hand konden nemen. Een halve eeuw later kan geconstateerd worden dat er van die belofte in de meeste landen weinig terecht is gekomen. Democratie heeft het gros van de volkeren in de rest van de wereld niet gebracht wat zij ervan hadden verwacht. En toch blijft het Westen er maar op hameren dat markteconomie en liberale democratie wonderelixers zijn.

Weinig winnaars en veel verliezers

De werkelijkheid laat zien dat ‘democratisering’ heeft geleid tot het wegvagen van traditionele structuren voor de oplossing van conflicten, en tot de opkomst van een politiek en rechtssysteem dat alleen werkt voor een kleine elite met geld en macht. Het gevoel van absentie van rechtvaardigheid en de beperkte toegang tot conflict-oplossende mechanismes is een belangrijke bron van frustratie onder jongeren. Meer in het algemeen is in veel postkoloniale samenlevingen sprake van een vervreemding tussen burgers en overheid. Bij gebrek aan een alternatief voor een markteconomie die weinig winnaars en veel verliezers heeft opgeleverd, is de hoop onder grote delen van de bevolking vervlogen. De winnaars zijn aan de macht, houden de gelederen gesloten en schrikken voor niets terug - Syrië- om hun potentiële uitdagers uit te schakelen.

In die zojuist geschetste context krijgt de stem van groepen als de Taliban, Al-Qaida, Boko Haram of IS die nee zeggen tegen het Westen en alles wat het met zich mee brengt, veel weerklank. Waarmee overigens niet is gezegd dat de meerderheid van de bevolking in de verschillende landen dus ook het tomeloze geweld van die groepen waardeert. Integendeel, dat geweld treft namelijk níet zozeer de bevolking in het Westen als wel hen zelf.

Oplossing komt niet uit het Westen

De voortdurende lijdensweg van Syrische burgers of wederom een bloedige aanslag door Boko Haram in het Oosten van Nigeria, lijken erop te duiden dat een vreedzame oplossing voor de verschillende conflicten in de wereld ver weg is. En als er al een remedie voorhanden is, dan komt die zeker niet uit het Westen. De ontwikkelingen in Libië en Irak hebben aangetoond dat een westerse interventie meer kwaad dan goed doet. Derhalve moet de oplossing uit de niet-westerse samenlevingen zelf komen. Zij dienen een eigen politiek en rechtssysteem op te bouwen met een link naar hun traditie en eigenheid, niet die van het Westen.

Leidend daarbij zou moeten zijn dat landen hun systemen zodanig inrichten dat ze voldoen aan de verwachtingen en het gevoel van rechtvaardigheid van hun bevolking. Ofwel er dient een verbeterde toegang tot politieke en economische besluitvorming te komen en een daadwerkelijke verbinding tussen de jeugd en de overheid. Dat impliceert dat de overheid niet uitsluitend het eigen belang in het oog houdt, maar op z´n minst ook het belang en de veiligheid van de bevolking. Alleen een eendrachtige samenwerking tussen overheid en burgers - georganiseerd in niet-gouvernementele organisaties op alle niveaus – kan een counter narrative opleveren voor de ronselaars van de verschillende terroristische groepen.

Wat betekent dit nu voor ons, in het Westen? Ten eerste moeten we ons er bewust van worden dat de westerse toekomstgerichtheid er weliswaar toe leidt dat we het verleden (proberen te) vergeten, maar dat dat verleden springlevend is voor andere volkeren en dat elke nieuwe generatie de pijn van historisch onrecht - imperialisme en kolonialisme- sterker voelt dan de vorige.

Ten tweede dienen we te beseffen dat religie, bij gebrek aan andere alternatieven, uitkomst biedt in samenlevingen gekarakteriseerd door eenzijdig marktdenken, concurrentie en individualisme.

En ten slotte moeten we ons realiseren dat de aanhangers van terroristische groeperingen als bijvoorbeeld IS het Westen écht beschouwen als vijand: het zou de islam als een achterlijk geloof wegzetten en moslims geen eerlijke kans bieden. En dat die vernederingsretoriek niet alleen gehoor vindt bij moslims in de rest van de wereld, maar ook in de westerse landen zelf. Ze vormt ook hier een voedingsbodem voor radicalisering. Het beeld dat westerse landen hun grenzen het liefst gesloten houden voor vluchtelingen uit Syrië en Irak draagt daar zeker aan bij.

Peter Knoope was tot vorig jaar directeur van het ICCT, het Internationaal Centrum voor Contraterrorisme, waar hij nu associate fellow is. Daarnaast is hij senior visiting fellow bij Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen.

Afbeeldingsbron: Jenny Poole (Flickr Creative Commons)