Laat de winst van Eigen Kracht nu niet verloren gaan

Eigen Kracht komt de laatste maanden onder vuur te liggen, constateert Jos van der Lans.  Maar de discussie moet niet zijn ‘meer van het een, dus minder van het andere’, want het gaat om een fundamentele wisseling van machtsperspectief, om een andere vorm van eigenaarschap.

Het begrip ‘eigen kracht’ behoort inmiddels tot het basisvocabulaire van zo ongeveer elke instelling in de sector zorg en welzijn. Het ontbreekt ook in geen enkele nota over de wijze waarop gemeenten de drie decentralisaties (jeugdzorg, awbz en de participatiewet) denken te overleven. Grote eenstemmigheid alom: de nieuwe verzorgingsstaat zal gebaseerd zijn op de eigen kracht van burgers.

Hoewel…  de laatste maanden lijkt het tij te keren. De sceptici winnen onmiskenbaar veld. Het congres Eigen kracht ontkracht dat half mei door de Universiteit van Amsterdam georganiseerd werd bijvoorbeeld vele malen overtekend. Niet de eersten de beste academici (Evelien Tonkens, Jan Willem Duyvendak) plaatsten bij die gelegenheid nadrukkelijk vraagtekens bij het steeds indringender beroep dat overheden doen op burgers om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Hoogleraren vrezen dat we terugvallen in het pre-Klompé-tijdperk

Vooral op het terrein van de zorg hebben zij daar grote moeite mee. Wie wil nu door zijn buurman gewassen worden, vroegen de twee hoogleraren zich aan de vooravond van het congres hardop af in een opiniebijdrage onder meer op deze site. Zij vrezen dat we het recht op zorg en dus onafhankelijkheid inruilen voor wat we nu juist achter ons hebben gelaten: een neo-afhankelijkheid van familie en bekenden. We vallen terug in het pre-Klompé-tijdperk, waarschuwde Jan Willem Duyvendak op genoemd congres. Voor de jonge lezer: onder het motto van genade naar recht voerde Marga Klompe in 1965 de Algemene Bijstandswet in die mensen onafhankelijk maakte van de charitas/liefdadigheid en bestaanszekerheid garandeerde.

In deze sfeer van toenemende twijfel komen ook de veelgeprezen Eigen Kracht-conferenties meer en meer onder vuur te liggen. Er is Zweeds onderzoek (uit 1997 (sic!), gepubliceerd door Sundell en Vinnerljung in 2004) boven water gekomen waaruit blijkt dat de effecten op de langere termijn niet perse positief zijn. Sindsdien hoor je steeds vaker mensen beweren dat het netwerk helemaal niet zo’n krachtige partner is als wordt voorgespiegeld. Vaak blijken de leden de afspraken niet na te komen; bij nieuwe problemen of crisissituaties moet toch weer professionele hulp optreden. Nee, zo lijken te criticasters te willen zeggen, het is een illusie dat netwerkverantwoordelijkheid in de plaats zou kunnen treden van professionele verantwoordelijkheid.  In veel gevallen is dat zelfs onverantwoordelijk.

Typisch Nederlands: eerst overdrijven en vervolgens de overdrijving bestrijden

Dat alles is typisch Nederlands: eerst overdrijven we en vervolgens bestrijden we de overdrijving. Het risico van deze stemmingswisselingen is dat we in het tumult de essentie uit het oog verliezen. Daardoor dreigen we nu te verzanden in een discussie over een substitutievraagstuk: meer van het een, dus minder van het andere.  Het is ‘meer’ eigen kracht/eigen verantwoordelijkheid tegenover ‘minder’ gegarandeerde zorg door de overheid, het is minder professionele zorg tegenover meer zorg door de buren/familie/netwerk; het is een eigen kracht conferentie tegenover professionele hulpverlening.

Dat is jammer, want de essentie is nu juist dat het geen meer-minder- dan wel of-of-kwestie is. Wat met het begrip Eigen Kracht aan de orde is, is niet louter een vorm van door bezuinigingen opgedrongen uitruil, maar iets veel fundamentelers. Rob van Pagée, een van de founding fathers van de Eigen Kracht conferenties in Nederland, heeft daar vanaf het begin ook altijd op gehamerd. Het gaat niet om een nieuw goedkoper trucje; nee, het gaat om een fundamentele wisseling van machtsperspectief, om een andere vorm van eigenaarschap. ‘We draaien de rollen om. We zeggen: mensen zijn niet vooral dragers van problemen, maar in de eerste plaats eigenaar van oplossingen. En daarbij is functioneel dat zij zich niet langer klein maken en laten afzonderen in een individueel traject maar juist het tegendeel doen: mobiliseer hulpbronnen, maak de kring van mensen om je heen groter.’

Laten we in onze discussie-ijver ervoor waken dat de winst niet verloren gaat

Het gaat, met andere woorden, om nieuwe, moderne vormen van gespreide verantwoordelijkheid (in plaats van eigen verantwoordelijkheid/zelfredzaamheid) en daardoor om een herontwerp van professionele dienstbaarheid (in plaats van terugtredende professionals) en het smeden van institutionele arrangementen (in plaats van grootschalige dienstverleningsindustrieën) waarin die herverdeelde verantwoordelijkheid vorm moet krijgen. De terreinwinst die de afgelopen jaren geboekt is, betreft vooral het terugdringen van die institutionele vanzelfsprekendheden die mensen (inclusief professionals) ‘onteigenen’ en nogal eens afhankelijk maken van bureaucratische logica’s. Dat is een hele krachttoer geweest. Laten we in onze discussie-ijver ervoor waken dat die winst niet verloren gaat.

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. Meer info: www.josvdlans.nl. Dit stuk verschijnt ook in verkorte vorm als column in het aanstaande Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.  

Reacties op dit artikel (4)

  1. Als we het gaan hebben over zelfbepaling in plaats van zelfredzaamheid en het gaan hebben over het nemen van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in plaats van het verspreiden van verantwoordelijkheid, zal dan bij discussies over sociale kwesties de focus gaan liggen op het samenspel tussen alle betrokken partijen ? Als de focus ligt op het samenspel, de interactie, dan zit de machtsfactor (of krachtfactor) in het gemeenschappelijk opstellen van (nieuwe) spelregels over hoe (socialer) om te gaan met elkaar. Het sociaal werk richt zich op het verzamelen van al de bij de kwestie betrokken partijen en stimuleert de dialoog tussen deze partijen. Alle partijen worden uitgenodigd keuzes te maken, beslissingen te nemen en tot oplossingen te komen die passen binnen de wettelijke kaders en de financiële middelen die er voor zijn. kortom, het creëren van situaties waarin betrokken partijen verantwoordelijkheid kunnen nemen om te komen van een huidige naar een meer gewenste situatie waarin betrokken partijen socialer met elkaar omgaan. Dit is geen moderne vorm van gespreide verantwoordelijkheid maar is een van de zaken waar het vak van sociaal werk zich mee bezig houdt.

  2. Dank voor dit mooie artikel. Om tot dit soort EN-EN benaderingen te komen, moeten we met z’n allen leren ‘delen’. En ‘delen’ is fundamenteel anders dan ‘verdelen’, waar wij in het tijdperk van OF-OF bedreven in zijn geraakt. Delen betekent namelijk ook delen van macht en zeggenschap. Dat niemand het in zijn eentje voor het zeggen heeft, maar dat alle betrokkenen een specifieke eigen rol spelen in het geheel. Een hele kunst om de die ongelijkheid (in rollen) als uitgangspunt te nemen en toch vanuit gelijkwaardigheid op zoek te gaan naar gedeelde vragen en antwoorden. Het begint in ieder geval met het centraal stellen van waar het echt om gaat en niet bij wie wat bepaalt. Delen vraagt moed van iedereen om invloed toe te laten. Durven we dit zonder van tevoren te weten waar we uitkomen?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *