Let op, de beunhaas in de zorg voor jeugd nadert!

Veel gemeenten hebben nauwelijks de kennis en de middelen om de kwaliteit van de jeugdzorg te bewaken, denkt Jana Knot-Dickscheit. Om te voorkomen dat het werk in de toekomst door ‘beunhazen’ wordt opgeknapt moet er nog een flinke slag worden gemaakt.

De geplande transitie en transformatie van de jeugdzorg zijn onderwerp van tal van ongenuanceerde discussies en verwijten over en weer. De inhoudelijke discussie verdwijnt daarmee naar de achtergrond, terwijl juist dat punt aandacht verdient. De ‘transitie’ van de jeugdzorg betekent dat de zorg straks onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten valt. Het recht op zorg verandert in ‘een plicht tot zorg’ door de gemeenten. Aan deze transitie wordt een inhoudelijke vernieuwing gekoppeld, de zogenaamde ‘transformatie’ van de jeugdzorg. De nadruk zal veel meer komen te liggen op preventie en op lichte vormen van hulp, met als doel zo veel mogelijk te voorkomen dat kinderen en gezinnen dermate in de problemen raken dat zij specialistische hulp nodig hebben. De hulpverlening zal zich meer moeten richten op het versterken van de eigen kracht van kinderen en gezinnen en het benutten van het sociale netwerk rondom kind en gezin (informatie over de transitie is onder andere te vinden op de website van het NJI).

Een ander sleutelbegrip is ‘samenwerking’, tussen verschillende instellingen, met als doel vloeiend verlopende zorgtrajecten zonder interne wachttijden, haperingen en averechtse ingrepen. Daarnaast heeft de overheid de intentie de komende jaren miljoenen te besparen op de zorg voor jeugd. De cruciale vraag voor gemeenten en zorgaanbieders is daarom: hoe kunnen wij zorg aan jeugd efficiënter uitvoeren - dus tegen lagere kosten - mét behoud van kwaliteit?

De jeugdzorg kan leren van de jeugd-ggz

In de afgelopen decennia is veel vooruitgang geboekt in de hulpverlening aan kinderen en ouders. Er werken in de jeugdzorg en de jeugd-ggz goed opgeleide en bedreven pedagogen, orthopedagogen, psychologen en psychiaters. Het bieden van zorg wordt steeds meer als een gezamenlijk besluitvormingsproces gezien, waarbij de meningen, voorkeuren en ervaringen van kinderen en ouders een belangrijke rol spelen, evenals de expertise van hulpverleners en de wetenschappelijk onderbouwde kennis over ‘wat werkt het beste voor wie en waarom?’, oftewel evidence based werken.

Binnen de jeugd-ggz is in de laatste jaren veel bereikt: er worden veel minder kinderen in klinieken opgenomen; behandelingen zijn verbeterd; instellingen werken beter samen, bijvoorbeeld met Centra voor Jeugd en Gezin en scholen. Ik zie mooie innovatieprojecten om samenwerking tussen hulpverleners te bevorderen (zie bijvoorbeeld de web-gebaseerde tool op: www.1gezin1plan.nl ). Er zijn fraaie voorbeelden van samenwerking met universiteiten, waarbij onderzoek naar de effectiviteit en processen van hulpverlening plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld ook aan initiatieven om behandeleffecten inzichtelijk te maken door de Stichting Benchmark GGZ, de invoering van een landelijke set prestatie-indicatoren en het sectorbrede gestandaardiseerde cliënttevredenheidsonderzoek.

Binnen de jeugdzorg is men op dit moment met een inhaalslag bezig. Wat in de jeugd-ggz al langere tijd gebruikelijk is – werken met multidisciplinaire richtlijnen en behandelprotocollen, beroepsregistratie, verplichte bij- en nascholing, doen aan Routine Outcome Measurement – wordt nu ook stapsgewijs ontwikkeld voor en geïmplementeerd binnen de jeugdzorg, maar er is voor de jeugdzorg nog een lange weg te gaan alvorens sprake is van hetzelfde niveau als binnen de jeugd-ggz.

Beunhazen liggen op de loer

Behoud van kwaliteit van de zorg is de inzet van de gemeenten. Maar hoe onderscheid je kwaliteitsaanbieders van ‘beunhazen’? Hoe onderscheid je ‘gedegen doorontwikkeld’ van ‘nieuw en anders’? Als gemeente zal je expliciet moeten maken aan welke kwaliteitsstandaarden zorgaanbieders dienen te voldoen. Uitgaande van het eerder geschetste evidence based werken gaat het dan om zorgaanbieders die interventies inzetten waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat die werken. Daarnaast moeten zij behandeluitkomsten blijven monitoren (zijn kinderen en gezinnen tevreden met de hulp, zijn de doelen behaald, is er een afname van problemen, is de kwaliteit van leven van kinderen en gezinnen verbeterd, lukt het een behandeling af te maken of zijn kinderen vroegtijdig afgehaakt?) en behandelprocessen en –uitkomsten moeten onderzoeken om meer te weten te komen over ‘wat het beste werkt voor wie en waarom’ en het verder ontwikkelen van hulpmethodes stimuleren. Daarnaast is het van belang dat zij hulpverleners in dienst hebben die voldoende zijn opgeleid zodat zij kennis kunnen vertalen en toepassen in de praktijk, en dat zij deze hulpverleners omstandigheden bieden die hen (bij)scholing, supervisie en intervisie garanderen.

Willen gemeenten echt efficiëntere zorg, dan dienen zij deze kwaliteitsstandaarden bij het inkopen van zorg te handhaven. Het is ook de taak van alle zorgaanbieders zich te verbinden aan die standaarden. De gemeenten kunnen zich bij hun inzet om van de nieuwe jeugdzorg een succes te maken spiegelen aan de jeugd-ggz. Die is daarmee namelijk al ver op weg.

Bezuinigingen maken kortetermijndenken aantrekkelijk

En toch: hebben gemeenten de financiële speelruimte en deskundigheid om het onderscheid tussen kwaliteitsaanbieders en ‘beunhazen’ te maken? De enorme kortingen op hun budget kunnen gemeenten in de verleiding brengen om te kiezen voor de goedkoopste aanbieder, ten koste van de genoemde kwaliteitsstandaarden. Om aan de eis van gemeenten – zo goedkoop mogelijk – te kunnen voldoen, zullen zorgaanbieders in de jeugdzorg en in de jeugd-ggz vooral kosten proberen te besparen door te korten op hun personeel, opleidingen en onderzoek. Nu al zien we instellingen die tijdelijke contracten niet verlengen en mensen ontslaan. Expertise zal dus verloren gaan. Aanbieders zullen eerder kiezen voor goedkopere werknemers en minder scholing. Wat houdt hen tegen om net afgestudeerde mensen in het kader van een zogenoemde werkervaringsplaats aan te nemen – veelal onbetaald en met een minimum aan supervisie en intervisie. Ook zal er druk op medewerkers worden verhoogd meer ‘productie’ te draaien en behandeltrajecten eerder af te sluiten. We zullen ook zien dat minder wordt geïnvesteerd in onderzoek en innovatieve projecten, wat getuigt van kortetermijndenken. Onder de zorgverzekeringswet werd onderzoek juist door zorgverzekeraars gestimuleerd en deels gefinancierd. Immers de resultaten van onderzoek konden wel nuttig zijn voor de (gehele) zorg en konden leiden tot kwalitatief betere en efficiëntere zorg. Door deze te verwachten ontwikkelingen komen twee essentiële pijlers van evidence based werken ­– klinische expertise en onderzoek – in het geding.

In Denemarken gaat het al mis

Tamara Woestenburg heeft in een prachtig artikel over de leringen die we kunnen trekken uit de transitie van het jeugdzorgstelsel in Denemarken aangetoond, dat gemeenten daar kozen voor zo goedkoop mogelijke zorg, minder alert waren op de kwaliteit van zorg en vooral inzetten op lichte zorg ten koste van specialistische zorg. Dit met als gevolg dat kinderen, die behoefte hadden aan specialistische zorg, eerst in (te) lichte zorg terecht kwamen en pas na vele omzwervingen met een verergerede problematiek in de specialistische zorg. Een tweede consequentie, volgens Tamara Woestenburg, was dat de overheid jarenlang extra geld vrij diende te maken om de schade enigszins te beperken en decentralisatie dus eerst meer geld vereiste voordat geld bespaard kon worden.

De transformatie van zorg dwingt ook tot samenwerking tussen aanbieders van zorg. Daar is natuurlijk niets mis mee, mits deze samenwerking niet alleen een strategische keuze is, maar ook stoelt op inhoudelijke samenhang en gezamenlijk gedragen visie en intenties. Ontwikkelen van samenwerken kost tijd. Ik wil alle gemeenten en potentiële samenwerkingspartners in de zorg het boek van Pieterjan van Delden – ‘Samenwerking in de publieke dienstverlening. Ontwikkelingsverloop en resultaten’- als literatuur aanbevelen.

Het jeugdzorgbeleid moet voorbij gaan aan politieke waan van de dag

Transitie en transformatie vragen om kennis en expertise bij gemeenten en om langetermijndenken. Driekwart jaar voor invoering van de transitie hebben in Nederland de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden, met soms behoorlijke verschuivingen in het politieke spectrum. Veel wethouders jeugdzorg keren niet meer in hun functie terug. Was in menig partijprogramma al weinig tot niets te lezen over de transitie en de inhoudelijke keuzes die men wil maken, nu is het nog meer de vraag in hoeverre alle gesprekken die in de afgelopen tijd zijn gevoerd en afspraken die zijn gemaakt tussen gemeenten en zorgaanbieders nog van toepassing zijn. Bij het inkopen van zorg is het belangrijk dat je als gemeente weet hoe groot binnen jouw gemeentegrenzen de zorgvraag is, welke instellingen en met welke kwaliteit deze zorg kunnen leveren en waar eventuele hiaten of overcapaciteiten zitten. Mijn indruk is dat deze kennis niet bij alle gemeenten aanwezig is. Waar baseer je dan als gemeente jouw keuze op? Op verkooppraatjes, op eigen voorkeuren, op nieuw, op goedkoopst? De zorg voor jeugd vraagt om een stabiel beleid en langetermijndenken. Het mag toch niet zo zijn dat er straks iedere vier jaar een ander beleid op het gebied van jeugdzorg wordt opgezet, afhankelijk van welke partij de wethouder levert.

Dr. Jana Knot-Dickscheit is onderzoeker en docent aan de afdeling Orthopedagogiek, sectie Jeugdzorg, van de Rijksuniversiteit Groningen, en gedeeltelijk gedetacheerd bij GGz-instelling Molendrift als onderzoeker en cognitief gedragstherapeut.

 

Dit artikel is 1372 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (7)

  1. Jana Knot-Dickscheit heeft een column geschreven op de site Sociale Vraagstukken over het gevaar van beunhazen in de Jeugdzorg. Haar stelling is dat de jeugdzorg veel kan leren van de jeugd-ggz. “Binnen de jeugdzorg is men op dit moment met een inhaalslag bezig. Wat in de jeugd-ggz al langere tijd gebruikelijk is – werken met multidisciplinaire richtlijnen en behandelprotocollen, beroepsregistratie, verplichte bij- en nascholing, doen aan Routine Outcome Measurement – wordt nu ook stapsgewijs ontwikkeld voor en geïmplementeerd binnen de jeugdzorg, maar er is voor de jeugdzorg nog een lange weg te gaan alvorens sprake is van hetzelfde niveau als binnen de jeugd-ggz.” In eerste instantie borrelde een zekere weerstand in mij op tegen deze benadering van protocollen, registratie en ROM, waar het gaat om opvang en opvoeding in gezinsvormen. Die weerstand heeft te maken met mijn gerichtheid op ‘herstel van het gewone’leven, waarin de zogenaamde algemene werkzame factoren, zoals rust en regelmaat, een vertrouwde relatie, hoop, structuur, e.d. mijns inziens veel (meer of onderschat) invloed hebben op de vermindering of verdunning van problemem en daarmee de kwaliteit van leven van kinderen. Dat is een onbewezen stelling in het stramien van ‘evidence based’. Daarnaast is er ook zoiets als ‘practice based’ kennis. Lees de rest van mijn reactie op http://lokaalnetwerkgezinsvormen.wordpress.com/2014/05/20/beunhazen-in-de-jeugdzorg/

  2. dit heeft mijn dochter naar moeder gestuurt ,je moet eens lezen dan weet je ook dat de instelling OpdeBies en ook William Schrikker voogd manager hun luisteren niet naar mijn dochter is toch normaal dat mijn dochter dan boos wordt maar dan doet OPDEBIES ,LAND GRAAF mijn dochter in de holding gelegt ,en daarna isoleercel,timoutruimte,maar OPDEBIES ,LANDGRAAF noem het nu rust kammer die wel op slot gaat,en dat moet dan in het belang van mijn dochter zijn ,maar lees dit maar wat mijn dochter naar moeder schrijf,lief mama de beleiding helpt mij niet een als ik heimwee heb ik vind ik niet leuk en als ik verdrietig ben neergeer ze mij dus ik ben heel vaak verdrietig omdat het zo ver is van huis ik heb hier moeite mee kan je mij helpen met de heimwee zelf mijn verjaardag moet zo ver van huis vieren dat vind ik moelik ik ben zo verdrietig hier om en omdat ik zo verdrietig eet ik mij verdriet weg ik heb je hulp nodig Dit heeft mijn dochter naar moeder geschreven ,en opdebies en ook William Schrikker voogd en manager kijk nog niet eens naar belang van mijn dochter is ,het is erg hoor als moeder ziet en zelf mee maakt hoe mijn dochter verdrietig is en het is zo erg dat wsg voogd manager ook niet naar moeder luisterd maar moeder kan ook nicks doen wandt wsg voogd heeft de het ouderlijk gezag dus wsg voogd heeft de macht over mijn dochter moeder heeft ook nog klachten in gedient akj en ook klachten buro van wsg die in utrecht zit maar dat heeft nicks geholpen ,en ook instelling kijken ook niet naar de veilig heid van mijn dochter ,mijn dochter is in 2012 juni in de leefgroep Daelzicht sekueel misbruik moeder heeft toen samson in geschakeld ,en toen moest mijn dochter ook nog getwongen de prikpil te hallen huis arts belfeld wist dat mijn dochter de prikpil niet wou en nog werd de prikpil gezet ,moeder deed aan gifte bij de zede politie maar wsg voogd wou geen aangifte doen omdat wsg voogd het niet nodig vond dus werd het in de doofpot gezet omdat voogd wsg zei tegen moeder dat mijn dochter het niet wou maar toen vroeg moeder het aan haar dochter toen zei mijn dochter dat wsg loog wandt mijn dochter wou wel aangifte doen maar mijn dochter mog van voogd wsg geen aangifte doen dus nu zie je weer dat wsg voogd vol met leugens zit en dat noem WILLIAM SCHRIKKER GROEP in het belang van het kind maar dat is niet waar wel de kinderen kapot maken dat is voor WILLIAM SCHRIKKER VOOGD MANAGER IN HET BELANG VAN HET KIND ,is dat dan nog normaal hoe William schrikker voogd manager met mijn dochter om gaat

  3. Dit artikel is een reclamefolder voor Jeugdzorg Nederland, waarbij aan de gruwelijke werkelijkheid volledig voorbij gegaan wordt. Jeugdzorg Nederland is 1 grote beunhaas, waar grof geld verdiend wordt met kinderen als product.
    1. Uit het recente rapport van de kinderombudsman, “Is de zorg gegrond”, blijkt dat dossiers van jeugdzorgwerkers niet kloppen, vooral een negatiever beeld schetsen van ouders, dat positieve zaken eruit gehaald worden, fouten niet hersteld worden en dat op basis van deze slechte dossiers kinderen onterecht onder toezicht en uit huis gehaald worden. Voor jarenlang, want aan terugplaatsing wordt niet gewerkt. Dit levert Jeugdzorg Nederland veel geld op, maar beschadigt gezinnen levenslang. Die kosten worden niet op jeugdzorg verhaald. Jeugdzorg voelt zich nergens verantwoordelijk voor en legt dit soort rapporten naast zich neer. De kinderombudsman noemt geld terecht “een perverse prikkel”.
    2. Arnold Heertje laakt de werkwijze van jeugdzorg, zeer terecht. Kinderen en ouders worden zeer inhumaan en respectloos behandeld. Omdat Jeugdzorg Nederland niet tegen kritiek kan, zoals iedere beunhaas, heeft Jeugdzorg Nederland Heertje voor de rechter gedaagd, wegens het publiceren van namen van jeugdzorgwerkers in zijn nieuwe boek. Want hoewel Jeugdzorg zelf het niet nauw neemt met de privacy en zelf namen publiceert, wil men niet dat een ander dat doet. Heertje wil dat diegenen, die meeste ingrijpende beslissing, die men binnen jeugdzorg klakkeloos neemt, namelijk diep ingrijpen in het gezin, daar persoonlijk verantwoordelijk voor gesteld worden. Terecht. Jeugdzorg wilde een gesloten zitting, zoals ook veel ouders krijgen, maar Heertje ging daar niet mee akkoord. Hoe meer publiciteit over hoe Jeugdzorg werkelijk is, hoe beter. De publieke tribune zat dan ook vol en Heertje kreeg groot applaus. Dat zou niet gebeurd zijn als Jeugdzorg met respect met gezinnen omgaat.
    3. Om een vollediger beeld te krijgen van de werkwijze en de schade die jeugdzorg aanricht en de manier waarop jeugdzorg dan de andere kant uitkijkt raad ik bv. de volgende artikelen en films aan:
    a. Ido Weijers, hoogleraar jeugdbescherming: “Tekortkomingen bij de uithuisplaatsing”, “Parens Patriae”, “Laat kinderen met rust”
    b. Truus Barendse: De jungle van de jeugdzorg
    c. De vele artikelen op sites als jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl
    d. Gruwelijke verhalen, zoals de reactie op uw eigen verhaal van Moederkevanx zijn binnen jeugdzorg normaal: Wegkijken, niet luisteren en kinderen ongeïnteresseerd beschadigen.
    e. Cock Fuchs: https://www.socialevraagstukken.nl/2014/05/17/jeugdzorg-is-straks-misschien-wel-overbodig/
    f. Uitstekende documentaires over het falen van jeugdzorg, te vinden o.a. op Youtube:
    i. De macht van de gezinsvoogd
    ii. De verloren jeugd van Remzi
    iii. Misbruikt onder toezicht
    iv. 3 documentaires van Margith Balogh: “Lost girl”, “Lost boys”, “Lost mother”
    4. Om een vollediger beeld te krijgen van hoe de politiek hierin meegaat, omdat de lobby van Jeugdzorg erg sterk is, is de open brief van advocaat Peter Prinsen goed om te lezen: http://www.peterprinsen.nl/HERZIENINGOTS.OPENBRIEFEERSTEKAMER.htm
    Het gezin in Nederland is niet veilig. Niet in de handen van Jeugdzorg Nederland, niet in de handen van andere beunhazen. Hieraan voorbijgaan past een onderzoeker niet.
    Jana Knot-Dickscheit verwijst overigens naar het Nederlands Jeugdinstituut, een instituut nauw gelieerd aan jeugdzorg, dus niet objectief. Ook het 1gezin1plan, is van jeugdzorg. De blik van Jana Knot-Dickscheit is erg verkokerd en niet onderzoekend.

  4. Lieve Moederkevanx,
    Blijf voor je kind vechten. Geen enkel kind verdient een behandeling zoals zij nu ondergaat bij de William Schrikkerstichting. Deze stichting komt regelmatig negatief in het nieuws. Het recente boek van Ada Busman, “Ik zal nooit meer stout zijn”, schetst een afschuwelijk, maar helaas realistisch beeld van deze stichting, die de meest kwetsbare kinderen in beheer heeft, maar ze verwaarloost en in feite mishandelt. Ook de brandpunt uitzending “De verloren jeugd van Remzi”, nov.2012, gaat over William Schrikker. Niemand in de politiek doet hier wat aan, maar hoe vaker het geschreven en verteld wordt, hoe eerder er wat aan gedaan moet worden.
    Als je behoefte hebt aan ondersteuning is het een goed idee contact op te nemen met de Stichting Kog, http://www.stichtingkog.info, voor ouderondersteuning
    Veel sterkte.,
    Kik

  5. Dat artikel komt over als geschreven door een wetenschappelijke ‘beunhaas’.
    Er is geen wetenschappelijke onderbouwing gegeven en te geven voor de suggestie dat indien een methode niet als evidence based kan worden aangemerkt, de aanbieder van die andere methode als ‘beunhaas’ gebrandmerkt behoort te worden! Natuurlijk, het bekt lekker als je wereld alleen maar laat bestaan uit enerzijds ‘kwaliteits’aanbieders en anderzijds als ‘beunhazen’.
    Maar het doet geen recht aan de vele burgerinitiatieven en ervaringsdeskundigen die – buiten de reguliere aanbieders om – zeer goede oplossingen binnen de Jeugdzorg realiseren.

  6. Beunhazen in de jeugdzorg. Ja dat ervaar ik inmiddels. 6 jaar ots gehad voor de enorme communicatie problemen met partner. 2 kinderen met heftige gedragsproblematiek. Gezinsvoogd heeft overgedragen aan jeugdprofessional. Zij zou tussenpersoon zijn en de kinderen helpen. Wat gebeurt. In vier maanden tijd vinden ze dat dat hun taak niet is, wie het wel moet doen weten ze niet. Ze vinden dat ik dat zelf zou moeten kunnen doen en anders moet ik aan mijzelf werken. Ze gaan volledig voorbij aan het feit van de afspraken die gemaakt zijn en dat het hier om een ernstige complexe problematiek is. Ander kind wat geen psychiatrische diagnose heeft kan geen enkele hulp krijgen, terwijl die wel nodig is. Ze die vorig jaar deels wel kreeg. Gevolg twee kinderen die vertrouwen in jeugdprofessional verloren zijn, partner waar de communicatie problemen enorm verslechterd zijn, en ik brevet van onvermogen. Conclusie problemen worden zeer ondeskundig aangepakt, mijn eigen kracht gebroken ipv versterkte n kwetsbare kinderen staan in de kou. Er zal heel wat nodig zijn om de ontstane schade te herstellen. Dat kan gebeuren als mensen denken deskundig genoeg voor deze taken te zijn.

  7. ik heb al eerder een bericht geplaats wandt toen woonden mijn dochter in de instelling opdebies landgraaf de beleiding deed mijn dochter mishandelen mijn dochter woonden niet graag in de instelling ,maar mijn dochter is nu verhuis en woondt nu op Sint Anna Heel en woondt nu korter bij moeder in de buurt maar op Sint Anna is het ook niet goed mijn dochter wordt door de kinderen die ook in de instelling woondt gepest ,mijn dochter beld mij vaker huillend op en zegt dan tegen mij mama kom mij hallen ik vind het niet leuk hier ik kom niet binnen kinderen hebben mij de deur op slot gedaan en beleiding is er niet dus sta buiten en mijn tel had de beleiding mij af genomen dus ik kon jouw niet bellen mama wandt jij weet dat ik niet met jouw mag bellen wandt als ik het wel doe krijg ik de tel afgenomen en dat hebben ze nu gedaan maar je weet als ik de tel terug krijg dan bell ik jouw weer op wandt jij ben de eneste die mij help mama ,maar ik als moeder weet niet wat ik moet doen wandt waar mijn dochter nu woondt is het ook niet goed wandt mijn dochter mag alleen op zondag bellen en dan maar 10 minuten en beleiding luisterd mee en woensdag mag mijn dochter 10 minuten bellen en alsv de 10 minuten om is moet mijn dochter op hangen wandt de beleiding let op de tijd en als het 10 minuten is moet mijn dochter op hangen en moeder mag haar dochter een keer in de maand mag mijn dochter bij moeder opbezoek gaan om 12 uur kom mijn dochter met beleiding wandt dat moet van william schrikker groep en om half vier moet mijn dochter terug gebracht worden naar de instelling Sint Anna heel,mijn dochter wou dinsdag 22-3-2016 weg lopen wandt mijn dochter zei datv ze het niet vol houd toen heeft de beleiding de deur op slot gemaakt dusmijn dochter kon niet naar buiten ,en moeder kon haar dochter niet hallen wandt dat stond de politie bij mij voor de deur dus dat gaat dan ook niet maar is er iemand die mijn dochter kan helpen wandt william schrikkergroep voogd Carola dings doet nicks kijk nog niet eens wat goed voor mijn dochter is ik moeder wild haar dochter wel helpen maar moeder heeft nicks te zegen over haar dochter wandt wsg heeft het ouderlijkegezag dus moeder geeft nicks meer over haar eigen te zegen maar mijn dochter wild niet meer op sint anna heel wonen mijn dochter wild naar moeder toe ,mijn dochter is 23 juni jarig wordt dan 18 jaar maar william schrikker groep heeft tegen mijn dochter gezegt als ze bij moeder gaat wonen dan gaat william schrikker groep er voor zorgen dat mijn dochter niet naar school kan gaan en ook gaat william schrikker groep er voor zorgen dat mijn dochter geen werk krijg william schrikker groep is mijn dochter bang aan het maken ,wie kan mijn dochter helpen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *