Jeugdzorg moet emoties serieus nemen

Het publieke debat over de jeugdzorg is niet altijd even constructief. Natuurlijk moet jeugdzorg ruimhartiger worden in het toegeven van fouten, maar er is meer nodig dan dat. Er is constructieve dialoog over de jeugdzorg nodig, anders zijn straks de kinderen in de knel de dupe.

 

Savanna, Yunus, Ruben en Julian. Enkele namen van kinderen in geruchtmakende zaken van Bureau Jeugdzorg  die in ons collectieve geheugen staan gegrift. Als er kinderen in het geding zijn roept dit altijd heftige emoties op bij cliënten, professionals, directe omstanders en het grote publiek. Denk aan woedende reacties omdat de jeugdzorg eerder had moeten ingrijpen of juist omdat jeugdzorg gezinnen met rust moet laten. Met deze emoties is in principe niets mis. Sterker nog: het toont juist de betrokkenheid van velen. Het is echter wel de vraag hoe deze betrokkenheid het beste kan worden ingezet ten behoeve van de kinderen om wie het uiteindelijk allemaal zou moeten draaien.

Het huidige publieke debat over de jeugdzorg is, op zijn zachtst uitgedrukt, niet altijd even constructief. In het debat domineren verwijten over en weer. Cliënten voelen zich in de hoek van de klagende burger gezet. Het wegzetten van emoties als onwenselijk onbehagen werkt averechts en doet geen recht aan de betrokkenen. Voor sommige mensen zijn deze emoties zelfs nog het enige dat ze hebben en deze zijn voor hen dan ook moeilijk om los te laten. Het is als het ware of zij in hun woede wonen.

Het debatklimaat draagt niet bij aan het gemeenschappelijke doel: ieder kind veilig

Medewerkers van de jeugdzorg krijgen op hun beurt het verwijt dat zij bewust zouden aansturen op het beschadigen van ouders, dat zij rapportages zouden vervalsen en onzorgvuldig zouden rapporteren. Deze verwijten slaan elke discussie dood en dwingen jeugdzorg tot negeren of stevig terugpraten, wat niet bevorderlijk is voor een open discussie. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de media en het online opinieplein die dit debat onder een vergrootglas leggen.

Het gevolg van de manier waarop het debat wordt gevoerd is een klimaat dat niet bijdraagt aan het gemeenschappelijke doel: ieder kind veilig. Dit klimaat werkt contraproductief en belemmert zowel cliënten als medewerkers van Jeugdzorg. Na een kritische uitzending op de televisie komen medewerkers van jeugdzorg de volgende dag moeilijker binnen. Ook ontstaat er een cultuur waarbij huisartsen, scholen, maatschappelijk werkers en andere betrokkenen geen melding meer durven doen bij jeugdzorg, omdat zij begrijpelijkerwijs de vertrouwensrelatie in stand willen houden met de familie. Of ouders durven geen hulp meer te vragen aan Jeugdzorg, omdat zij bang zijn om hun kinderen kwijt te raken. Het wrange gevolg is dat jeugdzorg er daardoor soms te laat bij is en dan niks anders meer kan doen dan kinderen uit huis plaatsen. Op deze manier ontstaat er een negatieve spiraal.

Medewerkers van jeugdzorg dienen emoties serieus te nemen

In zijn eerder dit jaar uitgebrachte advies ‘Het onbehagen voorbij’ pleit de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) er voor om uitingen van onvrede en onmacht in het publieke debat op een constructieve manier aan te wenden. Ook in het debat over jeugdzorg zou dit wenselijk en mogelijk zijn om de huidige negatieve spiraal te doorbreken. Medewerkers van Jeugdzorg dienen daarvoor de emoties van betrokkenen niet te veroordelen, maar serieus te nemen; zelfs als deze in eerste instantie worden ervaren als een persoonlijke aanval. Zij dienen desondanks toch het gesprek aan te gaan en de onderliggende kritiek serieus te nemen. Cliënten daarentegen dienen ook bereid te zijn om het gesprek aan te gaan en te reflecteren op de eigen emoties. En journalisten zouden dit debat evenwichtiger in de media moeten proberen weer te geven.

Bovenstaande klinkt misschien idealistisch, maar Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) past dit op kleine schaal al toe. BJAA werkt met cliëntenpanels waar cliënten tweeënhalf uur hun verhaal mogen doen  zonder te worden tegengesproken. Voor sommige mensen heeft de erkenning van hun probleem, het feit dat ze serieus worden genomen en hun verhaal mogen doen, al het resultaat dat zij hun negatieve ervaringen en problemen achter zich kunnen laten. Daarnaast zijn de sessies ook leerzaam voor BJAA, omdat het niet gaat om gelijk krijgen, maar om goed te doorleven hoe het werk van BJAA ervaren wordt door cliënten. Zo ontstaat een klimaat waarin het voor jeugdzorg makkelijker is om fouten toe te geven die nu eenmaal inherent zijn aan het werk.

Even de stekker uit de mediamachine

De uitdaging is om deze aanpak ook te vertalen naar het publieke debat over Jeugdzorg. Natuurlijk moet jeugdzorg ook daar ruimhartiger worden in het toegeven van fouten, maar dat is niet makkelijk in het huidige opiniepleinklimaat. Denk aan de medialogica, het zoeken van schuldigen en de beperkte acceptatie van risico’s en tragiek in de politiek. Op zoek naar nieuwe wegen om het debat over Jeugdzorg op een meer constructieve manier te kunnen voeren, organiseert de RMO in samenwerking met De Balie een avond over onbehagen en de jeugdzorg. In een persoonlijke setting waar betrokkenen en belanghebbenden centraal staan, wordt daarom voor een avond de stekker uit de mediamachine getrokken en geprobeerd het debat te ontrafelen. Eén ding staat namelijk buiten kijf: als we niet slagen om tot een constructieve dialoog over de jeugdzorg te komen dan zijn kinderen in de knel de dupe.

Erik Gerritsen is Bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Jasper Zuure is adviseur bij de RMO en schreef mee aan het advies ‘Het onbehagen voorbij’. I.s.m. De Balie organiseert de RMO op woensdagavond 6 november ‘De onderbuik voorbij’, over onbehagen en Jeugdzorg.

 

Foto: Bas Bogers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties op dit artikel (5)

  1. Erik Gerritsen probeert met deze column klachten over jeugdzorg af te doen als ‘maastschappelijke onvrede’ en ‘onderbuikgevoel’. Hij gaat daarmee volkomen voorbij aan de reeks van gezaghebbende maatschappelijke instanties die zich hebben uitgesproken over het structurele karakter van fouten in de jeugdzorg, de slordigheid, de foute rapporten etc. Denk aan de Veiligheidsraad, de Nationale Ombudsman, de voormalige Commissie Financiering Jeugdzorg. Maar nog erger: zijn organisatie BJAA staat voortdurend onder verscherpte aandacht van de Inspectie jeugdzorg om al deze redenen.

    Het is dus wel heel erg gehaaid om het lidmaatschap van de RMO en dit rapport te gebruiken alsof klachten over de jeugdzorg alleen maar uit de ‘onderbuik’ komen of de schuld zouden zijn van ‘media’. Media hebben vaak nauwelijks de mogelijkheid juist om te publiceren over de vele fouten van jeugdzorg door de plaag van voorlichters die weigeren commentaar te geven en zich daarbij beroepen op de privacy van de kinderen. Maar als het het imago van jeugdzorg uitkomt en klagers in een verkeerd daglicht stelt, dan kan die privacy van kinderen jeugdzorg niets meer schelen. Denk bijvoorbeeld aan BJZ Haaglanden die bewust (heeft men toegegeven nadien op TV bij de VPRO) het valse verhaal aan de media heeft verspreid dat Turken de lesbische pleegouders van Yunus zouden bedreigen. Daar was niets van waar bleek, het was een vlucht naar voren van BJZ om hun fouten te verdoezelen. Over de rug van een kind bij naam en toenmaa en zijn ouders, en over de rug van Turken die onterecht beschuldigd werden.

    Erik Gerritsen heeft dit jaar nog onder verscherpte aandacht gestaan van de Inspectie wegens leugens in dossiers. Er zijn zeer veel klachten over BJAA en het verhaal dat daar 2,5 uur naar geluisterd wordt, is volkomen nieuw en onbekend. BJAA en Gerritsen staan er juist om bekend klachten met harde hand te onderdrukken omdat men extreem is gericht op het goede imago van jeugdzorg en de eigen organisatie. Daarvoor schuwt Erik Gerritsen geen enkel middel en probeert hij zichzelf constant in de kijker te spelen via zelfnominaties voor prijzen (overheidsmanager van het jaar, genomineerd door eigen ondergeschikten…) en in de media.

    In werkelijkheid geeft BJAA nooit fouten toe, niet met dode kinderen zoals onlangs nog het 7-jarige Amsterdamse jongentje Swen waarbij BJAA vele signalen over de onveiligheid van dit kind negeerde. Ook met Dark Horse zijn de fouten nooit erkend en heeft Erik Gerritsen er alles aan gedaan om die te ontkennen.

    En nu zou het verhaal dan zijn dat Gerritsen wel degelijk zou luisteren naar klachten en dat die klachten alleen maar komen door de emoties en het onbehagen van het volk in plaats van op feiten gebaseerd en breed gedragen door instanties?

    Schandelijk! En ook onbegrijpelijk dat de RMO zich voor deze PR-stunt van Gerritsen leent.

  2. In reactie: de reden dat mensen vanuit emotie reageren is betrokkenheid, maar ook afkeer.

    Zelf heb ik jaren bij BJAA gewerkt en het meest typerend vond ik dat er op een bepaald moment een mooi ingelijst portret kwam te hangen van dhr Erik Gerritsen zelf. Riekt naar Narcisme. Het betreffende pand is dicht nu, omdat er kei- en keihard gereorganiseerd is. Want je kunt veel zeggen ove dhr gerritsen, veranderingen doorvoeren kan hij wel.
    Het verhaal hierboven herken ik wel en ik was dan ook verbaasd te lezen dat hij genomineerd was voor overheidsmanager van het jaar. Een man met twee gezichten: iemand die veranderingen in een organisatie goed weet te bewerkstelligen (wat dus goed is) maar mensen daar aan ondergeschikt maakt. Zo werkt BJAA veelal met payrolling en flexconstructies en gebruikt men de decentralisatie en certificering om vaste contracten eruit te mikken. Ik ben blij dat ik vrijwillig op tijd weg ben gegaan. Ik heb geen enkel probleem met resultaatgerichtheid, maar het doel heiligt niet altijd de middelen. En ik denk dat dhr Gerritsen daar andes over denkt.

    Wat heeft de onvrede hier nu mee te maken? Simpel: geklaag van ouders, die toch al in de niet florrisante positie zitten het gevoel te hebben gecontroleerd te worden door d opvoedpolitie, richt zich op de wisselingen van hulpverleners zodat ze steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen. Oorzaak, flexcontracten.

    De reden van deze flexcontracten is dat BjAA als organisatie veel risico loopt, vooral wanneer we kijken naar de decentralisatie en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen. De vraag is of dhr Gerritsen (of Jeugdzorg Nederland) zich hard maken voor meer middelen (geld). Dat laatste denk ik niet, omdat dhr Gerritsen de voorzitter van Jeugdzorg Nederland de hand boven het hoofd hielt toen hij als voorzitter jeugdzorg Nederland zijn eigen projecten (geinitieerd door zijn bedrijf, maar dat wist niemand) aan het promoten was en hiermee vele duizenden euros in zijn eigen zak stak. Daar is dus niets mee gedaan, immers dhr Kamps zit nog altijd op die plek. En heeft het bedrijf nog steeds. Naast de vele andere petten die hij op heeft.

    Kortom, samenvatting: die onderbuik gevoelens komen niet alleen voort uit het feit dat het kinderen betreft, of uit het feit dat mensen betrokken zijn. Nee, het komt voort uit het feit dat we in Nederland te maken hebben met narcistische bestuurders die zonder morele twijfel zichzelf overal doorheen bluffen.

    Wellicht dat een dusdanige houding nodig is om topbestuurder te zijn. Als dat zo is, dan ben ik liever geen topbestuurder en hang ik een nog te maken zelfportret liever bij iemand thuis die er wat aan heeft,

  3. Pingback: Onderwijskrant
  4. Erik G. zet zich af tegen onderbuikgevoelens, althans doe alsof…
    Bij nadere beschouwing zijn vele signalen van belezen ouders geen vage beschuldigingen tegen het adres van jeugdzorg, doch signalen over een structuur in de doorgang tot dwangzorg voor jeugd (OTS/UHP/Ontheffen).
    Immers… er zijn onafhankelijke wetenschappers die eveneens aangeven dat het niveau jeugdzorg niet de nodige kennis matcht bij de individuele case.

    a. Bij omgangssabotage wordt het afgedaan alsof er een vechtscheiding door 2 ouders aan de gang is, zonder directe deskundige hulp te geven om de saboterende ouder, die de omgang frustreert door niet het kind te laten ophalen naar de veelal vader, wat wel degelijk kan.
    Met een deskundige, niet-beschuldigende uitleg kan een ouder heel snel gaan inzien wat ze haar kind aandoet tegenover de emoties in haarzelf over de ex. De ex kan je afdoen, die is weg, maar bij het kind horen 2 ouders, minstens.

    b. Bij een vermeende ontwikkelingsstoornis wordt veelal eerst een gang naar een diagnostisch specialist ‘vergeten’. Daar klagen ouders over. De reden die in de OTS- of UHP-aanvraag wordt gegeven naar de rechter is vaak verre van zwaar genoeg tegenover de schade van een dwangmaatregel. Diagnostische rapporten ontbreken. De ouders worden met suggesties weggezet en mogen nauwelijks feiten inbrengen. Ouders worden vaak geëpateerd, overvallen, wat duidt op een onduidelijke uitleg en bejegening naar de ouders toe, wat evenmin bijdraagt aan een passender of moderner pedagogisch klimaat.

    Jeugdzorg moet weten dat een dwangzorg gepaard gaat met wat ouders voelen als beschuldigingen. Dwang zorgt voor afwachten, contraproductief, en meer hierover op www. jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/10/dwang-in-de-jeugdzorg.html.

    Onderbuikgevoelens of toch meer serieuze signalen?
    Tja, als onderzoekende advocaten, ouderondersteuners, veiligheidsraad, ombudsman, en wetenschappers signalen afgeven dat er meer deskundigen de cliënt dienen te zien en onderzoeken voordat deze beschuldigende trajecten worden ingezet, dat zijn al die signalen die Erik afdoet als onderbuikvaagheden toch meer serieus te nemen.

  5. De politiek en de kindermishandelingsindustrie die we ‘jeugdzorg’ noemen zouden de kritiek serieus moeten nemen. Niet alleen de kritiek van ouders, maar ook die van advocaten, ombudsman, hoogleraren, ouderorganisaties, misbruikcommissies, parlementaire commissies. Maar dat gebeurt niet.
    Het is strategisch veel handiger om weggezette ouders zogenaamd begrijpend van emoties te betichten. Die aanval is dan ook de beste verdediging.
    Het werkt. Voorlopig verandert er niets. Met de nieuwe jeugdwet wordt het allemaal nog een graadje erger. Meer opsporing, meer dwang, minder echte hulp (jeugd ggz) en meer boze ouders.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *