Maatschappelijke waarde van zorgzame gemeenschappen in cijfers

VitaValley onderzoekt zorgzame gemeenschappen op maatschappelijke impact, trekt conclusies en doet aanbevelingen. Onderzoeker Marcel Canoy zet zijn ervaringen op een rij en komt tot tien lessen voor gemeenten, zorgpartijen en inwoners.

We schrijven 26 juni 2025. Het einde van een mooie dag. Mooi omdat we met VitaValley het eindrapport opleverden over de impact van de dorpsondersteuner in Eijsden die daar krachtenbinder heet. Wat bleek? Elke geïnvesteerde euro levert minimaal 6 euro op. De gemeente en zorgverzekeraars gaven zich over: die krachtenbinder zou structureel gefinancierd gaan worden. De flessen konden ontkurkt worden.

We willen met VitaValley voor organisaties een katalysator zijn voor innovatieve ideeën en de transitie van zorg naar gezondheid. We werken als verbinder, kartrekker en kwartiermaker, waarbij we zorgprofessionals, technologieleveranciers en beleidsmakers samenbrengen. Onder andere ten behoeve van zorgzame gemeenschappen.

Zorgzame gemeenschappen zijn er in vele soorten en maten. Maar in praktisch elke verschijningsvorm is inmiddels wel duidelijk dat ze de toekomst hebben en dat de maatschappelijke impact keer op keer bewezen wordt. Het is ook duidelijk dat systeempartijen (eindelijk) de weg naar het halfvolle glas hebben gevonden. Gemeenten, zorgverzekeraars en andere systeempartijen sluiten zich steeds vaker en nadrukkelijker aan. Maar de relatie tussen de leefwereld en systeemwereld blijft wel ingewikkeld, en we zijn nog lang niet uitgedacht.

Onder de indruk

De inkt van het rapport over Eijsden was nog maar net droog toen ik per LinkedIn een bericht kreeg van een mij onbekende man. Hij had het rapport gelezen en ik moest toch ook eens in Zaltbommel langskomen, want daar zouden allemaal mooie dingen gebeuren. Nu kun je niet overal achteraan rennen, maar ach, het was zomertijd en het bericht leek beslist oprecht. Dus ik op vrijdagmiddag 11 juli naar Zaltbommel.

Hoe zijn verschillende doelen te realiseren zodat de baten zo groot mogelijk zijn op verschillende domeinen?

Ik kwam aan bij een pand waar ik me bij afvroeg of ik wel goed was gereden. Het terrein oogde zanderig en rommelig. Zou het hier gebeuren? Ergens stond wel een bord met daarop ‘Pand9’. Ik moest toch goed zijn. De deur ging open en ik kwam binnen in een oud schoolgebouw dat hard zijn best deed niet nieuw te worden. Vanaf dat moment ging het snel.

Ik was onder de indruk van de rondleiding in Pand9 door Hugo ter Steege, want zo heette de man. Er was een enorme kringloopwinkel, een voedselbank, een buurtkamer, een buurtrestaurant, een kerk. Buurtzorg huisde er ook, er waren kunstenaars actief, ik zag een tweedehands bouwmarkt, een werkplaats, een naaiatelier – je kunt het zo gek niet bedenken of Pand9 had het.

En het kost allemaal niks. Althans, Pand9 bedruipt zich door de inkomsten uit de kringloopwinkel, de inzet van vele vrijwilligers en een lage huur. Dat laatste was uit een soort noodzaak ontstaan toen de school leeg kwam te staan en kunstenaars van de gemeente voor een antikraakprijsje het fort mochten bewaken. Van het een kwam het ander.

Schalks merkte ik op dat als ik een Social Return on Investment (SROI) van Pand9 zou berekenen, die wel eens hoger dan Eijsden zou kunnen uitpakken. Hugo rook zijn kans. ‘Nou dat komt mooi uit, want de gemeente wil het pand slopen.’ Seriously?

Gigantisch positief

Ik besloot meteen dezelfde dag in de pen te klimmen. In sneltreinvaart werd er een afspraak gemaakt met de gemeente, er werd een offerte ingediend en in minder dan twee weken tijd na mijn eerste bezoek kreeg VitaValley het formele verzoek om een SROI-analyse te maken van Pand9. Een gemeente die zo snel handelt, is ongekend, dat mag ook wel eens gezegd worden.

En de noodzaak was er. De gemeenteraad was er inmiddels wel achter gekomen dat het zomaar slopen van Pand9 een serieuze maatschappelijke prijs zou hebben. Maar er was ook een opgave om nieuwe woningen te bouwen, wat ook flinke maatschappelijke baten genereert. Uiteindelijk luidt dan de opdracht hoe de verschillende publieke doelen op zo’n manier te realiseren zijn dat de baten zo groot mogelijk zijn op de verschillende domeinen. Een ideaal moment voor een SROI.

Het mag geen verrassing zijn dat de maatschappelijke impact van Pand9 gigantisch positief is

Het mag geen verrassing zijn dat de maatschappelijke impact van Pand9 gigantisch positief is. Het pand bevindt zich tussen een kwetsbare wijk en een nieuwbouwwijk in en naast een paar scholen. De natuurlijke aanloop van mensen bij de kringloopwinkel, de laagdrempelige sfeer en de keur aan mogelijkheden zorgen voor stevige baten, waar weinig kosten tegenover staan. Slopen lijkt dan ongeveer het domste wat je kunt doen.

Sterke emotionele binding

Maar soms ligt het niet zo simpel. Het pand is oud en moet voor aardig wat geld gerenoveerd worden, wil het levensvatbaar zijn. De gemeente biedt ook alternatieven – sommige dichtbij, sommige verder weg. VitaValley krijgt de vraag vier scenario’s door te rekenen, maar twee vallen snel af omdat er onvoldoende informatie beschikbaar komt en die sowieso niet kansrijk lijken aangezien ze zich verder weg in de stad bevinden. Je moet dan alles van de grond weer opbouwen en het is sterk de vraag of dat zomaar lukt.

De huurders en vrijwilligers hebben een sterke emotionele binding met het huidige pand. Ze hebben dit steen voor steen op eigen kracht opgebouwd. De rommelige sfeer beschouwen zij als kracht. Logisch dat ze liever niet honderd meter opschuiven om in een nieuwbouwpand opnieuw te beginnen. Rationeel is de casus niet zo scherp, want nieuwbouw biedt ook kansen, bijvoorbeeld op lagere energiekosten en een beter indeling van de ruimte.

De maatschappelijke baten komen terecht bij inwoners, de zorgverzekeraar, het zorgkantoor en de gemeente

Na een aantal maanden hard werken, komt ons oordeel. Beide varianten hebben een zwaar positieve business case, en inderdaad nog hoger dan Eijsden.

Pand9 creëert jaarlijks bijna 6 ton aan maatschappelijke waarde. De kosten voor de gemeente bedragen jaarlijks gemiddeld zo’n 80.000 euro, vooral via een impliciete bijdrage aan de huurkosten. Op dit moment is de SROI-ratio 7,2: elke euro die de gemeente investeert, levert nu zo’n 7,20 euro aan maatschappelijke waarde op. Bij vernieuwbouw is de ratio iets hoger (7,3) door afgenomen energiekosten. En bij nieuwbouw in Waluwe III is de ratio iets lager (6,9). Dat verschil ontstaat doordat er na een verhuizing tijdelijk minder deelnemers worden verwacht.

De maatschappelijke baten komen terecht bij verschillende partijen. Inwoners ervaren een hogere kwaliteit van leven. De zorgverzekeraar bespaart doordat mensen minder snel naar de huisarts gaan en minder medicatie gebruiken. Het zorgkantoor bespaart doordat de aanspraak op zwaardere zorg wordt uitgesteld. En de gemeente bespaart op het sociaal domein doordat mensen minder aanspraak maken op Wmo-voorzieningen.

Er kleven wel risico’s aan de beide scenario’s. Bij het scenario ‘blijven’ kunnen de kosten voor de verbouwing tegenvallen (asbest?), en bij het scenario ‘verhuizen’ is het wel cruciaal dat de vrijwilligers en huurders de volledige regie mogen voeren over de look and feel van het pand. Niet vanzelfsprekend, gezien de ervaringen elders in het land. Voor je het weet, besteedt de gemeente dit toch weer aan een ‘professionele’ partij aan en heb je de poppen aan het dansen. Van de zomer gaat de gemeenteraad de knoop doorhakken.

Tien lessen

Wat leren we hiervan? Ik kom tot tien lessen, mede gebaseerd op ervaringen elders in het land.

  • Breng kosten en baten systematisch in kaart

Het systematisch in kaart brengen van de verschillende kosten en baten van zorgzame gemeenschappen rationaliseert de besluitvorming. Soms louter omdat een gemeenschappelijke taal de sfeer bevordert. Soms omdat een onafhankelijke partij voor rust zorgt en soms omdat gewoon duidelijk wordt waar de baten neerslaan. We zagen dat heel effectief in Eijsden, waar de SROI uiteindelijk leidde tot het financieren van de krachtenbinder door gemeente en zorgverzekeraars samen.

  • Maak een SROI alleen als het nodig is

Ondanks het voorgaande bevreemdt het me elke keer toch dat we miljarden uitgeven aan bijvoorbeeld ggz of jeugdzorg zonder dat iemand zich druk maakt over positieve maatschappelijke business cases. Over veel trajecten kun je gerede twijfels hebben of die er wel zijn. Maar als een burgerinitiatief – waar op het voorhoofd gegrift staat dat dit positief uitpakt – om een klein bedrag vraagt, worden alle hoepels van stal gehaald om doorheen te springen.

Geen kastje naar de muur door interne schotten, maar generiek en overstijgend denken

  • Anders denken door zorgverzekeraars en gemeenten

Om zich goed te verhouden tot zorgzame gemeenschappen dienen zorgverzekeraars en gemeenten heel anders te gaan denken. Wat gebeurt er lokaal en hoe kan ik daarbij aansluiten? In plaats van: we gaan professionele partijen aanbesteden omdat de beleidsplannen dat voorschrijven. We denken niet in doelgroepen, maar in het generiek verstevigen van de sociale basis, want dat is goed voor van alles en nog wat. Geen kastje naar de muur door interne schotten, maar generiek en overstijgend denken.

  • Organisch en moeilijk te plannen

Niemand had bedacht dat de antikraak van de kunstenaars tot Pand9 zou leiden. En zelfs als een gemeenteambtenaar dit miraculeus wel had bedacht: het succes is voortgekomen uit organische en niet te plannen activiteiten. We zien dat heel vaak, bijvoorbeeld ook in Zorgvrijstaat in Rotterdam.

  • Instabiliteit burgerinitiatieven is een mythe

Een van de grootste mythes is de angst bij systeempartijen dat burgerinitiatieven niet duurzaam kunnen overleven. Straks valt tante Truus om en stort alles in elkaar. Er is geen enkele aanwijzing dat burgerinitiatieven niet stabiel zouden zijn. Juist omdat dingen organisch groeien, is het ook helemaal niet erg als er wat variatie ontstaat. Zolang het initiatief baten genereert voor de gemeenschap staat er altijd wel iemand op. De enige instabiliteit die reëel is, ontstaat door gebrek aan financiering. En laten we ook niet doen alsof professionele partijen allemaal zo stabiel zijn.

  • Het is niet erg dat niet alles goed gaat

Ondanks alle mooie verhalen en scores is het ook niet nodig zorgzame gemeenschappen te romantiseren. Niet alles gaat goed en dat is ook niet erg. Het gevolg daarvan moet niet zijn dat de gemeenschappen met naargeestige kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) worden opgezadeld ter verantwoording. Een systeem van leren en ontwikkelen is een veel natuurlijker manier voor verantwoording.

Als zorgzame gemeenschappen groeien, is er een risico dat ze op een nieuw systeem gaan lijken

  • Initiatief moet van burgers blijven

Als zorgzame gemeenschappen groeien, er meer geld in omloop komt en er meer relaties zijn met professionele partijen, is er zomaar een risico dat ze op een nieuw systeem gaan lijken. Een bepaalde mate van professionalisering is goed, bijvoorbeeld in de vorm van het oprichten van een coöperatie of een stichting, maar de grens moet bewaakt worden zodat het initiatief wel van de burgers blijft. Voor je het weet, steek je de Rubicon over.

  • Een SROI is niet het eind, maar het begin

Een SROI-analyse is niet het eind van een discussie, het is het begin ervan. En dat begin erkent ook dat niet alles gereduceerd moet worden tot een enkel getal. Ik heb mensen op sociale media zien schrijven dat Canoy aangetoond zou hebben dat elke investering in een zorgzame gemeenschap 6 euro oplevert. Dat is natuurlijk onzin. Context doet er altijd toe, en er is meer dan alleen euro’s. Impact op mantelzorgers, de arbeidsmarkt of toekomstige generaties kan cruciaal zijn, maar is niet altijd in geld uit te drukken.

  • Vraag lage huur

Een gemeente die, zoals bij Pand9, een lage huur vraagt aan huurders met een maatschappelijke agenda, zorgt voor de simpelste vorm van financiering omdat er geen ingewikkelde aanbestedingen of verantwoordingscircussen aan te pas hoeven te komen.

Hoe zorgen we ervoor dat gemeenschappen structureel gefinancierd worden?

  • Structurele financiering, niet schrapen en sappelen

Mocht een lage huur niet aan de orde zijn of als er andere bronnen van inkomsten of financiers zijn, dan is de kernvraag altijd: hoe zorgen we ervoor dat gemeenschappen structureel gefinancierd worden? We moeten echt af van het schrapen en sappelen, waardoor vrijwilligers een halve dagtaak hebben aan het schrijven van aanvragen die daar niet voor zijn bedoeld. Om nog maar te zwijgen van aanbestedingsregels die geheel niet zijn toegerust op zorgzame gemeenschappen. Maar hoe dan wel? Dat is nog niet zo simpel. Wie gaat wat betalen en hoe? We staan nog maar aan het begin van een goed antwoord op deze vragen, maar er is wel veel ontwikkeling in het denken erover. En dat is winst.

Marcel Canoy is hoogleraar Gezondheidseconomie en Dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Dit artikel is eerder verschenen in Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (zomer 2026). Na deze publicatie werd in juni 2026 bekend dat van de kersverse gemeenteraad van Zaltbommel Pand9 op de huidige locatie mag blijven. Daarmee ging de uitdrukkelijke wens van de bewoners, huurders en vrijwilligers in vervulling.

 

Foto: still van Youtube video: 'Documentaire Kringloop de Spullewaard'