Nederland heeft nog geen jeugdgarantie voor werk of scholing

De Europese Commissie geeft urgentie aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Het heeft een 'Jeugdgarantie' ontwikkeld en fondsen voor actieplannen beschikbaar gesteld. De vraag is of het Nederlandse antwoord op de jeugdwerkloosheid adequaat genoeg is.

De Nederlandse jeugdwerkloosheid stijgt gestaag. In februari stond de teller op 15,5 procent. Dat betekent dat er 135.000 jongeren zijn die graag willen werken, actief zoeken naar een baan en ook beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. De Europese Commissie heeft begin 2012 al de noodklok over jeugdwerkloosheid geluid. In Nederland is het lange tijd stil geweest, maar lokaal worden nu de eerste initiatieven genomen om jongeren aan werkervaring te helpen. Het politieke debat moet echter nog op stoom komen. Weliswaar wordt er 50 miljoen euro vrijgemaakt ter bestrijding van jeugdwerkloosheid en is er een ambassadeur aangesteld die jongeren aan banen moet koppelen. Maar de vraag is of deze maatregelen voldoende zijn en of ze de juiste problemen aanpakken.

EU biedt met Jeugdgarantie een perspectief

Op Europees niveau heeft men verre van stilgezeten. Er ligt een omvangrijk plan om jongeren aan het werk te helpen. Men heeft er begrepen dat de kosten van jeugdwerkloosheid hoog zijn en op langere termijn economie en samenleving schaden. Daarbij is niet alleen werkloosheid problematisch, ook inactiviteit is kostbaar: het niet naar school gaan, geen werk hebben en niet actief zoeken naar een baan. De kosten van deze jongeren zijn in de EU gestegen van 34 miljard euro in 2008 naar 153 miljard in 2011, wat 1,2 procent van het Europese bruto binnenlands product (BBP) is. In Nederland kostten inactieve jongeren ‘slechts’ een kleine 4 miljard in 2011, zo’n 0,6 procent van het BBP (Eurofound, 2012). Maar investeren in banen voor jongeren bespaart niet alleen kosten. Het levert heel wat op. Jongeren zijn immers de toekomst, een bron van energie en innovatie met belangrijk menselijk kapitaal. Een vergrijzende samenleving kan het zich niet veroorloven dit kapitaal niet te benutten.

De Jeugdgarantie vraagt EU-lidstaten om ervoor te zorgen dat alle schoolverlaters of werkloze jongeren tot 25 jaar binnen vier maanden een aanbod krijgen op een kwaliteitsvolle arbeidsplaats, opleiding of stage. Belangrijke ingrediënten zijn een snelle interventie en een fatsoenlijk aanbod. Jongeren hebben weinig aan een nieuwe opleiding als bezigheidstherapie of een slecht betaald baantje met als enig perspectief draaideurwerkloosheid. De steun voor de Jeugdgarantie is groot: de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad hebben er hun goedkeuring aan gegeven. Ook de Europese sociale partners onderhandelen over een actieplan voor jongeren.

Een Nederlandse Jeugdgarantie?

Voor een deel komen de Nederlandse plannen overeen met de ideeën van de EU. De 50 miljoen euro die de Nederlandse regering beschikbaar stelt, zal deels de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid versterken. De EU benadrukt het belang van zo’n gezamenlijke aanpak van (lokale) overheid, werkgevers en vakbonden. Het feit dat in Nederland jeugdambassadeur Mirjam Sterk de activiteiten van actoren zal coördineren is een pluspunt. Een tijdige interventie wordt echter ook aanbevolen. De Raad vindt bovendien dat jongeren met een zwakke arbeidsmarktpositie actief benaderd moeten worden. Op deze punten kan het Nederlandse beleid worden verbeterd. Sinds 2012 geldt er voor jongeren tot 27 jaar die bijstand aanvragen een zoekperiode van vier weken. In die vier weken moeten ze zelf actief op zoek gaan naar werk of een opleiding. Pas daarna kunnen ze opnieuw een aanvraag voor bijstand indienen. En ook pas daarna kunnen jongeren ondersteuning van de gemeente krijgen bij het zoeken naar en vinden van werk. De zoekperiode staat dus deels een snelle interventie in de weg. Bovendien veronderstelt het dat een jongere na vier weken daadwerkelijk terugkomt naar de gemeente. Doet een jongere dat niet, dan verdwijnt hij of zij uit het zicht van overheidsinstanties. Vooral voor kwetsbare groepen kan dit het begin zijn van inactiviteit.

Daarnaast kan men erover twisten of 50 miljoen euro voldoende is om jeugdwerkloosheid serieus aan te pakken. Bovendien wordt de helft van dit geld besteed aan 'school ex' programma's die eerder gericht zijn op verdere scholing en onderwijs dan op instroom in een baan. Voor voortijdig schoolverlaters verbetert scholing zeker de arbeidsmarktkansen, maar scholing is geen wondermiddel om werkloosheid te bestrijden. De EU heeft een dergelijke aanbodgerichte benadering allang aangevuld met beleid om banen te creëren. Andere landen experimenteren met lagere premies voor werkgevers die jongeren aannemen of pakken de negatieve effecten van lange ketens van tijdelijke contracten aan om draaideurwerkloosheid te voorkomen. Hierover wordt in Nederland nog nauwelijks nagedacht.

Het Nederlandse antwoord zal snel moeten komen

De Europese Jeugdgarantie is opgenomen in officiële doelstellingen die in het kader van werkgelegenheidscoördinatie aan lidstaten worden gecommuniceerd. Vorig jaar rapporteerde Nederland hierover weinig tot niets. Nu vele Europese instellingen de Jeugdgarantie steunen, is de druk op Nederland groter om met een geloofwaardig actieplan te komen. Nederland kan zich niet langer verschuilen achter de mantra dat jeugdwerkloosheid een probleem is van Zuid-Europese landen. Ook volstaat het niet langer om te wachten tot economische groei de problemen wegpoetst. Werk biedt niet alleen jongeren, maar de hele samenleving een beter perspectief.

Sonja Bekker is onderzoeker bij ReflecT van de Tilburg University.

Foto: Bas Bogers

 

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ik denk niet dat de plannen om jeugdwerkloosheid aan te pakken, zullen gaan werken. Dit is gewoon symptoom bestrijding. Men moet dit bij de kern aanpakken: de zware bezuinigingen die door de Tweede Kamer doorgevoerd worden. Deze bezuinigingen zijn een strop voor werkend Nederland. Het is zelfs zo dat 1 op de 6 huishoudens diepe schulden hebben.

    De oplossing om jeugdwerkloosheid aan te pakken is om te stoppen met de bezuinigingen en mensen uit de schulden komen. Dan zou Politiek Den Haag moeten investeren in het bedrijfsleven zodat de economie uit het slop raakt en bedrijven weer gaan investeren en nieuwe mensen in dienst nemen. Als bedrijven winst gaan draaien, dan wordt er ook weer geïnvesteerd in starters/jongeren en dan wordt ook de jeugdwerkloosheid aangepakt.

  2. Adriana, de reden waarom jongeren nu het haasje zijn ligt voor een belangrijk deel in het feit dat sinds de jaren ’30 regeringen meer uitgeven dan er binnenkomt. Niet bezuinigen is lenen van de volgende generarie, dat redt misschien onze jongeren, maar niet de volgende lichting.
    Met de verworvenheden van de verzorgingsstaat zijn de babyboomers stevig in het zadel gezet. Wat zou helpen tegen jeugdwerkloosheid is het stevig aanpakken van oudere werknemers die tegen een vet, gegarandeerd salaris met hun hobby’s bezig zijn. De ‘vaste aanstelling’, die voor ‘nieuwe gevallen’ min of meer is afgeschaft, is de werkelijke oorzaak van de ellende voor jongeren. Maar we hebben vorige week gezien hoe de werkgevers en werknemers de rechten van de ‘haves’ voorrang geven op de kansen van de ‘have-not-yet’-generatie. Ik weet niet waarom dat pluchevolk in de media nog de ‘sociale partners’ wordt genoemd, want ze hebben een a-sociaal, jeugdvijandig accoord gesloten, en de politiek lijkt zich er nog bij aan te sluiten ook.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *