De bescherming van jeugdigen en ouders in een onveilige thuissituatie moet simpeler. Zoals het nu is georganiseerd, helpt het betrokkenen niet om hun leven weer op de rit te krijgen. Vanuit het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is landelijk ingezet op een stelselwijziging, waarin Veilig Thuis, een deel van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen samengaan.
Helpt niet
Uit onvrede met het voorgestelde beleid zijn Veilig Thuis en de gecertificeerde instellingen uit het landelijke programma gestapt. De gecertificeerde instellingen op hun beurt hebben een manifest uitgebracht met ideeën over hoe de jeugd- en gezinsbescherming anders georganiseerd zou kunnen worden. In een reactie op dat manifest onderstreepte de VNG nog eens de uitgangspunten van het Toekomstscenario en benadrukte ze het belang van de inrichting van de uitvoeringspraktijk.
De beoogde stelselwijziging is te smal
Net als de gecertificeerde instellingen vindt Incluzie dat de beoogde stelselwijziging, met een (gedeeltelijk) samengaan van Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen, niet zal helpen om gezinnen betere zorg te leveren.
De beoogde stelselwijziging is te smal. Gezinnen hebben van veel meer instanties zorg en ondersteuning nodig dan van degenen die in de stelselwijziging betrokken zijn. Denk aan ggz, verslavingszorg en verschillende gemeentelijke diensten. Een stelselwijziging leidt niet per se tot betere samenwerking met deze organisaties. Sterker nog, tijdens stelselwijzigingen gaat de aandacht van professionals vooral uit naar de eigen organisatie.
Ruim tweeënhalf jaar geleden toonde beleidsonderzoeker Sharon Stellaard in haar proefschrift aan dat stelselwijzigingen zelden leiden tot de beoogde cultuurveranderingen. Onderaan de streep gaat dit hier ten koste van de zorg en bescherming van jeugdigen en ouders.
Ongehoord
Wat ook zwaar telt, is dat in de lopende stelselwijziging geen plaats is ingeruimd voor de visie van zowel jeugdigen en ouders als professionals. Terwijl die perspectieven cruciaal zijn om de jeugd- en gezinsbescherming echt te vernieuwen. Al jaren zeggen jeugdigen en ouders dat ze niet gehoord worden en dat hun verhaal niet serieus genomen wordt.
Zowel de ideeën van jeugdigen en ouders als die van professionals zijn van belang
Van jeugdigen en ouders weten we dat ze integrale zorg willen, uitgevoerd door professionals die hun aanpak op elkaar afstemmen en betrokken blijven zolang dat nodig is. Wat jeugdigen en ouders niet willen, is stapeling van interventies, herhaaldelijke wisselingen van hulpverleners, en voortdurende verwijzing van de ene naar de andere instantie of verblijfsetting. Dat laatste is funest voor het vertrouwen van jeugdigen en ouders in de zorg en de jeugdbescherming in het bijzonder.
Zowel de ideeën van jeugdigen en ouders op vernieuwing van de zorg als die van professionals zijn van belang. Al jaren kampen organisaties als Veilig Thuis en gecertificeerde instellingen met hoge werkdruk en groot personeelsverloop. Het werken in de jeugdbescherming is een pittig vak en staat voortdurend in de schijnwerpers. We moeten luisteren naar wat professionals nodig hebben om gezinnen met onveilige thuissituaties verder te helpen.
Ruimte
De proeftuinen in het kader van het Toekomstscenario bieden hiervoor een mooie gelegenheid, vooropgesteld dat professionals de kans krijgen om te experimenteren. Onderzoek van De Haagse Hogeschool naar de proeftuin in Haaglanden geeft een unieke inkijk in de ervaringen van professionals.
Er moet meer ruimte komen voor organisatiekaders die professionals houvast geven, maar niet beperken
Het blijkt dat professionals vooral willen doen wat nodig is. Ze willen zien en ervaren dat wat ze doen werkelijk verschil uitmaakt voor gezinnen. Voorts willen ze zich vakinhoudelijk kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld door scholing die hen inspireert tot nieuwe handelswijzen.
Tot slot geldt voor een deel van de professionals dat zij niet belemmerd willen worden door kaders, procedures en regels van hun organisatie. Dat is nu vaak wel het geval. Naar onze mening moet er meer ruimte komen voor flexibele organisatiekaders die professionals houvast geven, maar niet beperken in hun handelen.
Samenwerking en reflectie
De grote uitdaging is hoe we professionals kunnen helpen om te zien wat echt moet, en waar ruimte voor het professioneel beoordelingsvermogen ligt. Waar kansen liggen voor professionals om te doen wat nodig is voor gezinnen, en ook voor meer werkplezier.
Onze conclusie is dat tien jaar na de transitie de transformatiedoelen nog onvoldoende zijn gerealiseerd
Als we goed kijken, zien we in de behoeften van gezinnen, maar ook van professionals, de transformatiedoelen van de Jeugdwet terugkomen. Onze conclusie is dat tien jaar na de transitie de transformatiedoelen nog onvoldoende zijn gerealiseerd. Of een nieuwe stelselwijziging daarin verbetering kan brengen? Wij denken van niet.
Waarom is het zo moeilijk om goede zorg te organiseren voor jeugdigen en ouders die met een onveilige thuissituatie te maken hebben? Om die vraag diepgaand te kunnen beantwoorden, moeten professionals samen met gezinnen onderzoeken hoe ze de situatie kunnen verbeteren en dingen uitproberen. Dat is een uitdaging voor alle betrokkenen - ouders, jeugdigen, en professionals- ieder vanuit eigen ervaring en expertise, maar wel in eendrachtige samenwerking en voortdurende reflectie.
Cora Bartelink is senior onderzoeker bij het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie van de Haagse Hogeschool. Els Evenboer is associate lector bij het lectoraat Jeugd van Hogeschool Windesheim. Rob Gilsing is lector Jeugdhulp in Transformatie aan de Haagse Hogeschool. Dorien Graas is lector Jeugd aan Hogeschool Windesheim. Susanne Höfte is senior onderzoeker bij de onderzoeksgroep Waarde(n)volle zorg van Hogeschool Leiden. Marije Kesselring is senior onderzoeker bij het lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht. Chris Kuiper is lector Waarde(n)volle zorg voor jeugd aan Hogeschool Leiden. Saskia Wijsbroek is lector Jeugd aan Hogeschool Utrecht.
Foto: Elina Fairytale via Pexels.com