Als je de metro van Rotterdam Centraal Station naar De Akkers neemt en uitstapt bij de halte Rijnhaven, loop je in vijf minuten naar de Afrikaanderwijk. Een oude arbeiderswijk in het Rotterdamse stadsdeel Feijenoord, begrensd door een voormalig spoorwegemplacement in het noordoosten, de Putselaan in het zuiden, en de Maashaven, Rijnhaven in het westen. Een groot geschilderd bord heet de bezoeker van harte welkom. Mij ontlokt het een glimlach, zelfs op een mistroostige dag in januari als alles grijs is.
Volhardend
De Afrikaanderwijk is het domicilie van een burgerinitiatief – de Afrikaanderwijk Coöperatie – dat wijkbewoners daadwerkelijk de mogelijkheid biedt om te participeren, gelijkwaardig en op een zelfgekozen manier. De coöperatie werd ruim elf jaar geleden opgericht door actieve bewoners en ondernemers na een uitgebreid voortraject, geïnitieerd door beeldend kunstenaar Jeanne van Heeswijk. Historicus Annet van Otterloo was er van het begin af aan bij betrokken.
Hun doel was ‘om de economie van de wijk en haar bewoners van binnenuit te ontwikkelen’. Dat is met veel vallen en opstaan gelukt. De coöperatie bestaat inmiddels uit een bonte verzameling sociale (wijk)ondernemingen en voorziet tachtig mensen van een inkomen. Van Otterloo ‒ nu algemeen coördinator ‒ beschrijft de coöperatie als ‘een stimulator van duurzame lokale productie, kennisuitwisseling, culturele ontwikkeling en sociaal ondernemerschap in de wijk’. Dit alles op basis van gedeelde verantwoordelijkheid en eigenaarschap.
Die mate van burgerparticipatie had de gemeente echter niet in gedachten
De Afrikaanderwijk Coöperatie werd indertijd opgericht om het vele geld dat in de wijk omgaat bij bewoners en ondernemers zelf te laten landen. Vanuit die missie deed de coöperatie in 2015 een beroep op het Right to Challenge. Een recht dat bewoners de mogelijkheid biedt om lokale voorzieningen en taken van de gemeente voor hetzelfde geld over te nemen.
Enthousiast stelde de Afrikaanderwijk Coöperatie het Rotterdamse gemeentebestuur voor om de besteding van het wijkbudget voortaan via haar te laten lopen. Die mate van burgerparticipatie had de gemeente echter niet in gedachten. De verantwoordelijk wethouder destijds, Hugo de Jonge, wees het voorstel van de coöperatie af.
Een minder verstrekkend voorstel om voortaan de Afrikaandermarkt, met twintigduizend bezoekers per week, schoon te maken, vond wel genade in zijn ogen. Het eerste jaar voerde de wijkcoöperatie het afval nog simpelweg af, maar daarna wilde ze het ingezamelde papier, karton en plastic ook scheiden voor hergebruik. Een voorstel tot die strekking werd pas na twee jaar door de gemeente gehonoreerd.
Sindsdien vindt de afvalscheiding plaats in een grondstoffenstation. Het uit gerecyclede materialen gebouwde paviljoen is door de architect en bewoners gezamenlijk ontworpen en won vorig jaar de Rotterdamse Architectuurprijs. Een betere verzinnebeelding van de uitgangspunten van de wijkcoöperatie zoals die ooit door haar voorloper, Stichting Freehouse, zijn verwoord in een kunstproject, The Value of Nothing, is er niet te vinden.
Tegenwicht
Naast inzameling en verwerking van het marktafval verzorgt de Afrikaanderwijk Coöperatie nog veel meer diensten, variërend van kledingreparatie tot wijkkeuken.
‘We hebben geen managers of hulpverleners in dienst, maar mensen die elkaar ondersteunen, en dingen samen doen’
Bij elkaar opgeteld, vertellen die diensten het verhaal van een wijkorganisatie die de krachten en talenten van bewoners op juiste waarde schat en uitgaat van gelijkheid. Van Otterloo: ‘De verhoudingen binnen de coöperatie zijn horizontaal, we hebben geen managers of hulpverleners in dienst, maar mensen die elkaar ondersteunen, en dingen samen doen.’
Het Gemaal op Zuid, een voormalig rioolgemaal, fungeert als hoofdkwartier van de Afrikaanderwijk Coöperatie. In dit gebouw – ruim, hoog en licht – vinden voorstellingen en exposities plaats. Ook de Wijkkeuken van Zuid tref je er aan, en het SCHOON-team, dat ervoor zorgt dat de vlakbij gelegen Afrikaandermarkt tweemaal per week wordt opgeruimd.
Mustapha Eaisaouiyen is behalve lid van de Afrikaanderwijk Coöperatie ook directeur van Cooplink, kennisnetwerk en belangenbehartiger van wooncoöperaties. Hij weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het is dat wijkbewoners zich verenigen. ‘Alleen samen kunnen wijkbewoners tegenwicht bieden tegen een woonbeleid dat de belangen van mensen met een laag inkomen of uitkering genadeloos negeert.’ Hij kan nog steeds woest worden over de manier waarop de sloop van de nabijgelegen Tweebosbuurt in 2021 is uitgevoerd. Dat zal, als het aan hem en de coöperatie ligt, in de Afrikaanderwijk niet herhaald worden.
Wederkerigheid
Als je Van Otterloo en Eaisaouiyen vraagt om het succes van de Afrikaanderwijk Coöperatie te verklaren, benadrukken beiden het element van wederkerigheid. Een mutualiteit die niet alleen de verhouding tussen de leden van de coöperatie kenmerkt; die streeft de coöperatie ook na in haar relaties met de buitenwereld.
Ze heeft bijvoorbeeld een aantal algemene voorwaarden geformuleerd voor haar medewerking aan onderzoek. Kortweg: er moet altijd ruimte zijn voor de bewoners om mee te denken over de onderzoeksvraag; de kennis van bewoners moet net zo gewaardeerd worden als academische kennis; en tot slot is er de voorwaarde dat bewoners die deelnemen aan een onderzoek naar behoren een vergoeding wordt geboden. Een vergoeding die aansluit bij het uitgangspunt van de coöperatie dat iedereen evenveel waard is en dus evenveel verdient. De onderzoeker die niet aan deze voorwaarden kan of wil voldoen, hoeft niet bij de Afrikaanderwijk Coöperatie aan te kloppen.
De ontwikkeling van de Afrikaanderwijk Coöperatie betekent ook dat de daarmee samenhangende belangen groter zijn geworden. Ongeveer tachtig wijkbewoners halen een inkomen uit de coöperatie, en zijn daarvan deels of volledig afhankelijk. Als het ooit onverhoopt zou mislopen, dan zullen de wijk en haar bewoners de negatieve gevolgen daarvan ondervinden. Dat mogelijke noodscenario is zeker iets wat Van Otterloo bezighoudt. Tegelijkertijd bieden het succes en de groeiende stabiliteit van de coöperatie door de jaren heen haar alle reden tot vertrouwen in de toekomst.
Teruglopend naar de metro groet ik de gasten van café De Buurvrouw. Ze staan, klaarblijkelijk niet gehinderd door de voortdurende miezerregen, buiten in hemdsmouwen met elkaar te praten. Voor hen schijnt, net als voor de wijkcoöperatie, gewoon de zon.
Jan van Dam is freelancejournalist.
Foto: Frank Hanswijk