Gele hesjes zijn geen ‘Gilets Jaunes’

Terwijl de ‘Gilets Jaunes’ in Frankrijk massademonstranties teweeg brengen, zijn de gele hesjes in Nederland vaak op een paar handen te tellen. Hoe verhoudt het protestgedrag in Nederland zich tot de ons omringende landen? Tim Reeskens beschrijft de trends aan de hand van de meest recente Europese data.

Afgelopen zaterdag gingen in Frankrijk voor de elfde keer meer dan 80 duizend mensen de straat op om meer sociale rechtvaardigheid af te dwingen. In België groeit de aanhang van ‘bosbrossende’ jongeren die spijbelen om actie te voeren voor een beter klimaatbeleid. In Londen zijn protesten om de verdeeldheid rond de Brexit onder de aandacht te houden. Maar wanneer er in Nederland geprotesteerd wordt over polariserende thema’s, dan brengt het vaak niet meer dan een handvol mensen op de been.

De beelden van de vaak gewelddadige protesten in de buurt van de Parijse Champs-Elyssées hoeven weinig te verbazen. Al sinds het baanbrekende onderzoek van Gabriel Almond en Sidney Verba is het bekend dat er verschillen tussen landen bestaan in de politieke betrokkenheid van burgers.

Daarop voortbouwend beschreven onder meer Charles Tilly en Sidney Tarrow dat ook protestgedrag en bijhorende actierepertoires verschillen van land tot land, waarbij vooral Frankrijk een schoolvoorbeeld is van erg intensief en gewelddadig protest. Vaak wordt verwezen naar een culturele verankering van het protest als actierepertoire vanwege succesvolle voorbeelden uit het verleden, de innovatie in actiemethoden, en de focus op Parijs in een sterk gecentraliseerde staat. Ondanks enkele voorbeelden uit het verleden lijken de protesten in Nederland daarmee vergeleken erg braaf.

De internationale verschillen in protestgedrag weerspiegelen zich ook in ons landenvergelijkend onderzoek, de European Values Studies.[i] In dit onderzoek hebben we mensen gevraagd of ze aan politieke activiteiten hebben deelgenomen, of mogelijk ooit zouden doen. Omdat de meest recente gegevens van Frankrijk nog niet beschikbaar zijn, gaan we even terug naar de gegevens van EVS 2008.

Deze gegevens geven echter duidelijk weer dat Frankrijk torenhoog boven Nederland en onze buurlanden uitsteekt in alle vormen van protest. 45 Procent van de Fransen gaf aan wel eens te hebben meegedaan aan een toegestane betoging, terwijl dit in Nederland 20 procent betrof. Dat geldt ook voor intensievere vormen van protest zoals de wilde staking, maar verrassend genoeg ook voor protestvormen die minder inspanning vergen, zoals het tekenen van petities. Ook dat is in Nederland beduidend minder populair dan in de ons omringende landen.

File op de digitale snelweg

Juist omdat de petitie de afgelopen jaren in Nederland aan invloed heeft gewonnen – denk maar aan de door petities geïnitieerde referenda over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne of de sleepwet – zou je verwachten dat Nederlanders deze vorm van politiek protest massaal omarmen. De realiteit is toch anders, zo blijkt uit de meest recente gegevens van 2017. Ongeveer 55 procent van de Nederlanders heeft een petitie getekend, wat een lichte toename is van vijf procentpunten in vergelijking met 2008.

Wanneer we kijken naar politieke protestvormen die meer inspanning vereisen, dan blijkt dat het deelnemen aan toegestane demonstraties en aan wilde stakingen stabiel is tussen 2008 en 2017 en weinig populair zijn. De idee dat deze alternatieve vormen van politiek bedrijven het stemmen overnemen, lijkt dus weinig overtuigend.

Change we can believe in?

De vermeende stijging onder niet-traditionele vormen van politieke participatie lijkt voornamelijk te worden verwacht onder de jongere generaties. Het recente Belgische en Zweedse fenomeen van ‘bosbrossers’ of ‘klimaatspijbelaars’ lijkt die verwachting te onderschrijven.

Toch blijkt dat niet erg sterk uit de onderzoeksgegevens. Tenminste niet in Nederland, waar van een hoog protestgehalte onder de jongeren (hier gemakkelijkheidshalve afgebakend tot 40 jaar) weinig te merken is: onder de Nederlandse respondenten jonger dan 40 jaar geeft iets meer dan 10 procent aan ooit te hebben gedemonstreerd, terwijl dit tien procentpunten hoger is bij andere leeftijdsgroepen (41-64 jaar; 65 jaar en ouder).

Jongeren vinden wel gemakkelijk de weg naar petities (of andersom, petities vinden makkelijk de weg naar jongeren): bijna 60 procent van hen heeft wel eens een petitie getekend, terwijl dit bij de oudste generatie zo’n 45 procent is. Belangrijk is ook om te vermelden dat jongeren vaak aangeven dat ze wel bereid zijn om te demonstreren: iets meer dan 50 procent zou dit misschien wel eens doen, terwijl dit bij ouderen op 40 procent is. De actiebereidheid onder de jongeren is dus best wel hoog. Echter, om tot activisme te komen is er meer nodig dan actiebereidheid alleen; ze moeten ook tijd en middelen hebben, alsook de sociale netwerken die hen tot actief engagement aanzet.

Een linkse hobby?

Tot slot gaan we in op de vraag hoe ideologisch heterogeen de groep van activisten is. De internationale protesten die ons via de beeldbuis bereiken, lijken sociaaleconomische linksere thema’s te onderschrijven. De protesten in Frankrijk zijn begonnen als protest voor meer sociale rechtvaardigheid in het belastingsstelsel[ii]. Ook de ecologische thema’s die internationaal mensen op de been brengen vragen een rem op de vrije rol van de industrie. Het gemediatiseerde protest rond Zwarte Piet in Nederland plaatst dan weer cultureel links en rechts tegenover elkaar.

Wanneer we onze meest recente gegevens erbij halen[iii] zien we dat 40 procent van de politiek links georiënteerde Nederlanders ooit heeft gedemonstreerd; bij de politiek rechtse Nederlanders is dit nog geen 10 procent. En waar ongeveer 50 procent van de Nederlanders aan de rechterzijde van het politiek spectrum aangeeft wel eens een petitie getekend te hebben, geeft 70 procent van politiek links georiënteerde Nederlanders aan dit wel eens gedaan te hebben. Politiek protest is dus in de eerste plaats een vorm van politieke actie onder de politiek linkse Nederlanders, maar ze hebben er zeker geen alleenrecht op.

Niet elk politiek bestel laat zich even goed voeden via politiek protest, zo heeft invloedrijk sociologisch onderzoek aangetoond. Toch is politieke betrokkenheid meer dan elke vier jaar een bolletje roodkleuren voor de Tweede Kamerverkiezingen. Desondanks tonen de recente EVS-data aan dat Nederlanders van actieve politieke participatie buiten het stemhokje om weinig kaas hebben gegeten.

Het is gezond voor een democratie dat via alternatieve kanalen zoals protest oppositionele standpunten worden geuit. Omdat proportioneel meer linkse Nederlanders protesteren, is het een mooi gedachtenexperiment of bij een centrum-linkse regering meer rechtse Nederlanders zullen protesteren. In elk geval ligt de sleutel van het activisme in handen van de jongeren. Enerzijds geven zij aan minder te hebben gedemonstreerd, anderzijds is de actiebereidheid onder hen wel hoger. De resterende vraag is dan welk thema hen bereid krijgt om in een geel hesje het Malieveld op te gaan.

Tim Reeskens is universitair hoofddocent aan het Departement Sociologie van Tilburg University en nationale programmadirecteur van de European Values Study Nederland. Voor Sociale Vraagstukken reflecteert hij met enige regelmaat met behulp van deze gegevensverzameling op actuele maatschappelijke kwesties.

Deze bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Inge Sieben en Loek Halman. De dataverzameling van de European Values Study 2017 Nederland is mede mogelijk gemaakt door een toelage in het kader van ODISSEI door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Foto: Nationale Beeldbank

Noten:

[i] In lijn met onze vorige bijdrage, zijn ook in deze blog geen gewichten voorhanden voor de data van 2017. Om de analyses gelijkaardig te houden zijn ook de gegevens van 2008 berekend zonder gewichten. Verschillen tussen gewogen en ongewogen data zijn mogelijk.

[ii] Ondanks de linkse inslag van het protest in Parijs, worden de gewelddadige acties toegeschreven aan zowel extreem-linkse als extreem-rechtse anarchisten; links heeft geenszins een monopolie op de betoging.

[iii] In de EVS is politieke ideologie gemeten door aan respondenten te vragen zich op een schaal van 1 tot 10 te plaatsen, waarbij 1 staat voor links en 10 voor rechts. In deze blog beschouwen we respondenten met scores 1-4 als links (29,5 percent van de steekproef), scores 7-10 als rechts (31,4 percent), en scores 5 en 6 als het midden (28,8 percent).