In Zuck we trust?

Vandaag viert Facebook haar 15e verjaardag. De sociale netwerksite, ooit door Mark Zuckerberg opgericht als online fotoboek voor zijn klasgenoten op Harvard University, heeft een felle groeispurt gekend, maar werd het afgelopen jaar met hevige groeipijnen geconfronteerd. Sociologen Angelica Maineri en Tim Reeskens gaan na of de controverse rondom datalekken het vertrouwen in sociale media heeft geschaad.

Het waren amusante beelden van Mark Zuckerberg die werd geroosterd door het Amerikaanse Congres: een leger Amerikaanse senatoren op leeftijd die niet altijd even goed op de hoogte bleken van de huidige technologie deed een poging om Facebook een sterker moreel besef bij te brengen wat betreft privacy.

Eerder werd duidelijk dat het politieke consultancybedrijf Cambridge Analytica via datalekken vertrouwelijke gegevens van miljoenen gebruikers had kunnen verzamelen en deze had ingezet in politieke campagnes, onder meer die van Donald Trump en het Brexit-kamp.

In Nederland werd de controverse verder aangewakkerd door Arjan Lubach. Hij lanceerde de hashtag #DeleteFacebook om mensen aan te sporen hun account af te sluiten. Bij de presentatie van hun kwartaalcijfers gaf Facebook aan dat hun groei tot stilstand was gekomen in Europa.

Resultaten uit de MediaVertrouwensMonitor van 2018 laten zien dat mensen Facebook de rug toekeerden omdat ze er geen vertrouwen meer in hebben. Daarnaast gaf de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die sinds 25 mei 2018 van toepassing is, ook een duidelijk signaal af dat online data privacy strenger moet beschermd worden.

De vraag is hoe wantrouwend Nederlanders nu tegenover sociale media staan vergeleken met andere instituties? En heeft Cambridge Analytica en het van kracht worden van de AVG juist voor meer wantrouwen gezorgd onder Nederlanders?

Een innovatief design

Deze vraag willen we beantwoorden door een uniek onderzoeksdesign. In september en oktober 2017, en in januari 2018,[i] hebben we in het kader van de European Values Study een representatieve steekproef van het LISS-panel vragen voorgelegd over vertrouwen in sociale media, waaronder Facebook. Dat is dus, zoals de tijdlijn beneden aangeeft, nog voor er van Cambridge Analytica of de AVG sprake was (de grafieken geven weer hoe vaak volgens Google Trends naar ‘Cambridge Analytica’ (rode lijn) en naar ‘GDPR’, de Engelstalige term voor de AVG, (blauwe lijn) werd gezocht).

Dezelfde respondenten hebben we in juni 2018 – na de schandalen – dezelfde vragen over vertrouwen in sociale media voorgelegd, met de idee om na te gaan of mensen door de gebeurtenissen massaal hun vertrouwen in sociale media hebben verloren.

Een manifest wantrouwen

Het antwoord op die vraag plaatsen we – cliffhanger! – even in de koelkast tot later in deze bijdrage. Want eerst willen we meer zicht krijgen op hoeveel vertrouwen er bestaat in sociale media. Op een schaal van 1 (helemaal geen) tot 4 (heel veel) ligt het vertrouwen in sociale media bijzonder laag (1,86). Geen enkele andere instelling scoort zo bedroevend. Politieke instellingen, zoals het parlement (2,34) en de overheid (2,40) genieten meer vertrouwen. De Nederlanders schenken het meeste vertrouwen aan de gezondheidszorg en het onderwijsstelsel.

Uiteraard zien we dat sommige mensen meer vertrouwen hebben in sociale media dan anderen. Zo tonen analyses[ii] aan dat diegenen die ook veel vertrouwen hebben in andere instellingen (zoals het parlement) ook meer vertrouwen hebben in sociale media, wat verklaard kan worden door de zogenaamde ‘trust-nexus’: vertrouwen in sociale media is het resultaat van vertrouwen in politieke instituties.

Wat opvalt, is dat hoger opgeleiden  wantrouwender staan tegenover sociale media dan lager opgeleiden. Voor sociologen is deze bevinding niet vreemd, aangezien ze te linken valt aan Beck’s theorie over reflexieve modernisering: hoger opgeleiden hebben hoogstwaarschijnlijk meer zicht op de risico’s verbonden aan technologische innovaties. 

Een middelvinger naar Mark?

In welke mate is dit wantrouwen in sociale media nu toegenomen na de ophef rond Cambridge Analytica en het van kracht worden van de AVG? De MediaVertrouwensMonitor hint op een stijgend wantrouwen in sociale media. Als we gegevens van de juni 2018-bevraging van de EVS erbij halen, dan valt dit eigenlijk nogal mee. 65 procent van de respondenten heeft evenveel vertrouwen (of wantrouwen) in sociale media als in de periode voor de controverses rond online data privacy, terwijl 15 procent minder vertrouwen gekregen heeft (de groene kleur in de tabel). Verrassend genoeg heeft 20 procent juist meer vertrouwen gekregen (de rode kleur).

Uiteraard zijn we geïnteresseerd in verklaringen voor deze verschuivingen: wie zijn die mensen die meer of juist minder vertrouwen hebben gekregen in sociale media? De meest voor de hand liggende theoretische verklaringen, zoals het volgen van politiek, of politieke interesse, bieden niet veel soelaas.

De data tonen wel dat respondenten met weinig vertrouwen in de politiek juist meer vertrouwen in sociale media hebben gekregen. Misschien is het zo dat mensen die zich tegen de overheid en ‘main stream media (MSM)’ keren juist in sociale media meer mogelijkheden zien om tegen die overheid in te gaan? Enkel bijkomend onderzoek kan deze complexiteit ontwarren.

Wat leren deze bevindingen ons over de digitale burger wanneer deze geconfronteerd wordt met een polemiek rondom online data privacy? Het lijkt erop dat de burger het maar laat betijen. Recent onderzoek geeft dan wel aan dat Facebook best wel wat gebruikers verliest in Nederland, en dan vooral na de schandalen; anderzijds zitten Whatsapp en Instagram (ook onder de controle van Facebook) in de lift, terwijl het weinig waarschijnlijk is dat deze sociale media zich beter opstellen in het beschermen van de gebruikersprivacy. Sociale media lijken zo sterk deel te zijn gaan uitmaken van ons dagelijkse leven dat er blijkbaar wel meer nodig is dan mogelijke datalekken om te komen tot #DeleteFacebook.

Angelica Maineri is junior onderzoeker aan het Departement Sociologie van Tilburg University, en betrokken bij de Methodengroep van de European Values Study. Tim Reeskens is universitair hoofddocent aan het Departement Sociologie van Tilburg University en nationaal programmadirecteur van de European Values Study Nederland.

Voor Sociale Vraagstukken reflecteert Reeskens met enige regelmaat met behulp van deze gegevensverzameling op actuele maatschappelijke kwesties.Deze bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Inge Sieben en Loek Halman. De dataverzameling van de European Values Study 2017 Nederland is mede mogelijk gemaakt door een toelage in het kader van ODISSEI door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Foto: Con Karampelas (Unsplash.com)

 

Noten:

[i] Vragen over het design kunnen opgevraagd worden bij Tim Reeskens. De twee datamomenten zijn te verklaren omdat de dataverzameling is gebeurd op basis van een matrix-design. Omdat de EVS-vragenlijst te lang is voor een online bevraging heeft de helft van de respondenten de vraag rond vertrouwen in sociale media aangeboden gekregen in september/oktober 2017, de andere helft in januari 2018.

[ii] De working paper kan opgevraagd worden bij de auteurs.