Volgens schattingen van het WODC wonen er in ons land tussen de 23.000 en 58.000 migranten zonder verblijfsvergunning. Vaak wordt verondersteld dat het afgewezen asielzoekers betreft die in opvangcentra wonen, maar die vormen slechts een klein deel van de groep. De meeste mensen zonder verblijfsvergunning wonen in gewone huizen en voorzien met werk in hun eigen onderhoud en houden voor een belangrijk deel de economie draaiende.
Uitbuiting
Ongedocumenteerden zijn geregeld slachtoffer van uitbuiting. Om te mogen werken, moeten migranten over een werkvergunning beschikken. Ongedocumenteerden hebben die vergunning niet of niet meer. Een werkgever die hen desondanks in dienst neemt, loopt de kans hiervoor door de Arbeidsinspectie beboet te worden.
De ongedocumenteerde werknemer zelf heeft overigens net als elke andere werknemer arbeidsrechten. Daar doet het wel of niet hebben van een werkvergunning niets aan af.
Vitale sectoren van de economie draaien voor een groot gedeelte op werknemers zonder vergunningen
Omdat mensen zonder een verblijfsvergunning niet in aanmerking komen voor een werkvergunning zijn ze aangewezen op zwart werk. Dat werk is vooral te vinden in de schoonmaak bij mensen thuis, in de maaltijdbezorging, horeca, landbouw en in de bouw. Vitale sectoren waaraan ongedocumenteerde migranten een belangrijke bijdrage leveren.
Voor ons onderzoek spraken wij met veertig schoonmakers en maaltijdbezorgers in Utrecht die zonder verblijfsvergunning aan het werk waren. De manier waarop sommige sectoren georganiseerd zijn, biedt tal van mogelijkheden om informeel geld te verdienen. Tegelijkertijd maakt het mensen extra kwetsbaar voor uitbuiting. Schoonmaken bij mensen thuis bijvoorbeeld gebeurt vrijwel altijd zonder contract, er zijn geen salarisstandaarden behalve het minimumloon, geen werktijden en vrijwel geen enkele werkgever betaalt vakantie of ziekte door; ondanks dat schoonmakers hier formeel wel recht op hebben.
Bij de maaltijdbezorging zien we regelmatig dat mensen op de naam van iemand anders werken, waardoor ze overgeleverd zijn aan het morele kompas van die ander. ‘Tussen mij en de persoon die de account had zaten drie mensen. Dus ik kreeg maar een klein gedeelte van het geld dat ik verdiende.’
De kwetsbaarheid van ongedocumenteerden zie je ook terug op de woningmarkt
De maatschappelijke positie van ongedocumenteerden creëert condities voor uitbuiting, maar maakt het ook extra moeilijk om dit aan te kaarten. Hoewel er wel degelijk mogelijkheden zijn om misstanden te melden, bijvoorbeeld via FairWork, zijn er maar weinig mensen die hun beklag doen. Mensen zijn bang hun werk te verliezen als zij ziek zijn of willen onderhandelen over hun salaris. Ook zijn mensen bang dat de werkgever hen zal aangeven bij de vreemdelingenpolitie. Ondanks dat het arbeidsrecht ook voor ongedocumenteerden geldt, is het extreem moeilijk om bijvoorbeeld onbetaald loon te vorderen van een werkgever.
Uitsluiting
De kwetsbaarheid van ongedocumenteerden zie je ook terug op de woningmarkt. Ze zijn aangewezen op verhuurders die niet zelden torenhoge huren vragen vaak voor huizen van slechte kwaliteit. Uit onze interviews komt ook naar voren dat ongedocumenteerden regelmatig gedwongen zijn te verhuizen, wat vooral voor kinderen erg belastend is. Zo vertelde een respondent dat ze met haar gezin al 13 keer verhuisd is. ‘Het was een heel slechte tijd bij ons. We verhuisden van Gouda, Hilversum, Den Bosch en daarna naar Maarssen. Steeds moesten de kinderen naar weer een andere school.’ Ten overvloede wellicht: in Nederland heeft elk kind, ook ongedocumenteerd, recht op onderwijs.
De toegang tot medisch noodzakelijke zorg is ook voor ongedocumenteerden gewaarborgd in de Koppelingswet
Wat de positie van migranten zonder geldige verblijfsvergunning nog kwetsbaarder maakt, is dat ze geen aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen. Dat is zo bepaald in de Koppelingswet. Vanwege het voor ieder mens geldende recht op gezondheidszorg, is in diezelfde wet echter een clausule opgenomen die de toegang tot medisch noodzakelijke zorg ook voor ongedocumenteerden waarborgt. Probleem is dat lang niet iedereen dat weet, en dat zorg aan ongedocumenteerden nog vaak geweigerd wordt
Géén strafbaarstelling
Daarnaast hebben ongedocumenteerden ook te maken met praktische uitsluiting. Zij kunnen geen bankrekening openen, wat betekent dat ze altijd contant uitbetaald moeten worden. Dat is in onze samenleving waarin pinbetalingen de overhand hebben, niet heel handig. Daar zal de Wet chartaal betalingsverkeer vermoedelijk weinig verandering in brengen.
De recent voorgestelde strafbaarstelling van illegaliteit is niet het juiste antwoord
Gelet op de precaire positie van tienduizenden mensen zonder geldige verblijfsvergunning in ons midden, is er de vraag hoe wij, als samenleving, zouden moeten omgaan met ongedocumenteerde migranten.
De recent voorgestelde strafbaarstelling van illegaliteit is niet het juiste antwoord. Als dat voorstel daadwerkelijk tot uitvoering wordt gebracht, zal het niet doen wat het verondersteld wordt te doen: het zal ‘illegale’ migratie niet afschrikken. Wel zal het bijdragen aan een situatie waarin mensen nog minder snel hun rechten durven op te eisen, bij werkgevers, artsen en scholen.
Veel heilzamer is als de Arbeidsinspectie actiever gaat optreden tegen malafide werkgevers
Veel heilzamer voor alle werknemers, met en zonder verblijfsvergunning, en de samenleving als geheel is als de Arbeidsinspectie actiever gaat optreden tegen malafide werkgevers. De Belgische Arbeidsinspectie geeft het goede voorbeeld: zij eist bij werkgevers actief onbetaald loon op. De uitgebuite schoonmakers van de Amsterdamse sportschool Saints & Stars zouden er veel aan hebben gehad.
Ilse van Liempt is universitair hoofddocent Stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht en onderzoeksleider van het Horizon Project I-CLAIM. Minke Hajer is postdoctoraal onderzoeker binnen het onderzoeksproject I-CLAIM. Channa van der Horst werkt als community onderzoekster bij I-CLAIM en is sociaal werkster bij Stichting de Toevlucht in Utrecht.
Foto: Gerard Stolk (Flickr Creative Commons)