Jeugdhulp staat onder druk, kampt met lange wachtlijsten en een tekort aan zorgmedewerkers. Steeds meer gemeenten, professionals en beleidsmakers zoeken daarom naar effectiever manieren van preventie om kinderen en gezinnen gezond(er) en met meer perspectief te laten opgroeien – én om zwaardere jeugdhulp waar mogelijk te voorkomen. Dit blijkt niet altijd even succesvol. De praktijk laat zien dat er (te) veel goedbedoelde initiatieven zijn, maar het ontbreekt aan samenhang, continuïteit en duidelijke regie, en effecten worden niet gedocumenteerd.
Ook staan jeugdzorgorganisaties onder druk om snel problemen op te lossen, en wordt er bezuinigd op preventie, mede door de misvatting dat preventie niet zou werken of geen zorgbesparingen zou opleveren. In dit stuk laten we zien dat preventie werkt, maar vraagt om een integrale visie, om durf, regie en vooral: volhouden.
Langere termijn
Effectieve preventie is cruciaal om zorgtrajecten te voorkomen of te verkorten en om alternatieve ondersteuning te bieden wanneer jeugdhulp niet noodzakelijk is. Preventie is effectief; Deense cijfers laten zien dat investeren in een verbetering van mentaal welbevinden jaarlijks 65,60 euro aan zorgkosten en ziekte-uitkeringen per persoon bespaart. In Engeland worden de economische opbrengsten van preventieve maatregelen over langere periodes geschat op 11 miljard pond.
Preventie levert de grootste financiële winst op bij moeilijk te behandelen problemen met hoge kosten
Door ontwikkelingen vanuit onderzoek en praktijk blijft de effectiviteit van preventie steeds verbeteren, maar deze effecten zijn niet altijd direct zichtbaar. Dit komt doordat problemen vaak pas op de langere termijn worden voorkomen, en omdat resultaten soms zichtbaar worden op andere niveaus dan die waarop wordt ingezet. Zo vraagt preventie van criminaliteit en chronisch agressief gedrag om een investering in vroege opvoedondersteuning, voorschoolse stimulering en preventie van sociale problemen (pesten, agressie) op school.
In Nederland zijn daarmee kostenbesparingen aangetoond in schooluitval en zorggebruik op de korte termijn, en minder crimineel gedrag op de lange termijn. Internationaal onderzoek laat zien dat investeringen zich op de lange termijn vijf tot twaalf keer terugbetalen. Kleine verbeteringen binnen een gezin kunnen zo een grote maatschappelijke en economische winst opleveren. Daarbij levert preventie de grootste financiële winst op bij problemen die hoge kosten hebben en moeilijk te behandelen zijn, zoals bij harddrugsverslaving, huiselijk geweld, eetstoornissen en schooluitval. Ook bij chronische agressie of criminaliteit lopen de gemiddelde maatschappelijke, justitiële en zorgkosten voor jongeren tot 28 jaar op tot ongeveer 200.000 euro. Preventie is vaak aanzienlijk goedkoper dan investeren in langdurige behandeling, hersteltrajecten of de maatschappelijke kosten die zich blijven opstapelen wanneer problemen niet vroeg worden aangepakt.
Onbedoeld negatieve effecten
Effectiviteit is cruciaal: interventies die niet werken, leiden op z’n minst tot teleurstelling en verspilling van middelen. Want niet alle preventie werkt. Zo was het Troubled Families Programme nauwelijks effectief in het reduceren van spijbelen, criminaliteit en het verbeteren van welzijn, omdat het aanbod niet aansloot bij de behoeften van de gezinnen. Effectieve preventie vereist een aanpak die aansluit bij de doelgroep.
Toch gebruiken professionals deze tools nog weinig, waardoor bestaande kennis het veld niet goed bereikt
Maar preventie kan ook onbedoeld negatieve effecten hebben. Zo leidde een lesprogramma om tienerzwangerschappen te voorkomen, waarbij jongeren een elektronische babypop moesten verzorgen (Baby think it over), juist tot een toename van tienerzwangerschappen. Ook sommige suïcidepreventieprogramma’s, wanneer onvoldoende zorgvuldig opgezet, kunnen onbedoeld leiden tot een toename in suïcidale gedachten of gedrag.
Databank Jeugdinterventies
Om preventie echt werkend te krijgen, is het belangrijk om te bouwen op kennis over bestaande activiteiten en programma’s. Veel van de kennis over werkende preventiemaatregelen is verzameld in de Databank Jeugdinterventies en de Keuzehulp Jeugd & Gezin op de site van het Nederlands Jeugdinstituut. Zo laat de database zien welke interventies bewezen effectief zijn binnen specifieke contexten en doelgroepen, zoals interventies op de basisschool tegen pesten (KiVa), of voor opvoedvaardigheden van ouders van kinderen met gedragsproblemen (Speel & Verbind).
Iedere euro levert een Return on Investment op van 4 tot 158 euroPesten op school kan kinderen langdurig beschadigen. Levenslooponderzoeken laten zien dat gepest zijn een van de grootste risicofactoren is om als volwassene mentale en fysieke gezondheidsproblemen te ontwikkelen en uit te vallen uit werk en relaties. Pesten op de basisschool blijkt deels te voorkomen, met bewezen gunstige gevolgen voor de gezonde ontwikkeling van kinderen. Het schoolprogramma KiVa voorkomt pesten door alle leerlingen, leerkrachten, schooldirectie en ouders samen verantwoordelijk te maken voor een positief sociaal klimaat. KiVa bestaat uit tien thema’s met verschillende werkvormen (waaronder klassikaal, gesprekken in tweetallen, maak- of doe-opdrachten) die gedurende het schooljaar in de klas worden doorlopen. Op schoolniveau richt KiVa zich op een respectvolle cultuur waarin positief gedrag de norm is. Op klassikaal niveau biedt KiVa ondersteuning voor klassenmanagement. Ten slotte helpt KiVa leerlingen de sociale emotionele vaardigheden te ontwikkelen om prettig met elkaar om te gaan en in te grijpen in pestsituaties. Studies naar de effecten van KiVa laten zien dat pesten wordt verminderd, en dat welbevinden en schoolprestaties van leerlingen verbeteren. In Finland bleek dat deze gunstige effecten ook bereikt werden bij grootschalige implementatie op alle scholen in Finland, waardoor landelijk de prevalentie van pesten daalde van 11,4 naar 5,6 procent. Naast het voorkomen van persoonlijk leed zijn er aanzienlijke financiële baten door KiVa. Voor iedere euro die aan een effectief programma tegen pesten wordt ingezet, wordt een Return on Investment van 4 tot 158 euro berekend, met name door betere arbeidsdeelname (minder uitkeringen en meer betaalde inkomstenbelasting) en lagere zorgkosten. |
Toch gebruiken professionals deze tools nog weinig, waardoor bestaande kennis het veld niet goed bereikt. Het is daarom belangrijk om professionals, zoals gemeentelijke ondersteuning en wijkteams, begeleiders, hulpverleners en andere betrokken professionals rondom een kind, beter toe te rusten in het vinden en inzetten van deze tools. Bijvoorbeeld door hen actief mee te nemen in het belang van preventie en te ondersteunen met korte trainingen, praktische stappenplannen en integratie van deze tools in hun dagelijkse werkprocessen.
De meeste winst ligt in het duurzaam verankeren van wat al werkt
Hier ligt ook een actie voor bestuur en management om dit te faciliteren. Het rapport Passend bewijs voor preventie van het ministerie van VWS (2025) biedt waardevolle richtlijnen om de effectiviteit van preventieve maatregelen beter te onderbouwen. Het beschrijft dat ook met alternatieve onderzoeksmethoden overtuigend bewijs kan worden geleverd, mits deze zorgvuldig opgezet en onderbouwd zijn. De belangrijkste uitdaging is dus het benutten en implementeren van bestaande kennis, deze systematisch toe te passen, te monitoren en bij te sturen. In plaats van een gerichtheid op innovaties, ligt de meeste winst in het duurzaam verankeren van wat al werkt.
Voortbouwen op gedegen bewijs
Bestaande kennis laat zien dat investeren in preventie loont, mits deze zorgvuldig is onderbouwd en toegepast, wordt afgestemd op de behoeften van de doelgroep en voortbouwt op gedegen bewijs. Preventie ter voorkoming van problemen voor iedereen (universele preventie), en preventie die wordt ingezet zodra risico’s of eerste problemen zichtbaar worden bij bepaalde doelgroepen (gerichte of selectieve preventie) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en versterken elkaar.
Preventie werkt als risico’s worden teruggedrongen én beschermende factoren worden versterkt
Preventie werkt als risico’s worden teruggedrongen (zoals vroegtijdige identificatie van kindermishandeling of pesten) én beschermende factoren worden versterkt (zoals basisvoorzieningen voor welzijn en gezondheid in de wijk, een gezond schoolklimaat, sociale steun, zingeving en een veilige leefomgeving). Preventie vereist dus een integrale aanpak met oog voor de bredere context van thuisomgeving, onderwijs, sociale netwerken en relevante beleidsvoering. Dit vraagt om een investering op de balans tussen ouders/verzorgers, leraren, professionals en jongeren en de sociale basis (wijken, scholen en maatschappij met aspecten als huisvestings- en inkomensbeleid). Hiervoor zijn we dus allemaal aan zet. Wie wil dat jongeren gezond opgroeien, moet nú en blijvend inzetten op effectieve preventie in gezin, school en wijk.
Van de kinderen in de Betere start-groep pleegde 18 procent een delict, tegen 32 procent in andere groepIn sommige families worden problemen van generatie op generatie doorgegeven. Bij kinderen van gedetineerde moeders is het risico groot: één op de drie pleegt later zelf een delict en valt uit school of werk. Dit hangt samen met armoede, alleenstaand ouderschap, psychische problemen, trauma en de ontwrichtende impact van detentie. Gerichte preventie kan deze vicieuze cirkel doorbreken. Het Nederlands Jeugdinstituut, Movisie en het Trimbos-instituut ontwikkelden samen met deze moeders het ouderprogramma Betere start. Het programma omvat twaalf groepssessies en vier huisbezoeken en is gericht op opvoedvaardigheden en het versterken van het gezin na detentie. In de groep werken moeders met videofragmenten van opvoedsituaties als basis voor gesprek, gezamenlijke probleemoplossing en rollenspel. Zij leren hun kind positief te beïnvloeden via kindgerichte speelvaardigheden, minder harde en inconsequente discipline en meer positieve, consistente strategieën. Tijdens vier huisbezoeken van anderhalf uur ondersteunt een vaste trainer de toepassing in de thuissituatie, helpt bij praktische problemen en organiseert waar nodig nazorg. De effectiviteit van Betere start is onderzocht in een tien jaar durend onderzoek waaraan meer dan driehonderd moeders meededen. Na tien jaar bleek 32 procent van de kinderen van de controlegroep een delict gepleegd te hebben, tegenover 18 procent in de Betere start-groep. Ook de moeders recidiveerden door Betere start minder vaak. Betere start biedt, naast een verbetering voor deze gezinnen, een aanzienlijke maatschappelijke kostenbesparing; de kosten van een crimineel ontwikkelingspad worden geschat op 50.000 tot 200.000 euro per kind, door uitgaven aan jeugdzorg, geestelijke en verslavingszorg, politie en justitie, schadevergoedingen en uitkeringen. |
Dr. Marloes Kleinjan-Westerhof is lector Wendbaar Samenwerken aan Gezondheid en professor Organisation of Healthcare and Services aan de HAN University of Applied Sciences. Prof. dr. Bram Orobio de Castro is hoogleraar Orthopedagogiek bij het Research Institute Child Development and Education aan de Universiteit van Amsterdam. Prof. dr. Anne-Laura van Harmelen is hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht bij het Resilience Center Leiden en het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Allen zijn lid van de Schakel- en Adviesraad Jeugd.
Foto: Anh Khac via Pexels.com