Preventie jeugdhulp: kennis benutten en scherpe keuzes maken

Preventie werkt, maar vraagt om een integrale visie, om durf, regie en vooral: volhouden. Anne-Laura van Harmelen, Bram Orobio de Castro en Marloes Kleinjan beschrijven praktijkervaringen en effectiviteit in de jeugdzorg.

Jeugdhulp staat onder druk, kampt met lange wachtlijsten en een tekort aan zorgmedewerkers. Steeds meer gemeenten, professionals en beleidsmakers zoeken daarom naar effectiever manieren van preventie om kinderen en gezinnen gezond(er) en met meer perspectief te laten opgroeien – én om zwaardere jeugdhulp waar mogelijk te voorkomen. Dit blijkt niet altijd even succesvol. De praktijk laat zien dat er (te) veel goedbedoelde initiatieven zijn, maar het ontbreekt aan samenhang, continuïteit en duidelijke regie, en effecten worden niet gedocumenteerd.

Ook staan jeugdzorgorganisaties onder druk om snel problemen op te lossen, en wordt er bezuinigd op preventie, mede door de misvatting dat preventie niet zou werken of geen zorgbesparingen zou opleveren. In dit stuk laten we zien dat preventie werkt, maar vraagt om een integrale visie, om durf, regie en vooral: volhouden.

Langere termijn

Effectieve preventie is cruciaal om zorgtrajecten te voorkomen of te verkorten en om alternatieve ondersteuning te bieden wanneer jeugdhulp niet noodzakelijk is. Preventie is effectief; Deense cijfers laten zien dat investeren in een verbetering van mentaal welbevinden jaarlijks 65,60 euro aan zorgkosten en ziekte-uitkeringen per persoon bespaart. In Engeland worden de economische opbrengsten van preventieve maatregelen over langere periodes geschat op 11 miljard pond.

Preventie levert de grootste financiële winst op bij moeilijk te behandelen problemen met hoge kosten

Door ontwikkelingen vanuit onderzoek en praktijk blijft de effectiviteit van preventie steeds verbeteren, maar deze effecten zijn niet altijd direct zichtbaar. Dit komt doordat problemen vaak pas op de langere termijn worden voorkomen, en omdat resultaten soms zichtbaar worden op andere niveaus dan die waarop wordt ingezet. Zo vraagt preventie van criminaliteit en chronisch agressief gedrag om een investering in vroege opvoedondersteuning, voorschoolse stimulering en preventie van sociale problemen (pesten, agressie) op school.

In Nederland zijn daarmee kostenbesparingen aangetoond in schooluitval en zorggebruik op de korte termijn, en minder crimineel gedrag op de lange termijn. Internationaal onderzoek laat zien dat investeringen zich op de lange termijn vijf tot twaalf keer terugbetalen. Kleine verbeteringen binnen een gezin kunnen zo een grote maatschappelijke en economische winst opleveren. Daarbij levert preventie de grootste financiële winst op bij problemen die hoge kosten hebben en moeilijk te behandelen zijn, zoals bij harddrugsverslaving, huiselijk geweld, eetstoornissen en schooluitval. Ook bij chronische agressie of criminaliteit lopen de gemiddelde maatschappelijke, justitiële en zorgkosten voor jongeren tot 28 jaar op tot ongeveer 200.000 euro. Preventie is vaak aanzienlijk goedkoper dan investeren in langdurige behandeling, hersteltrajecten of de maatschappelijke kosten die zich blijven opstapelen wanneer problemen niet vroeg worden aangepakt.

Onbedoeld negatieve effecten

Effectiviteit is cruciaal: interventies die niet werken, leiden op z’n minst tot teleurstelling en verspilling van middelen. Want niet alle preventie werkt. Zo was het Troubled Families Programme nauwelijks effectief in het reduceren van spijbelen, criminaliteit en het verbeteren van welzijn, omdat het aanbod niet aansloot bij de behoeften van de gezinnen. Effectieve preventie vereist een aanpak die aansluit bij de doelgroep.

Toch gebruiken professionals deze tools nog weinig, waardoor bestaande kennis het veld niet goed bereikt

Maar preventie kan ook onbedoeld negatieve effecten hebben. Zo leidde een lesprogramma om tienerzwangerschappen te voorkomen, waarbij jongeren een elektronische babypop moesten verzorgen (Baby think it over), juist tot een toename van tienerzwangerschappen. Ook sommige suïcidepreventieprogramma’s, wanneer onvoldoende zorgvuldig opgezet, kunnen onbedoeld leiden tot een toename in suïcidale gedachten of gedrag.

Databank Jeugdinterventies

Om preventie echt werkend te krijgen, is het belangrijk om te bouwen op kennis over bestaande activiteiten en programma’s. Veel van de kennis over werkende preventiemaatregelen is verzameld in de Databank Jeugdinterventies en de Keuzehulp Jeugd & Gezin op de site van het Nederlands Jeugdinstituut. Zo laat de database zien welke interventies bewezen effectief zijn binnen specifieke contexten en doelgroepen, zoals interventies op de basisschool tegen pesten (KiVa), of voor opvoedvaardigheden van ouders van kinderen met gedragsproblemen (Speel & Verbind).

Iedere euro levert een Return on Investment op van 4 tot 158 euro

Pesten op school kan kinderen langdurig beschadigen. Levenslooponderzoeken laten zien dat gepest zijn een van de grootste risicofactoren is om als volwassene mentale en fysieke gezondheidsproblemen te ontwikkelen en uit te vallen uit werk en relaties.

Pesten op de basisschool blijkt deels te voorkomen, met bewezen gunstige gevolgen voor de gezonde ontwikkeling van kinderen. Het schoolprogramma KiVa voorkomt pesten door alle leerlingen, leerkrachten, schooldirectie en ouders samen verantwoordelijk te maken voor een positief sociaal klimaat. KiVa bestaat uit tien thema’s met verschillende werkvormen (waaronder klassikaal, gesprekken in tweetallen, maak- of doe-opdrachten) die gedurende het schooljaar in de klas worden doorlopen. Op schoolniveau richt KiVa zich op een respectvolle cultuur waarin positief gedrag de norm is. Op klassikaal niveau biedt KiVa ondersteuning voor klassenmanagement. Ten slotte helpt KiVa leerlingen de sociale emotionele vaardigheden te ontwikkelen om prettig met elkaar om te gaan en in te grijpen in pestsituaties.

Studies naar de effecten van KiVa laten zien dat pesten wordt verminderd, en dat welbevinden en schoolprestaties van leerlingen verbeteren. In Finland bleek dat deze gunstige effecten ook bereikt werden bij grootschalige implementatie op alle scholen in Finland, waardoor landelijk de prevalentie van pesten daalde van 11,4 naar 5,6 procent. Naast het voorkomen van persoonlijk leed zijn er aanzienlijke financiële baten door KiVa. Voor iedere euro die aan een effectief programma tegen pesten wordt ingezet, wordt een Return on Investment van 4 tot 158 euro berekend, met name door betere arbeidsdeelname (minder uitkeringen en meer betaalde inkomstenbelasting) en lagere zorgkosten.

Toch gebruiken professionals deze tools nog weinig, waardoor bestaande kennis het veld niet goed bereikt. Het is daarom belangrijk om professionals, zoals gemeentelijke ondersteuning en wijkteams, begeleiders, hulpverleners en andere betrokken professionals rondom een kind, beter toe te rusten in het vinden en inzetten van deze tools. Bijvoorbeeld door hen actief mee te nemen in het belang van preventie en te ondersteunen met korte trainingen, praktische stappenplannen en integratie van deze tools in hun dagelijkse werkprocessen.

De meeste winst ligt in het duurzaam verankeren van wat al werkt

Hier ligt ook een actie voor bestuur en management om dit te faciliteren. Het rapport Passend bewijs voor preventie van het ministerie van VWS (2025) biedt waardevolle richtlijnen om de effectiviteit van preventieve maatregelen beter te onderbouwen. Het beschrijft dat ook met alternatieve onderzoeksmethoden overtuigend bewijs kan worden geleverd, mits deze zorgvuldig opgezet en onderbouwd zijn. De belangrijkste uitdaging is dus het benutten en implementeren van bestaande kennis, deze systematisch toe te passen, te monitoren en bij te sturen. In plaats van een gerichtheid op innovaties, ligt de meeste winst in het duurzaam verankeren van wat al werkt.

Voortbouwen op gedegen bewijs

Bestaande kennis laat zien dat investeren in preventie loont, mits deze zorgvuldig is onderbouwd en toegepast, wordt afgestemd op de behoeften van de doelgroep en voortbouwt op gedegen bewijs. Preventie ter voorkoming van problemen voor iedereen (universele preventie), en preventie die wordt ingezet zodra risico’s of eerste problemen zichtbaar worden bij bepaalde doelgroepen (gerichte of selectieve preventie) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en versterken elkaar.

Preventie werkt als risico’s worden teruggedrongen én beschermende factoren worden versterkt

Preventie werkt als risico’s worden teruggedrongen (zoals vroegtijdige identificatie van kindermishandeling of pesten) én beschermende factoren worden versterkt (zoals basisvoorzieningen voor welzijn en gezondheid in de wijk, een gezond schoolklimaat, sociale steun, zingeving en een veilige leefomgeving). Preventie vereist dus een integrale aanpak met oog voor de bredere context van thuisomgeving, onderwijs, sociale netwerken en relevante beleidsvoering. Dit vraagt om een investering op de balans tussen ouders/verzorgers, leraren, professionals en jongeren en de sociale basis (wijken, scholen en maatschappij met aspecten als huisvestings- en inkomensbeleid). Hiervoor zijn we dus allemaal aan zet. Wie wil dat jongeren gezond opgroeien, moet nú en blijvend inzetten op effectieve preventie in gezin, school en wijk.

Van de kinderen in de Betere start-groep pleegde 18 procent een delict, tegen 32 procent in andere groep

In sommige families worden problemen van generatie op generatie doorgegeven. Bij kinderen van gedetineerde moeders is het risico groot: één op de drie pleegt later zelf een delict en valt uit school of werk. Dit hangt samen met armoede, alleenstaand ouderschap, psychische problemen, trauma en de ontwrichtende impact van detentie. Gerichte preventie kan deze vicieuze cirkel doorbreken.

Het Nederlands Jeugdinstituut, Movisie en het Trimbos-instituut ontwikkelden samen met deze moeders het ouderprogramma Betere start. Het programma omvat twaalf groepssessies en vier huisbezoeken en is gericht op opvoedvaardigheden en het versterken van het gezin na detentie. In de groep werken moeders met videofragmenten van opvoedsituaties als basis voor gesprek, gezamenlijke probleemoplossing en rollenspel. Zij leren hun kind positief te beïnvloeden via kindgerichte speelvaardigheden, minder harde en inconsequente discipline en meer positieve, consistente strategieën. Tijdens vier huisbezoeken van anderhalf uur ondersteunt een vaste trainer de toepassing in de thuissituatie, helpt bij praktische problemen en organiseert waar nodig nazorg.

De effectiviteit van Betere start is onderzocht in een tien jaar durend onderzoek waaraan meer dan driehonderd moeders meededen. Na tien jaar bleek 32 procent van de kinderen van de controlegroep een delict gepleegd te hebben, tegenover 18 procent in de Betere start-groep. Ook de moeders recidiveerden door Betere start minder vaak. Betere start biedt, naast een verbetering voor deze gezinnen, een aanzienlijke maatschappelijke kostenbesparing; de kosten van een crimineel ontwikkelingspad worden geschat op 50.000 tot 200.000 euro per kind, door uitgaven aan jeugdzorg, geestelijke en verslavingszorg, politie en justitie, schadevergoedingen en uitkeringen.

Dr. Marloes Kleinjan-Westerhof is lector Wendbaar Samenwerken aan Gezondheid en professor Organisation of Healthcare and Services aan de HAN University of Applied Sciences. Prof. dr. Bram Orobio de Castro is hoogleraar Orthopedagogiek bij het Research Institute Child Development and Education aan de Universiteit van Amsterdam. Prof. dr. Anne-Laura van Harmelen is hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht bij het Resilience Center Leiden en het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Allen zijn lid van de Schakel- en Adviesraad Jeugd.

 

Foto: Anh Khac via Pexels.com

Noten

1 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2025). Passend bewijs voor preventie. Richtlijn passend bewijs preventie (eindrapport, 15 oktober 2025). Rijksoverheid

2 Hilderink, A. e.a. (2020).Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Utrecht: AEF

3 Santini, Z.I., H. Becher, M.B. Jørgensen, M. Davidsen, L. Nielsen, C. Hinrichsen e.a. (2021). Economics of mental well-being: a prospective study estimating associated health care costs and sickness benefit transfers in Denmark. The European Journal of Health Economics, 22(7), 1053-1065

4 Iacobucci, G. (2024). More targeted spending on prevention could double return on investment, say analysts. British Medical Journal, 387, q2206

5 Posthumus, J.A. (2009). Preventive effects and cost-effectiveness of the Incredible Years program for parents of preschoolers with aggressive behavior. Utrecht University

6 Menting, A.T.A., B. Orobio de Castro, B.M. Grandfield, J.J.A. Denissen & W.C.H.J. Matthys (2024). Better Start to Better Future? Long-Term Follow-Up of a Parenting Intervention for Mothers Being Released From Incarceration. Journal of Experimental Criminology

7 Sampaio, F., C. Nystrand, I. Feldman & C. Mihalopoulos (2024). Evidence for investing in parenting interventions aiming to improve child health: a systematic review of economic evaluations. European Child & Adolescent Psychiatry, 33(2), 323-355

8 Castro, B. Orobio de & Schakel- en Adviesraad (2025). Kosteneffectiviteit van preventie, https://sarjeugd.nl/wp-content/uploads/2025/01/Kosteneffe…

9 Scott, S., M. Knapp, J. Henderson & B. Maughan (2001). Financial cost of social exclusion: Follow up study of antisocial children into adulthood. British Medical Journal, 323(7306), 191-194

10 Department for Communities and Local Government (2015). Troubled Families Programme: National evaluation report. UK Government, https://gov.uk/government/publications/national-evaluatio…

11 Brinkman, S.A., S.E. Johnson, J.P. Codde, M.B. Hart, J.A. Straton, M.N. Mittinty, S.R. Silburn (2016). Efficacy of infant simulator programmes to prevent teenage pregnancy: A school-based cluster randomised controlled trial in Western Australia. The Lancet, 388(10057), 2264-2271

12 Gould, M.S., T. Greenberg, D.M. Velting & D. Shaffer (2003). Youth suicide risk and preventive interventions: A review of the past 10 years. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 42(4), 386-405

13 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2025). Passend bewijs voor preventie. Richtlijn passend bewijs preventie (eindrapport, 15 oktober 2025). Rijksoverheid

14 https://nji.nl/databanken/interventies

Dit artikel is 688 keer bekeken.

Reacties 2

  1. Dit biedt perspectief!
    Vroegtijdige interventies in kwetsbare gezinnen, preventie beginnend bij jonge moeders binnen hun context. Ondersteuning tijdens de eerste drie jaren van het kind en daarna voorbereiding op het onderwijs.

  2. De Blinde Vlek in het Preventiedebat: Waarom Kennis en Geld Pas Werken bij Fysiologische Veiligheid
    Reactie op: Preventie jeugdhulp: kennis benutten en scherpe keuzes maken (Kleinjan-Westerhof, Orobio de Castro, & Van Harmelen, 2026).

    1. Erkenning van de Kern: Preventie Rendereert, Mits Goed Toegepast
    Het artikel van Kleinjan-Westerhof, Orobio de Castro en Van Harmelen legt een haarscherpe en broodnodige foute aanname bloot: de gedachte dat bezuinigen op preventie geld oplevert. De cijfers spreken voor zich. Een maatschappelijke kostenbesparing bij chronische agressie of criminaliteit die oploopt tot 200.000 euro per jongere, een Return on Investment (ROI) van 4 tot 158 euro op programma’s als KiVa, en het bewezen succes van interventies als Betere Start laten zien dat preventie geen softe kostenpost is, maar een keiharde maatschappelijke en economische noodzaak.

    Toch stuiten we in de praktijk op een hardnekkige muur. Ondanks de Databank Jeugdinterventies, bewezen effectieve methodieken en richtlijnen vanuit het ministerie van VWS, bereikt deze kennis het veld onvoldoende en blijven wachtlijsten stijgen.

    Als Systeem-Tolk stel ik dat de oorzaak hiervan niet alleen ligt bij een gebrek aan regie, financiën of volhouden, maar bij een diepere systeemfout in onze denkwijze over hoe interventies daadwerkelijk ‘landen’ bij de mens.

    2. De Ontbrekende Schakel: De Neurobiologische en Fysiologische Realiteit
    Het artikel benoemt terecht dat ‘goedbedoelde initiatieven’ of verkeerd ingestoken programma’s (zoals Baby Think It Over) averechts kunnen werken. Maar om écht te begrijpen waarom preventie vaak niet werkt op de werkvloer, moeten we voorbij de papierlaag kijken naar de fysiologie van het kind, de ouder én de hulpverlener.

    A. Het Systeem-Mismatch: Cognitie versus Overleving
    De meeste preventieve tools en klassikale methodieken eisen een actieve Neocortex (het denkbrein): het vermogen tot reflectie, het begrijpen van regels, planning en verbale communicatie. Echter, gezinnen en kinderen die zich in de gevarenzone bevinden (door trauma, armoede, chronische stress of een neurodivergente achtergrond zoals ASS/CPTSS/LVB), leven fysiologisch in een toestand van chronische sympathische activatie (fight/flight) of dorsale shutdown (freeze).

    Wanneer een gezin of kind in een fysiologische overlevingsstand staat, schakelt de prefrontale cortex uit. Een cognitieve of protocollaire preventietool invoeren op een overprikkeld zenuwstelsel werkt averechts; het wordt door het zenuwstelsel onbewust opgemerkt als incongruentie en extra druk, wat juist kan leiden tot meltdown, verzet of uitval.

    B. Neuroceptie en de Druk op de Hulpverlener
    Preventie werkt niet ‘op papier’, maar via co-regulatie (Porges, Polyvagal Theory). Een preventief programma zoals Speel & Verbind of Betere Start werkt primair doordat het zenuwstelsel van de ouder of begeleider rust en veiligheid uitstraalt (Ventraal Vagaal Complex).

    Wanneer professionals en wijkteams echter bedolven worden onder administratieve druk, registratieplichten en doelen vanuit het New Public Management, raakt hun zenuwstelsel overbelast. Een gestresste hulpverlener die onder tijdsdruk een ‘bewezen effectieve interventie’ afvinkt, zendt via micro-expressies en stemfrequentie onbewuste gevaarsignalen uit (neuroceptie). Het resultaat: de interventie faalt op fysiologisch niveau, ondanks dat hij op papier 100% theoretisch onderbouwd is.

    3. De Oplossing: De Systeem-Tolk als Interface en Coderingsruis-Filter
    Om de waardevolle inzichten uit het artikel van Kleinjan-Westerhof, Orobio de Castro en Van Harmelen daadwerkelijk duurzaam in de praktijk te verankeren, is een nieuwe rol en systeem-architectuur noodzakelijk: De Systeem-Tolk (Project Resonance).

    De Systeem-Tolk fungeert als de noodzakelijke interface tussen de drie gescheiden werelden: de bestuurlijke wereld (beleid, financiering, kpi’s), de wetenschappelijke wereld (databanken, onderzoeken) en de fysiologische leefwereld (de leefwereld van het kind, de ouder en de professional op de vloer).

    [ BESTUUR & BELEID ] ──► (Taal van Rechtmatigheid, Rendement & KPI’s)

    │ [ DE SYSTEEM-TOLK INTERFACE ]
    │ – Haalt ruis uit administratieve processen
    │ – Vertaalt fysiologische realiteit naar beleidsmatige borging

    [ WERKVLOER & GEZIN ] ──► (Taal van Autonoom Zenuwstelsel, Co-regulatie & Veiligheid)
    Hoe de Systeem-Tolk de Preventie-Kloof Dicht:
    Signaal-Ruis-Reductie op de Werkvloer:
    Preventie-tools bereiken de praktijk niet omdat de ‘Signal-to-Noise Ratio’ op de werkvloer verstoord is. Professionals verdrinken in bureaucratie. De Systeem-Tolk analyseert werkprocessen en sloopt overbodige registratielagen weg, zodat er fysieke en mentale ruimte ontstaat voor daadwerkelijke mens-tot-mens afstemming.

    Fysiologische Calibratie van Interventies:
    In plaats van een effectieve interventie (zoals KiVa of Betere Start) ‘koud’ te droppen in een wijk of school, toetst de Systeem-Tolk eerst de fysiologische randvoorwaarden. Is de omgeving (de klas, het wijkteam) in staat tot co-regulatie? Wordt de interventie aangeboden op een manier die aansluit bij het autonome zenuwstelsel van de specifieke doelgroep (bijv. LVB/CPTSS)?

    Upward Systemic Translation (Vertaling naar het Bestuur):
    De auteurs van het artikel vragen om ‘durf en regie’ van bestuurders. Bestuurders durven echter vaak pas te investeren als risico’s juridisch en financieel zijn afgedekt. De Systeem-Tolk vertaalt de fysiologische en intuïtieve de-escalaties en preventieresultaten van de werkvloer naar onderbouwde, bestuurlijke taal en rendementsmodellen (zoals de geschetste ROI van 4 tot 158 euro).

    4. Conclusie: Van Papieren Preventie naar Fysiologische Resonantie
    Het artikel van de Schakel- en Adviesraad Jeugd slaat de spijker op de kop: stop met het telkens opnieuw uitvinden van het wiel en veranker wat werkt.

    Maar laten we de cruciale vervolgstap durven zetten. Kennis uit databanken werkt pas als het landt in een omgeving die fysiologisch veilig is. Zolang we preventie blijven benaderen als een administratieve taak of een cognitief stappenplan, vallen de meest kwetsbare kinderen en gezinnen buiten de boot.

    De werkelijke transformatie in de jeugdhulp vraagt om de moed om de coderingsruis tussen beleid en leefwereld op te ruimen. Door de inzet van de Systeem-Tolk brengen we de noodzakelijke nuchterheid en rust terug op de werkvloer. Pas wanneer de fysiologische basis veilig is, kunnen bewezen interventies hun maatschappelijke en financiële belofte volledig inlossen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *