‘Meneer Vroenhoven is de afgelopen week 81 procent van de tijd op zijn kamer geweest. Activeer hem om deel te nemen aan het dagprogramma om eenzaamheid te voorkomen.’ In het verzorgingstehuis krijgt sociaal werker Hasna deze melding van Genus Care. Het is begrijpelijk dat dit soort vormen van kunstmatige intelligentie (AI) wordt gezien als een kansrijke oplossing. Want de administratieve druk is hoog, in de zorg en het sociaal domein.
Gemiddeld spenderen sociaal werkers 37 procent van hun tijd aan administratie (Pronk, Ketel & Liefhebber, 2023). AI kan rapportages schrijven en samenvatten. Maar AI kan nog veel meer, van patronen herkennen tot risicoscores berekenen, zoals bij meneer Vroenhoven. Dat bespaart tijd en lijkt het werk efficiënter te maken.
Wie krijgt het laatste woord: Hasna of Genus Care?
Achter deze belofte schuilt echter een fundamentele vraag: onder welke voorwaarden kan AI het sociaal werk verantwoord helpen? Misschien is meneer Vroenhoven heel er gesteld op zijn tijd alleen of heeft hij deze nodig om te ontprikkelen. Wie krijgt het laatste woord: Hasna of Genus Care?
Menselijke betrokkenheid
Efficiëntie kan waardevol zijn, maar mag nooit de normatieve kern van sociaal werk vervangen. Natuurlijk kan AI helpen om tijd vrij te maken, maar snelheid is geen doel op zich. Sociaal werk vraagt soms juist om vertraging, nabijheid en het serieus nemen van iemands verhaal. De presentiebenadering, een wezenlijk gedachtengoed verbonden aan sociaal werk, stelt dat sociaal werkers juist hun tempo moeten aanpassen op de cliënt (Beurskens et al., 2019).
De kern is simpel: technologie mag het werk ondersteunen, maar nooit vervangen waar het echt om draait. Sociaal werk is relationeel, contextgebonden en normatief (Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk, 2021). Het vraagt om professionele afwegingen, morele oordelen en menselijke betrokkenheid – iets wat geen enkel algoritme kan overnemen.
AI vertaalt complexe levens naar profielen, patronen en waarschijnlijkheden
AI werkt op basis van data en kansberekeningen. Het vertaalt complexe levens naar profielen, patronen en waarschijnlijkheden en kan hierop snel en efficiënt analyses draaien. Dat is precies waar het schuurt met sociaal werk. Want een cliënt is geen dataset, maar een mens met een unieke context, geschiedenis en verhaal. Wanneer we te veel vertrouwen op algoritmes, lopen we het risico dat deze menselijke complexiteit verloren gaat.
Rechtvaardigheid
Ook bestaat het risico dat algoritmische systemen bestaande ongelijkheid niet corrigeren, maar juist versterken. Als data gekleurd is door vooroordelen, historische data, kansberekeningen of scheve verhoudingen, neemt het algoritme die over. Daarvan hebben we inmiddels teveel voorbeelden gezien.
Zo kunnen bepaalde groepen jongeren structureel vaker als ‘risicovol’ worden aangemerkt: mbo-studenten als studiefinanciering-fraudeurs door DUO; kinderen in achtergestelde wijken als risicovol/crimineel door ProKids Plus. Dit heeft stigmatisering en uitsluiting tot gevolg. AI is pas verantwoord als het niet alleen efficiënt is, maar ook rechtvaardig uitpakt voor mensen die toch al minder macht hebben.
Algoritmes worden vaak toegepast in situaties waar macht ongelijk verdeeld is
De beroepscode is helder over het streven naar rechtvaardigheid: sociaal werkers hebben de opdracht om ongelijkheid tegen te gaan, belangen van cliënten te behartigen en alert te zijn op mechanismen die leiden tot uitsluiting. Juist daarom vraagt de inzet van AI om extra waakzaamheid.
Sociaal werkers moeten doorvragen, hun professionele oordeel zwaarder laten wegen, ze moeten uitleg vragen aan de organisatie, signaleren als systemen een bepaalde groep benadelen, ethisch en juridisch bewustzijn tonen en de cliënt centraal houden. Want algoritmes worden vaak toegepast in situaties waar macht ongelijk verdeeld is: bij uitkeringen, jeugdzorg en handhaving. Daar kunnen de gevolgen van bias in algoritmes groot zijn.
Uitlegbaarheid
Daarnaast zet AI de professionele autonomie onder druk. In theorie is AI een hulpmiddel, maar in de praktijk kan het advies van een systeem leidend worden. ‘De computer zal het wel beter weten’, is een gevaarlijke gedachte. Het risico is dat het systeemadvies ongemerkt verandert van hulpmiddel in norm.
Onderzoek laat zien dat mensen geneigd zijn om beslissingen van AI te volgen, zelfs wanneer die niet volledig aansluiten bij de situatie (Nuwasiima, Ahonon & Kadiri, 2024). Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid ongemerkt van professional naar systeem.
Voor cliënten is het vaak onduidelijk hoe een beslissing tot stand komt
Ook wat dit betreft is de beroepscode helder: de sociaal werker blijft verantwoordelijk. Dat betekent dat je algoritmische uitkomsten kritisch moet bevragen, moet kunnen afwijken en dit ook moet kunnen uitleggen. Professioneel handelen vraagt om reflectie, niet om klakkeloos volgen.
Veel AI-systemen zijn moeilijk uitlegbaar. Voor cliënten is het vaak onduidelijk hoe een beslissing tot stand komt (Boge, 2022). Toch hebben zij recht op die uitleg. Ze moeten weten welke gegevens zijn gebruikt, hoe een uitkomst tot stand is gekomen en welke mogelijkheden er zijn om bezwaar te maken. Misschien zouden cliënten het recht moeten krijgen om te kunnen weigeren dat AI wordt gebruikt bij het nemen van beslissingen over hun hulpverleningstraject.
Duidelijke randvoorwaarden
Dit alles betekent niet dat AI geen plek heeft in het sociaal werk. Integendeel: het kan een waardevol hulpmiddel zijn, mits het ondersteunend blijft. Dat vraagt om duidelijke randvoorwaarden. Organisaties en sociaal werkers moeten beschikken over kennis van AI, kritisch kunnen reflecteren op de uitkomsten en transparant zijn naar cliënten over het gebruik ervan. Dat vereist scholing, toetsing, uitlegbaarheid en de ruimte om af te wijken van systeemadviezen. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van organisaties en de sociaal werkers die daar werken.
Daarnaast moeten organisaties zorgen voor systemen die eerlijk, uitlegbaar en zorgvuldig omgaan met data. Daarom zou elke sociaal werker zich bij het gebruik van AI steeds dezelfde vraag moeten stellen: draagt dit bij aan rechtvaardigheid voor deze cliënt, in deze situatie, en kan ik dat ook uitleggen aan de cliënt? Als het antwoord niet volmondig ‘ja’ is, dan vraagt dat om tegenkracht. Sociale rechtvaardigheid is een randvoorwaarde (zie afbeelding).

Want hoe slim de technologie ook wordt, één ding blijft onveranderd: sociaal werk is geen algoritme. AI mag sociaal werk sneller maken, maar als het sociaal werk minder menselijk, minder rechtvaardig of minder uitlegbaar wordt, betalen cliënten de prijs.
Niels Jacobs is docent-onderzoeker, Academie voor Sociaal Werk en Lectoraat Sociaal Werk, Zuyd Hogeschool. Maja Ročak is lector Sociale Integratie, Lectoraat Sociaal Werk, Zuyd Hogeschool.
Foto: John Diez via Pexels.com