Vlaanderen weet valkuilen van schaalvergroting in zorg en welzijn wél te omzeilen

Net als eerder in Nederland grijpt ook in Vlaanderen de vermarkting van zorg en welzijn om zich heen. Met een verwijzing naar het schrikbeeld van Nederland betogen twee Vlaamse auteurs dat het ook anders kan.

‘De markt van welzijn en gezondheid is niet winstgevend’, zo schrijft de Vlaamse oud-minister van Welzijn Mieke Vogels in haar nieuwe boek De rekening van de verzuiling. Of dat waar is, is maar de vraag. Het enthousiasme waarmee commerciële firma’s zich richten op welzijn en gezondheid doet anders vermoeden.

Samenleving kan gebaat zijn bij uitbesteding van zorg

Een deel van de Vlaamse rust- en verzorgingshuizen in Vlaanderen is in handen van op winst gerichte bedrijven, sommigen hebben zelfs een notering op de Belgische beursindex Bel20. Ook de begeleiding van werkzoekenden is steeds meer een prooi voor uitzendbureaus. Of we dat nu willen of niet, de tendens naar meer commercie zal zich doorzetten. Europa maakte het vrij verkeer van personen, goederen en diensten mogelijk. Dat bedrijven met winstoogmerk toegang krijgen tot de markt van welzijn en gezondheid is vanuit deze Europese logica dan ook vanzelfsprekend.

De vermarkting van welzijn en gezondheid is in Vlaanderen vrijwel geruisloos een feit geworden. Totdat afgelopen voorjaar bekend werd dat de Franse multinational Sodexho samen met de Nederlandse zorggroep Parnassia het nieuw Forensisch-Psychiatrisch Centrum (FPC) in Gent mocht uitbaten. Toen was er plots veel lawaai. Kan een firma die op winst uit is, zorgen voor geïnterneerden, bij uitstek één van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving? Heel wat twijfels werden geuit. De Gentse hoogleraar Huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer bijvoorbeeld vindt de ontwikkeling ‘gevaarlijk’. En de werkgeversorganisatie Zorgnet Vlaanderen denkt dat de ‘commerciële doeleinden een afbreuk doen aan de kwaliteit van de zorg’. De Liga voor de Rechten van de Mens ten slotte gaat nog een stap verder en zegt dat het FPC ‘een veredelde gevangenis wordt, waar beveiliging de essentie is’.

In de wereld van welzijn en geluk kon de beslissing om het beheer van het nieuwe Forensisch Psychiatrische Centrum in Gent aan particuliere organisaties, nota bene uit het buitenland, uit te besteden dus op weinig begrip rekenen. Is de ophef terecht? Geïnterneerden zijn een maatschappelijk kwetsbare groep, dat klopt. Maar langdurig werklozen en dementerende ouderen ook. Bovendien is de opening van dit FPC – los van wie het centrum uitbaat – een goede zaak. Geïnterneerden verblijven anno 2014 nog steeds in gevangenissen, zonder gepaste zorg en behandeling. Schrijnende toestanden waarvoor België al ettelijke keren veroordeeld werd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De FPC’s – er opent er in 2015 nog één in Antwerpen – zijn hierop een antwoord. Los van de uitbater, gaan we er als samenleving tout court dus op vooruit.

Vlaamse overheid blijft de lat hoog leggen

Over de voortschrijdende commercialisering schreef Guy Tegenbos op 5 april 2014 in het dagblad De Standaard: ‘Vlaanderen heeft intussen wel iets geleerd over privatisering in de zorg. De prestaties van veel commerciële rusthuizen bleven lange tijd ondermaats, maar de overheid bleef de lat hoog leggen voor alle rusthuizen, controleerde streng, sloot wat niet voldeed, en garandeerde gelijke subsidies bij gelijke prestaties.’ En daarmee komen we bij de kern van de zaak. Het is de taak van de overheid om de voorwaarden voor de uitbating van die FPC’s zo gedetailleerd mogelijk vast te leggen en om te bepalen welke criteria doorslaggevend zijn bij de toekenning van de opdracht: kostprijs, kwaliteit van zorg of expertise. Inschrijvers moeten in hun offerte hierop zo goed mogelijk inspelen. Na toekenning van de opdracht is het vervolgens aan de overheid om te controleren of de uitbater zijn werk naar behoren doet. Een consequente, kwalitatieve en gedegen inspectie door de overheid is cruciaal.

Het valt op dat de overheid als cruciale speler in veel van de kritieken buiten schot blijft. Als we verbaasd zijn dat Sodexo maar 7 verzorgers voor 10 gedetineerden inzet en het concurrerend consortium rond de Broeders van Liefde 10, dan moeten we vooral naar de overheid kijken. Want het is de overheid die vindt dat met 30 procent minder verzorgend personeel goede zorg voor geïnterneerden nog steeds mogelijk is. Blijkt dat funest uit te pakken, dan zullen sociaal werkers bij de overheid moeten aankloppen opdat zij het anders en beter gaat doen.

Nederland is een slecht voorbeeld van schaalvergroting

Het offensieve antwoord van de zorgsector op de vermarkting is schaalvergroting. Het is een tendens die zich in Vlaanderen in snel tempo voltrekt. Overal ontstaan grote sociale ondernemingen in zorg, welzijn en gezondheid. Het zijn concerns met soms enkele honderden tot zelfs duizenden werknemers. Hun omzet groeit gestaag. Ze passen dezelfde managementprincipes toe als commerciële ondernemingen. En, zeer interessant, de meeste van die groepen werken ook intersectoraal. Zo baat het Zorgbedrijf Antwerpen niet alleen woonzorgcentra en serviceflats uit, maar heeft dit gemeentebedrijf ook 7 centra voor jeugdzorg in zijn portefeuille. Idem voor de groep Emmaüs: zij heeft 6 duizend medewerkers in een netwerk van algemene ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg, kinderopvang, ouderenzorg, bijzondere jeugdzorg en de ondersteuning van mensen met een beperking. Zelfs een relatief kleine sector als het algemeen welzijnswerk ontsnapt er niet aan. CAW Antwerpen telt meer dan 530 werknemers, en heeft naast algemeen welzijnswerk ook subsidies via Kind & Gezin en het Agentschap Jongerenwelzijn.

De multisectorale aanpak is de toekomst en het beste antwoord op de komende uitdagingen. Het is aan de leidinggevenden van deze grote voorzieningen om de kwaliteit van hun aanbod te garanderen. Nederland is een slecht voorbeeld van schaalvergroting. Vet betaalde managers kregen het voor het zeggen. De afstand met de werkpraktijk werd gigantisch, risico’s groter en de overname- en fusiedrang te sterk. Het zijn de typische valkuilen van schaalvergroting. Zij die erin slagen om hun werk met cliënten kleinschalig en autonoom te organiseren, zullen de winnaars zijn. De context waarbinnen zij functioneren, doet er dan minder toe. Dat is geen utopie want Vlaanderen beschikt over tal van good practices die schaalvergroting koppelen aan grote autonomie voor teams en werkers. Nederland kan er veel van leren.

Nico Bogaerts en Peter Goris zijn hoofdredacteurs van ALERT, een uitgave van het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk in Vlaanderen. Reageren op dit artikel kan (ook) via nico.bogaerts@alertonline.be.