Wat schieten bestaansonzekeren op met een (nieuw) label?

Monique Kremer en Radboud Engbersen vragen zich af of de steeds verfijnder labeling van ‘achtergestelden’ hun emancipatie vooruit heeft geholpen. Moeten we niet terug naar een begrip dat meer verbindt en minder verdeelt?

Beleidsnota’s behoren tot de teksten die het snelst verouderen, omdat beleidscategorieën voortdurend herlabeld en verfijnd worden. Van ‘bejaarden’ naar ‘ouderen’ naar ‘senioren’. Van ‘geestelijk gehandicapten’ naar ‘verstandelijk gehandicapte personen’ naar ‘mensen met een verstandelijke beperking’. Naast mantelzorgers zijn er nu ook jonge mantelzorgers, evenals personen met een licht verstandelijke beperking.

Is het afstoffen van marxistische jarenzeventigvocabulaire zinvol?

Betekent deze taalvernieuwing en -verfijning vooruitgang? Zijn groepen met het nieuwe label beter af? En spelen al die verschillende labels groepen niet eerder tegen elkaar uit in plaats van dat ze groepen verbinden? Sommigen pleiten daarom voor de herintroductie van ‘sociale klasse’ als samenbindende strijdbare term. Is het afstoffen van dit marxistische jarenzeventigvocabulaire zinvol?

Strijd met taal

De strijd om hulp en aandacht is bijna altijd een talige strijd en geen onschuldige etikettenplakkerij. Belangengroepen van uitkeringsgerechtigden, kerken, vakbonden, politieke partijen voerden in de jaren tachtig van de vorige eeuw een heftige strijd tegen de zittende regering om het begrip ‘arme’ geaccepteerd te krijgen. Er ís armoede, er zíjn armen in dit rijke land, dóé er wat aan! Naamgeving is lotsbezegeling. Zeker waar het beleidsclassificaties betreft.

In the intervening years, some slogans have become risible, some words have become empty, and others too full, holding too much cruelty or bitterness to modern ears

Mary Douglas, Brits antropologe

Naamgeving heeft handelingsconsequenties. Vandaar dat emancipatiebewegingen de definitiemacht naar zich toe trekken. Onze voorouders waren geen slaven maar tot slaaf gemaakten. We zijn geen dementerenden, maar mensen met dementie. We zijn meer dan ons probleem. Treed ons in de eerste plaats als mens tegemoet.

Naamgeving is erkenning

Naamgeving is ook een strijd om erkenning. ‘Ik voel me deel van de lhbtiq+-gemeenschap. Zie ons, erken ons, houd rekening met ons.’ Het is een strijd die met taal en symbolen (regenboog) bevochten wordt. Tegelijkertijd maakt de naam (lhbtiq+) duidelijk dat erkenningsbehoeften in een geïndividualiseerde hoogontwikkelde samenleving met de dag verfijnder worden. Zo bestaan er inmiddels patiëntenverenigingen voor dwangstoornissen, voor autisme, voor schizofrenie en ga zo maar door.

In de meeste emancipatiebewegingen willen mensen vooral graag bij de ‘normalen’ horen

Aan de onderkant van de samenleving is de strijd het scherpst. Daar staat ook het meest op het spel. Daar ligt niet alleen een claim op wie het meeste recht heeft op steun, daar wordt ook vaak ‘naar onderen getrapt’. ‘Wij zijn niet zo heel erg verstandelijk beperkt, wij behoren eigenlijk tot de ‘normalen’, want we zijn maar licht verstandelijk beperkt.’

Zo viel in recent onderzoek onder mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) op dat velen van hen niet willen werken in Brownies&downieS, want dan moeten ze werken met ‘gekkies’. In de meeste emancipatiebewegingen willen mensen vooral graag bij de ‘normalen’ horen.

Beleid produceert verfijnde classificaties

Onze verzorgingsstaat, en dan vooral de wijze waarop de wet- en regelgeving werkt, is bovendien vaak schuldig aan de ver doorgevoerde differentiatie die we tegenwoordig zien. Een differentiatie waar nieuwe professionele beroepsgroepen garen bij spinnen. Nieuwe categorieën (ADD, ASS, lvb, burn-out, mensen met gokverslaving) leiden immers ook tot nieuwe professionals en dus tot meer werk.

Het label ‘licht verstandelijk beperkt’ heeft een enorme boost gekregen omdat het mogelijk is op basis hiervan aanspraak te doen op regelingen, zoals de Wmo of de Wlz. In veel landen om ons heen, waar je helemaal geen hulp kan krijgen, is deze categorie veel minder scherp.

Wat schieten mensen op  met de promotie van ‘etnische minderheid’ naar ‘allochtoon’ naar ‘mensen met migratieachtergrond’?

Onze armoederegelingen zijn ook de reden van de decennialange strijd over wie er écht arm is. Het etiket ‘arm’ geeft je het recht om gebruik te maken van gemeentelijke regelingen. Daarom is er discussie binnen gemeenten of iemand arm is bij 120, 130 of 140 procent van het minimumloon.

Categorisering niet altijd voortuitgang

Mensen zelf zijn niet altijd blij met de continue vernieuwing en verfijning van hun hulpbehoevende identiteit. Het label is zelden een bron van trots, zeker als een expert of beleidsmaker die heeft opgeplakt. Mensen met een lvb willen dat label helemaal niet. Wat schieten mensen er zelf mee op dat ze zijn gepromoveerd van ‘etnische minderheid’ naar ‘allochtoon’ naar ‘mensen met een migratieachtergrond’? Een groot deel van hen is gewoon in Nederland geboren.

Bovendien: negatieve connotaties verschuiven simpelweg vaak mee. Dat dementerenden nu ‘mensen met dementie’ worden genoemd, kan leiden tot een andere blik vanuit de samenleving, de hulpverlening en van mensen zelf.

Individualisering van emancipatie helpt niet om strijd aan te gaan om het gezamenlijk beter te krijgen

Maar vaak krijgt de nieuwe categorisering opnieuw een negatieve connotatie, waarna de zoektocht naar een nieuwe emanciperende term wordt vervolgd. Welk voordeel heeft het om mensen geen ‘bejaarden’ meer te noemen en hen aan te duiden met ‘senioren’? Vaak gaat met de nieuwe labels een versluierend vocabulaire mee dat iets geforceerds heeft. De vergrijzing heet dan ‘zilveren kracht’, achterstandswijken worden ‘krachtwijken’ en problemen worden tot ‘potenties’.

Emancipatie en vooruitgang

Het probleem is ook dat door de fijnmazigheid van al die nieuwe categorieën het emanciperende en activistische potentieel van de hele groep ‘achtergestelden’ of ‘gemarginaliseerden’ verdwijnt. De individualisering van de emancipatie helpt niet om de strijd aan te gaan om het gezamenlijk beter te krijgen.

In Frankrijk hebben schrijvers als Édouard Louis en Didier Eribon laten zien hoe de samenleving doordesemd is met klasse wat betreft kansen, inkomen, waarden en levensstijl. In Nederland pleitten Ron Meyer en Ewald Engelen voor rehabilitatie van het klassenperspectief. Klasse zou een nieuwe samenbindende term kunnen zijn, maar wie zijn de ‘achtergestelden’? Over wie hebben we het? Hoe samenbindend is het klassenconcept voor de mensen die nu achtergesteld zijn? Biedt klasse een vertrekpunt voor onderlinge solidariteit?

Het heeft weinig zin klassenblindheid in te wisselen voor kleurenblindheid of blindheid voor mensen met beperkingen

Anno 2024 kennen we geen omvangrijk fabrieksproletariaat, blanke mannelijke fabrieksarbeiders vormen slechts een minimaal deel van de achtergestelden. Maar klasse zou uitgebuite arbeidsmigranten, kortgeschoolde flexwerkers en héél veel vrouwen die werken in de diensteneconomie kunnen samenbinden, evenals mensen met een rugzak met psychische problemen en mensen met een licht verstandelijke beperking. Zij zouden enorm geholpen zijn bij een eerlijker verdeling van werk en geld. Jonge mensen met een licht verstandelijke beperking weten dat ze weinig kans hebben op werk en dat ze, als het meezit, hun hele leven blij mogen zijn met geld op minimumniveau. Het zou veel uithalen om hier ook eens de lens van klasse toe te passen.

Niet alleen klasse

Maar de sociaal-economische ‘oplossing’ schiet tekort. Het heeft weinig zin klassenblindheid in te wisselen voor kleurenblindheid of blindheid voor mensen met gezondheidsproblemen of beperkingen. Mensen met een licht verstandelijke beperking zijn niet alleen geholpen met werk of meer geld; ze zijn ook gebaat bij vertraging. Mensen met een ggz-achtergrond hebben baat bij antidiscriminatiemaatregelen. Mensen met gezondheidsproblemen of alleenstaande moeders zouden geholpen zijn met minder focus op betaald werk als de oplossing van alles.

Erken dat mensen met een licht verstandelijke beperking een goede vriend kunnen zijn of dat hobby’s zin geven aan hun bestaan. Waardeer hen daar ook in. Het klassenperspectief nieuw leven inblazen, kan helpen. Maar het is niet voldoende en ook niet per se samenbindend.

Het concept ‘bestaanszekerheid’ biedt meer kansen om uiteenlopende achtergestelde groepen te verbinden

Het zou helpen als de verzorgingsstaat maatschappelijke vraagstukken niet meer te lijf ging met steeds nieuwe labels om zo steeds verder bij te dragen aan nieuwe beleidscategorieën met nog verfijnder identiteiten. Dat scheelt ook in de beleidsnotafabricage. Het hebben van levensproblemen zou voldoende moeten zijn om aanspraak te maken op ondersteuning. Waarom zou iemand eerst gediagnosticeerd moeten worden met een licht verstandelijke beperking? Geen werk, weinig vrienden, verstoorde familierelaties – is dat niet voldoende voor hulp en steun?

Rehabilitatie van het klassenperspectief is voor deze verregaande labeling een beperkte remedie. Het concept ‘bestaanszekerheid’ biedt meer kansen om uiteenlopende achtergestelde groepen te verbinden. Ook ‘bestaanszekerheid’ is een begrip met een lange geschiedenis. Het gaat niet alleen over financiële zekerheid; het gaat ook over contacten en zelfontplooiing. Dat afstoffen, lijkt meer de moeite waard.

Verbinden

Over hoe de bestaansonzekeren zich met elkaar kunnen verbinden, gaat de laatste film van Ken Loach, The Old Oak. De verpauperde arbeidersklasse van een doodarm oud-mijnwerkersstadje en daar gehuisveste Syrische vluchtelingen weten zich uiteindelijk met elkaar te verbinden. Hun gedeelde bestaansonzekerheid en hun gevecht om erkenning, respect en een menswaardig bestaan brengt hen bij elkaar.

Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Adviesraad Migratie. Radboud Engbersen is expert sociale basis bij Movisie.

 

Foto: slowdevil (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1384 keer bekeken.

Reacties 2

  1. Wetenschappelijk Socialisme (Marxisme) richtte zich altijd op de sociaal economische structuur van de samenleving. Bij sociaal democratische partijen is dit denken volledig verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een denken dat vooral denkt in termen van sociaal beleid waarbij sociale technologie haar hulpmiddel was. Het gebruik van wetenschappelijk sociaal jargon was hierbij leidend zoals bovenstaand artikel ook aangeeft.
    Uiteindelijk heeft dit geleid tot een (wetenschappelijk) sociaal beleid dat de sociale structuur van de samenleving onaangetast heeft gelaten t.w. het ‘neoliberalisme’.
    Een sociaal economisch systeem dat iedereen zelf verantwoordelijk maakt voor haar eigen functioneren in de samenleving en waarbij rendabel kunnen zijn een hoofdvoorwaarde is.
    Rehabilitatie van het klassenperspectief vooral op het gebied van werken, wonen en sociale zekerheid zou hier zeker behulpzaam kunnen zijn omdat een neoliberale samenleving gebaseerd is op ongelijke machtsverhoudingen hetgeen zich slecht combineert met een democratische samenleving. Het moet hier dus gaan om andere democratische machtsverhoudingen waarbij de achtergestelden zowel subject als object van sociaal maatschappelijke strijd zijn.
    De kansen daarvoor zijn groter dan lang geleden het geval was en dat heeft te maken met het verdwijnen van de middenklassen met haar verminderde kansen op sociaal maatschappelijk zekerheid. Ook voor deze ‘klasse’ is het krijgen van een vast arbeidscontract niet vanzelfsprekend meer en een woning kunnen zij ook niet meer betalen met daarnaast een torenhoge studieschuld.
    Het woord bestaansonzekerheid is zeker een goed te gebruiken term omdat het thans de meeste Nederlanders betreft met haar specifieke problemen.

  2. Het ‘officiele’ klassenconcept van het SCP bindt helemaal niet samen. Het laat de echte machtsverhoudingen buiten schot. En laat eerder scheidsmuren zien.
    Daarbij valt op dat de ‘bovenste” 6 klassen worden genoemd naar werk, inkomen of opleiding. Onderaan bungelt de klasse met als speciaal label: “precariaat” . Ik heb de heer Vrooman van het SCP eens gevraagd waarom die term zo anders is dan de andere zes. En of dat niet een zeker waardeoordeel van de onderzoekers weergeeft. Het antwoord luidde dat die term internationaal wordt gebruikt………

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *