Wijkpreventie gebaat bij afstemming op vele niveaus

Voor duurzame oplossingen in aandachtswijken is multi-level onderzoek nodig, schreef Fenna van Marle eerder op deze site. Jet Bussemaker, Roos van Lammeren en Suzan van der Pas delen die opinie, maar dan wel samen met onderzoek naar domeinoverstijgend samenwerken.

In aandachtswijken komen veel sociale problemen samen die vaak lastig van elkaar zijn te onderscheiden. We weten dat inwoners gemiddeld acht jaar korter leven dan anderen, en maar liefst zo’n 24 jaar in mindere gezondheid (CBS, 2024). Dat is geen gevolg van ontbreken van gezondheidszorg, maar vaak een optelsom van tegenslag op veel andere terreinen. Dat kan gaan om opgroeien in een onveilige buurt, onderadvisering op school, wonen in een tochtig huis, huiselijk geweld, discriminatie, inkomensproblemen en schulden, om er maar enkele te noemen.

Vele initiatieven sterven als gevolg van ‘pilotitis’ een stille dood

Aan goede bedoelingen om hier iets aan te doen geen gebrek: landelijk, regionaal, stedelijk en in de wijk worden talloze initiatieven genomen. Zo veel, dat betrokkenen in de wijk door de bomen het bos niet meer zien, en vele initiatieven als gevolg van ‘pilotitis’ (overdreven neiging om pilots uit te voeren en met de uitkomsten daarvan – ook als die succesvol zijn – vervolgens niets meer te doen, red.) een stille dood sterven.

De oorzaak daarvan ligt deels in het niet goed afgestemd zijn van initiatieven op diverse bestuurlijke niveaus. Daarom is niet alleen meer multi-level onderzoek – een combinatie van kwalitatief onderzoek naar groepen bewoners, via kwantitatief onderzoek op wijk, stedelijk en landelijk niveau – nodig (Van Marle), maar ook onderzoek naar domeinoverstijgend samenwerken.

We concentreerden ons op domeinoverstijgende samenwerking, met bijzondere aandacht voor multi-level governance

Dat is precies wat wij de afgelopen jaren deden in Den Haag in ons onderzoek naar wat nodig is om problemen in aandachtswijken echt aan te pakken (als onderdeel van de netwerkorganisatie Gezond en Gelukkig Den Haag en met een extra impuls van de preventiecoalitie van het ministerie van VWS).

We concentreerden ons op domeinoverstijgende samenwerking, waarin professionals, beleidsmakers, zorgverzekeraars en bewoners elkaar proberen te vinden, met bijzondere aandacht voor multi-level governance (bestuurlijke afstemming en aansturing en samenwerking op verschillende schaalniveaus, red.). We delen drie geleerde lessen.

Met een coalition of the willing

Les één richt zich op de verticale samenwerking tussen alle bestuurlijke lagen die relevant zijn voor duurzame verandering. Waar die verticale relatie nog wel eens top-down wordt gezien – het beleid maakt de kaders, de professionals voeren uit – werkten wij omgekeerd, namelijk via een community-up aanpak. De kracht en leefwereld van inwoners stonden centraal.

Inwoners weten vaak goed wat nodig is, wij verbinden dat met beleid en bestuur

Inwoners weten vaak goed wat nodig is, wij verbinden dat met beleid en bestuur. Dat stelt ons wel voor extra uitdagingen. Zo werken wij met een coalition of the willing, mensen met enthousiasme en (informeel) gezag en niet zozeer met officiële representanten vanuit diverse organisaties. Dat is lastiger omdat er geen gegeven kaders zijn, maar geeft meer garanties om niet sturend te zijn bij de uitvoering van de initiatieven in de wijk, maar ondersteunend.

Informele verbindingen van levensbelang

Een tweede les gaat over de horizontale samenwerking en richt zich op het grote belang van informele verbindingen tussen burgers onderling en tussen burgers en professionals. Daar ligt veranderkracht, zeker gezien het gebrek aan vertrouwen of zelfs angst voor instituties in veel aandachtswijken.

Onze les is dat de samenredzaamheid in sociale netwerken de kracht van inwoners laat zien en veel beter benut kan worden als gemeentebeleid dit faciliteert en ondersteunt. Het team Verbinders in Moerwijk is daar een voorbeeld van.

De teamleden lopen dagelijks door de wijk

De teamleden, een psychotherapeut, maatschappelijk werker, verpleegkundige en een opbouwwerker, lopen dagelijks door de wijk, zijn aanwezig in de buurtkamers en hebben inmiddels een nauwe samenwerking met het informele netwerk in de wijk en met diverse professionals, zoals ggz-teams, huisartsen, wijkagenten, helpdesk geldzaken en beweegconsultenten. Zo kunnen zij inwoners op weg helpen naar de juiste ondersteuning.

Context bepalend in wijkpreventie

Een derde les is dat de context een bepalende factor is voor het al dan niet slagen van een interventie. Het beste voorbeeld van een benadering waarbij de context leidend is, is misschien wel de wijkpreventieaanpak die de afgelopen vier jaar in Den Haag is ontwikkeld. Onder voorzitterschap van de directeur van de GGD kwamen beleidsmakers, bestuurders, professionals en onderzoekers bij elkaar om de preventie in aandachtswijken te verbeteren.

Al ras ontdekte men dat de verschillen tussen buurten en wijken groot waren

Al snel ontdekte men niet alleen dat de verschillen tussen buurten en wijken groot waren, maar ook dat burgers zich niet betrokken voelden. Via een participatief actie-onderzoek ontwikkelden we een community-up aanpak waarbij inwoners zelf mede de interventies bepaalden. Dat leidde tot mooie projecten en initiatieven, bijvoorbeeld met de Moerwijk Moeders die met elkaar een idee voor een peutercafé in de wijk ontwikkelden.

Onder de noemer van de wijkpreventieaanpak heeft deze manier van werken nu een structurele plek binnen de Haagse Preventieaanpak die de GGD uitvoert. Nadrukkelijk zonder dat men in elke wijk precies hetzelfde moet doen. De context wordt centraal gesteld door het lokale netwerk en de cultuur van samenwerken in een wijk te respecteren.

Bestuurders willen graag vaak snelle resultaten

Overigens klinkt dat in theorie wellicht logisch, maar is de praktijk weerbarstig. Professionals hebben te maken met kaders en verantwoording van hun eigen organisaties. Bewoners hebben niet altijd het (zelf)vertrouwen dat hun inzet écht ergens toe kan leiden. Laat staan tot iets wat langere tijd bestaansrecht heeft. Bestuurders willen graag vaak snelle resultaten, terwijl het werken aan vertrouwen en samen leren van ervaringen veel tijd en aandacht kost.

Voorwaarde: gelijkwaardig multi-level

Inderdaad is multi-level onderzoek nodig, maar dat moeten we combineren met multi-sector onderzoek, waarbij het evalueren van domeinoverstijgende samenwerking centraal staat.

Voorwaarde is dat multi-level ook daadwerkelijk gelijkwaardig multi-level is, zodat we niet veronderstellen dat regionale en landelijk beleid belangrijker is dan micro-processen in de wijk. Onze les is dat een community-up aanpak in de wijk vaak tot meer duurzaam resultaat kan leiden.

Jet Bussemaker is hoogleraar Wetenschap, Beleid en Maatschappelijke Impact, in het bijzonder in de zorg aan de Health Campus Den Haag, LUMC en Instituut Bestuurskunde FGGA, Universiteit Leiden. Roos van Lammeren is promovendus aan de Health Campus Den Haag, LUMC. Suzan van der Pas is universitair hoofddocent aan de Health Campus Den Haag, LUMC en lector Sociale Innovatie aan Hogeschool Leiden.

 

Foto: Buurtteam Moerwijk