Verplichte keuze levert orgaandonoren op

Nederland kampt met een groot tekort aan orgaandonoren. Op 1 januari 2011 stonden er 1300 mensen op de wachtlijst voor orgaantransplantatie. Belangenorganisaties pleiten voor een ander donorregistratie-systeem. Minister Schippers houdt vast aan het huidige systeem. Verplichte keuze kan uitweg bieden.

Het huidige donorregistratiesysteem in Nederland is een opt-in systeem. Dit houdt in dat een burger na overlijden geen donor is, behalve als hij of zij hiervoor expliciet toestemming heeft gegeven. De meeste Europese landen hanteren een opt-out systeem. Dat komt erop neer dat elke burger donor is behalve wanneer hij of zij hier expliciet bezwaar tegen heeft gemaakt.

Belangenorganisaties zijn ervan overtuigd dat het opt-out systeem tot meer donaties leidt en pleiten voor een stelselwijziging. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft onlangs tot grote ergernis van de deze organisaties gekozen voor behoud van het huidige opt-in systeem. Ze gebruikt daarvoor twee argumenten. Een opt-out systeem zou het recht op zelfbeschikking schaden en er zou twijfel bestaan over de effectiviteit ervan. De minister kiest daarom voor een verbetering van de praktische uitvoering van het bestaande systeem. En voor een voortzetting van de wervingscampagnes.

Argumenten voor opt-out
Zowel in de gedragseconomie als in de gezondheidseconomie is er veel aandacht voor de vraag of het donorregistratiesysteem van invloed is op het aantal donoren binnen een land. In tegenstelling tot de minister menen economen dat een opt-out systeem wel tot meer donaties leidt.Daarvoor dragen zij drie argumenten aan. In een opt-out systeem is elke burger donor behalve wanneer hij bezwaar aantekent. Door deze opzet lijkt het alsof de beleidsmakers orgaandonatie impliciet ondersteunen. En dat heeft een positieve invloed op beslissing van de burger om zich te registreren als donor.

Het tweede argument is dat de burger in het opt-out systeem moeite moet doen om zich uit te schrijven. En dat voor iets, de eigen sterfelijkheid, waarover hij liever niet nadenkt. In een opt-in systeem leidt diezelfde houding ertoe dat de burger zich niet als donor laat registreren. Wat niet wil zeggen dat hij er pertinent tegen is om zijn organen af te staan. De burger wil gewoon niet over de dood nadenken.

Tot slot zijn mensen in de regel gewoon een status quo te accepteren. Is de status quo (opt-in systeem) ‘geen orgaandonatie’, dan hebben veel mensen hier vrede mee. Waarschijnlijk hebben diezelfde mensen ook vrede met een systeem waarbij de status quo (opt-outsysteem) ‘wel orgaandonatie’ is.

Een positief effect van opt-out systemen
Minister Schippers stelt dat het opt-out systeem het recht op zelfbeschikking schaadt, maar het blijft in haar brief aan de Kamer onduidelijk op welke gronden zij deze claim baseert. In zowel het opt-in als het opt-out systeem hebben burgers de mogelijkheid om expliciet hun wensen aan te geven. Het enige wat de stelselwijziging zou veranderen, is hoe om te gaan met situaties waarin niet bekend is wat de persoon zelf had gewild. In beide systemen zal de staat in een dergelijk geval een beslissing moeten nemen. De minister maakt niet duidelijk waarom het niet naleven van een (onbekende) voorkeur tegen donorschap een grotere inbreuk is op zelfbeschikking dan het niet naleven van een (onbekende) wens tot orgaandonatie. Dit spreekt in het voordeel van een opt-out systeem, te meer daar het niet naleven van een (onbekende) wens op orgaandonatie zowel de potentiële donor als de potentiële ontvanger schaadt.

Ook stelt minister Schippers dat uit onderzoek niet eenduidig blijkt dat een opt-out systeem tot meer donoren leidt. In Oostenrijk, België en Singapore is onderzocht of de overstap naar een opt-out systeem tot meer donaties leidt. Afhankelijk van het land en de specifieke donaties is sprake van een verdubbeling tot een verzesvoudiging van het aantal donaties. Maar omdat een stelselwijziging gepaard gaat met publiciteit, een andere organisatie en infrastructuur is niet met zekerheid te stellen dat de gevonden toename puur aan de stelselwijziging te wijten is.

Onderzoek kan plaatsvinden door landen met elkaar te vergelijken, en statistisch te corrigeren voor andere factoren die een invloed hebben op het aantal donaties. Zulk onderzoek lijkt een toename te suggereren van tussen de twintig en dertig procent in het aantal donaties per miljoen inwoners. Echter, vergelijkingen tussen landen bewijzen geen causaliteit. En vergelijkingen voor en na de invoering van opt-out systemen tonen evenmin onomstotelijk aan dat de toename in het aantal donaties door het opt-out systeem en niet door andere hervormingen is veroorzaakt. Maar dit soort problemen zijn inherent aan beleidsonderzoek en nemen niet weg dat het beeld dat op het moment uit de literatuur naar voren komt sterk wijst naar een positief effect van opt-out systemen op orgaandonaties.

Verplichte keuze
Op dit moment lijkt een opt-out systeem in Nederland politiek niet haalbaar. Wij stellen daarom een systeem van verplichte keuze voor. In Nederland is iedereen van 14 jaar en ouder verplicht een identiteitsbewijs, zoals een identiteitskaart, paspoort of rijbewijs bij zich te hebben. Die documenten moeten om de paar jaar verlengd worden. Het is relatief simpel om bij het verkrijgen van een nieuw identiteitsbewijs burgers te verplichten de vraag te beantwoorden of zij orgaandonor willen zijn. Op termijn zal zo voor elke burger een bewuste keuze over donorschap geregistreerd zijn. Hierdoor wordt burgers geen specifieke keuze opgedrongen, zoals bij het opt-in en opt-out systeem het geval is.

De prominente gedragseconoom Richard Thaler is een sterk voorstander van een verplichte keuze-systeem. In zijn thuisstaat Illinois, in de Verenigde Staten, is dit systeem van kracht. Ruim zestig procent van de bevolking heeft zich inmiddels opgegeven als donor, een getal ver boven het Amerikaanse gemiddelde van ongeveer 38 procent. Verleden jaar werd professor Thaler ingevlogen om te spreken op een bijeenkomst georganiseerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zijn pleidooi voor hervorming van het donorregistratiesysteem lijkt geen effect te hebben gehad op het politieke denken over orgaandonatie.

Aurélien Baillon en Dennie van Dolder zijn gedragseconomen verbonden aan Erasmus School of Economics. Dit, bewerkte, artikel is eerder deze maand verschenen in Economie Opinie, het opinieplatform van de Economische faculteit van de Erasmus Universiteit.

Deel met anderen
Dit artikel behandelt het vraagstuk Gezondheidszorg, Regulering. Bewaar de permalink. Volg reacties op dit artikel via RSS feed van dit artikel. Reageer of laat een trackback achter.

Eén reactie

  1. W. Fred van Raaij
    Geplaatst 30 maart 2011 om 17:39 Permalink

    Opt-out systemen leveren inderdaad meer donoren op dan opt-in systemen, maar dit zijn vaak minder gemotiveerde donoren of donoren die de beslissing voor donatie voor een groot deel of geheel laten afhangen van de arts of van nabestaanden. Dit betekent dat per saldo het netto eindresultaat van beschikbare organen voor beide systemen niet veel verschilt.

    Bij een opt-out systeem gaan veel organen ‘verloren’ doordat de arts of de nabestaanden de bereidheid van de donor niet erg hoog inschatten en dan als arts of nabestaanden beslissen niet te doneren.

    Ik denk dat de hoogste ‘opbrengst’ van organen verkregen wordt door potentiele donoren actief te benaderen om een gemotiveerde deelname aan het donatieprogramma te verkrijgen. Deze gemotiveerde deelname is overtuigend voor artsen en nabestaanden, die dan niet willen afwijken van de wens van de overledene.

    Fred van Raaij, Universiteit van Tilburg

Reageer!

Uw e-mailadres wordt nooit gepubliceerd of met derden gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*
*

×