Al sinds de middeleeuwen klagen oudere generaties dat de jeugd niet deugt en moreel het spoor bijster is. Emeritus hoogleraar Pedagogiek en ontwikkelingspsycholoog Micha de Winter heeft zich in zijn wetenschappelijke en zijn privéleven altijd tegen die opvatting gekeerd. Volgens hem wijst die telkens terugkerende klacht er vooral op dat volwassenen zich maar moeilijk kunnen voorstellen dat de jeugd dingen anders wil en andere zaken belangrijk vindt.
Problematisch
Omgekeerd vindt De Winter echter ook dat je moet oppassen om jongeren tot changemakers te bombarderen. ‘Dan is het net alsof we zeggen dat de volgende generatie de grote maatschappelijke problemen wel even zal gaan oplossen. Daarmee zadelen we jongeren op met taken die we zelf links laten liggen.’ Hij vindt het begrip changemaker hoe dan ook problematisch. ‘Op zich is het waardevol dat jonge mensen met nieuwe ideeën komen over hoe de samenleving kan worden ingericht. De benodigde kanttekening hierbij is dat er ook altijd jongeren zijn die de samenleving in een richting willen veranderen waarvan je je kunt afvragen of dat vanuit democratisch en rechtsstatelijk perspectief wel zo wenselijk is.’
‘We moeten onze kinderen leren om de ander in al zijn doen en laten te respecteren’
Change is geen neutraal begrip, zegt De Winter. ‘Als je het op een continuüm zou afzetten, dan tref je in westerse samenlevingen als de onze aan het ene uiteinde groepen aan die vinden dat we (weer) zouden moeten geloven in de suprematie van de witte, christelijke, patriarchale westerse cultuur. Aan het andere uiteinde vind je groepen die waarde hechten aan de ontwikkeling van een medemenselijke en democratische samenleving die niemand uitsluit of achterstelt.’
Tot welke verandering jongeren zich aangesproken voelen, hangt er volgens De Winter vooral van af of docenten en andere opvoeders hen kunnen enthousiasmeren voor een samenleving waarin mensen elkaar niet met de knuppel te lijf gaan als ze er andere opvattingen op nahouden of anders zijn. Historicus en auteur Rutger Bregman corrigerend, stelt De Winter dat mensen kúnnen deugen. ‘Daar moeten we met z’n allen wel ons stinkende best voor doen, bijvoorbeeld door onze kinderen van jongs af aan te leren om de ander in al zijn gevarieerde doen en laten te respecteren.’
Goed onderwijs
Goed onderwijs is vandaag de dag veel meer dan overdracht van kennis, aldus De Winter. ‘Als het goed is, biedt het jongeren ook de ruimte om op eigen wijze bij te dragen aan een vrije, rechtvaardige en solidaire samenleving.’ Een groot verschil met de gangbare praktijk tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.
‘Met humaniteit of medemenselijkheid cultiveren, kan een samenleving niet vroeg genoeg beginnen’
Toen vervulde het onderwijs een geheel andere rol. Het stoomde jongeren klaar voor deelname aan een samenleving waarin ieders rol zo ongeveer vastlag. Toen die aanpak begon te wringen, hebben we ons daarvan bevrijd, maar we hebben het kind met het badwater weggegooid. De Winter: ‘Weliswaar kunnen we meer dan voorheen onszelf zijn en van onze vrijheid genieten, maar we zijn de ander gaandeweg uit het oog verloren. Als we dat niet rechtzetten, dan bestaat het risico dat straks het belang van dat ene individu of die ene groep dat van anderen overheerst. Ik heb de indruk dat zij die jongeren als changemakers zien, die mogelijkheid over het hoofd zien.’
Recht in eigen hand
Democratie en medemenselijkheid zijn niet vanzelfsprekend, aldus De Winter. Hij refereert aan de filosofe Martha Nussbaum, die aangaf dat je humaniteit of medemenselijkheid moet cultiveren. ‘Met dat continue leerproces kan een samenleving niet vroeg genoeg beginnen, bij kinderen en jongeren dus.’
Onderwijs moet jonge mensen leren op reis te gaan in de gedachtewereld van de ander
Via onderwijs moet de jeugd leren omgaan met anders zijn en anders denken. In de woorden van de filosofe Hannah Arendt: onderwijs moet jonge mensen leren op reis te gaan in de gedachtewereld van de ander. De reis naar andermans gedachtewereld wordt lastig, zo niet onmogelijk, als groepen jongeren elkaar niet meer tegenkomen. Als theoretisch en praktisch opgeleide jongeren in volstrekt gescheiden bubbels leven en niet meer in staat zijn om zich in de ander te verplaatsen. ‘De samenleving kan dat op zijn beloop laten, maar dan moeten we er later niet raar van opkijken als jongeren zich aangetrokken voelen tot bewegingen die het recht in eigen hand gaan nemen.’
Nihilistisch
De Winter hanteert hoop en perspectief als uitgangspunten voor opvoeding en onderwijs. Hij heeft niets op met de gedachte dat ‘hoop het kwaadste der kwaadste is, omdat zij de marteling verlengt’. ‘Dat is nihilistisch. Voor mij gaat hoop over perspectief, over mogelijkheden zien om dingen te veranderen.’
Voor een optimistische en positieve interpretatie moeten we echter niet bij de zojuist geciteerde negentiende-eeuwse filosoof en cultuurcriticus Friedrich Nietzsche zijn, wel bij de twintigste-eeuwse Braziliaanse onderwijshervormer Paolo Freire. Die schreef in zijn boek De pedagogie van de onderdrukten dat het hoopgevend kan zijn als je met elkaar nadenkt over hoe de wereld in elkaar zit en waarom sommige dingen fout gaan en onrechtvaardig zijn. Dat betekent overigens niet dat je dingen zomaar kunt veranderen. Aan verandering moet je werken, en daarvoor zijn volharding, tijd en geduld onmisbaar.
‘Agency betekent ook dat je beseft dat je niet altijd en overal je zin krijgt’
Onder andere op de ideeën van Freire en de filosoof en psycholoog John Dewey inhakend, zou de nadruk binnen het onderwijs volgens De Winter veel meer moeten liggen op de ontwikkeling van agency bij jongeren. Op het ontwikkelen van hun vermogen om de omgeving bewust en doelgericht te beïnvloeden. ‘Dat kan voor ouders en autoriteiten best eng zijn, want misschien zeggen jongeren straks wel dat ze vinden dat het op school, thuis en in de buurt helemaal anders moet. Ter geruststelling: het ontwikkelen van agency is een oefening in de kunst van het veranderen én van het ontdekken van grenzen. Agency betekent namelijk ook dat je beseft dat je niet altijd en overal je zin krijgt.’
Pedagogie van de hoop
De Winter gelooft stellig in wat hij ook wel ‘de pedagogie van de hoop’ noemt. Van modieuze begrippen als changemaker en ‘participatie’ wordt hij langzamerhand sceptisch. ‘Te vaak vergeten de protagonisten ervan dat jouw wil geen wet kan zijn in een democratie en dat niet alles wat je voorstelt mogelijk is.’ Zijn advies: kijk eerst met z’n allen naar wat mogelijk is binnen de kaders van de democratische rechtsstaat.
Jan van Dam is freelancejournalist.