Te weinig goede hulp voor LHBTI-jongeren zonder thuis

In Nederland worden nog steeds lesbische, homo, biseksuele, transgender of intersekse (LHBTI) jongeren door hun familie afgewezen. Jongeren lopen weg of worden op straat gezet. Zowel voor jeugdhulpverleners als LHBTI-belangenorganisaties lijken deze jongeren nog een blinde vlek.

In opdracht van de gemeente Amsterdam en het Bestuurlijk Overleg Zwerfjongeren onderzocht Movisie in het project Out on the Streets hoe de hulp voor deze jongeren beter kan.

Cijfers

Hoewel er binnen Nederland cijfermatig onderzoek wordt gedaan naar dak- en thuisloze jongeren én naar LHBT-jongeren, is er nog onvoldoende bekend over een combinatie van de twee. We weten we dat er in 2016 zo’n 12,4 duizend dakloze jongeren tussen 18 en 30 jaar in Nederland waren. Het aantal thuisloze jongeren is niet bekend. Als we uitgaan van de feiten en cijfers over LHBTI, zijn van deze jongeren 620 lesbo, homo of bi, 81 transgender en 62 hebben een intersekse conditie - wat de totale groep LHBTI-dakloze jongeren op 763 brengt. Wat afwijzing van ouders betreft: in 2014 zei 1 op de 6 geboren Nederlandse ouders er problemen mee te hebben als hun kind homoseksueel is en onder ouders met een migrantenachtergrond ligt dat aantal bijna tweemaal zo hoog.

In de kast bij jeugdhulp

De jeugdhulpverleners die de geïnterviewde jongeren tegenkwamen, maakten de seksuele oriëntatie en gender-identiteit van hun cliënten niet tot een onderwerp van gesprek: ‘Ze vragen misschien of je een relatie hebt en dan zeg je ja, maar ze vragen niet door of je op jongens of op meisjes valt’.

Jongeren kijken de kat uit de boom en laten hun seksuele oriëntatie in het midden, zoals dit lesbische meisje: ‘Als de hulpverlener dan vraagt of ik een relatie heb, zeg ik ja, en ik zeg ook hoe lang. Maar verder wacht ik af of ze vraagt of het een meisje of een jongen is. Als ik dan een meisje zeg, kijk ik goed hoe diegene reageert’.

Ook zijn er jongeren die zichzelf heteroseksueel noemen om zeker te zijn dat ze verder geholpen worden. Eén respondent zegt hierover: ‘Voor mijn bestwil zei ik dan dat ik op jongens val. Als mij dat verder helpt dan ga ik me zo opstellen’.

Jongeren interviewen jongeren

Bij Out on the Streets deed Movisie participatief actieonderzoek: medeonderzoekers uit de doelgroep interviewden 15 thuisloze LHBTI-jongeren in Amsterdam en ze bevroegen professionals in een focusgroep. Op donderdag 19 juli vanaf 14 uur is er in de Tolhuistuin een bijeenkomst waar de resultaten van 'Out on the streets' worden gepresenteerd. De onderzoeksresultaten worden vertaald in het jeugdbeleid en in de Roze Agenda van de gemeente Amsterdam. Het rapport is vanaf 19 juli te lezen op Movisie.nl.

LHBTI-organisaties niet voor deze jongeren

In Amsterdam werken zo’n zeventien LHBTI-belangen- en zelforganisaties aan het ondersteunen van LHBTI-jongeren. De nadruk ligt veelal op voorlichting, ontmoeting en het organiseren van evenementen. Geen van de jongeren die we interviewden had ervaring met dit aanbod. Geen hulpverlener verwees ze ooit door en ook zelf hadden ze deze organisaties niet gevonden.

Deze mismatch tussen LHBTI-organisaties en jongeren zonder thuis is opvallend. Uit Amsterdams onderzoek in 2013 naar LHBT-specifieke hulpverlening bleek dat de belangenbehartigingsorganisaties, vergeleken met andere aanbieders van hulp, de meeste LHBTI-jongeren in beeld hebben. Dat lijkt niet te gelden voor LHBTI-jongeren zonder thuis.

Een persoonlijke benadering en aanbod voor ouders mist

Jongeren zelf zien twee belangrijke verbeterpunten: een meer persoonlijke benadering én aanbod voor ouders en familie. Jongeren hebben behoefte aan hulpverleners die aandacht voor ze hebben en écht op de juiste momenten meedenken in plaats van vragenlijsten en protocollen te volgen.

Ook vinden ze dat er cursussen en training nodig zijn voor ouders. Nog te vaak weten ouders niks van LHBTI-zijn en wordt er thuis negatief of niet over gesproken. Dat hier mogelijkheden voor verbetering zijn, laat het aanbod van zowel hulporganisaties als LHBTI-organisaties in Amsterdam zien: wij vonden slechts één project dat zich richt op ouders én jongeren.

Michelle Emmen werkt bij Movisie.

Foto: Emanuele Toscano (Flickr Creative Commons)