Anchrit Wille, bijzonder hoogleraar Transities in de Publieke Sector aan de Universiteit Leiden, vindt het noodzakelijk dat mensen voor deelname aan onderzoek worden betaald. ‘De huidige trend is dat mensen telkens minder zin of tijd hebben om aan onderzoek mee te doen. Met betaling kun je ze overhalen om alsnog een vragenlijst in te vullen of aan een survey-onderzoek mee te doen.’
‘Ik verwacht dat je meer respondenten krijgt, hopelijk van een gemêleerdere samenstelling’
‘Of het nu een eenvoudige vragenlijst, een uitgebreid survey-onderzoek of een longitudinaal onderzoek is; in alle gevallen worden onderzoekers geconfronteerd met een groeiende non-respons. Daar komt nog bij dat sommige groepen systematisch ondervertegenwoordigd zijn bij onderzoeken. Als je die beide manco’s kunt verhelpen door mensen een beloning toe te zeggen voor hun deelname aan je onderzoek, waarom niet? Hoeveel je ze betaalt, moet je laten afhangen van wat je van je respondenten vraagt en hoeveel tijd ze eraan kwijt zijn. Als je de loodgieter laat langskomen, betaal je die per slot van rekening ook per uur.’
Hogere kwaliteit
Wille: ‘Ik verwacht dat je meer respondenten krijgt als je mensen betaalt, hopelijk van een gemêleerdere samenstelling dan nu vaak het geval is. Een grotere diversiteit aan respondenten kan ertoe leiden dat je een andere verdeling van antwoorden naar rubrieken krijgt, maar dat hoeft geen gevolgen te hebben voor de validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek. Integendeel, hoe beter je steekproef een representatieve afspiegeling is van de onderzoekspopulatie, hoe hoger de kwaliteit van je bevindingen.
‘Betaling ‒ aan respondenten en/of commerciële onderzoeksbureaus ‒ kan altijd leiden tot vertekening van onderzoeksresultaten’
Universitaire onderzoekers doen zelf vaak geen survey-onderzoek meer omdat dat qua tijd en capaciteit vrijwel onmogelijk is geworden. Een onderzoeker kan misschien nog wel honderd respondenten bij elkaar schrapen, maar als je het hebt over een iets grotere steekproef van pakweg duizend mensen dan is hij of zij aangewezen op ondersteuning van commerciële onderzoeksbureaus. Die specialisten werven respondenten en betalen ze eventueel ook.’
Vertekening van resultaten
Wille: ‘Om de wetenschappelijke kwaliteit van onderzoek te kunnen controleren, worden er met de onderzoeksbureaus afspraken gemaakt over de samenstelling van de steekproef, over de manier waarop die getrokken wordt, over de vragen die worden gesteld en over de manier waarop de antwoorden worden gewogen. Het is nooit uit te sluiten dat er ruis op de lijn komt die van invloed kan zijn op de betrouwbaarheid en de validiteit van onderzoek. Dat risico bestaat altijd, ook zonder dat je een commerciële partij inhuurt. Als wetenschapper probeer je dat risico wel zo klein mogelijk te houden. Belangrijk daarbij is dat je bij elke stap van het onderzoek rekening houdt met de mogelijke implicaties van je keuzes.
Betaling ‒ aan respondenten en/of commerciële onderzoeksbureaus ‒ kan altijd leiden tot vertekening van onderzoeksresultaten, maar, en dat wil ik graag benadrukken, de vertekening door onvoldoende gevarieerde respons is veel ernstiger.’
Gevolgen voor uitkering
Inge Goorts is strategisch adviseur en projectleider Gezondheid en Migratie bij Pharos. Zij vindt het niet meer dan billijk om mensen te honoreren voor hun deelname aan onderzoek. De onderzoeker werkt immers ook niet voor niets. ‘Zodra de discussie over vergoeding gaat, hebben we het met z’n allen echter al snel over geld. Maar je kunt ook kijken naar wat iemand nodig heeft. Ik organiseerde laatst een groepsinterview en heb de deelnemers gevraagd hoe zij dat wilden vormgeven. Hun wens was om samen te eten. Ik heb voor het groepsinterview een gezellige bijeenkomst georganiseerd met een lekkere maaltijd. En voor de gelegenheid ook het buurthuis versierd. Deze deelnemers kozen voor gezellig samenzijn boven geld.’
‘Mijn ervaring is dat veel mensen de gelegenheid tot actieve deelname verkiezen boven een cadeaubon’
‘Hoe je deelnemers aan onderzoek beloont, moet altijd afhankelijk zijn van wat zij zelf willen, en van wat je van ze vraagt. Wil je dat ze een vragenlijst invullen, een interview doen, of wil je dat ze helpen het onderzoek mede vorm te geven? Het is beslist niet zo dat hoe meer tijd mensen kwijt zijn aan hun medewerking, hoe vaker ze voor geld kiezen.
Integendeel, mijn ervaring is dat veel mensen de gelegenheid tot actieve deelname verkiezen boven een cadeaubon of een over het algemeen niet al te riante geldelijke beloning. Vanuit hun intrinsieke motivatie dragen ze liever bij aan de vormgeving en uitvoering van onderzoek, zelfs al kost ze dat soms flink wat tijd. Daar komt nog bij dat betaling soms ook niet goed past bij iemands situatie. Een financiële vergoeding kan bijvoorbeeld ongewenste gevolgen hebben voor degenen met een uitkering.’
Sleutelpersonen
Goorts: ‘Zelf werk ik vaak samen met sleutelpersonen. Zij helpen me om vragen in hun gemeenschap op te halen en denken mee over hoe onderzoek in dit specifieke geval het beste kan worden vormgegeven. Bij die werkwijze – co-creatie, in jargon – doet een onderzoeker samen met de mensen om wie het gaat onderzoek, en denken ze gezamenlijk na over oplossingen. Dat dit nog te weinig gebeurt, kan een verklaring zijn voor onderzoeksmoeheid. Hoe kan het ook anders, als mensen uit de doelgroepen vaak op verschillende momenten en door meerdere onderzoekers vragen krijgen voorgelegd en vervolgens nooit meer iets van de onderzoekers horen, laat staan dat ze nog iets van de bevindingen kunnen vinden. Een sleutelpersoon die als co-onderzoeker bij mijn onderzoek betrokken wordt, krijgt hier uiteraard ook voor betaald. Net zoals ik.’
‘De vrouwen hoefden er niets voor te hebben; dat mijn collega echt had geluisterd, was belangrijker’
‘Mensen betalen, is hoogstens een partiële oplossing voor onderzoeksmoeheid. Onlangs sprak ik een collega die onderzoek deed naar de toegang tot geboortezorg bij een bepaalde groep. Vrouwen uit die groep stelden zich eerst gereserveerd op. Ze waren niet overtuigd van de zin van haar onderzoek. Ze waren het moe om straks weer dezelfde vragen te moeten beantwoorden. Ze gaven aan dat hun problemen op een heel ander vlak lagen. Door daarover in gesprek te gaan en echt te luisteren, heeft mijn collega een relatie met de vrouwen kunnen opbouwen. Ze heeft met medewerking van de voorheen kritische vrouwen alsnog haar onderzoek kunnen doen en de aanbevelingen van de vrouwen opgevolgd, haar onderzoek aangescherpt en uitgevoerd. De vrouwen hoefden er niets voor te hebben; dat mijn collega echt naar hen had geluisterd en meedacht in oplossingen, was voor hen veel belangrijker.’
Jan van Dam is freelancejournalist.
Foto: European Central Bank (Flickr Creative Commons)