Onlangs stelde Eric ten Hulsen in een essay dat problematiek in het sociaal domein vaak als ‘complex’ wordt aangeduid als meerdere organisaties betrokken zijn. De gezinnen waar het om gaat worden vervolgens bestempeld als ‘multiprobleemhuishoudens’.
Volgens Ten Hulsen ligt de complexiteit echter niet zozeer bij de gezinnen zelf, maar bij de versnipperde organisatie van hulp- en dienstverlening. Structuren en sturing zijn gefragmenteerd, waardoor professionals veel energie kwijt zijn aan afstemming in plaats van aan daadwerkelijke ondersteuning van gezinnen.
De analyse laat een andere minder benoemde factor buiten beschouwing
Deze analyse is herkenbaar en deels terecht. Maar zij laat een andere – minder benoemde – factor buiten beschouwing. De vraag is namelijk of de moeizame aanpak van multiproblematiek alleen te verklaren is door institutionele versnippering.
Generalistisch specialisme
Binnen het sociaal domein heerst de aanname dat afgestudeerde sociaal werkers beschikken over een stevige multimethodische basis. De praktijk laat echter iets anders zien. Veel sociaal werkers beschikken over wat je zou kunnen noemen multimethodische fragmenten: een beetje presentiebenadering, wat motiverende gespreksvoering, een snufje systeemgericht werken, iets van oplossingsgericht werken en incidenteel een specifieke interventie. Iedere sociaal werker bekijkt en benadert de multiprobleemcasus vanuit de eigen hokjes. Het resultaat is een methodische gatenkaas.
De complexe problematiek laat zich niet reduceren tot één interventielogica
In de ideale situatie zijn sociaal werkers echter specialisten in psychosociale stress. Zij zijn allemaal methodisch toegerust voor een breed scala aan alledaagse stresssituaties. Dat ‘generalistisch specialisme’ van sociaal werkers lijkt in de naamgeving op de competentie van huisartsen: ‘specialist in generalisme’ zoals hoogleraar huisartsgeneeskunde Anneke Kramer het benoemde.
Multimethodisch vakmanschap betekent daarom dat sociaal werkers niet afhankelijk zijn van één dominante aanpak. Ze kunnen schakelen tussen verschillende interventies, afhankelijk van de context, de levensfase en de aard van de stress-situatie. Juist bij multiproblematiek is dat essentieel, aangezien niet-medische klachten – of psychosociale stressklachten – vaak onderling verweven zijn, zoals:
- financiële stress
- relatieconflicten
- rouw en verlies
- eenzaamheid
- opvoedproblemen
- werkloosheid
- identiteitsvragen
- discriminatie
- psychische overbelasting
Deze complexe multilevel problematiek laat zich niet reduceren tot één interventielogica.
Kostbare praktijk
Even terug naar de methodische gatenkaas, om de gevolgen daarvan te laten zien. In een Wmo-cultuur waarin iedere sociaal werker zijn eigen ‘voorkeursmethode’ heeft en zijn eigen ‘gereedschapskist’ samenstelt, ontstaat een begrijpelijke maar kostbare praktijk: doorverwijzen. Zodra een casus meerdere leefdomeinen raakt – schulden, relatieproblemen, psychische klachten, opvoedstress – ontstaat al snel de reflex: ‘Dit is niet mijn cup of tea.’
Er ontstaat kokervisie in plaats van zicht op en aanpak van het totaalplaatje
Doorverwijzen wordt dan het devies. Deze reflex is niet het gevolg van onwil of incompetentie van individuele professionals. Zij weerspiegelt vooral een structureel probleem: opleidingen bieden steeds minder een samenhangend minimumpakket aan multimethodische competenties dat aansluit bij de breedte van multiproblematiek. Daardoor spelen sociaal werkers in op stressoren op een beperkt aantal leefdomeinen. Zo ontstaat kokervisie in plaats van zicht op en aanpak van het totaalplaatje.
Alle deelaanpakken zijn relevant, maar de onderlinge wisselwerking en stress-veerkracht dynamiek wordt onzichtbaar gemaakt. Terwijl juist de dominostenen van werking en stapeling van stressoren zo eigen zijn aan multiproblematiek.
Methodisch vakmanschap
Solide sociaal werkers werken multimethodisch. Zij baseren hun handelen op een duidelijke body of knowledge en body of skills van het sociaal werk. Wanneer professionals beschikken over een breed repertoire aan bewezen interventies, ontstaat er iets wat veel sociaal werkers zelf benoemen als ‘mijn vak krijgt body’ of ‘ik werk nu bewust bekwaam’. Of anders gezegd: soliditeit.
Situationeel Redeneren in 3 Stappen is een alternatief voor het klassieke diagnose-recept model
Daarbij hoort dat sociaal werkers beschikken over een stevige multimethodische basis én over een basiscompetentie die maatwerk garandeert. Deze basiscompetentie heet SR3S: Situationeel Redeneren in 3 Stappen (De Mönnink, 2025).
SR3S is gebaseerd op het principe van shared decision making – samen besluiten met cliëntsysteem – en vormt daarmee een alternatief voor het klassieke diagnose-recept model waarin de professional bepaalt wat er moet gebeuren. Hieronder volgt per stap een korte toelichting.
Situationeel redeneren in drie stappen
Stap 1 – Samen het totaalplaatje maken. Samen met de cliënt vormt de professional een breed beeld van de situatie. Daarbij brengen ze zowel spanningsbronnen (stressoren) als veerkrachtbronnen in kaart. Het doel is niet het stellen van een diagnose, maar het begrijpen van het totaalplaatje van het dagelijks functioneren, gezien door de ogen van betrokkenen.
Stap 2 – Multimethodische werkhypothesen toetsen. Op basis van het totaalbeeld formuleert de sociaal werker methodische werkhypothesen. Deze worden getoetst met behulp van stress-veerkracht scripts (zie figuur): die helpen bepalen welke interventies in deze specifieke situatie kansrijk zijn. Indien gewenst en nodig leidt de professional door naar gespecialiseerde sociaal werkers, waarbij duidelijk blijft welke sociaal werker de regie houdt tot de psychosociale veerkracht voldoende is toegenomen.

Stap 3 – Samen monitoren van vooruitgang in veerkracht. Sociaal werker en cliënt volgen of de veerkracht toeneemt en spanningsbronnen verminderen en passen de aanpak zo nodig aan. Deze monitoring kan plaatsvinden met behulp van klantvriendelijke scaling, zodat het cliënt zelf eenvoudig kan aangeven hoe hun situatie zich ontwikkelt.
Dit lijkt sterk op wat in andere solide zorggerichte beroepen klinisch redeneren wordt genoemd
Dit lijkt sterk op wat in andere solide zorggerichte beroepen klinisch redeneren wordt genoemd, zoals in de verpleegkunde en geneeskunde. Ook daar wordt van professionals verwacht dat zij kennis, ervaring en situatieanalyse combineren om tot passende interventies te komen: one size fits one.
Kunnen schakelen tussen verschillende interventies
De vraag voor toekomstproof sociaal werk is: waarom leiden we niet structureel multimethodisch competente sociaal werkers op? Dat zijn sociaal werkers die beschikken over een breed repertoire aan bewezen sociaalwerkmethoden, die zij niet alleen kennen maar ook daadwerkelijk kunnen toepassen.
Studenten worden getraind in een scala aan methoden die systematisch worden geïnstrueerd, geoefend en getoetst
Een interessant voorbeeld is de aanpak van de opleiding Sociaal Werk aan de Hogeschool Leiden, waar studenten worden getraind in een breed scala aan methoden die systematisch worden geïnstrueerd, geoefend en getoetst.
Het resultaat is een nieuwe generatie sociaal werkers met een stevige multimethodische basis: generalisten die gespecialiseerd zijn in psychosociale stress. Dit model verdient navolging.
De sleutel
Nieuwe of hernieuwde impulsen in het sociaal domein, zoals Jeugdgezinsteams, Welzijn op Recept en Samenlevingsopbouw kunnen een krachtige innovatie blijken te zijn – mits zij worden uitgevoerd door sociaal werkers met een breed repertoire.
Op basis van de basiscompetentie SR3S garanderen sociaal werkers maatwerk. Om te kunnen bepalen hoe dat maatwerk er in dit specifieke geval uitziet, beschikken zij bovendien over een breed scala aan specifieke methodische sociaal werk-competenties:
- situationeel sociaal werk versterkt situationele grip
- stresssensitief sociaal werk versterkt survivalkracht
- preventief sociaal werk versterkt toegankelijke voorzieningen
- systeemgericht sociaal werk versterkt de kracht van sociale netwerken
- verliessensitief sociaal werk versterkt emotionele veerkracht
- oplossingsgericht sociaal werk versterkt denkkracht
- research-based sociaal werk versterkt solide kennis
Juist deze multimethodische flexibiliteit maakt het mogelijk om psychosociale stress-situaties samenhangend en effectief aan te pakken.
Conclusie
De analyse dat multiproblematiek lastig aan te pakken is door versnipperde organisatiestructuren bevat zeker waarheid. Maar zoals gezegd: zij blijft onvolledig zolang een andere structurele factor onbesproken blijft.
De Gezondheidsraad adviseerde in 2014 al diepte-investeringen te doen in de soliditeit van sociaal werk
De werkelijkheid lijkt dat het sociaal domein in toenemende mate werkt met sociaal werkers die multimethodisch niet solide zijn toegerust voor de breedte van multiproblematiek. Het is niet verrassend dat de Gezondheidsraad in haar rapport Sociaal werk op solide basis (2014) de overheid reeds adviseerde met diepte-investeringen de soliditeit van sociaal werk een boost te geven.
De oplossing ligt daarom niet alleen in minder versnippering, maar ook in een herwaardering van het multimethodische vakmanschap van sociaal werk. Dat vraagt om:
- Sociaalwerkopleidingen die SR3S én een minimumpakket aan multimethodische basiscompetenties instrueren, oefenen en toetsen.
- Na de opleiding: structurele training en bijscholing in multimethodisch werken.
- Organisaties die professionals ruimte geven om zelf multimethodisch te interveniëren, in plaats van uitsluitend te verwijzen.
- Duurzame investeringen vanuit de overheid in solide sociaal werk.
Alleen dan kan de sociaal werker functioneren zoals het bedoeld is: als een sterke generalist die gespecialiseerd is om psychosociale stress vroegtijdig en effectief aan te pakken.
Herman de Mönnink is senior docent sociaal werk en werkt aan het Project Solide Sociaal Werk 2030.
Foto: Atlantic Ambience via Pexels.com