De ontwikkeling van de Lang Leven Thuisflats moet antwoord geven op de vraag of en hoe de woonomgeving kan bijdragen aan de ontwikkeling van een zorgzame gemeenschap. Het idee achter deze woonvorm is dat bestaande seniorencomplexen worden verrijkt met gemeenschapsactiviteiten en zorgfuncties. Aldus moet een steunende omgeving ontstaan waarin mensen prettig oud worden, ook als ze meer hulp nodig hebben.
De termen gemeenschap en community building worden vaak losjes gebruikt
De afgelopen drie jaar deden we vanuit de Hogeschool van Amsterdam en het Ben Sajet Centrum onderzoek naar alledaagse ervaringen van het samenleven in en om 4 Lang Leven Thuisflats. We spraken 86 flat- en buurtbewoners en 22 professionals.
In ons onderzoek keken we naar de concrete betekenis van gemeenschap in de Lang Leven Thuisflats. De termen gemeenschap en community building worden vaak losjes gebruikt. De positieve connotaties van gemeenschap, zeker als we het hebben over een zorgzame of vitale gemeenschap, verhullen nogal eens dat mensen vaak ambivalent zijn over hun burenrelaties.
Lappendeken
In de praktijk bestaat de woongemeenschap in de Thuisflats uit een lappendeken van gemeenschappen. Ook zijn er uiteenlopende vormen van burencontact. Flatbewoners blijken selectief te zijn in het aangaan van intensievere vormen van contact. Een kort praatje maak je snel, onderlinge zorg daarentegen vraagt om een hechtere burenrelatie.
In de praktijk schuren burenrelaties vaak met andere zaken die bewoners ook belangrijk vinden
Ook in de Lang Leven Thuis flats is burencontact niet vanzelfsprekend. Er zijn bewoners die nauwelijks aansluiting vinden. Ook als er wel contact tussen buren is, leidt dit niet automatisch tot een hechtere (steun)relatie.
Als abstract ideaal wordt omzien naar elkaar breed omarmd. In de praktijk schuren burenrelaties vaak met andere zaken die bewoners ook belangrijk vinden. Denk aan het behoud van privacy en autonomie in de eigen woonomgeving. Voorts komen bewoners niet graag als hulpbehoevend over.
Uiteenlopende ervaringen
De ervaringen van bewoners met de flatgemeenschap lopen uiteen. Sommige buren zetten zich actief in voor meer verbondenheid in hun flat, terwijl anderen grotendeels verborgen blijven voor medebewoners en professionals. Sommige buren vinden in de flat hechte groepjes gelijkgestemde medebewoners, terwijl anderen zulke groepjes juist als barrière ervaren.
Het risico op afwijzing kan mensen terughoudend maken bij het aangaan van contact. Neem de buurvrouw die geen aansluiting vond bij het sjoelen. Ze mocht niet meedoen en is daarna nooit meer teruggekomen. Weer andere buren kiezen bewust voor minder contact met medebewoners. Ze zijn op hun hoede voor autonomieverlies en hechten waarde aan hun contacten buiten de flat.
De verwachting dat een burenrelatie je autonomie beperkt, maakt dat mensen liever afstand houden
Het risico op autonomieverlies wordt vooral opgeroepen door bewoners die verward en kwetsbaar overkomen of om een andere reden uit de toon vallen. Bewoners vrezen dat het contact met zulke buren te veel van ze zal vragen. Bijvoorbeeld een buur die soms dwaalt. ‘Die moet je nooit je huisnummer of telefoonnummer geven, want als ze weet waar je woont, dan heb je d'r dus ’s nachts ook.’
De verwachting dat een burenrelatie je autonomie beperkt, maakt dat mensen liever afstand houden. Zo gaf een bewoner aan soms de brandtrap te nemen ‘zodat ik geen mensen hoef tegen te komen, want het is hier vol van sociale contacten.’
Stapeling kwetsbaarheden
De vrees dat een burenrelatie veel van je zal vragen, is niet los te zien van de opeenstapeling van kwetsbaarheden bij sommige flatbewoners. Dat kan het gevolg zijn van hoge leeftijd, maar ook vanwege psychische of financiële kwetsbaarheid.
Ons onderzoek wijst op de cruciale aanwezigheid van professionals in de flat
Kan de Lang Leven Thuisflat voor alle bewoners een prettige woonomgeving zijn, zonder dat ruimte voor de een ten koste gaat van de ander? Ons onderzoek wijst op de cruciale aanwezigheid van professionals in de flat. Denk aan de thuiscoach als laagdrempelig aanpreekpunt voor bewoners, maar ook aan samenwerkende woon-, welzijns-, en zorgprofessionals, en de ambitie om in alle flats met een vast zorgteam te werken.
We zien in de Lang Leven Flats het doorlopende verbindingswerk van sociaal professionals, zeker rondom bewoners voor wie het niet vanzelfsprekend is dat ze aansluiting vinden bij hun flatgenoten. De professionals – soms ook actieve bewoners of vrijwilligers – begeleiden mensen naar activiteiten, smeden nieuwe verbanden, en zorgen er subtiel voor dat het contact tussen bewoners soepel blijft verlopen.
Verbinden en begrenzen
Het belang van professionele aanwezigheid zit niet alleen in het verbinden van bewoners, maar ook als hulp om burenrelaties te begrenzen. Bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat warme oplettendheid – een belangrijke vorm van zorgzaamheid onder bewoners – niet omslaat in ongewenste sociale controle.
Zoals de begeleider van de beweegclub: zij moedigt deelnemers steeds aan zich te focussen op hun eigen oefeningen, zonder commentaar te leveren op anderen. Of de welzijnswerker die iemand helpt grenzen te stellen in diens contact met een verwarde buur: ‘Dan belt ze 's ochtends om negen uur al bij haar aan en dan wil ze dominoën, maar die mevrouw durft nergens nee op te zeggen, dus die laat haar altijd binnen.’
Nabije professionals maken het voor buren minder spannend om relaties aan te gaan
Een professionele achterwacht biedt bewoners het vertrouwen dat ze er niet alleen voor staan als een steunrelatie meer van hen dreigt te vragen dan ze kunnen of willen bieden. Nabije professionals maken het voor buren minder spannend om relaties aan te gaan. Het belang van de nabije professional lijkt in het publieke debat soms te worden onderschat, bijvoorbeeld als gemeenschapsopbouw wordt gezien als tijdelijk proces waarna bewoners het zelf overnemen.
In woonvormen als de Lang Leven Thuisflats vraagt gemeenschapsopbouw ruimte voor verbindingen, en mogelijkheden om die verbindingen actief te begrenzen. De paradox is dat uitsluitend inzetten op meer verbinding mensen juist terughoudend kan maken om burencontact daadwerkelijk aan te gaan.
Werken aan een zorgzame gemeenschap is gebaat bij een sterke professionele aanwezigheid. Niet om de flatbewoners of mensen in het algemeen meer professionele zorg te bieden, maar om randvoorwaarden te scheppen voor onderlinge betrokkenheid.
Ludo Glimmerveen is programmaleider bij het Ben Sajet Centrum en universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Jante Schmidt is onderzoeker bij het Ben Sajet Centrum. Saskia Welschen is senior onderzoeker bij lectoraat Stedelijk Sociaal Werk aan de Hogeschool van Amsterdam.
Tijdens de Ben Sajet Conferentie op 20 mei 2026 presenteren de Hogeschool van Amsterdam en het Ben Sajet Centrum de eindrapportage van hun onderzoek in de Lang Leven Thuisflats. Naast gemeenschapsvorming in de flats zelf onderzochten ze hierbij ook de betekenis van de Thuisflats voor oudere bewoners in de omliggende buurten. De volledige rapportage is hier te downloaden.
Foto: jsme MILA via Pexels.com