Gemeenschapskracht vergt andere sturing en toezicht

Naast preventie zet het kabinet zet nu ook in op burgerkracht. De hoop is dat hiermee het beroep op formele zorg en ondersteuning kunnen worden getemperd. Maar alleen extra geld is niet genoeg, zeggen Rogier Den Uyl en Pieter Hilhorst.

Om de verwachting van burgerkracht waar te maken is een andere manier van sturing nodig. Dat vraagt veel van gemeenten, maar ook van sociaalwerk-organisaties en hun Raden van Toezicht.

Kiezen voor preventie is ook een keuze voor sociaal werk. De afgelopen jaren heeft het sociaal werk laten zien dat het met methoden als Welzijn op recept kan bijdragen aan het verlichten van het beroep op de zorg. Het richt zich op mensen die bij de dokter komen met klachten die eerder een sociale dan een medische oorzaak hebben: zoals eenzaamheid of geldzorgen.

De extra middelen voor preventie bieden kansen voor sociaal werk

Een welzijnscoach gaat met hen op zoek naar activiteiten die het leven kleur en betekenis geven. Dat kan de somberheid bij een jonge vluchteling wegnemen, waardoor geen psycholoog meer nodig is. Of het neemt de eenzaamheid weg van de oudere met onverklaarde klachten.

Ook voor het buurtgericht werken heeft het sociaal werk methoden ontwikkeld om wat bewoners voor elkaar kunnen betekenen te stimuleren en te ondersteunen, zoals Asset Based Community Development (ABCD). Het sociaal werk is hier dienend aan wat bewoners voor elkaar kunnen doen. De investering van het kabinet in een gemeenschapsfonds om buurtkamers, dorpshuizen en ontmoetingsplekken te versterken, sluit hier goed op aan.

Kansen voor sociaal werk

De extra middelen voor preventie bieden kansen voor sociaal werk. Het is ook een uitdaging voor medewerkers, bestuur en Raad van Toezicht. Van medewerkers wordt verwacht dat ze laten zien hoe preventie werkt in de dagelijkse praktijk. In een omgeving waar de  kennisinfrastructuur van het sociaal werk achterloopt bij die in de zorg. Er zijn minder bewezen interventies voor handen en er is minder geld voor nieuwe door wetenschap onderbouwde inzichten.

Het aantal organisaties dat zich direct of indirect richt op het welzijn van inwoners is fors

Voor veel bestuurders gold dat tot voor kort weinig kon. Nu is er soms meer financiële ruimte. Dat vraagt om een omslag in het denken. De Raad van Toezicht moet de traditionele voorzichtigheid inruilen voor ruim baan voor de maatschappelijke opgave. Hoe spannend dat ook is. Mede door de (veelal) tijdelijkheid van financiering.

Dit alles is lang niet makkelijk, want het speelveld is complex. Het aantal organisaties dat zich direct of indirect richt op het welzijn van inwoners is fors. Het zijn niet alleen sociaal werk organisaties, maar ook instellingen voor langdurige zorg die de verbinding met bewoners in hun omgeving willen versterken. Het zijn wijk- of buurtteams die in plaats van individuele hulpverlening juist inzetten op collectieve ondersteuning. Het zijn scholen die merken dat leerlingen niet goed presteren als ze mentale problemen hebben of als hun ouders klem zitten. Het zijn huisartsen en praktijkondersteuners die graag willen dat er wat meer welzijnswerk is voor hun patiënten. En ook ziekenhuizen willen zich steeds meer profileren als organisaties die gezondheid bevorderen en niet alleen ziekte behandelen. Al die initiatieven hebben baat bij samenwerking met bewonersinitiatieven en gebruiken methoden of inzichten van sociaal werk.

Lappendeken

De lappendeken maakt het onoverzichtelijk. Voor bewoners is die onoverzichtelijkheid een belasting. Zij zien liever een beperkt aantal herkenbare gezichten die in de buurt werken en in de buurt blijven. De onoverzichtelijkheid heeft alles te maken met de wijze waarop al die activiteiten worden bekostigd.

In lijn met de recente nieuwe governance code sociaal werk moet het toezicht zich [...] meer richten op de maatschappelijke opgave.

De organisaties worden bekostigd voor specifieke taken. Voor die specifieke taken worden ook nog uiteenlopende organisaties gecontracteerd. Voor sociaal werk organisaties geldt bovendien dat ze mee moeten doen met aanbestedingen voor een beperkte periode en daarnaast allerlei subsidies krijgen voor kortlopende projecten.

Het gevolg is dat er heel veel tijd moet worden besteed aan het kennismaken in de buurt en aan het organiseren van samenwerken over domeinen en professies. En als professionals ook nog eens afgerekend worden op specifieke doelstellingen is het moeilijker om de agenda van bewoners te volgen.

Langdurig in vaste verbanden

Gemeenschapskracht kan pas echt tot bloei komen als bewoners en professionals langdurig in vaste verbanden kunnen samenwerken. Daarvoor is het wenselijk dat aanbestedingen een lange contractperiode hebben, van bijvoorbeeld tien jaar. Het helpt ook als het aantal aanbieders wordt teruggebracht.

Samenwerking voor lange tijd [...] vraagt ook veel van sociaalwerk-organisaties

Een gemeente kan ook stimuleren dat organisaties zich verbinden aan een brede opdracht. Afstemming is nodig op strategisch niveau tussen de gemeentedirecteuren, bestuurders van sociaal werk organisaties, aanbieders uit de zorg en vertegenwoordigers van bewoners. Een netwerk dat ook gezamenlijke doelen stelt en keuzes maakt.

Samenwerking voor lange tijd en liefst ook over de grenzen van domeinen vraagt ook veel van sociaalwerk-organisaties. En daarmee ook van hun raden van toezicht. Ze hebben vaak alleen via de eigen organisatie zicht op de samenwerkingsverbanden en het brede speelveld in de regio. In lijn met de recente nieuwe governance code sociaal werk moet het toezicht zich naast de eigen organisatie meer richten op de maatschappelijke opgave.

Actieve raad van toezicht

De raden van toezicht kijken naar de kwaliteit van de dialoog die de eigen organisatie voert met gemeente en andere partners. Zijn de randvoorwaarden voldoende aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van langjarige samenwerking en regelmatig strategisch overleg tussen de uitvoerende partijen? Dan kan de bestuurder meer ruimte krijgen voor strategische samenwerking. Een voorbeeld kan een toezichtcoalitie zijn waarbij meerdere organisaties gezamenlijk een meerjarige commitment geven voor gemeenschapskracht.

Dat biedt bestuurders ook richting en vrijheid. Daar hoort dan ook een meer actieve opstelling naar buiten toe van een raad van toezicht, gefaciliteerd door de bestuurder en met een rolvast optreden als toezichthouder.

Burgerkracht krijgt alleen vorm als sturing en toezicht daarnaar ingericht worden.

Rogier den Uyl en Pieter Hilhorst zijn toezichthouders bij Stimenz, organisatie voor sociaal werk in diverse gemeenten op de Veluwe.

 

Foto: Chanbora Chhun via Unsplash.com