Computer zelf moet ontremming op sociale media corrigeren

Toetsenbordridders die tekeergaan tegen wie of wat je maar kunt verzinnen, zijn tekenend voor de enorme ontremming op de sociale media. Emeritus hoogleraar Jan Derksen betoogt dat de computer er de oorzaak van is, maar tegelijkertijd oplossing biedt.

Ruim 25 jaar geleden dachten communicatiedeskundigen en sociaal psychologen nog dat het internet zou betekenen dat we ons wereldwijd vrij konden gaan uitdrukken, vrijelijk informatie zouden gaan uitwisselen en de wereld tot een betere plaats zou maken.

Wat te doen aan alle narigheid die we dagelijks via computercommunicatie over elkaar uitstorten?

Inmiddels is er een heus sociaal vraagstuk ontstaan, vooral door de stormachtige opkomst van sociale media. Een probleem dat schreeuwt om een effectieve aanpak. Wat te doen aan alle narigheid die we dagelijks via computercommunicatie over elkaar uitstorten?

Geen reflectie meer

Een eeuwenoude denkfout bij de grondleggers van onder meer Twitter was dat zij vanuit een impliciet optimistisch mensbeeld dachten en werkten. Ze hadden de illusie dat mensen de hen ter beschikking gestelde middelen positief en niet destructief zouden gebruiken.

Met de retweetknop is de potentiële reflectie weggevallen

Voordat bijvoorbeeld bij Twitter de retweetknop was ontwikkeld, waren er diverse handelingen nodig om een tekst door te sturen. Dit uitstel leidde tot nadere reflectie en geregeld zag de gebruiker ervan af om daadwerkelijk tot verzending over te gaan.

Met de retweetknop is de potentiële reflectie weggevallen. We weten allemaal waartoe dit bij Twitter, inmiddels X, heeft geleid. Miljarden teksten worden elke dag zonder enige adem- of denkpauze verzonden. In de rechtbank horen we de verzenders dan achteraf hun spijt betuigen.

Ontremming

Twee thema’s zijn cruciaal in het mens-machine contact. Mensen ontremmen in dit contact en het gaat ten koste van hun empathie.[i] De hype rondom kunstmatige intelligentie (AI) heeft tot verduistering geleid van het gegeven in de psychologie dat intelligentie meer is dan wat de computer nu biedt.

In AI vind je vooral cognitieve intelligentie, wat evident ontbreekt is emotionele intelligentie (EI). Binnen het EI-onderzoeksdomein is empathie een kernaspect en ontremming kennen we hier als gebrekkige impulscontrole. Beide vaardigheden kunnen worden getraind. In het gedrag dat we op de sociale media zien (use it or lose it) bij mensen die vooral via de computer communiceren, lijkt dit af te brokkelen. Een serieuze vraag in dit verband is of de tanende empathie en impulscontrole achter het scherm overslaat in gedrag voorbij het scherm.

De conclusie van het OESO-onderzoek is niet dat jongeren minder empathisch zijn geworden

Wellicht vinden we het antwoord in een rapport van de Organisation for Economic Cooperation and Development (OESO) over de sociale en emotionele vaardigheden van jongeren (2024). De OESO onderzocht sociale vaardigheden zoals empathie, samenwerking, nieuwsgierigheid, zelfcontrole en emotionele regulatie bij 10- en 15-jarigen in verschillende landen.

De conclusie van het onderzoek is niet dat jongeren minder empathisch zijn geworden. Wel laat het zien dat empathie, samenwerking en vertrouwen onder druk staan bij een deel van de jongeren — vooral bij 15-jarigen. Jongeren van die leeftijd scoorden gemiddeld lager op verschillende sociale en emotionele vaardigheden dan 10-jarigen, vooral op optimisme, vertrouwen in anderen en emotionele stabiliteit.

Computer brengt oplossing

De menselijke empathie komt tot zijn recht in een gesprek waarin je elkaar aankijkt en je elkaar kunt aanraken. Je voelt, ziet en hoort of wat je zegt bij je gesprekspartner aankomt. Deze feedback onderhoudt je emotionele empathie. Een videogesprek is niet gelijk hieraan maar komt wel iets in de buurt van een echt gesprek. Om je emotionele vaardigheden te onderhouden en te ontwikkelen is communicatie zonder tussenkomst van schermen cruciaal. Impulscontrole kun je trainen. Eenvoudig gezegd leer je de persoon tot tien tellen voor hij reageert.

De grondleggers van het internet en de sociale media hebben inmiddels spijt betuigd over hun naïviteit, maar dat draagt niet bij aan verbetering. Ook meer regels en wetten brengen geen structurele oplossing. Omdat opvoeding en training in het omgaan met sociale media, niet leiden tot verbetering op de korte termijn, moeten we het hebben van de computer zelf. Zij moet het impulsieve gedrag en de gebrekkige empathie die zij uitlokt zelf corrigeren. Dat kan.

Heb je hetgeen je wilt verzenden opnieuw gezien en gelezen? Weet je dit zeker?

Naast AI hebben we een EI-module nodig waarin gesprekken altijd met beeld zijn, en teksten, foto’s en plaatjes nooit onmiddellijk worden verzonden. Er volgt een pauze van enige, nader te bepalen, tijd en als de verzendknop wordt aangeraakt, vraagt de machine: ‘Heb je hetgeen je wilt verzenden opnieuw gezien en gelezen? Weet je dit zeker?’

Technisch is deze oplossing geen probleem. Als we dit na uitgebreid onderzoek verfijnd vormgeven, kunnen we op basis van actueel sociaalpsychologisch onderzoek voorspellen dat het werkt. De implementatie is aan ons.

Jan Derksen is emeritus hoogleraar klinische psychologie en psychotherapie

 

Noot

[i] Zie hiervoor het boek van Nicholas Carr: Superbloom. How technologies of connection tear us apart. New York: W.W. Norton & company, 2025.

 

Foto: Rob Hampson via Unsplash